Foto: de Volkskrant, 11 april 2018.

‘Inspectie slaat alarm: onderwijs glijdt af.’

‘Vooral lezen en rekenen punten van zorg in onderwijs.’

‘Het onderwijs in Nederland holt al twintig jaar achteruit. Inmiddels komen er jaarlijks 3.500 leerlingen van de basisschool af die – na acht jaar les – niet goed kunnen lezen. Die scholieren zijn laaggeletterd; een stapje boven analfabeet.’

‘Op het gebied van lezen is er een sterke achteruitgang te zien. Dat hangt deels samen met matige betrokkenheid die leerlingen voelen bij de leesles.’

‘Een verklaring voor de sterke daling heeft de inspectie niet. “We dachten eerst bijvoorbeeld dat de groep laaggeletterden asielzoekerskinderen waren, maar die zijn buiten beschouwing gelaten in dit onderzoek,” stelt een woordvoerder.’

Een greep uit Volkskrant, Nu.nl, AD en Trouw deze week. Zo zie je maar, let je even niet op, loopt het meteen uit de klauwen.

Die twintigjarige neerwaartse spiraal krijg je niet weg met zuchten, zuren en hoofdschudden. Want of je kind nou op school zit of op een zeilboot buiten de vaderlandse territoriale wateren vaart, of je thuisonderwijs geeft in een Hollandse stadswijk of in ruraal Friesland, we weten allemaal allang wat we moeten doen. Lezen, lezen, lezen en voorlezen.

Weet u het nog? Een kwartiertje lezen per dag, zorgt voor duizend nieuwe, extra woorden per jaar.

Dat is geen punt van discussie en het is ook geen goedbewaard geheim; iedereen is het erover eens en iedereen weet het: als je wilt dat mensen kunnen lezen, moet er gelezen en voorgelezen worden. Daar is geen innovatieve onderwijsmethode of kunst- en vliegwerk bij nodig, want dat resulteert alleen maar in die ‘matige betrokkenheid die leerlingen voelen bij de leesles’. Het enige wat ervoor nodig is, is: tijd om samen door te brengen en mooie boeken.

Ik heb uit mijn geheugen en halfvergane conceptstukjes wat titels opgeduikeld, om ideeën op te doen. Er zitten heel oude boeken bij en heel nieuwe, voor jonge kinderen en oudere, maar alle boeken hebben gemeen dat wij ze mooi vonden. Ik heb getwijfeld of ik ze zou sorteren op ‘nog leverbaar’ en ‘wordt schandalig genoeg niet meer uitgegeven’, maar uiteindelijk ben ik gegaan voor een indeling op ongeveer-leeftijd. En wat betreft alle uitverkochte exemplaren wil ik maar zeggen: lang leve de bibliotheek.

We beginnen met de kleintjes. Deze zag ik in de bak met prentenboeken in de bibliotheek en ik vroeg me af: waar was Mo Willems al die tijd? Blijkt dat hij er al jaren is, maar me niet was opgevallen tussen de vierhonderdduizend beertjesboeken met variaties op hetzelfde thema.

Stuur die duif op tijd naar bed! is een voorleesboek in het interactieve genre – de voorgelezene functioneert als babysitter van een eigenwijze duif. De duif moet naar bed, maar verzint allerlei uitvluchten om niet te hoeven slapen. Aan de lezer om de poot stijf te houden – succes verzekerd.

De duif-reeks bestaat uit een stuk of negen deeltjes, maar in het Nederlands is alleen nog vertaald: Laat die duif niet achter het stuur! waarbij een buschauffeur vraagt of je op zijn wagen wil letten, terwijl de duif je probeert over te halen om even te mogen rijden.

Het verbaast me dat er niet meer van Mo Willems in het Nederlands taalgebied is genesteld. The Pigeon Needs a Bath en The Pigeon Wants a Puppy lijken me bijvoorbeeld net zo leuk.

Het wordt dus uitwijken naar de originele versies van Willems. Ze zijn trouwens ook kort genoeg om al lezende te vertalen. En alleen al vanwege de titel wil ik deze dan ook lezen: Edwina, The Dinosaur Who Didn’t Know She Was Extinct.

