De aanslag

22 november 2016

Bron: @JasperMooren

Naar school in Naturalis

25 november 2015

We hadden een vogel gevonden. Als u net zo veel van vogels weet als ik, dan kon hij het best omschreven worden als een kleine vogel. Oranje-bruin en zwart, met een witte buik. En hij was dood, zoveel was duidelijk.

Maar in plaats van koketteren met mijn gebrek aan vogelkennis kan ik beter vertellen wat we gedaan hebben om er slimmer van te worden. Je kunt namelijk twee dingen doen als je een dood vogeltje vindt. Nou ja, je kunt natuurlijk heel veel dingen doen als je een dood vogeltje vindt, maar laat ik me beperken: je kunt hem laten liggen of je kunt hem meenemen. En als je een herfstwandeling maakt met vijf kinderen en je vindt een klein, ongeschonden, beeldschoon vogeltje, dan wordt de keus automatisch voor je gemaakt. Dan neem je zo’n dotje mee naar huis. Want die vijf kinderen komen regelmatig in Naturalis en weten dat dat museum heel blij is met dode dieren.

We maakten foto’s, stuurden die op naar de afdeling Collectiebeheer en kregen per ommegaande bericht: ‘What a cutie, we would love to have it!’ Hij had ook een soortnaam, begrepen we. Het was een keep. Via welkevogelisdit.nl waren we zelf al een eind in de richting gekomen, maar verder dan ‘iets van een vink’ durfden we niet te gaan. Een keep dus.

Maar waarom was ie nou dood? Hij was nog zo prachtig, helemaal niet aangevreten of gerafeld. Gebrek aan adem, zou mijn oma gezegd hebben. Toch wilden we graag een wat specifiekere verklaring. En we hadden al een vingerwijzing: in z’n nekje zaten een paar dikke bulten.

Onze innerlijke forensisch onderzoeker neeg naar een duidelijke diagnose: dat moest kanker zijn. Zonneklaar. We legden de keep in de vriezer en wachtten tot de officiële autopsie.

En zo wandelden we twee weken later Naturalis binnen met een bevroren vogel in een tupperwaredoosje. We ontmoetten Becky, met wie we al gezellig gemaild hadden. Ze zou ’s morgens eerst een holenduif prepareren voor het publiek en daarna met onze keep aan de slag gaan, mits ie op tijd ontdooid was.

Becky was geweldig. Buiten dat ze erg mooie haren had, was ze ook nog eens vriendelijk, grappig, geduldig en deskundig. Omdat ze wist van ons thuisonderwijs, had ze een handout gemaakt van de vogelanatomie. Becky komt uit de Verenigde Staten en had daar al met thuisonderwijskinderen gewerkt, dus ze vond het helemaal niet vreemd dat wij op een maandagochtend een praktijkles taxidermie combineerden met het voederen van knuffeldieren, om maar eens iets te noemen.

Victoria (3) brengt dwangvoeding toe bij een mol.

De keep bleek voldoende ontdooid. Becky nodigde ons uit om vanuit het amfitheater bij de snijtafel te komen staan. Zo konden we goed meekijken bij het prepareren. Hersentjes eruit, hartje, ingewanden, alles puntgaaf. Ze liet het maagje zien en sneed het open: het zat nog tjokvol eten. Onze keep was dus geen hongerdood gestorven.

Ze had al meteen gezien wat de doodsoorzaak was. Wij bleken het ziektebeeld niet helemaal correct te hebben ingeschat. Wat we hadden aangezien voor tumoren, bleken in werkelijkheid…

… teken. Eén teek zou hij wel overleefd hebben, maar drie was te veel. Drie joekels van parasieten waren ons keepje fataal geweest.

