Victoria en Monica

13 september 2017

Dit is Victoria. Victoria is vijf jaar. Hier is ze aan het kleuren. Voordat Victoria ging kleuren, heeft ze eerst gespeeld dat haar broertje een poesje was, en zij de baas. Ze heeft wat yoghurt gegeten, een halve pannenkoek en een handje of twee, drie, vier chocoladepepernoten.

Ze heeft gespeeld met haar verzameling paarden van playmobil en ze heeft gekeken hoe de schoorsteenveger bij ons aan het werk was. Ze hielp met het uitruimen van de vaatwasser, luisterde naar het verhaal over de jongen uit Naïn en bouwde een boot van twee grote stoelen. Daarna las haar grootste zus voor uit Dichter bij de dieren en rijmde ze mee met Rudy Kousbroek en Leo Vroman.

’s Middags zette Victoria een cd op van van Johnny Jordaan, want ze galmt graag op ‘Kleine Nico uit de steeg’, en daarna at ze een boterham met geitenkaas en komkommer. Ze vertelde over haar zwemles in badje twee, memoreerde dat ze gisteren nog geskeelerd had bij de woensdagmiddagclub en vond het grappig dat een meisje van haar gym óók bij haar op ballet zit.

Ze keek mee met haar tienjarige zus naar een filmpje over de Gouden Eeuw en Michiel de Ruyter en ze had zin om te rekenen en te schrijven. De letter m wil alleen nog niet zo lukken.

Omdat het bleef regenen, ging ze weer verder kleuren. En terwijl ze twijfelde tussen de lichtpaarse en donkerpaarse stift, vroeg Victoria of ik nog een extra hoofdstuk wilde voorlezen over Laura en Mary die juist de ijskoude winter van 1881 hadden overleefd in South Dakota. Zelf nam ze nog een handje pepernoten.

En dit is Monica. Monica is vier jaar. Een jaartje jonger dan Victoria.


Foto: Alex Crawford.

Van Monica zijn niet zo veel foto’s waarop ze aan het kleuren is, want Monica delft kobalterts in een Congolese mijn. Wisten we al, ‘kinderarbeid voor de batterij van je smartphone’. Maar terwijl ik met Victoria aan tafel zat en de juichende aankondigingen las van nieuwe telefoons, annunciaties bijna, moest ik even aan Monica denken.

  • Gill Lewis schreef een mooi boek over de kobaltmijnindustrie: Gorilla Dawn. Hier een recensie.
  • Hier en hier zie je Monica aan het werk:

 

 

 

Verheffing des volks

19 mei 2017

Soms is het kunst, een reclamefilmpje. En zeker tot verheffing des volks.

Het is een boodschap die je niet vaak genoeg kunt horen, sommige seizoenen nog een beetje vaker dan andere. Dr. Seuss schreef het al in 1973 en Bette Westera maakte er een magnifieke vertaling van, met volledig nieuw rijmschema en seussiaans idioom, weergaloos vloeiend en vindingrijk: heb jij wel door hoe gelukkig je bent? En o, open deur, de boodschap is meer dan ooit van toepassing op welvarende Westerse kindertjes en volwassenen.

Het boek begint zo:

Voel je je zielig? Zit alles tegen?
Voel je je miezerig, voel je je moe?
Zie je alleen nog maar wolken en regen?
Spreek dan jezelf ogenblikkelijk toe:

Maak je niet druk Ukkie.
Spreek van geluk, Ukkie.
Spreek van geluk en wees blij.
Sommige mensen zijn minder gelukkig,
meer nog dan min of meer zeer ongelukkig,
veel minder gelukkig dan jij!

Dan volgt een stroom pechvogels die het pas echt slecht hebben.

Knapperdammer knooppunt.