Dan Het boek zonder tekeningen van B.J. Novak. Na drie jaar sudderen in mijn conceptenmap is de bekendheid van het boek allang tot grote hoogten gestegen, maar als je het nog niet kent: blader ‘m voor het lezen eerst zelf door, zodat je weet wat er van je verwacht wordt. Het boek drijft namelijk op de voorlezer. Bij Victoria (destijds 4) was het een hit. Inmiddels hebben wij hem zo vaak gelezen dat zelfs mijn puikste Toon Hermans-timing nauwelijks nog effect sorteert, maar de kleuterziel indachtig zal ik er over een paar maanden vast opnieuw een poelifinario mee in de wacht slepen.

Och, deze is zo leuk: De kat van Saar van Emily Gravett. Ik zeg er verder niks over, maar de tekst en tekeningen zijn, zoals het een goed prentenboek betaamt, een echte eenheid.

Ssst! We hebben een plan van Chris Haughton. Favoriet van Jakob (2). We kenden Haughton natuurlijk al van Mama kwijt en dit is in dezelfde repeterende stijl. De ene keer werkt het beter dan de andere (Stoute hond! en Welterusten allemaal vind ik minder geslaagd), maar deze is heerlijk. Prachtige platen ook.

Nog meer mooie tekeningen in Hoera, er is post! van Marianne Dubuc. Victoria (toen 4) raakte niet uitgekeken en wij voorlezers gingen er graag nog eens voor zitten. De tekst had weggelaten mogen worden, al is die niet storend; maar de prenten doen het echte werk. Postbode Muis brengt de post rond; niks geen e-mails, maar heuse brieven en pakketjes aan de deur (postbode Slak was nog leuker geweest voor de snailmail, bedenk ik nu) en wij mogen meekijken in de huizen van de geadresseerden.

Het konijn heeft een daktuintje, waardoor de worteltjes en radijzen uit het plafond groeien, de ekster verschuilt zich in de boomkruin boven zijn eigen ‘Gezocht!’-poster en de vlieg woont in een drol.

Nu we het toch over Dubuc hebben, De leeuw en het vogeltje is natuurlijk ook prachtig. Het thema is zo oud als de weg naar Rome: vriendschap, afscheid en hoop, maar dan met tekeningen waar je naar blijft kijken. Een verstilde, lieve schoonheid.

Het volgende prentenboek lazen we al met Jetje (momenteel een heuse Jet van 16), maar blijft tijdloos: Jamela’s jurk van Niki Daly. Onbegrijpelijk dat sommige boeken niet blijvend in druk zijn. Het heeft alles: een echt kind, een herkenbare gebeurtenis, veel blijheid en goede wil, een klein crisismoment, groot verdriet, troost, een oplossing, uitbundige verzoening en opnieuw blijheid. En dat allemaal in illustraties en kleuren die zo van de bladzijde je hart in glijden.


Mollenstad van Torben Kuhlman. Z’n andere boeken zijn even adembenemend geïllustreerd, maar deze spreekt hier het meeste aan. Vooral mijn esthetisch-poëtische achttienjarige is gecharmeerd van de beeldende geschiedenis: het prille begin op een grasveld in de lentezon, daaronder de eenvoudig gelukkige, vredige mollengemeenschap die langzaam uitgroeit, via industrialisatie en voortschrijdende technologie, tot een bureaucratische moloch van individualistische wezens die aan zichzelf zijn overgeleverd. Maar gewoon aangeklede molletjes bekijken met je vierjarige is ook leuk.

Vast van Oliver Jeffers (hij van de tekeningen bij De krijtjes staken). De vlieger van Fred zit vast in de boom. Fred gooit zijn schoen om de vlieger los te krijgen, maar de schoen blijft ook steken. Dan gooit Fred de kat naar boven.

Jeffers heeft meer parels: Once Upon An Alphabet en gelukkig ook eindelijk vertaalde Die eland is van mij en Het hart in de fles (die laatste is lief bij groot en klein verdriet). Maar Vast is gezellig voor iedereen vanaf een jaar of drie. Zoals de schrijver zelf zegt: ‘Het boek gaat over het oplossen van een groeiend probleem door er dingen naartoe te gooien.’ Wie herkent het niet?

Niet brullen in de bieb van Michelle Knudsen en Kevin Hawkes (ill.). Een instant-klassieker. In mijn beleving was het boek al vijftig jaar oud, ben ik er zelf mee opgegroeid en lezen we het sinds mensenheugenis voor, maar ik zag dat laatst dat ie pas uit 2007 was. Zo’n boek dus.