Becky haalde geroutineerd de vogel leeg, waste hem en vulde het donzen vogelhuidje weer op. Daarna naaide ze hem dicht. Een tikkie grof, dat wel. De keep zou namelijk niet publiekelijk tentoongesteld worden, maar in de wetenschappelijke collectie terechtkomen. Achter gesloten deuren, ergens in de catacomben van het museum – het hoefde dus geen onzichtbaar ritssluitinkje te worden. Becky vertelde dat ze eens een stagiaire had gehad, een student Diergeneeskunde, die bij zijn studie had geleerd om heel netjes te hechten, met piepkleine steekjes. Het duurde eeuwen voordat hij de geprepareerde dieren bij Naturalis dichtgenaaid had. Becky was zo klaar. Maar onze keep zag er prachtig uit. Ze aaide nog eens over zijn veertjes. We lieten hem met een gerust hart achter.

Jet voelt zich een beetje verraden. Weet u nog dat zij in maart op het Binnenhof was, namens alle thuisonderwezen kinderen van Nederland? (Hier het verslag vanaf de barricaden.) Ze heeft toen uitgebreid gesproken met een aantal leden van de Tweede Kamer, waaronder Jasper van Dijk van de SP.

Jasper was een van de mensen die extra lang bij Jet bleef staan. Hij deed heel vriendelijk en geïnteresseerd tegen haar. En die dag, 31 maart 2011, besloot de commissie Onderwijs dat zij vond dat thuisonderwijs in Nederland mogelijk moest blijven. Net zoals in Groot-Brittanië, België, Frankrijk en zo’n beetje alle andere landen van de wereld.

Maar nu heeft Jasper van Dijk een motie ingediend om het beroep op vrijstelling tóch uit de wet te schrappen. Om thuisonderwijs helemaal te verbieden. In maart had Jasper alle tijd om zijn zorgen en twijfels aan Jet te toetsen. Hij kon haar alles vragen wat hij wilde. Maar dat deed hij niet. Hij deed net of hij best begreep dat thuisonderwijs goed was. Het enige was hij vroeg was: ‘Heb je vriendjes?’ en hij gaf haar een som op, om te kijken of Jet wel goed kon rekenen.

Tussen maart en december had Jasper ook de tijd om wat wetenschappelijk onderzoek door te nemen. Daarin wordt telkens weer aangetoond dat thuisonderwijs leidt tot ‘goed burgerschap’ en een uitstekende academische vorming.

Jasper had niet alle onderzoeken hoeven lezen, hoor, eentje was genoeg geweest. Maar hij heeft het niet gedaan. Want vorige week zei hij nog in de Tweede Kamer dat hij bang was dat een ‘brabbelend Marokkaans ouderpaar’ alleen les zou geven in ‘het stenigen van vrouwen en homo’s van flatgebouwen gooien’. En dan is er natuurlijk de angst dat thuisonderwijs een ‘aanzuigende werking’ zou hebben. 

Angst is een slechte raadgever. Na één onderzoekje had Jasper al gerustgesteld kunnen worden. Dan had hij gelezen dat thuisonderwijs een uitstekende zelfregulerende werking heeft. Ook in landen waar het heel gewoon is, kiest toch maar 1-3 procent van de bevolking ervoor.

In Nederland gaat het om 300 kinderen. Bij lange na geen
1 procent. Maar áls 1 procent hier thuisonderwijs zou krijgen, dan was in één klap het hele Nederlandse lerarentekort opgelost. Dat heeft een onderzoeker van de UvA berekend, zie de Volkskrant, tweede alinea van onder. En dat zou weer goed nieuws zijn voor het passend onderwijs, waar de minister vorige week nog een ontslag van 5000 leraren aankondigde. Toen Philip, Jet en Cato op bezoek waren bij een tyltylschool, hebben ze gezien hoe belangrijk die juffen en meesters zijn.

Morgen stemt de Tweede Kamer over de motie tegen de vrijheid van onderwijs die de SP heeft ingediend. Jet vindt het onaardig van Jasper van Dijk. Hij had er toch gewoon met haar over kunnen praten?

Zelf ben ik een beetje klaar met praten. Ik wil graag mijn kinderen laten leren. Ik wil iedere dag opnieuw laten zien hoe leuk het is om nieuwe dingen te ontdekken, om te leren van de mensen om je heen. Van je buurman, je opa, je vriendinnetje en zelfs van je drie weken oude zusje. Daarom nog een keer de link naar het stukje dat ik in februari postte. Daarmee heb ik alles gezegd.

