Teylers

22 december 2013

Er zijn van die lessen, die kunnen je op alle fronten verrassen. ‘Etsen als Rembrandt’ was er zo een, in Teylers Museum. Onze laatste grote Rembrandtfrenzie was al even geleden en Jet had vorig jaar in het Rembrandthuis wel wat hand- en spandiensten mogen verrichten bij de etsdemonstratie, maar geen van de kinderen had zelf echt geëtst.

Ik had mijn verwachtingen echter niet te hoog gespannen. Tekenen op commando werkt bij Philip en Jet als een rubber hamer tegen het voorhoofd – als er al een reactie komt, is die zelden vrolijk en opbouwend.

Maar de museumdocenten van Teylers waren fantastisch. Deskundig, nuchter, bezield en vreselijk aardig. Alles wat je nodig hebt om je op je gemak te voelen.

De uitleg was helder. En geruststellend voor degenen die zeker wisten dat ze echt niet konden tekenen en toch geen inspiratie hadden.

‘Als je niks weet, maak je toch gewoon een stokpoppetje of schrijf je je naam?’ zei de mevrouw. ‘Dat wordt juist heel leuk met deze techniek.’

Ze leerden over de verschillende etstechnieken: je smeert een metalen plaat in met was, krast je tekening uit en legt de plaat vervolgens in een zuurbad. Het metaal in de opengekraste lijnen wordt aangevreten door het zuur terwijl de rest van de plaat beschermd is door de was – zo wordt de tekening in de plaat geëtst.

Je kunt ook zonder waslaag en zuurbad werken, door direct op een plaatje te krassen. Met een burijn (een soort gutsje) of droge naald bijvoorbeeld. Daarmee krijg je verschillende effecten.

Van boven naar beneden: ets, burijn en droge naald.

Een ets in was ziet er scherp uit, met burijn wordt de lijn wat voller, en de naald geeft een braampje langs de randen. Als je de ets daarna afdrukt, worden de randen fluweelachtig en pluizig, omdat de inkt achter het braampje blijft zitten. Rembrandt gebruikte alle technieken, soms zelfs in één werk, zoals bij De drie bomen.

De drie bomen (1643)

De drie bomen (1643)

De kinderen gingen met de drogenaaldtechniek aan de slag. Ze zouden een tekening maken,

174

en deze vervolgens overkrassen op een plaatje van plastic (werkt prima in plaats van metaal).

Daarna smeerden ze de etsplaat in met inkt,

en werd de overtollige inkt er met een papiertje afgeveegd. ‘Overtollig’ is subjectief natuurlijk. De ene keer is het juist mooi als je wat extra donkere vegen hebt en de andere keer wil je liever een strakker lijntje.

Vervolgens legden ze de plaat op schoon papier en haalden hem door de drukpers.

Als je trots bent op het resultaat, wil je meer afdrukken maken. In je achterhoofd speelt altijd mee hoeveel mensen je gelukkig kunt maken met een echte Cato.

Het leuke van graveren is dat je je werk gaandeweg kunt uitbreiden. Je kunt bijvoorbeeld beginnen met een varaan en later besluiten dat hij nog gras onder zijn voeten moet hebben. Dan kras je dat erbij in je etsplaatje en maak je een nieuw afdruk.

Freek Vonk meets Jacob van Maerlant
Door Cato, 6 jaar.

En het leuke van enthousiaste leraren die goed zijn in hun vak en alle tijd voor je kunnen nemen, is dat je trots bent op je werk. Ook al had je gedacht dat je echt, absoluut, helemaal niet kon tekenen. Laat staan graveren.

Balletschoenen
Jette, 11 jaar.

Pistool
Philip, 14 jaar.

Als in hetzelfde pand dan ook ‘De 100 mooiste Rembrandts’ hangen, ga je uiteraard kijken. Met kijkwijzer of speurtocht en soms een vergrootglas.

En met een kennersblik.

Als collega’s onder mekaar, om te zien wat hij ervan gebakken heeft.

De messen worden geslepen

31 augustus 2013

Weet je wat ik een van de leukste dingen vind aan kinderen hebben? Dat ze zo veel dingen doen die ik niet kan. Van tevoren had ik gedacht dat ik het heel gaaf zou vinden als mijn kinderen op me leken, als ik eigenschappen van mezelf in hen zou herkennen. Maar dat laatste legt bij mij eerder zenuwen bloot dan dat het tranen van ontroering teweegbrengt.