Deze is ook zoet: Sidewalk Flowers van JonArno Lawson en Sydney Smith (ill.). De maatschappijkritiek ligt er als een laag geraffineerde kristalsuiker bovenop, maar dat geeft niks. Het blijft een lief verhaal over een meisje dat met haar vader door de stad wandelt.

De vader loopt routineus, schijnbaar uit gewoonte, is in gedachten of praat door zijn telefoon. Beetje gedateerd inmiddels, want wie praat er nog in de telefoon als je ook lekker vrijblijvend kunt appen, maar dat wisten ze in 2015 nog niet. De vader heeft weinig gerichte aandacht voor zijn dochter, maar houdt haar wel bij de hand en wacht als zij ergens blijft hangen. Een doordeweeks wandelingetje van school naar huis, een automatisme. Het meisje plukt ondertussen overal bloemetjes langs het trottoir. Zoals dat gaat met kleine kinderen: ze heeft oog voor het kleine, de schoonheid tussen de tegels.

Het boek is woordloos, dus het maakt niet uit of je de originele of de vertaalde versie neemt. Zelf vind ik de Nederlandse titel Blommetjes minder goed passen, omdat het de associatie oproept van ome Piet die een ruiker haalt voor tante Sjaan bij bloemboetiek ‘De Lelie’, maar dat is vast persoonlijk. Sidewalk Flowers dekt de lading in ieder geval zeker.

Nu we weer een voorleesbaar jongetje in huis hebben, is het zaak om boeken in huis te halen met grondverzetmachines, vrachtwagens en 112-voertuigen. Als je een combinatie daarvan treft, een verhaal op een bouwerf met én een hijskraan én een politieauto, dan weet je vrij zeker dat het in de roos is. Mooi tegenwicht voor de bloemetjes, muisjes, leeuwtjes en Jamela’s jurkjes: Kom uit die kraan!! van Tjibbe Veldkamp en Alice Hoogstad.

Geen lijstje compleet zonder Sylvia Vanden Heede. Deze keer met illustraties van Benjamin Leroy: Een afspraakje in het bos. Ik citeer gewoon het begin, dan weet je genoeg.

‘Ik heb een afspraakje’, fluisterde de vleermuis. 
Ze hing boven de tak waarop de ijsvogel zat. En ze bloosde een beetje.
De ijsvogel keek misprijzend naar omhoog.
‘Alweer? Laat me raden. Deze keer is het de koperwiek. Of nee, de tapuit of misschien de roerdomp wel. Waarom blijf je niet bij je eigen soort?’
‘Maar dat doe ik ook!’ piepte de vleermuis en ze bloosde nog dieper. Wat had ze ooit in de ijsvogel gezien?

En vers van de pers meteen ook deze maar, het Feestboek van Vos en Haas.

Een beetje dezelfde thematiek als Sidewalk Flowers hierboven, maar dan op de onnavolgbare wijze van de grande dame van het eenlettergrepige woord. Er is feest in het bos, want Piep, Tok en Iek zijn op visite.

Iedereen lacht en praat en heeft plezier.
Maar Iek niet.
Iek zit onder een boom met draadjes in zijn oren.
Hij kijkt naar een ding dat ‘ping’ zegt.
‘Dat is zijn smartfoon’, legt Tok uit.
‘Daarmee zit hij op zijn feesboek.’
Uil vindt het maar gek.
Op een boek zit je niet.
Daar heb je stoelen voor! 

De kinderen van Bolderburen van Astrid Lindgren. Behoeft geen aanbeveling, maar ik zet hem erbij als herinnering. Voor een verhaaltje tussendoor. Of een verhaaltje op een zomeravond. Verhaaltje op een druilerige middag. Verhaaltje om te lachen. Verhaaltje voor het slapengaan. Ook handig met logees, zodat ze niet halverwege in het vaste voorleesboek vallen. En natuurlijk ook geschikt als zelfleesboek: Cato (11) heeft hem pas nog in anderhalve dag uitgelezen.

Non-fictie van de bovenste plank: Onder de grond, onder water van Aleksandra en Daniel Mizielinscy. Atlas was al zo mooi, maar deze is nog beter. Van zoet water en zout water, van vulkanen en mierenhopen, aardgas en riolering, diepzeevissen en boorplatformen – zonder dat het een inhoudsloos samenraapsel is. Als je een kind een maand naar een onbewoond eiland stuurt met alleen dit boek, dan heb je de helft van alle kerndoelen basisonderwijs in de tas.