Wees blij dat je niet vaststaat op het Knapperdammer knooppunt,
gezeten op een muilkameel, of in een knoets, of lopend.
Of ergens in Verweggis woont (alleen al het idee!),
met hier de kamer waar je slaapt en ginder de wc

(waarbij slaapkamer en wc gescheiden zijn door een stelsel van torens en trappen waar Esscher jaloers op zou zijn).

Nou ja, zo kennen we natuurlijk allemaal een Knapperdammer knooppunt waarmee we ons troosten. Wie heeft zijn kind nooit gewezen op mensen die het zoveel minder hebben? Deze blijft natuurlijk geweldig:

Maar wat nou als je toevallig wel iemand bent die vaststaat in de Knapperdamse file? Of als maïspap voor jou een feestmaal is? Dan kun je iemand vinden die het nog slechter heeft – die nog verder in de file staat of helemaal geen maïspap heeft, en je daar dan aan optrekken. Maar hoe waar de boodschap van Seuss ook is, als je het alleen moet hebben van de vergelijking met anderen, ben je al snel de sjaak. Want er zijn natuurlijk ook een hoop mensen die het zoveel béter hebben dan jij. Die wel naar Thailand op vakantie kunnen. Die überhaupt op vakantie kunnen. Die wel merkluiers kunnen kopen. Die wel een baan hebben. Die wel een kind hebben dat luistert.

En dan blijft er niks meer over van een blij rijmschema met opbeurende woorden. Dan krijg je het gevoel dat jij ook recht hebt op vakantie. Dat je recht hebt op dat plasmascherm. En dan krijg je dit, zoals afgelopen week op Black Friday, die altijd vreugdevolle start van het feestseizoen:

Ziet u daar mensen die doorhebben hoe gelukkig zij zijn?

Je kunt ook een andere insteek kiezen. Je kunt ook proberen dankbaar te zijn onafhankelijk van je omstandigheden. Onafhankelijk van wat andere mensen bezitten, onafhankelijk van waar jij denkt recht op te hebben. Dat is niet gemakkelijk, hoor, vind ik. Maar het is gewoon de enige manier.

Afgelopen donderdag was het Dankbaarheidsdag, zo leerde ik uit de nieuwsbrief van Blendle. Ik wist natuurlijk dat het in Amerika Thanksgiving was, Dankzéggingsdag. Maar van een Nederlandse dankbaarheidsdag had ik nog nooit gehoord. Het was een initiatief van het tijdschrift Psychologie, want het is al lang bekend dat dankbaar zijn een hele goede keuze is. Als je je blik goed richt, is er serieus altijd iets om dankbaar voor te zijn. Voor een rustig moment in een drukke dag. Voor zonlicht dat door het raam naar binnen schijnt. Voor de mogelijkheid om je geduld te oefenen.

Laatst vroeg Cato (9) of zij eens voor de schoencadeaus mocht zorgen. Ze had mij horen klagen over druk-druk-druk en ‘o man, dan moet ik ook nog wat verzinnen voor in die schoen’ – een ware geest van dankbaarheid, zeg maar. Nou is Cato sinds jaar en dag kampioen Cadeautjes en Attenties, dus voor het vullen van zeven schoenen draait ze haar hand niet om. Daarbij had ze geld van oma gekregen en vindt ze pinnen met haar eigen pas zo’n beetje het stoerste wat er is: één en één is twee.

En zo stonden er de volgende morgen zeven werken van barmhartigheid voor de haard: glitterhaarspeldjes voor de vierjarige zus die steeds langere lokken krijgt, een kookwekker voor de veertienjarige zus die zo van bakken houdt – voor iedereen iets specifieks. Zelf kreeg Cato een zakmes, Philips oude mes. Het übercoole Zwitserse mes in camouflagekleuren met dertien onderdelen, waaronder schaar, zaag én tandenstoker, waar Cato al jaren op aast. Toen Philip (17) hoorde dat zijn zusje de schoenen zou vullen, vond hij dit het moment om zijn zakmes door te geven. Als Seuss nog geleefd had, zou hij er een wijze les aan verbonden hebben. Ik vond het genoeg om in te zien hoe gelukkig we zijn.