Het zijn juist de dingen die ik voor mijn ogen zie gebeuren, de onverwachte dingen, die me ontroeren en waar ik -volkomen onterecht, want ik heb er niets aan gedaan- trots op ben. Cato die zo veel meer durft dan ik op die leeftijd; haar ritmegevoel, haar lekker in haar lijf zitten. Victoria die gemaakt is om lief te hebben, altijd vrolijk en voor rede vatbaar. Jette die zo prachtig Jette is en dingen probeert die ik niet eens zou durven overwegen; haar totale overgave aan arabesques en pliés. Philips rechtvaardigheidsgevoel dat hij trouw blijft, ook op momenten waarop ik allang gemarchandeerd zou hebben. Zijn muzikaliteit, die me ineens opviel toen hij, drie jaar en drie maanden oud, op een feest naar een bandje stond te kijken en exact de drumpartij meetikte. Terwijl ik vaak niet eens hoor welke instrumenten er in een nummer meedoen.

Het zijn de dingen die hen eigen maken. Door erin mee te gaan, te luisteren naar hun mening en redenen om ergens voor te kiezen, ga ik er zelf ook de lol van inzien. Zoals je naar Zomergasten kunt kijken met een onderwerp waarvan je eerst dacht dat het je niets kon schelen, maar dat na afloop verrassend interessant bleek te zijn. Eigenlijk is alles leuk als je je er in wilt verdiepen.

Vorige week ging Philip weer iets doen waar ik nooit op gekomen zou zijn. Smeden.

Zelf ben ik op het gebied van handvaardigheid niet verder gekomen dan de spreekwoordelijke asbak en een gefiguurzaagde vogel van balsahout, beide geen daverend succes, dus smeden lag niet in het verwachtingspatroon dat ik voor mijn kinderen had. Het was besproken door vriendin E. van de thuisonderwijsgroep, voor een groep jongeren van twaalf tot zeventien jaar, waaronder Philip.

Geen hoefijzer of ploegschaar – daar dacht ik meteen aan, leuk ambachtelijk zoals bij de Schippers van de Kameleon, maar een survivalmes. Kijk, het onderste is van Philip.

Maar voordat je tot dit resultaat komt, moet je eerst een hele dag in de smederij staan. Van 10.00 tot 16.00, tussen ovens en aambeelden en hamers. In gepaste kledij, met handschoenen die zo uit de Axe-reclame komen, waarmee het bezwete voorhoofd afgewist wordt.

Want om van zo’n staaf een mes te maken, moet je flink timmeren.

Telkens opnieuw het staal verwarmen tot het sinaasappeloranje is. Dan heb je maar tien seconden om te slaan en moet het weer de oven in. Als je ten slotte tevreden bent over de vorm, lengte en breedte, is het tijd om je mes te harden. Dat doe je door het in olie te dopen en daarna vóór de hete oven te houden.

Als de olie begint te roken, weet je dat de juiste temperatuur bereikt is. Heb ik nooit geweten. Maar nu weet ik het wel. En ben ik plaatsvervangend trots op het resultaat.

Zomerstippen

16 juli 2013

Met dank aan Caroline H!

Zomer is de tijd van stippen. Sproeten die van neuzen afspatten, bubbels in ijskoude prosecco, zonnevlekken achter dichtgeknepen ogen, bolletjestruien over tanige wielrennerslijven, polkadotjurkjes boven dansende zomerbenen.

En stippentekeningen. Niet zo’n lullige dot-to-dot, maar eentje van 844 stippen. Of 1400. Waarbij je vantevoren niet kunt zien wat het wordt. Getipt door een Vlaamse collega en hartstikke leuk. Voor de autorit naar Italië, met het luisterboek op de achtergrond, de treinreis naar het strand, voor thuisonderwijs of op school als je wat eerder klaar bent. De voorbeeldpagina’s sloegen hier zo aan (ieder op zijn eigen wijze: Philip met een lineaal, Jet voor de gezelligheid en Cato afwisselend juichend en jammerend met de inktwisser als ze twee stippen omgewisseld had), dat ik een paar boeken besteld heb.

Uit: Greatest Dot-to-Dots, Book 5

Als je op de afbeeldingen klikt, krijg je een pdf om het uit te proberen.