En dan Toon Tellegen. Ach, Toon Tellegen. Al die herfstochtenden met de Eekhoorn en de Mier. Al die autoritten naar de geitenboerderij en het zoveelste uitje met thuisonderwijskinderen, met een klein Philipje op de achterbank, terwijl we samen de heen- en terugreis lang luisterden naar de stem van Tellegen zelf:

‘Ik heb een keer mijn reuk gebroken’, zei de krekel.
‘Je reuk? Hoe kan je die nou breken?’ vroeg de eekhoorn.
‘Alles kan breken’, zei de krekel. ‘De grond, de golven, de stilte, je voet, je stem. Dus ook je reuk.

Toon Tellegen is goed voor iedere gelegenheid. En nu is er Op een ochtend, vroeg in de zomer, met een traktatie aan tekeningen van Sylvia Weve. Ik moet er eerlijkheidshalve bij zeggen dat Philip (nu 18) meteen ook m’n énige kind is dat Toon Tellegen op waarde weet te schatten. De rest zit hem min of meer uit. Beleefdheidshalve luisteren ze naar twee verhalen. Drie als ik er thee en koekjes tegenaan gooi. Dan is hun eekhoorn-everzwijn-olifant-aardvarken-taks bereikt en kan ik het rollen der ogen niet langer negeren. Maar het is de moeite waard.

De allerbeste combinatie met illustrator Jean-Jacques Sempé blijft natuurlijk Goscinny, want dan krijg je een kleine Nicolaas, maar deze mag er ook zijn: De kleine ballerina van Sempé met Patrick Modiano. Een prentenboek voor grotere kinderen (vanaf een jaar of negen) en volwassenen, met weemoedige tekeningen van een voorbij Parijs uit de jaren vijftig van de vorige eeuw.

Brendon Chase, drie jongens overleven in het bos van B.B. (pseudoniem van Denys Watkins-Pitchford). Een onvervalst avontuur, na zeventig jaar eindelijk vertaald in het Nederlands. Het boek werd in Engeland uitgegeven in 1944, maar het verhaal van de drie broers (15, 13 en 12 jaar) speelt zich eerder af, in een niet nader genoemd jaar – waakzame lezers denken dat het 1922 moet zijn, want in het boek komt een brief voor die geschreven is op een vrijdag, en gedateerd wordt op 20 oktober. Kwestie van opzoeken. Brendon Chase stamt in ieder geval uit de tijd waarin jongens nog in bossen rondstruinden, wegliepen van oude tantes, hutten bouwden in oude eikenbomen en kleren maakten van dierenpelzen, overlevend op zelfgevangen wild en vis.

Jef Aerts, Vissen smelten niet. Ik heb getwijfeld of ik deze zou noemen, want Jette vond het een vervelend boek. Maar ja, tegenover ieder anekdotisch bewijs kun je een tegenbewijs zetten, en ik vond het boek wel mooi, dus ik noem hem toch. Beetje surrealistisch (het landschap), beetje verdrietig (een depressieve vader), beetje ongeloofwaardig (de clou) en toch een mooi, ontroerend verhaal over familie, vriendschap, moed en ach, die grootste aller dingen: de liefde.

Deze vond Jet dan weer wel mooi: Lieve Langbeen van Jean Webster. Hartstikke oud, maar niet stoffig. Een klassieker dus – op alle internationale leeslijsten te vinden als Daddy Longlegs. Voor dromerige meisjes vanaf een jaar of 13, 14, 17, 25.

Shel Silverstein, Lafcadio, de leeuw die terugschoot. Ik dacht dat mijn herinneringen aan dit boek vooral gekleurd waren door een heerlijke kampeervakantie in Limburg twee jaar geleden, maar toen ik laatst aan hen vroeg wat zij ook alweer zo leuk vonden aan het boek, waren ze nog steeds allemaal onverminderd enthousiast: het is vooral zo grappig. En dat is het ook. Dat ik het verhaal onmiddellijk associeer met zoele, harmonieuze zomeravonden, rode wijn, doorlezen onder de luifel boven het geraas van regen uit terwijl een juli-onweersbui de lucht klaart, en ontbijten met broodjes uit het campingwinkeltje, dat is maar bijzaak. Silverstein is een rasverteller en Lafcadio is daar een vrucht van.