Deze toespraak deed wat stof opwaaien in Amerika. Het is de afscheidsrede van Bob Chanin, voorzitter van de lerarenvakbond.

Voor wie beter Engels leest dan luistert de uitgeschreven versie:

‘Despite what some among us would like to believe it is not because of our creative ideas. It is not because of the merit of our positions. It is not because we care about children and it is not because we have a vision of a great public school for every child. NEA and its affiliates are effective advocates because we have power.’

‘And we have power because there are more than 3.2 million people who are willing to pay us hundreds of millions of dollars in dues each year, because they believe that we are the unions that can most effectively represent them, the unions that can protect their rights and advance their interests as education employees.’

‘This is not to say that the concern of NEA and its affiliates with closing achievement gaps, reducing dropout rates, improving teacher quality and the like are unimportant or inappropriate. To the contrary. These are the goals that guide the work we do. But they need not and must not be achieved at the expense of due process, employee rights and collective bargaining. That simply is too high a price to pay.’

Met andere woorden, zoals iemand als lezerscommentaar gaf: eerst de vakbond, dan de leraren en de kinderen krijgen de restjes.

Maar gelukkig is dat Amerika, hè? Amerika is ver weg.

Verder wil ik natuurlijk helemaal niemand beïnvloeden, maar ik wou even melden dat D66 als enige partij het thuisonderwijs volkomen wil verbieden. Wat zeg ik: wat haar betreft dient de hele vrijheid van onderwijs te verdwijnen.

Het was de eerste partij waarop ik stemde toen ik de gerechtigde leeftijd had, nadat ik alle partijprogramma’s had opgevraagd. Dat goede onderwijs waar zij ondanks alle big and fluffy words niets van waarmaakte. Nu ik het zelf ter hand genomen heb, wil D66 iedere scholingsvrijheid, thuisonderwijs of bijzonder, ontnemen. A bloody shame.

—–

Dialoog (2)

5 mei 2010

Okee, voort met de vragen. Hier de vorige post voor wie hem gemist heeft. Of je klikt op de categorie ‘veelgestelde vragen’ in de onderwerpenwolk in de kantlijn.

‘Wat doe je na de basisschoolleeftijd? Je kunt een kind niet eeuwig blijven thuisonderwijzen.’

Ja hoor, dat kan prima. Sterker nog, in veel landen doen kinderen juist het voorgezet onderwijs thuis, nadat ze niet zulke blije ervaringen gehad hebben op de basisschool.

‘Hoe werkt dat dan? Ga jij je kinderen alle vakken van de middelbare school bijbrengen?’

Nee, gelukkig hoeft dat niet. Er zijn verschillende opties. In Nederland is de meest gangbare op dit moment: staatsexamens. Als je drie vakken per jaar doet, ben je in vier jaar klaar met je vwo. Kun je op je twaalfde beginnen en op je zestiende naar de universiteit. Of je begint op je veertiende en gaat op je achttiende studeren. Of je bereidt je voor op een mbo-opleiding. Alles afhankelijk van de persoonlijkheid en capaciteiten van het kind.

Een staatsexamen kun je voorbereiden via LOI, NTI of NHA; dan krijg je al je boeken en word je begeleid door een privéleraar op afstand. Je begint met de vakken waar je goed in bent en kiest ieder jaar nieuwe.

Er zijn ook educatieve uitgeverijen als Noordhoff die digitaal lesmateriaal aanbieden voor een schappelijke prijs. Een licentie voor een jaar en digitale werk- en tekstboeken. Zo’n werkboek kijkt zichzelf na en bevat geluidsfragmenten en videobestanden. Hier een demo voor het vak Frans, methode Grandes Lignes. De methodes van uitgeverij EPN staan hier. Klik op de methode die je wilt inzien, vervolgens bovenaan op ‘Over de methode’ en daaronder op ‘Digitaal lesmateriaal’. De ePacks van uitgeverij Malmberg vind je hier. Per methode kun je linksonder klikken op ‘Demo van het ePack’.