Uit: Extreme Dot-to-Dots Animals

Voor jongere kinderen is er naast gewone cijfertekeningen ook veel te vinden met een bijzonder tintje, de tafels bijvoorbeeld, of oneven getallen. Als je googelt op “dot to dot skip counting” kom je een heel eind. Hier alvast twee beginnetjes. Links abc-stippen, rechts met sprongetjes van 2.

   

  • Hier nog een paar Greatest Dot to Dots om uit te printen.
  • Hier (pdf), hier en hier meer voor jongere kinderen.
  • De boeken van Greatest Dot to Dot zijn op het moment van schrijven het voordeligst bij bookdepository.com (altijd zonder verzendkosten), die van Extreme Dot to Dot bij amazon.co.uk (alleen goedkoop als je voor minimaal 25 Britse ponden aan boeken bestelt – dan versturen ze het gratis naar Nederland met de super saver delivery. Ik doe niet aan partnerprogramma’s of reclames, dus ik stuur je links naar mijn beste weten. Als je betere weet, geef gerust een gil. Nederlandse boeken hebben een vaste prijs, dus die koop je het beste bij je lokale boekhandel.

Deze had u nog te goed. Hij is van een paar weken geleden, maar het is de week die ik op foto gezet had voordat mijn computer ontplofte. Die computer is nog niet helemaal gered, maar de foto’s wel. Uit lijfsbehoud heb ik besloten dat het niet uitmaakt voor de reportage; geen week is gelijk. Als ik vorige week had genomen, had u wat meer korte mouwen gezien, twee dansvoorstellingen en Wiplala in plaats van De wind in de wilgen. Ik hoop dat u het me zult vergeven. Hier komt de week van Cato.

Dit is Cato. Cato is zes jaar. Als ze op school had gezeten, zat ze in groep twee. Maar Cato zit niet op school.

Volgens de vastgestelde kerndoelen van het primair onderwijs zou Cato nu horen te weten dat men een boek van voor naar achter leest en een bladzijde van boven naar beneden, niet andersom of willekeurig. Ze zou de begrippen kleinste, middelste, grootste moeten kennen en van 1 tot 10 kunnen tellen.

Ook is groep 2 het moment waarop Cato dient te weten dat er zoiets bestaat als ‘lezen’ en ‘schrijven’ en dat dat twee verschillende dingen zijn. Mocht een zesjarig kind hierin nog geen onderscheid kunnen maken, dan geven de kerndoelen handige tips om een en ander vlot te trekken: ‘Benoem als leerkracht je handelingen: “Ik schrijf eerst even op dat (…) ziek is.” of “Hé op dit briefje lees ik dat we morgenmiddag vrij zijn.”’

Als ik zou willen, zou ik een uitgebreide administratie kunnen bijhouden van alle vorderingen. Er zijn leerlingvolgsystemen met lange, lange lijsten waarop ik kan aanvinken of Cato al weet dat je een bladzijde van boven naar beneden leest. En of haar motoriek wel op schema ligt.

Opdracht uit observatieboekje Leerlingvolgsysteem groep 1-2.
Bron: testen-en-toetsen.blogspot.nl

Sommige mensen kunnen zich nauwelijks voorstellen dat ik het aandurf om Cato zonder leerlingvolgsysteem op te voeden. Wat kan ik zeggen? Ik hou ervan om gevaarlijk te leven. Mijn aangeboren leerlingvolgsysteem is erg accuraat. U zult het misschien niet geloven, maar als iemand vraagt of Cato al tot 10 kan tellen, dan hoef ik dat niet in een ordner op te zoeken. Ik weet zelfs uit het blote hoofd of zij een groen vierkant van een rode cirkel kan onderscheiden. Net als vóór 1990 zeg maar, toen het volgsysteem werd ingevoerd.

Cato heeft nog geen vakken die zij dagelijks moet doen. Tot een jaar of zeven, acht vind ik het belangrijk dat de kinderen zo veel mogelijk spelen en voorgelezen worden. Dat hoeft niet per se te gebeuren aan een tafel.

Maar het kan wel.

Die leeftijd van zeven, acht staat niet in marmer gebeiteld. Als blijkt dat Cato volgende week meer leerstructuur nodig heeft, komt die er. Als ze weinig initiatief zou tonen, landerig zou zijn, veel om schermtijd zou vragen, niet zou spelen. Maar zolang haar dagen drukbezet zijn rondom het leef- en leerritme van het gezin, gaat Cato mee zonder rooster. Net als wij allemaal leert ze het meest van het proefondervindelijk leven: de gesprekken aan tafel, in de auto en het dagelijks lezen in de kinderbijbel, boodschappen doen, meehelpen met koken, omgaan met andere mensen, haar plaats ontdekken in de wereld.