Geen week zonder gedichten en met deze kun je maanden vooruit: Rond vierkant vierkant rond van Ted van Lieshout. Zo veel poëzie dat je vanzelf alles gaat zien in trocheeën, jamben en anapesten. Cato, Philip en Jet (destijds respectievelijk 9, 17 en 14 jaar) pakten het boek onafhankelijk van elkaar uit de stapel bibliotheekboeken. Zo handig, vonden ze alledrie, die uitleg over dichtvormen en versvoeten. Fascinerend om de dichter al schrappend en verbeterend aan het werk te zien. En het geeft de burger moed, want zo zie je dat je niet als Vasalis geboren hoeft te worden en de gedichten poef, kant en klaar te voorschijn komen. Het is vakmanschap. En vakmanschap kun je leren. Leg er wat Annie M.G. bij, wat Bette Westera en een bloemlezing met een beetje Elsschot, Nijhoff, Bloem en Beets, en Ted van Lieshout laat zien hoe het komt dat je zo verrast of ontroerd wordt, of waarom je moet lachen. Een dichter wil dat je ‘de woorden proeft alsof je ze nooit eerder gezien hebt.’

Meer inspiratie nodig? Pak dan Het boekenboek van Mirjam Noorduijn en Veerle Vanden Bosch. Half internet in één boek. Nou ja, bijna het halve internet. Een beetje Amazons Listmania in boekvorm. Heel veel jeugdboekentips, waarbij je van de ene favoriet naar de andere vergeten klassieker linkt. Hier kun je 24 pagina’s in pdf bekijken.

Zo is de eerste trede in de opwaartse spiraal al in de tas: mooie boeken. Nu alleen nog die tijd samen doorbrengen.

Moois

9 februari 2018

Er gebeuren nog genoeg mooie dingen, hoor. Kijk maar.

O wacht, u herkent haar niet, onder al die lagen stof? Het is inderdaad al even geleden, maar het is Cato. Mijn schrijfkampioen, weet u nog? Elf is ze nu. Net geworden. Schrijven doet ze nog steeds, in krullen, getekende drukletters, kalligraferend of via haar telefoon. Dat is handig om contact te houden met je moeder als je op wintersport bent.

De foto hierboven was op dag één, toen ze net waren aangekomen, nadat ik al een reisimpressie had ontvangen van twee playbackende meisjes die een afspeellijst, oortjes en een doos viltstiften deelden op de achterbank, met een decor van besneeuwde bergen door het autoraampje.

Ze was uitgenodigd door haar vriendin. Cato had nog nooit geskied, maar het leek haar leuk. Bovendien is ‘nog nooit’ geen criterium voor Cato, die al haar hele leven bomenklauterend, klimmuur-trotserend, als luchtacrobaat in de doeken-hangend, fietsend, zwemmend en dansend door de seizoenen dartelt. Voor alles is een eerste keer, nietwaar?

Het was een daverend succes. Op de eerste dag had ze met de vader van haar vriendin de piste verkend, sleepliftje gerepeteerd en werd ze ingeleid in de edele techniek van het pizzapunten.

De volgende dag ging ze in een skiklasje.

Vriendin en haar broer hadden al een paar keer geskied, dus die kregen apart les, maar dat was geen probleem; er bleef genoeg tijd over om te kletsen, spelletjes te doen, te zwemmen en de sneeuw tot de laatste kristal te benutten.

Iedere dag kreeg ik de laatste stand van zaken via de telefoon, variërend van

Allerliefste mama van de wereld!!
Ik heb vandaag één Angry Birdshandschoen kwijtgemaakt en daarna mocht ik die van B. lenen en daar heb er ook een van kwijtgemaakt en daar voel ik me heel schuldig over. Maar voor de rest heb ik geen heimwee.
xxx Je dochter – I love you!!!!

tot

Hoi lieve mama!! 🙂 Ik ga morgen bowlen!!! En vandaag heb ik booggeschoten!! En ik heb ook gezwommen! Ik hou heeeeeel veel van je!! ❤

Vriendin en haar broer krijgen ook thuisonderwijs, en dat is handig, want daarom gingen ze buiten de schoolvakantie. Cato’s skiklasje had na het weekend dan ook nauwelijks leerlingen meer, met als gevolg dat ze bijna privéles had en ik berichtjes kreeg als

Ik heb ook op een bospaadje geskied. Dat was heel leuk, want er waren heel veel hobbeltjes in de weg! 