Verder is er de mogelijkheid van schoolonderwijs thuis. Daarbij schrijf je je in op een school die afstandsonderwijs aanbiedt, zoals Clonlara. Zij werken met credit hours, het aantal uur dat je aan een vak besteedt, en maandelijkse rapportages. Aan het eind van de rit heeft je kind een volwaardig high school diploma waarmee het naar een hbo of wo kan.

In Amerika is het ook vrij gangbaar om op basis van een portfolio te worden toegelaten tot een universiteit of college. Met een portfolio laat je zien wat je de afgelopen jaren hebt gedaan: welke boeken je hebt gelezen, de werkstukken en excursies die je hebt gemaakt, workshops die je hebt gevolgd. Wie weet kan dat hier over een aantal jaar ook.

‘Als je kind ooit een baan wil, moet het toch schoolonderwijs genoten hebben? Zonder opleiding kom je tegenwoordig nergens. Is zo’n kind niet totaal ontvreemd? Waarom zou hij nu ineens wel onderwijs aankunnen?’

Zie de vorige vraag. Je kunt gewoon een middelbare schooldiploma halen terwijl je thuisonderwijs geeft. En thuisonderwijskinderen redden zich uitstekend op een vervolgopleiding.

In de VS is meer onderzoek gedaan naar deze groep, omdat daar a) meer kinderen zijn die thuisonderwijs krijgen (ongeveer twee miljoen) en b) het fenomeen al langer bestaat. Daar zijn thuisgeschoolde kinderen van harte welkom op Ivy League-instituten als Harvard, Brown en Yale. Er zijn ook universiteiten die juist thuisonderwijskinderen werven, omdat deze studenten naar hun mening erg gemotiveerd zijn en goed zelfstandig kunnen werken.

Een paar links:

Daarbij, een hbo of universitaire opleiding is iets heel anders dan een middelbare school. Je hebt weinig ‘ruis’ van vakken die je helemaal niet liggen en die je nooit nodig zult hebben. Je hebt specifiek iets gekozen wat je leuk vindt.

Niet onbelangrijk ook: je bent volwassener, je hersenen zijn gerijpt en je weet dus beter wat je wil. Uit onderzoek is gebleken dat het deel van de hersenen waarmee je keuzes maakt en gevolgen kunt overzien (de prefrontale cortex, voor de triviantverzamelaars onder ons) pas na het 24e levensjaar volledig ontwikkeld is. De Maastrichtse hoogleraar neuropsychologie en psychobiologie Jelle Jolles zegt daarover:

‘Complexere vormen van plannen – anticiperen, plannen voor de langere termijn – […] zijn uitgerekend vaardigheden die pas helemaal aan het einde van de hersenontwikkeling gaan rijpen. Datzelfde geldt voor het vermogen om de consequenties van bepaalde beslissingen te overzien. Maar ondertussen moeten adolescenten wel zeer cruciale beslissingen nemen over het studieprofiel dat ze willen gaan volgen.’

Het citaat heb ik overgenomen uit een artikel in J/Malinea ‘School en studiehuis’ (pagina 43 rechts onderaan).

‘Ik heb veel aan je blog, maar soms overweldigt het me ook een beetje. Als ik jouw site lees denk ik: dat kan ik nooit!’

Dat is natuurlijk een fijn compliment, maar wel onverdiend. Het blijft een blog. En dat is geen weergave van de hele werkelijkheid. Zelf lees ik blogs van anderen zo: als stukjes die de schrijver jou wil laten zien.

Alleen, die kennis werkt in de praktijk niet helemaal. Als je onzeker bent of niet lekker in je vel zit, dan lees je in de verhalen van anderen vooral je eigen falen. Je laat je overweldigen door alles wat die ander kan en meemaakt en daar steken je eigen armetierige verhalen op zo’n moment schril bij af. Dat heb ik zelf natuurlijk ook wel ondervonden bij het lezen van andermans blog. Maar dan helpt het om de dingen in perspectief te zien.