Soms heeft ze periodes waarin ze net als Philip en Jet een vakkenpakket wil. Het gaat haar eigenlijk niet om de vakken, maar om het afvinken. Dan maak ik een lijst met dingen als tandenpoetsen, voorlezen, een woordpuzzel, een kaart aan oma schrijven, naar streetdance, een spelletje spelen. Hoe uitgebreider hoe beter. Met een hokje ervoor om af te kruisen. Drie dagen lang is ze dan druk aan het vinken en afwikkelen; activiteiten die ze normaal uit zichzelf doet, maar die op papier ineens officieel zijn. Vervolgens ontdekt ze de keerzijde van het officiële, dat alle dingen die je voorheen met plezier deed, plotseling minder leuk zijn omdat ze moeten in plaats van mogen. En dan speelt ze weer hele dagen met haar poppen of gaat een luisterboek luisteren terwijl ze eigenlijk ingeroosterd stond voor een bordspel. Dat zie ik dan door de vingers.

Want van spelen leer je zo veel. Je leert de wereld om je heen te begrijpen. Je leert jezelf kennen. Je leert verhalen maken, je concentreren, opgaan in een universum waarin jij heer en meester bent – in plaats van leerling.

En als er dan een andere leerling komt kijken, van een afstandje, dan denk je eerst: ‘Nee, hè…’


Maar dan herinner je je hoe jij je voelt in zo’n situatie. Dat het naar is om weggestuurd te worden. Dat het oneerlijk voelt als mensen ervan uitgaan dat jij wel weer alles zult vernachelen, terwijl je alleen maar wilt leren. En je geeft haar het voordeel van de twijfel.

Zo belangrijk is spelen. Daarom stel ik voor dat iedere kabinetsformatie verplicht vergezeld gaat van een sessie speltherapie. Als opfrissertje.

Daarnaast heeft Cato deze week:

  • Scones gebakken (onder leiding van haar broer, die met dit zusje continu onderworpen wordt aan een opfriscursus Inlevingsvermogen Tonen en Creatieve Oplossingen Verzinnen).

  • Geschreven in haar schrijfboekje (2x). Schrijven is een van de weinige dingen waar we schoolboekjes bij gebruiken. Cato kan al wel blokletters, maar ik vind het belangrijk dat ze een vlot en soepel handschrift ontwikkelt en dat gaat beter met een goede methode dan met zelfgeconstrueerde letters. Bovendien is schrijven niet mijn expertise, dus zoals ik een kookboek gebruik bij moeilijke recepten en een wiskundeboek bij algebra, zo gebruik ik ook de kennis van bekwame, behulpzame makers om mijn kinderen goed te leren schrijven.
  • Gefietst naar de kinderboerderij.

fiets kinderboerderij

  • Engels: onder meer Heckedy Peg en King Bidgood van Audrey en Don Wood voorgelezen, meesters van het licht in kinderboekenillustraties.
  • Engels (2x): het programma van de online klas van Rosetta Stone.
  • Ze is spion, prinses en Onzichtbare Man geweest met een vriendinnetje dat de hele middag bij ons was.
  • Ik heb voorgelezen uit De wind in de wilgen van Kenneth Grahame terwijl Cato er een tekening bij maakte van Das in zijn burcht.

  • Biologie: boekenleggers en kaarten gemaakt met de bloemen die we vorig jaar geplukt hadden en lang hadden laten drogen.  Zo lang dat we ze eigenlijk een beetje vergeten waren en het dus een verrassing was dat we op een regenachtige lentedag toch iets fleurigs konden doen. Gekleed voor de gelegenheid.

  • Geëxperimenteerd met de doos ‘Kristallen kweken en edelstenen’ die Cato voor haar verjaardag had gekregen. Wederom in gelegenheidskleding.

  • Zelf gelezen in Job en de duif van Eveline De Vlieger en Noëlle Smit en twee prentenboeken van Max Velthuijs.
  • Geschilderd.

  • Het hele luisterboek De schippers van De Kameleon van Hotze de Roos geluisterd terwijl zij in haar TopModel-kleurboek kleurde.