De aanslag

22 november 2016

Bron: @JasperMooren

Zeven weken met Jakob (6)

15 september 2015

‘Gaat het schoolwerk nou gewoon door, met de nieuwe baby?’ Als ik een euro kreeg voor iedere keer dat die vraag gesteld werd, waren we nu verhuisd naar de Eikenhorst.

Ik moet zeggen: het leidt natuurlijk wel af, zo’n schatje.

Maar het korte antwoord is: ja, ook met een baby gaan de lessen door. Ware het niet dat deze baby vlak voor de zomervakantie geboren is en de werkboeken niet vanwege hem, maar vanwege zon, zee, slaapzakken en luchtbedden al opgeborgen waren. Toch werden er nog wat losse eindjes afgehecht; dat geeft meer voldoening als je daarna op dat strand ligt.

Zo rondde Jet de complete Duitse cursus af van Rosetta Stone:

En Philip stapte over van thuisonderwijs-met-het-hele-gezin naar highschool op afstand. Omdat dergelijke constructies in Nederland nog niet bestaan -met uitzondering van de Wereldschool, à raison van zevenduizend euro per jaar, waarbij ik met m’n vijf kinderen verwijs naar de Eikenhorst hierboven- zijn we weer uitgeweken overzee. In het buitenland zijn ontelbare mogelijkheden om je diploma online te halen; zoek op ‘high school diploma online’ en er gaat een wereld van solide, geaccrediteerde opleidingen voor je open.

Philip doet het via een school in de Verenigde Staten. Je kunt op die manier in één of twee jaar klaar zijn, maar dat is volgens mijn zoon voor mensen zonder leven. Waar laat een normaal mens anders zijn vrienden, vriendinnetje, bijbaan en drumsessies in een jazzband? En laten we wel wezen, zo’n lichaam krijg je niet als je boven je algebra hangt. Kortom, we mikken op drie jaar. En Nederlands, poëzie en voorlezen doen we nog gezellig met z’n allen, dus de gezinscharme van thuisonderwijs blijft nog even bestaan.

Maar alle officiële studievorderingen terzijde, je kunt je natuurlijk afvragen of er ook zonder werkboeken niet geleerd wordt. Is dit niet belangrijk?

Jet (13) en Victoria (3). Foto: © Gerdine

Of dit?

Cato (8) zoekt (en vindt) krabbetjes met vriendinnen.

Of dit?

Philip (16) en vriend D. (17) met 557,92 km voor de boeg.

Persoonlijk vind ik een week fietsvakantie leerzamer dan twee jaar Nederlandse grammatica. Het een hoeft het ander niet uit te sluiten, hoor, maar als je nou eens niet met je neus boven het studievaardighedenplan en de leerdoelen blijft hangen, vijf stappen achteruit loopt en nadenkt, echt nadenkt waar het nou om gaat, wat is dan belangrijk?

Zelf je fietsroute uitstippelen, die halverwege wijzigen omdat de weg te saai blijkt, veerdiensten checken, genoeg water meenemen, op het laatste moment slaapplaatsen regelen, je neus stoten op een bonnefooicamping en twintig euro verliezen; daar leer je van. Mits op eigen initiatief. Als ik de opdracht had gegeven: ‘Plan een fietsvakantie met je vriend. Bereken de kortste route van Schoorl naar Assen, via Bolsward en Roodeschool, maak een paklijst en een budget en houd rekening met tegenvallers’, dan had het zijn doel voorbijgestreefd.

En om meteen maar even door te gaan: is bessen plukken minder leerzaam dan een biologiewerkblad invullen? Zelf cakejes bakken, die mislukken omdat je het bakpoeder vergeten was, wat je dus nu nooit meer vergeet? Een huilende baby troosten? Ja dus, de lessen gaan gewoon door met een nieuwe baby. In sommige gevallen is die baby zelf de les.