Ik heb ervoor gekozen op mijn blog vooral de dingen te laten zien die ik wil onthouden, voor later. Meer dan een dagboek waarin ik mijn twijfels en zieleroerselen zou blootgeven, zie ik dit blog als een fotoboek. Daarin plak je plaatjes van feestjes, mooie gebeurtenissen, vakanties, dagelijkse dingen, hier en daar een gebroken been, momenten die een foto waard waren.

Dat betekent dat het niet de hele realiteit weergeeft. Die indruk kun je wel krijgen omdat alles achter elkaar geplakt staat; alsof we van de ene academische vaardigheid in de andere culturele excursie rollen, maar zo is het natuurlijk niet. Bovendien post ik maar zo’n tien keer per maand, dus er zijn nog twintig dagen over waarop we verder leven.

Daarnaast wil ik met het blog wat meer duidelijkheid geven over een schimmig fenomeen als thuisonderwijs, met links die ikzelf kan gebruiken en waarvan ik hoop dat een ander er ook iets aan heeft.

Gastspreker: de goeroe

21 maart 2010

Om het economische element van dit blog wat op te vijzelen, hieronder mijn volgende Gastspreker.

Hij is hedgefondsmanager en een van de financiële goeroes van De Telegraaf. Kenmerk van goeroes is dat ze er vaak een duidelijke mening op na houden, en ook daarvoor stellen we de zeepkist van het gastsprekerschap ter beschikking. In dit geval een kleine preek voor eigen parochie.

Dames en heren, mag ik een warm applaus voor:

John Hoek

———————

Een zelfstandig bestaan

De belangrijkste doelstelling van het Nederlands onderwijs is om onze kinderen te laten opgroeien tot een zelfstandig bestaan. Dit lukt maar matig, bleek in augustus weer eens uit een artikel in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde. Dat er in Nederland anderhalf miljoen functioneel analfabeten rondlopen (mensen die bijvoorbeeld niet begrijpen wat er in een bijsluiter van medicijnen staat), waarvan tweederde autochtoon, was al bekend, maar dat dit ook mensenlevens kost, wisten we nog niet.

Kennelijk is het onderwijs niet in staat om tien procent van de bevolking gedurende haar leerplichtige periode van dertien jaar te leren lezen. Het dunkt me dat de toezichthouders hier eens wat meer aandacht aan zouden moeten geven. Maar waarschijnlijk hebben ze het te druk met ouders controleren die een extra vrije dag voor de vakantie opnemen. Of met de aandacht van de hoofdzaken af te leiden, en zich te concentreren op een bijzaak, door stampij te maken over één bijna-veertienjarige die geheel zelfstandig de wereld over wil zeilen.

In de tijd dat ik in de middelbareschoolbanken zat, heerste er grote jeugdwerkloosheid. Om ons voor te bereiden op een zelfstandig bestaan in de samenleving, leek het de maatschappijlesleraar nuttig om ons, een maand voordat we de school zouden verlaten, te onderwijzen in het invullen van een formulier voor een bijstandsuitkering. Hoe ik de beste autoverzekering moest uitzoeken, de voordeligste zorgverzekeraar of de goedkoopste energieleverancier, heb ik op school niet geleerd. Wel werd het van belang gevonden om alles te weten van het scheikundige periodiek systeem der elementen. Erg geholpen in mijn zelfstandig bestaan heeft het me tot nu toe niet.

Zo worden de meeste consumenten totaal onvoorbereid de maatschappij ingestuurd, overgeleverd aan adviseurs die maar al te graag het gebrek aan educatie ‘voor niets’ willen wegwerken. En zo kon het ook voorkomen dat Nederlandse consumenten massaal woekerpolissen en effectenleaseconstructies in de maag gesplitst kregen. De totale kosten hiervan worden berekend op zo’n 4 miljard euro. Dat had aanzienlijk lager kunnen zijn indien de afnemers ervan enige kennis hadden gehad van hoe ze financiële producten zouden moeten beoordelen.