Cato heeft drie vaste clubjes per week. Streetdance, de woensdagmiddagclub (sport, spel en knutsel met kinderen uit de buurt) en zwemles.

Verder hadden we deze week één uithuizige dag, een bijeenkomst van Cato’s thuisonderwijsclub The Home Learners. De organisatoren doen hun best een afwisselend jaarrooster te maken: de ene keer gaan ze naar een museum, dan weer naar zwembad, speeltuin of hortus. Of er worden workshops gegeven door stagiaires.

Nu stond er een museum op het programma, eentje waar ik zelf niet snel opgekomen zou zijn: het Museum voor hedendaagse Aboriginalkunst in Utrecht. Omdat er minstens zes nationaliteiten vertegenwoordigd zijn bij The Home Learners en alle deelnemende gezinnen per seizoen een activiteit moeten organiseren voor de groep, komt de hele wereld vanzelf langs. Deze keer had een Australische moeder een rondleiding en workshop besproken.

Er valt namelijk heel wat te vertellen over de geschiedenis en de kunst van de Aboriginals. Die schilderijen, hè, dat zijn eigenlijk verhalen. Het lijkt een verzameling stipjes, streepjes en vlekjes, maar zoals bij alles: niets is wat het lijkt. Iedere lijn op het doek heeft een betekenis. Er zijn streepjes die mensen uitbeelden, slangen, vogels.

Met al die symbolen en kronkels wordt duizenden jaren Aboriginalgeschiedenis verteld. De mooie dingen en de verdrietige. Aboriginals hebben geen schrift, daarom vertellen ze hun geschiedenis aan elkaar door met woorden en tekeningen.

Na de rondleiding mochten de kinderen hun eigen verhaal vertellen. Met stipjes en vlekjes en streepjes.

Zo eindigde Cato’s week. Ik heb de kerndoelen er nog eens op nageslagen en ik geloof dat we aardig op schema zitten. Alleen het doel ‘laat zien dat hij naar een ander luistert en geeft gepaste feedback, bijvoorbeeld door te knikken of te antwoorden’ is nog in ontwikkeling. Cato’s gepaste feedback bestaat voornamelijk uit luidruchtige repliek in plaats van een volgzame hoofdknik. Ik geloof dat ik daar nog maar wat remedial teaching tegenaan gooi.

—-

Meer ‘Weken uit het leven van…’:

Ik zet het maar neer, anders geloof ik het zelf niet. Kans op nachtvorst. Volgens het KNMI zal de meimaand de boeken ingaan als een ‘frisse en natte maand’.

We hadden de zomerkleren al gepakt natuurlijk. De eerste zonnestraal piepte nog niet tussen de sluierbewolking door of de kinderen vroegen of we alsjeblieft de zomerdozen konden pakken. Nee, het had niks te maken met dat het zo leuk is om een hele dag kleding te passen en ieuw te roepen over kleren die je nu ‘serieus nooit meer’ aan zou trekken.

Het ging echt om de warmte. Ze stikten zowat van de hitte. Als ze nog langer in lange broeken moesten lopen, neigde het naar kindermishandeling.

Ik had voor de zekerheid de winterjassen nog even laten hangen en dat was maar goed ook, met die kans op korrelhagel. Het heeft wel tot gevolg dat ik nu de straat op ga met vier kinderen die erbij lopen als bewoners van een Oegandees vluchtelingenkamp waar net een konvooi afgedragen kleding uit het westen gedumpt is: korte rokjes en mouwloze shirtjes (want de winterkleren zijn opgeborgen) met daaroverheen de duffelse winterjas. Heel fusion gecombineerd met sokken in gevoerde wandelschoenen, want de havaiana’s en birkenstocks liggen onderin de schoenenberg te wachten tot hun voetjes te groot zijn geworden.

Het is toch een beetje verwarrend allemaal. De bezigheden zijn net zo wisselvallig als het weer. Philip had al samen met Cato de aquaplay opgezet, zodat ze bij geval van zonneschijn onmiddellijk met de waterbaan zouden kunnen spelen, maar dat heeft vooralsnog alleen geresulteerd in veel rotzooi. Victoria had namelijk een handdoek gepakt om de (gevulde) waterbaan af te drogen, waarna ze de aarde in de bloembakken wilde schoonmaken en daarna met de handdoek binnen kwam laten zien hoe fijn ze geholpen had. Toen iedereen bibberend terug in huis was met droge kleren en dikke sokken, vroeg Cato of ze Kerst met Linus mocht kijken. Daar was het echt weer voor, vond ze.