Eigenlijk zeg ik dit vooral voor mezelf. De kunst is om het te blijven zien. Vooral ikzelf. Om dat voldane gevoel niet pas te krijgen nadat ik zes uur Amerikaanse geschiedenis, werkwoordsvervoegingen, Duitse woordjes, schoonschrijven en celbiologie heb weten te jongleren in een opgeruimd huis, keurig gevouwen was en een biologische maaltijd, waarna ik drie kinderen heb afgezet op sociaalverantwoorde clubjes en de rest van de avond kan doorbrengen met mijn echtgenoot. De kunst is om het te zien terwijl de achtjarige is uitgeschoten met voedingskleurstof bij haar knutselproject, terwijl ik de telefoon van mijn zestienjarige uit zijn rechterhand moet beitelen, terwijl er nog honderdvijftig geboortekaartjes liggen te wachten en mensen zeggen: ‘Ik dacht al, wat raar, geen kaartje’, terwijl er niets terechtkomt van mijn dagplanning, omdat de baby zich met minuscule vingertje heeft vastgegrepen aan mijn shirt en onder geen beding neergelegd wil worden. Dan is het de kunst om de les in alles te zien.

Pas als ik op die manier kijk naar omgevallen beslagkommen, boze dertienjarigen en buikkrampjes, dan zie ik weer waar het eigenlijk om gaat. Dan zijn de zeven weken met Jakob er ineens dertien geworden en denk ik: ik zou niet anders willen.

Zeven weken met Jakob (5)

27 augustus 2015

En toen gingen we verhuizen. Want het is natuurlijk enig, vijf schatten van kinderen, maar ze hebben ook allemaal vijf paar schoenen. Of vijftien. En winterjassen. En skeelers, fietsen, een speelkeukentje, zestien jaar lang gespaarde lego, een hobbelpaard, twee kuub knutselspulletjes en een verzameling halters waar het fitnesscentrum van een middelgrote gemeente jaloers op zou zijn. Dat moet je toch ergens kwijt.

Aangezien de meeste dingen in het leven niet te plannen zijn, viel de sleuteloverdracht net na de kraamweek, samen met de komst van honderdvijftig verhuisdozen. Ik overwoog mij een maandlang achter het slaapkamergordijn te verschansen, ademend in een boterhamzakje, maar gelukkig zorgt borstvoeding voor de aanmaak van oxytocine, beter bekend als het knuffelhormoon.

In deze toestand van babysnuffelende apathie pakten wij dozen in, zochten vloerkleden uit, maten vensters op, sopten keukenkastjes, zogen huisdierenresten achter verwarmingen vandaan, legden vloerbedekking, koesterden een warme band met de mannen van grofvuil en kringloop, picknickten op kale vloeren en lazen boekjes voor,

alles tussen de voedingen, verschoningen, slaapjes en bekkenbodemspieroefeningen door.

Gelukkig hadden we veel hulp van familie en vrienden. Mensen die meer wisten van het verschil tussen schrobvaste muurverf en houtlak op waterbasis dan wij. Die met gevaar voor eigen leven zingend ons leuke nieuwe trappenhuis van zes meter hoog verfden, drempels schuurden, stopcontacten verwijderden (en weer terugplaatsten, dat ook), gordijnroedes en lampen ophingen, eindeloze vierkante meters muur afsponsden met ammonia en ze daarna schilderden in die ene, subtiele kleur witachtig geel met beige ondertoon. Uiteraard onder het alziend oog en met fijne assistentie van Victoria.

En iedereen weet hoeveel sneller het gaat als een driejarige meehelpt.

Na drie weken was de klus geklaard. Deze is nog speciaal voor alle zestienjarig meisjes uit onze kenniskring die helaas verhinderd waren:

Zo’n verhuisdag is merkwaardig. Het oog van de storm. Ik was vaker verhuisd in mijn leven, maar nooit eerder met vijf kinderen. Wekenlang ben je zestien uur per dag bezig geweest en ineens is daar de deadline.