Ze genoot.

Dat is het voordeel van tranen, hè: je ogen worden gewassen. Zo kun je de schoonheid van de dingen weer beter zien. En als er dan van alle kanten mensen zijn die willen helpen, die kosten noch moeite sparen om te laten zien dat ze aan je denken of die je meenemen op vakantie, dan kan het zomaar zijn dat je aan het eind van zo’n week een dochter hebt die ski-dansend met haar vriendin over de piste zoeft.

5 december

5 december 2017

Dag kleine sinterklaas,

Het is ingewikkeld, hè? Je begon het leven net een beetje te begrijpen. Een mens probeert eens wat, struikelt, valt, en staat weer op. Zo gaat het eigenlijk bij alles. Bij praten en luisteren, bij leiden en gehoorzamen, bij het opprikken van hapjes van je eigen bord en het inschenken van je eigen beker water. En als het dreigt mis te gaan, of als je jezelf overschat hebt en er opgeruimd moet worden, dan is er altijd iemand die je helpt.

Jij hebt mazzel, want voor jou stonden er zes mensen klaar, tweeënhalf jaar geleden. Die wreven je lijfje droog na het bad, susten je angsten, maakten je aan het lachen, klaarden de lucht als je boos was. Ze buitelden over elkaar heen om jou te begrijpen als je iets kenbaar probeerde te maken, hielden je handen vast toen je stapjes wilde zetten, en het mooie was: ze hadden allemaal zo hun eigen kwaliteiten. De een was expert op het gebied van spelen, de ander kampioen tranen drogen, liedjes zingen of boterhammen smeren. Zo had iedereen wat.

En dan is er ineens eentje minder.

Ik zie je denken: hoe moet dat nou als ik over m’n rug geaaid wil worden? Wie zingt zachtjes ‘In de maneschijn’ in mijn oor? Met wie ga ik aardbeien kopen op woensdagochtend? Wie draagt me zonder zuchten de hele weg terug naar huis, op precies de goede arm, in precies de juiste houding? Hoe kom ik ooit nog bij dat speeltuintje met die vier glijbanen, waar hij me zevenendertig keer achter elkaar het trapje op hielp? Op wiens schouder moet ik nou in slaap vallen?

Ik weet niet wat ik verdrietiger vind: dat je mijn gezicht in je handjes neemt, in mijn ogen kijkt en zegt: ‘Naar papa toe?’ of dat je een hele dag niet naar hem hebt gevraagd.

We doen ons best, hè, dat weet je toch? We zingen wat af, op een trapje naar het raamkozijn, we aaien en dragen en staan op grijze novembermiddagen bij die speeltuin. Maar het is niet hetzelfde, dat begrijp ik wel.

Weet je wat? We spreken af dat we in ieder geval doorgaan met waar wij goed in zijn. Die woensdagochtend wordt nooit meer hetzelfde, maar er is wel iemand om een boekje mee te lezen. Of die je mag helpen met koffiezetten. Iemand die treinbanen voor je bouwt of je hand vasthoudt als het spannend is.

We proberen het gewoon. We struikelen, vallen en staan weer op. En steeds zullen er vijf mensen zijn die je over hem blijven vertellen. Hoe gezellig jullie het hadden op die woensdagochtenden. Hoeveel geduld hij had bij die glijbaantjes. Dat er niemand beter kon zingen van de duizendpoot die schoenenpoetser is. En ik beloof je: er is altijd iemand die je draagt, totdat je zelf weer verder kunt.

Spraakverwarring

17 november 2017

Terwijl ik over straat liep, cadansten vertrouwde regels mee op mijn tred: ‘En niet het scheiden doet zo’n pijn, maar het afgesneden zijn.’ Het werd bijna een dansje, meer ritme dan poëzie, waardoor het vers zijn betekenis verloor.

Wacht even, dacht ik, zo is het niet – de pijn zit ‘m niet in het afgesneden zijn. En ook niet in het scheiden. Ik ben helemaal niet afgesneden, want hij zit in mij en ik in hem. Als er iets is wat me de afgelopen weken duidelijk is geworden, is dat het wel. Waar ik ben, daar is hij en waar hij is, daar ben ik al een beetje. Van mijn geliefde ben ik en van mij is mijn geliefde. Als ik eerlijk ben, is dat altijd zo geweest, ook al zag ik het niet. Ik keek meer naar de oppervlakte: jij doet dit en ik doe dat, en dit is meer mijn verdienste en dat meer de jouwe, en we zijn alleen maar één als ik de eenheid ervaar. Maar zo werkt het niet met eenheden. Die zijn gewoon één, soms tegen wil en dank en soms in volkomen harmonie.