Een van de slachtoffers van een woekerpolis hoorde ik op Tros Radar zeggen dat hij er eigenlijk niets van begreep, maar dat er zoveel reclame voor gemaakt werd, dat het volgens hem wel een goed product moest zijn. De les dat de hoeveelheid reclame geen maatstaf is voor de kwaliteit van een product, heeft hij waarschijnlijk nooit gehad.

528

5 maart 2010

We merkten het meteen toen vriend D. woensdagmiddag kwam spelen. Er was iets. Na tien minuten kwam het eruit. ‘Ik heb vandaag mijn citoscore gehad’, zei hij. ‘Ik ben er wel van geschrokken.’

Alle andere voor- en nadelen terzijde schuivend is dit een van mijn hoofdbezwaren tegen onderwijs waar kinderen niet hun individuele talenten mogen ontwikkelen: dat zij na zes jaar gereduceerd worden tot een getal. En een getal als 528 doet in geen enkel opzicht recht aan een jongetje als D.

We hebben het hier over D., die feilloos weet hoe je met mensen moet omgaan. Die iedereen bij het spel betrekt en altijd compromissen weet te vinden.

D. met zijn taalvirtuositeit, zijn enorme gevoel voor humor. Die het heerlijk vindt om verhalen te verzinnen, enthousiast aan zijn opstel werkt, ook al schrijft de juf als enig commentaar: ‘Duidelijker schrijven. Dit kan ik niet lezen.’ Juf weet niet feilloos hoe je met mensen moet omgaan.

D. met zijn onbegrensde hart en zijn torenhoge rechtvaardigheidsgevoel, die petities opstelt en handtekeningenacties organiseert als zijn klas ten onrechte gepasseerd wordt voor een jaarlijks evenement.

D. die speciaal voor Cato’s verjaardag langskomt, met precies de juiste cadeaus. Die van zijn zakgeld een souvenir uit Venetië meeneemt, omdat hij dat ene dingetje ‘echt iets voor Philip’ vond. Die er vervolgens aan denkt om ook iets voor Jet en Cato uit te zoeken.

Die de allerbeste kerstkaarten van de wereld kan schrijven.

En ja, het is ook een beetje een dromer. Maar je moet een vlinder de tijd geven om zijn vleugels te ontvouwen.

Het ergste vind ik dat dit belachelijke getal een deel van zijn zelfbeeld wordt. Zoals bij mijn vriendin, die altijd dacht dat ze dom was, omdat procentsommen en grammatica bij haar niet vanzelf gingen – toen ze elf was. Toen ze er op haar vijfentwintigste nog eens naar keek, snapte ze het wel. Hoe kon dat nou, zij was toch iemand die dat soort dingen niet begreep? Hoeveel dingen ze niet eens geprobeerd heeft, omdat ze dacht dat ze het toch niet kon.

Waarom zijn procentsommen belangrijker dan creativiteit? Is kennis van de Nederlandse grammatica op je twaalfde een belangrijkere factor voor geluk en succes dan muzikaliteit, inlevingsvermogen, filosofisch inzicht? Als je van alle dieren op de wereld de habitat weet en in welke werelddelen zij voorkomen, dan kun je toch een citoscore halen waarbij diverse leerwegen bij voorbaat afgesneden zijn, want wereldoriëntatie telt niet mee voor de toets.

Het filmpje dat ik hier plaatste is bekend, maar niettemin nog steeds veelzeggend. Voor wie liever Nederlands leest, staat hier een vertaling.

Ik moest ook denken aan het iq-puzzeltje dat de wiskundemeisjes een tijdje geleden plaatsten. Vergeet vooral niet de oorspronkelijke links van Tanya Khovanova te lezen.

D. heeft woensdagavond bij ons gegeten en we hebben gevierd dat hij onze vriend is. Ik hoop dat hij nooit, nooit vergeet dat hij alles kan worden wat hij wil. De wereld smacht naar mensen zoals hij.