Tillen sterke mannen je inboedel naar binnen, stromen de kamers vol dozen en meubels en woon je in een huis dat je tot dan toe alleen nog in poedelnaakte toestand had gezien. Blijkt die zorgvuldig getekende plattegrond met op schaal uitgeknipte kasten, stoelen en banken nergens op te slaan, want in het echt ziet het er heel anders uit. Ben je nog een dag bezig om de loeizware mahoniehouten boekenkasten te verschuiven die de verhuismannen (‘Waar moet deze, mevrouw? Snel!’) al op hun plek gezet hadden. En dan zijn er dus die eindeloze rijen dozen. Er was een moment waarop ik bij het woord ‘doos’ schreeuwend met borden wilde gooien, maar uiteindelijk stond alles op z’n plaats.

De eerste nachten zijn onwennig, lig je met ronde ogen naar een vreemd plafond te staren en hoor je twee keer per nacht trippelvoetjes naderen omdat er meer mensen zijn voor wie alles onwennig is. Maar als de boekenkast is ingericht, de eerste vrienden en vriendinnen zomaar weer even aanwippen,

het eerste knutselproject weer begonnen is,

Tie-dye picknickkleed in wording.

de eerste koekjes gebakken en de eerste pan soep weer gemaakt is,

dan begint het vanzelf als thuis te voelen.

Zeven weken met Jakob (3)

18 augustus 2015

Vooral in de eerste weken, als alles nieuw is en de verwondering hoog zit, zou je het liefste niets anders doen dan zo’n kindje vasthouden. Je ogen vastgeklonken in de zijne, ieder trekje in je opnemen en alleen maar kijken, vasthouden, kijken.

Maar er is nog zo veel meer om naar te kijken.

Een jaarlijkse belevenis (Est. 2011) die niet zomaar overgeslagen wordt.

Eerst is het weer even inkomen. Als je in beslag genomen bent door een nieuw mens in je leven, is omschakelen onwerkelijk. Alsof je na de middagvoorstelling de bioscoop uitloopt en vergeten was dat het klaarlichte dag is. Dan moeten je ogen wennen.

Maar als het aanzicht de moeite waard is, went dat gauw. Zodra je juf Jet ziet opkomen met een snoer kleuters achter zich aan, zit je er helemaal in.

Met als klap op de vuurpijl een stralende Cato, die weinig van klassiek ballet moet hebben, maar voor wie de beats per minute er niet snel te veel zijn.

Er was een hele rij persoonlijke toeschouwers op komen draven. Ik kon er zelf niet bij zijn, maar ik zag m’n dansende dochters voor me. Funky Cato, vrij en onverveerd. En Jet, die als een schaapherder piepkleine ballerinaatjes het podium op schoof en als souffleur van grotere ballerinaatjes dienstdeed, zodat het corps de ballet bijna synchroon danste.

De finale, met traditiegetrouw ‘Fame’ door de luidsprekers. You ain’t seen the best of me yet. Zoekende blikken, om te zien of je jouw fans in het publiek kunt ontdekken. People will see me and cry.

Bij de finale komen de juffen altijd op de eerste rij staan, om een extra applaus in ontvangst te nemen voor choreografie en bewezen diensten. Jet hoort daar niet bij, omdat ze met haar dertien jaar niet zelfstandig een groepje mag leiden. Maar halverwege ‘I’m gonna live forever’ werd ze naar voren geroepen. Ze dacht eerst dat er iemand anders bedoeld werd, zei ze later. Maar het moest echt Jet zijn, voor een persoonlijke ovatie – ze was er beduusd van.

Ik zag het voor me. Het mag dan heerlijk zijn om een baby’tje van een paar weken vast te houden, het is minstens zo heerlijk om een achtjarige en een dertienjarige in je armen te houden. Je ogen vastgeklonken in die van hen en te kijken, vast te houden en te kijken.