De pijn zit niet in afgesneden zijn. Die zit in de verwarring, in het grote dat niet te bevatten is. Zo groot, dat je het alleen voetje voor voetje kunt benaderen. Waarbij je niet verder kunt kijken dan wat er vlak voor je ligt. Die zit in het kleine, in het aantrekken van peuterschoentjes, wat hij altijd deed. Die zit in geur, in voetstappen op de trap, in autosleutels, in jezelf in de spiegel zien en denken: jij vond me mooi. Die zit in kaplaarzen met het zand er nog op, in een tas met sportkleren. Die zit in ‘Maak je het niet te laat, schat?’ en dat je dat tegen jezelf zegt. Misschien zit de pijn juist wel in het grote besef van niet-gescheiden zijn.

Nee, dacht ik, als er al versregels van Vasalis van toepassing zijn, dan zijn het die uit ‘Tijd’. Ik droomde dat ik langzaam leefde. De schokkende bomen, de regenbogen, de tremor van de zee. En vooral: ‘Hoe kon ik dat niet eerder weten, niet beter zien in vroeger tijd? Hoe moet ik het weer ooit vergeten?’

Tijd

Ik droomde, dat ik langzaam leefde…
langzamer dan de oudste steen.
Het was verschrikkelijk: om mij heen
schoot alles op, schokte of beefde,
wat stil lijkt. ‘k Zag de drang waarmee
de bomen zich uit de aarde wrongen
terwijl ze hees en hortend zongen;
terwijl de jaargetijden vlogen
verkleurende als regenbogen…
Ik zag de tremor van de zee,
zijn zwellen en weer haastig slinken,
zoals een grote keel kan drinken.
En dag en nacht van korte duur
vlammen en doven: flakkrend vuur.
– De wanhoop en welsprekendheid
in de gebaren van de dingen,
die anders star zijn, en hun dringen,
hun ademloze, wrede strijd…
Hoe kón ik dat niet eerder weten,
niet beter zien in vroeger tijd?
Hoe moet ik het weer ooit vergeten?

M. Vasalis,
uit Parken en Woestijnen. Uitgeverij van Oorschot 1940.

 

Mon âme se repose

10 november 2017


John
juni 1963 – oktober 2017

Er waren eens een vader, moeder en vijf kindertjes. De kindertjes waren nog nooit naar school geweest, maar dat gaf niks, want de vader, moeder en alle mensen die ze tegenkwamen, leuk of niet leuk, leerden de kindertjes alles wat nodig was in het leven.

De kindertjes leerden lief te hebben, te vergeven en voor elkaar te zorgen. Ze leerden rennen, zingen, stoeien, en ze leerden zachtjes te doen bij baby’tjes en oude mensen. Ze leerden de minste te zijn en hun boosheid te bedwingen. Ze leerden koken, dansen, zwemmen, drummen, gitaarspelen, boompje klimmen, treinbanen bouwen en fietsen. Ze leerden de waarde van geld en de waarde van liefde. Ze leerden waar Ulaanbaatar ligt, en de Veluwe, wie Johnny Jordaan was, en Willem Drees. Ze leerden wat berenklauw is, waar je erector trunci zit en waarom de prieelvogel zo bijzonder is. En ze leerden ook rekenen, lezen, schrijven en dichten.

Ze leerden dat er voor alles een tijd is: een tijd om moedig te zijn en een tijd om je klein te voelen, een tijd om te bewaren en een tijd om weg te gooien, een tijd om te huilen en een tijd om te lachen.

En dan waren er nog honderdduizend dingen die ze niet geleerd hadden. Hoe het is om je vader te verliezen, bijvoorbeeld, aan een hartaanval. Hoe het is om gebrokenheid aan den lijve te ondervinden. Deze week hebben Philip, Jette, Cato, Victoria en Jakob hun vader begraven, en ik mijn man. Er valt nog veel te leren.

