Mon âme se repose

10 november 2017


John
juni 1963 – oktober 2017

Er waren eens een vader, moeder en vijf kindertjes. De kindertjes waren nog nooit naar school geweest, maar dat gaf niks, want de vader, moeder en alle mensen die ze tegenkwamen, leuk of niet leuk, leerden de kindertjes alles wat nodig was in het leven.

De kindertjes leerden lief te hebben, te vergeven en voor elkaar te zorgen. Ze leerden rennen, zingen, stoeien, en ze leerden zachtjes te doen bij baby’tjes en oude mensen. Ze leerden de minste te zijn en hun boosheid te bedwingen. Ze leerden koken, dansen, zwemmen, drummen, gitaarspelen, boompje klimmen, treinbanen bouwen en fietsen. Ze leerden de waarde van geld en de waarde van liefde. Ze leerden waar Ulaanbaatar ligt, en de Veluwe, wie Johnny Jordaan was, en Willem Drees. Ze leerden wat berenklauw is, waar je erector trunci zit en waarom de prieelvogel zo bijzonder is. En ze leerden ook rekenen, lezen, schrijven en dichten.

Ze leerden dat er voor alles een tijd is: een tijd om moedig te zijn en een tijd om je klein te voelen, een tijd om te bewaren en een tijd om weg te gooien, een tijd om te huilen en een tijd om te lachen.

En dan waren er nog honderdduizend dingen die ze niet geleerd hadden. Hoe het is om je vader te verliezen, bijvoorbeeld, aan een hartaanval. Hoe het is om gebrokenheid aan den lijve te ondervinden. Deze week hebben Philip, Jette, Cato, Victoria en Jakob hun vader begraven, en ik mijn man. Er valt nog veel te leren.

P.S. Het blog laat ik voor onbepaalde tijd rusten. Er gebeurde toch al niet veel meer op, maar ik beëindig nu ook het abonnement dat ervoor zorgde dat je geen reclame te zien kreeg. Als het goed is, blijft alles het verder doen, al kan het dus zijn dat er voortaan wel irritante reclames in de kantlijn opschieten. Ik kan zeggen: er zijn ergere dingen.

Ik ween

15 december 2012

Ik ween om bloemen in de knop gebroken
En vóór den uchtend van haar bloei vergaan,
Ik ween om liefde die niet is ontloken,
En om mijn harte dat niet werd verstaan.

Ik ween om twee jongetjes die nooit meer met onze houten treinbaan spelen, op hun knieën, kleine handen die locomotiefjes voortduwen, wangen rood van opwinding.

Ik ween om een meisje dat nooit meer haar armpjes uitstrekt om opgetild te worden.

Ik ween om mooie herinneringen, tafels vol etende, lachende vrienden, logeerpartijen.

Ik ween om mensen die geen hoop meer hebben.

Ik ween om drie cherubijntjes, zalig kijntjes en om de vier mensen die radeloos achterbleven.

Ik ween.

—-