En weet u wat ze nu aan het doen is? Ze breit een muts.

Hier, in zomerblouse.

Dat is leuk, trouwens, ze doet het met een breiring. Dat klinkt als een gynaecologische prothese, maar het is een handig ding voor handen die niet ontspannen kunnen breien en dat toch graag willen. En nu een weersadequate sinterklaastip: ze zijn gewoon te koop bij Hema. Als set van vier – soms online uitverkocht, maar dan hangen ze nog volop in de winkel.

Als je op youtube zoekt op ‘breiring’, ‘knitting loom’ of ‘knifty knitter’, krijg je talloze filmpjes met instructies en ideeën. Collega M. heeft ook eens een post over de breiring geschreven, toen het ongeveer net zulk weer was als nu – maar dan in oktober. Nog een knutseltip van haar website, voor als dit weekend de nachtvorst doorzet: sneeuwvlokken knippen!

Ondertussen is Cato gestopt met haar breiwerk en springt ze ongecontroleerd op een skippybal door het huis. Ik geloof dat ik een opklaring zie, tijd om naar buiten te gaan.

Schoenmaatjes

14 november 2012

U doet toch ook weer mee?

Ja, ik weet het, goede doelen genoeg.
Ja, begin nou eerst maar eens op je eigen vierkante meter.
Ja, het is hier ook crisis.

Laten we wel wezen, in Moldavië is zo’n crisis toch weer anders. Als ik deze moeder zie, denk ik: daar had ik ook kunnen staan met Victoriaatje.

Eigenlijk is die schoenendozenactie gewoon een zelfzuchtig goed doel natuurlijk. Wat is er nou leuker dan een verrassingspakket voor iemand samenstellen? Het zegt mijn kinderen meer dan wanneer ze hun spaargeld met een muisklik overmaken in het luchtledige. Mij ook.

En het is zó simpel.

Stap 1: je haalt een doos bij een schoenenwinkel.

Stap 2: je kind versiert hem met pakpapier, stickers, origami, borduurwerk, handgeschept papier, glas-in-lood. Al naar gelang de creatieve inborst.

Stap 3: je koopt wat basisdingen. Een tandenborstel, een tube tandpasta, een stuk zeep (doe je langer mee dan met een fles doucheschuim), een schrift, een pen. Of je doet eens gek en je neemt twee pennen.

Stap 4 – facultatief: je haalt wat meer leuke dingen. Er zijn winkels (we hebben een A, we hebben een C, we hebben een T… Action!) waar dat weinig kost. Voor 89 cent een wereldbol met puntenslijper. Voor 60 cent een stel gummetjes in de vorm van een dobbelsteen. Voor 69 cent een schaartje. Voor 40 cent een glimmende beker. Dat werk.

Stap 5: je zoekt mooie dingen in je eigen huis. Het pakje vouwblaadjes dat nooit opengemaakt is, een van die zeven toilettassen, een tennisbal.

En dan mag je zoiets leuks doen! Die prachtige doos tot de nok toe vullen.

Terwijl je door je huis gaat, kom je vast nog veel meer tegen. Een vel stickers, een ongebruikt kleurboek. Je mest de speelgoedbak uit en doet de helft van de kraaltjes in een zipper zakje. Er kunnen best twaalf goede kleurpotloden gemist worden.

Je hebt een paar slechte nachten achter je kiezen en vindt vier kinderen toch eigenlijk tegenvallen.

Nee hoor, grapje. Ze wilde zelf.

Vervolgens lever je hem in. Met de gedownloade streepjescode wordt de doos gescand en krijg je bericht wanneer jouw doos in welk land is uitgedeeld. En dan denk je het gezicht van Irina erbij.

Er was eens…

9 november 2012

Er was eens een verdrietig meisje. Het meisje was verdrietig, omdat ze iets heel moois had gezien wat ze niet kon kopen. Het was niet zomaar mooi, het was het allermooiste dat er op de hele wereld bestond. Nog mooier dan de K3-dansmat die heel hard melodietjes afspeelde als je er overheen danste. Nog mooier dan een privé ballenbad. Het was een cruiseschip voor Barbies.

Als je dat cruiseschip zou hebben, zou je voor altijd gelukkig zijn. Dat wist het meisje zeker. Je kon het ook zien aan het plaatje dat erbij stond. Daarop zag je een ontzettend gelukkig meisje dat voor altijd blij was.