P.S. Het blog laat ik voor onbepaalde tijd rusten. Er gebeurde toch al niet veel meer op, maar ik beëindig nu ook het abonnement dat ervoor zorgde dat je geen reclame te zien kreeg. Als het goed is, blijft alles het verder doen, al kan het dus zijn dat er voortaan wel irritante reclames in de kantlijn opschieten. Ik kan zeggen: er zijn ergere dingen.

Het is best weer om een vreemde taal te leren. En dat treft, want het Rosetta Stone-thuisonderwijsabonnement wordt weer verlengd!

Ben je nog niet bekend met dit programma waarmee iedereen thuisonderwijs kan geven en krijgen? Kijk dan hier bij de uitleg. Er zijn genoeg aanmeldingen, dus de deal gaat sowieso door (mits iedereen op tijd z’n cursusgeld overmaakt), maar omdat ik nog altijd veel mails krijg van mensen die willen meedoen met het abonnement, nog een keer de gelegenheid om je op te geven.

Het komt hierop neer:

  • Toegang tot 25 talen: Engels, Frans, Hindi, Pools, Vietnamees, Spaans, Zweeds, Hebreeuws en meer
  • Alle niveaus, van beginner tot gevorderde
  • Voor alle gezinsleden van alle leeftijden (het programma werkt met plaatjes)
  • Op computer, iPhone, Android en iPad
  • Totaalprijs van 99 euro per jaar, van oktober 2017 tot oktober 2018
  • Jaarabonnement stopt automatisch
  • Het bedrag moet op 21 september 2017 overgemaakt zijn

Hier staan 24 talen waarover je beschikking hebt, en voor ons komt Latijn daar nog bij. Met de demo hier kun je zelf uitproberen hoe het werkt.

Wil je meedoen? Schrijf je dan in via het lege velletje op deze pagina, dan stuur ik je aanvullende informatie. Je abonnementsbijdrage moet uiterlijk 21 september overgemaakt zijn.

Sombreros, José!

 

Victoria en Monica

13 september 2017

Dit is Victoria. Victoria is vijf jaar. Hier is ze aan het kleuren. Voordat Victoria ging kleuren, heeft ze eerst gespeeld dat haar broertje een poesje was, en zij de baas. Ze heeft wat yoghurt gegeten, een halve pannenkoek en een handje of twee, drie, vier chocoladepepernoten.

Ze heeft gespeeld met haar verzameling paarden van playmobil en ze heeft gekeken hoe de schoorsteenveger bij ons aan het werk was. Ze hielp met het uitruimen van de vaatwasser, luisterde naar het verhaal over de jongen uit Naïn en bouwde een boot van twee grote stoelen. Daarna las haar grootste zus voor uit Dichter bij de dieren en rijmde ze mee met Rudy Kousbroek en Leo Vroman.

’s Middags zette Victoria een cd op van van Johnny Jordaan, want ze galmt graag op ‘Kleine Nico uit de steeg’, en daarna at ze een boterham met geitenkaas en komkommer. Ze vertelde over haar zwemles in badje twee, memoreerde dat ze gisteren nog geskeelerd had bij de woensdagmiddagclub en vond het grappig dat een meisje van haar gym óók bij haar op ballet zit.

Ze keek mee met haar tienjarige zus naar een filmpje over de Gouden Eeuw en Michiel de Ruyter en ze had zin om te rekenen en te schrijven. De letter m wil alleen nog niet zo lukken.

Omdat het bleef regenen, ging ze weer verder kleuren. En terwijl ze twijfelde tussen de lichtpaarse en donkerpaarse stift, vroeg Victoria of ik nog een extra hoofdstuk wilde voorlezen over Laura en Mary die juist de ijskoude winter van 1881 hadden overleefd in South Dakota. Zelf nam ze nog een handje pepernoten.

En dit is Monica. Monica is vier jaar. Een jaartje jonger dan Victoria.


Foto: Alex Crawford.

Van Monica zijn niet zo veel foto’s waarop ze aan het kleuren is, want Monica delft kobalterts in een Congolese mijn. Wisten we al, ‘kinderarbeid voor de batterij van je smartphone’. Maar terwijl ik met Victoria aan tafel zat en de juichende aankondigingen las van nieuwe telefoons, annunciaties bijna, moest ik even aan Monica denken.

  • Gill Lewis schreef een mooi boek over de kobaltmijnindustrie: Gorilla Dawn. Hier een recensie.
  • Hier en hieronder zie je Monica aan het werk: