De aanslag (2)

5 december 2016

Ze zijn niet voor één gat te vangen, hoor. Het meisje links studeert HBO Toerisme.

Bron: Telegraaf TV

Het is een boodschap die je niet vaak genoeg kunt horen, sommige seizoenen nog een beetje vaker dan andere. Dr. Seuss schreef het al in 1973 en Bette Westera maakte er een magnifieke vertaling van, met volledig nieuw rijmschema en seussiaans idioom, weergaloos vloeiend en vindingrijk: heb jij wel door hoe gelukkig je bent? En o, open deur, de boodschap is meer dan ooit van toepassing op welvarende Westerse kindertjes en volwassenen.

Het boek begint zo:

Voel je je zielig? Zit alles tegen?
Voel je je miezerig, voel je je moe?
Zie je alleen nog maar wolken en regen?
Spreek dan jezelf ogenblikkelijk toe:

Maak je niet druk Ukkie.
Spreek van geluk, Ukkie.
Spreek van geluk en wees blij.
Sommige mensen zijn minder gelukkig,
meer nog dan min of meer zeer ongelukkig,
veel minder gelukkig dan jij!

Dan volgt een stroom pechvogels die het pas echt slecht hebben.

Knapperdammer knooppunt.

Wees blij dat je niet vaststaat op het Knapperdammer knooppunt,
gezeten op een muilkameel, of in een knoets, of lopend.
Of ergens in Verweggis woont (alleen al het idee!),
met hier de kamer waar je slaapt en ginder de wc

(waarbij slaapkamer en wc gescheiden zijn door een stelsel van torens en trappen waar Esscher jaloers op zou zijn).

Nou ja, zo kennen we natuurlijk allemaal een Knapperdammer knooppunt waarmee we ons troosten. Wie heeft zijn kind nooit gewezen op mensen die het zoveel minder hebben? Deze blijft natuurlijk geweldig:

Maar wat nou als je toevallig wel iemand bent die vaststaat in de Knapperdamse file? Of als maïspap voor jou een feestmaal is? Dan kun je iemand vinden die het nog slechter heeft – die nog verder in de file staat of helemaal geen maïspap heeft, en je daar dan aan optrekken. Maar hoe waar de boodschap van Seuss ook is, als je het alleen moet hebben van de vergelijking met anderen, ben je al snel de sjaak. Want er zijn natuurlijk ook een hoop mensen die het zoveel béter hebben dan jij. Die wel naar Thailand op vakantie kunnen. Die überhaupt op vakantie kunnen. Die wel merkluiers kunnen kopen. Die wel een baan hebben. Die wel een kind hebben dat luistert.

En dan blijft er niks meer over van een blij rijmschema met opbeurende woorden. Dan krijg je het gevoel dat jij ook recht hebt op vakantie. Dat je recht hebt op dat plasmascherm. En dan krijg je dit, zoals afgelopen week op Black Friday, die altijd vreugdevolle start van het feestseizoen:

Ziet u daar mensen die doorhebben hoe gelukkig zij zijn?

Je kunt ook een andere insteek kiezen. Je kunt ook proberen dankbaar te zijn onafhankelijk van je omstandigheden. Onafhankelijk van wat andere mensen bezitten, onafhankelijk van waar jij denkt recht op te hebben. Dat is niet gemakkelijk, hoor, vind ik. Maar het is gewoon de enige manier.

Afgelopen donderdag was het Dankbaarheidsdag, zo leerde ik uit de nieuwsbrief van Blendle. Ik wist natuurlijk dat het in Amerika Thanksgiving was, Dankzéggingsdag. Maar van een Nederlandse dankbaarheidsdag had ik nog nooit gehoord. Het was een initiatief van het tijdschrift Psychologie, want het is al lang bekend dat dankbaar zijn een hele goede keuze is. Als je je blik goed richt, is er serieus altijd iets om dankbaar voor te zijn. Voor een rustig moment in een drukke dag. Voor zonlicht dat door het raam naar binnen schijnt. Voor de mogelijkheid om je geduld te oefenen.

Laatst vroeg Cato (9) of zij eens voor de schoencadeaus mocht zorgen. Ze had mij horen klagen over druk-druk-druk en ‘o man, dan moet ik ook nog wat verzinnen voor in die schoen’ – een ware geest van dankbaarheid, zeg maar. Nou is Cato sinds jaar en dag kampioen Cadeautjes en Attenties, dus voor het vullen van zeven schoenen draait ze haar hand niet om. Daarbij had ze geld van oma gekregen en vindt ze pinnen met haar eigen pas zo’n beetje het stoerste wat er is: één en één is twee.

En zo stonden er de volgende morgen zeven werken van barmhartigheid voor de haard: glitterhaarspeldjes voor de vierjarige zus die steeds langere lokken krijgt, een kookwekker voor de veertienjarige zus die zo van bakken houdt – voor iedereen iets specifieks. Zelf kreeg Cato een zakmes, Philips oude mes. Het übercoole Zwitserse mes in camouflagekleuren met dertien onderdelen, waaronder schaar, zaag én tandenstoker, waar Cato al jaren op aast. Toen Philip (17) hoorde dat zijn zusje de schoenen zou vullen, vond hij dit het moment om zijn zakmes door te geven. Als Seuss nog geleefd had, zou hij er een wijze les aan verbonden hebben. Ik vond het genoeg om in te zien hoe gelukkig we zijn.

De aanslag

22 november 2016

Bron: @JasperMooren

Krachtveld

13 augustus 2016

We gingen naar het strand. Naar Kijkduin, welteverstaan. Schepnet mee, tas met foerage, badpak reeds onder de kleren, kwetterende kinderen, u kent het wel. Victoria sprong in de branding, Cato ving garnalen en piepkleine platvissen, Philip en Jet kletsten over hun heerlijke vakantieweek, oma was erbij en John kwam direct vanuit zijn werk om de vrijmibo in gezinsverband te vieren. We aten dikke frieten bij een strandtent en alle neuzen kregen er tweeduizend sproeten bij.

Nu moet u weten, doorgaans ziet Kijkduin er zo uit:

Boulevardje, strandopgangen, uitzicht op de kustlijn, bestrooid met een confetti van handdoeken, parasols, en andermans tassen met foerage en kwetterende kinderen.

Maar deze dag was het strand bijna leeg. Ondanks de zomervakantie, ondanks het zonnetje, ondanks de schone zee. Het gekke was, de parkeerplaatsen stonden vol, en toch zat er bijna niemand op de terrassen en was het strand, zoals ik zei, bijna uitgestorven.

Maar de boulevard zag er zo uit:

Of wacht, ik zoom een beetje uit:

Nu denkt u: er was waarschijnlijk een festival. Mis.

Een sit-in? Weer mis.

Een evenement om aandacht te vragen voor een van de hemeltergende toestanden in de wereld, Syrische vluchtelingen, mensen die alweer bijna achtergrondruis zijn in ons dagelijks leven? Niks daarvan.

Een zombie-apocalyps? Bijna goed!

De mensen die u daar ziet, kwamen naar Kijkduin om Pokémon-tekeningetjes te zoeken. Een zoekplaatjesspel op je telefoon. Niks georganiseerds dus, geen hoger doel – gewoon heerlijk, individueel naar je handpalm turen en hopen dat er een hersenspinsel voorbijkomt. En dat dan vangen.

Wat wil het geval? Google heeft speciaal bij Kijkduin extra veel bijzondere Pokémondingetjes op de landkaart zitten kleuren. Blauwe torentjes en ballen en eenhoorns met vuur uit hun staart en nog veel meer hele krachtige dingen. Als je daar je telefooncamera op richt, dan kun je ze, ehm, vangen. U denkt dat ik een grapje maak, maar het is echt waar. Volgroeide mensen zitten op de straatstenen van de badplaats en geloven dat ze een tekening ‘vangen’ die heel veel ‘punten’ geeft. En met die punten kun je dan weer andere hele leuke dingen doen. Zoals staren naar je handpalm. Klinkt dat gezellig of niet?

Raadsleden van de gemeente Den Haag zijn er maar wat trots op dat Kijkduin op deze manier op de kaart gezet is, want Pokémon Go is een hartstikke leuk, gezellig en sociaal spel. En goed voor de volksgezondheid ook, want mensen die normaal gesproken binnen zitten, komen nu buiten en genieten van de omgeving. Hier, zo zien de Kijkduinse duinen er normaal gesproken uit:

Maar met al die buitenmensen en dat sociale, gezonde spel, ziet het landschap er nu zo uit:

Is dat genieten of niet?

Bovendien is het hartstikke goed voor de economie. Die gezellige horde mensen koopt eens een ijsje, eet eens een dagmenuutje, drinkt een potje bier. Hier ziet u hoe de plaatselijke horeca profiteert van tweehonderd mensen die een tekening van een boze hamster proberen te vangen. Als u goed kijkt, ziet u uiterst links vooraan iemand die daadwerkelijk iets bestelt.

En zo gaat de gezelligheid door tot in de late uurtjes. Het is een haven van intermenselijk contact. Mensen die sociaal aan elkaar vragen hoeveel tekeningen zij al gevonden hebben. Mensen die sociaal de reservebatterij delen als hun telefoon dreigt uit te vallen. Mensen die sociaal tegen de garagedeuren van buurtbewoners plassen. Mensen die sociaal de energiekastjes openbreken en stroom aftappen van de omliggende flats, omdat hun reservebatterij leeg is. Alles in de gemoedelijke, sociale sfeer die zo kenmerkend is voor het gezelschapsspel.

Ik doe ook vaak nutteloze dingen, hoor. Met mijn voeten in het zand kijken naar platvisjes in een emmertje. Theedrinken met vriendinnen. Bloggen. Het nieuws kijken. Kilometers rennen zonder dat ik ergens naartoe hoef en zonder dat ik achterna gezeten word. Allemaal nergens voor nodig. Maar als ik dan toch iets ga vangen, laat het dan een gedachte zijn, of een hart. Of een blik.

Deze vrijdag hoefde ik niet eens te zoeken op Kijkduin. Het enige wat ik hoefde te doen, was mijn gezicht oprichten – en toen ving ik iets. Ik mikte meteen mijn telefooncamera en pats, twee hele krachtige, bijzondere wezentjes. Puntenaantal: oneindig.

Olympisch verliezen

11 augustus 2016

Het concept van eervol verlies is nog een puntje van aandacht in de opvoeding. Of misschien kan ik beter erkennen dat het bij sommige van de kinderen gewoon mislukt is. Wanneer u bijvoorbeeld de woorden ‘Philip’ en ‘Cluedo’ in één zin gebruikt, kan ik niet voor de gevolgen instaan.

Des te blijer wordt een mens van David Katoatau, kampioen gewichtheffer van Kiribati. Kiri-wat? Ja, Kiribati.

Ach natuurlijk, Kiribati. Daar zo’n beetje rechtsonder op de kaart. Of in het midden, als je in Australië woont.

En als we dertig jaar wachten, hoef je niet meer op de kaart te kijken, want dan is Kiribati onder water verdwenen. U weet wel: opwarming, stijgende zeespiegel, verloren landbouwgrond, blablabla.

Tenminste, blablabla als je er zelf niet woont natuurlijk. David Katoatau woont er wel, en om ervoor te zorgen dat wij ook zo nu en dan aan Kiribati denken, heeft hij een dans ingestudeerd die hij na iedere gewichtheffing opvoert. Telkens als hij driehonderdzoveel olympische kilo’s boven zijn hoofd gehouden heeft, danst hij.

The Guardian, augustus 2016

Laatst mislukte zijn oefening in Rio. Hij tilde 349 kilo omhoog – zo’n beetje vijf keer mijn gewicht (in een parallel universum, of als ik de rest van mijn leven gras eet). David kreeg de halter drie, vier, vijf keer omhoog, maar de laatste keer ging het mis. Nog één keer wilde hij de wereld eraan herinneren dat het van ónze leefstijl afhangt of de mensen op Kiribati straks nog kunnen dansen op hun eiland.

Hij buikdanste het podium af, onder luid gejuich. Ik neem het mee als lesdoel voor het komende jaar.

 

Laat ze maar lachen

10 februari 2016

Een structurele kijk in de thuisonderwijsdag is er de laatste tijd een beetje bij ingeschoten, maar deze wilde ik u niet onthouden. Dit wordt vandaag onze gecombineerde les contemporaine geschiedenis-maatschappijleer.

Komt u even mee naar 1995, waar Maurice de Hond uitlegt dat er zoiets bestaat als internet.

Sonja: ‘Dus dat ding kijkt waar je de goedkoopste ijskast kunt krijgen? En hoe betaal je dan? Stop je gewoon iets in een gleuf van die computer?’

De zaal slaat zich op de knieën van het lachen. En dan een serieuze noot van de volksvertegenwoordiger die het beleid bepaalt. Want het klinkt allemaal leuk en aardig, maar landgenoten, zo’n vaart zal het echt niet lopen.

‘Ik zou het zelf heel onsympathiek vinden om geen boodschappen meer te kunnen doen’, aldus PvdA-politicus Rob van Gijzel, die vanochtend de radio aanzette voor het laatste nieuws, een brief postte aan tante Door in Australië en daarna heel sympathiek de maandboodschappen in zijn fietstassen laadde (waaronder twintig kilo hondenvoer, tien blikken gepelde tomaten, vijf zakken haardhout en twaalf pakken nespressocupjes).

Bron: Maurice de Hond

Geschenk

21 december 2015

Bron: The economy of meaning.

Als tegenwicht voor de geforceerde warmegevoelensindustrie van veertig miljoen ledlampjes en blokhuttenrijen met fabriekswafels, hier een filmpje dat me oprecht ontroerde. Dat mannetje bij minuut 1:45, daar kan geen fake-kerstmarkt van opgewekt sentiment tegenop.

Gezien? Dan gaan we nu een leuk experiment doen voor de feestdagen. Denk aan Jongetje 1:45. ‘Legoes don’t matter.’ En laten we bij ‘lego’ voor het gemak iets invullen waar het bij onszelf schuurt. Wel eerlijk natuurlijk. Dus iets wat evenredig bijzonder, veelbelovend en heerlijk is als die enorme doos lego voor hem. Iets wat je altijd al wilde, al was het alleen maar om ook eens te kunnen zeggen dat jij iets groots hebt gekregen. Iets wat iedereen in je omgeving al heeft, en jij niet. Iets waar mensen nonchalant-opgewekt over posten op facebook. Iets materieels, maar waarover gesproken wordt alsof je niet zonder kunt. Iets waarvan je eigenlijk vindt dat je er recht op hebt, want waarom jij niet als zo veel andere mensen het wel hebben? Vul maar in. Een auto. Een weekendje Milaan. Een telefoon. Wifi. ‘Legoes don’t matter’.

P.S. De makers van het filmpje lieten weten dat álle kinderen beide cadeaus ontvingen, ook de twintig procent die de andere keuze had gemaakt.