De moeder van het verdrietige meisje zei dat het schip best op haar sinterklaaslijstje mocht, maar dat er een gerede kans was dat Sint Nicolaas geen 89 euro zou uitgeven aan het barbiecruiseschip. Over het algemeen was het meisje wel tevreden met een notitie op het sinterklaaslijstje. Dat voelde alsof ze het cadeautje al bijna in bezit had.

Maar deze keer bleef het meisje verdrietig. Ze wilde het cruiseschip zó graag hebben, dat ze eigenlijk meteen naar de winkel wilde gaan om het te halen. Onmiddellijk. Zonder uitstel. Toen de moeder van het meisje vertelde dat dat echt niet ging, werd het meisje nog verdrietiger. ‘Waarom zijn alle mooie dingen altijd zo duur?’ huilde ze. De moeder knikte begrijpend.

Als het meisje eenmaal verdrietig was, kon ze heel lang verdrietig blijven. Dat was al zo toen ze twee jaar was en dat was eigenlijk altijd zo gebleven. De moeder van het meisje wist dat het nu een kwestie was van alle zeilen bijzetten. Toen begripvol knikken en meeleven niet meer hielpen, gooide de moeder het over een ander boeg. De afleidingsboeg.

‘Zal ik voorlezen?’, vroeg de moeder. Dat wilde het meisje niet. ‘Zullen we een spelletje doen?’, vroeg de moeder. Dat al helemaal niet. De moeder begreep dat het contraminestadium was aangebroken. Dat viel samen met de fase van het spitsroeden lopen. Vanaf nu zou alle meelevendheid averechts werken en zou het verdrietige meisje alleen nog tegendraads reageren.

Plotseling kreeg de moeder een idee. Waar het vandaan kwam, wist ze niet, want handvaardigheid was geen aangeboren talent van de moeder. Maar zodra het idee opkwam, voelde de moeder dat dit het ei van Columbus was.

‘Zullen we zelf een cruiseschip maken?’, vroeg de moeder. Het meisje huilde nog steeds erg hard. ‘Hoe bedoel je?’, vroeg ze door haar tranen heen.

‘Dan halen we kartonnen dozen bij de supermarkt en maken een boot zoals jij hem het mooist vindt’, zei de moeder. Het nog altijd verdrietige meisje vroeg of er ook een barbiezwembad bijgemaakt kon worden. En een glijbaan die uitkwam in het zwembad, net als op het plaatje. En een ligstoel.

‘Natuurlijk’, zei de moeder, hoewel ze geen flauw idee had hoe ze dat zou moeten maken. Maar de moeder wist dat kleine meisjes dan wel grote dromen hebben, maar ook verrassend snel tevreden zijn met iets dat op de droom lijkt.

‘We kunnen het precies maken zoals jij het wilt’, zei de moeder. Het meisje was gestopt met huilen. ‘Dan wordt het misschien nog wel mooier’, zei ze.

En dat werd het ook.

Want het zwembad werd veel groter dan op het plaatje. Duizend keer beter voor die lange barbies. Bovendien kreeg het een duikplank. Dat had het schip van 89 euro helemaal niet.

Het meisje vond prachtig glimpapier in de knutsella. Perfect voor de bodem van het zwembad en voor het dek van het schip.

Zo knutselden het meisje en haar moeder verder. De moeder kwam erachter dat aluminiumfolie bijzonder geschikt is als scheepsbekleding en dat de enorme hoeveelheid pijpenragers die ze ooit in een dolle bui gekocht had, ideaal waren om zwaar karton vast te maken. Ze waren ook ideaal om een touwladder van te buigen, een vlaggenstok of een reling. Je kon het eigenlijk zo gek niet bedenken of pijpenragers bleken er geschikt voor.

Het verdrietige meisje was allang niet verdrietig meer. Ze werd steeds vrolijker. Ze kreeg steeds meer ideeën. Er werd een lijn met vlaggetjes bij gemaakt, de kartonnen ligstoel kreeg een stukje vilt als dekje. Er zou nog een tafeltje in de boot komen en een bank. Met een breinaald prikte het meisje patrijspoorten in de scheepswand.

Bij iedere vordering juichte het meisje: ‘O jongens, kom eens kijken hoe schitterend hij wordt! Deze is veel mooier dan op het plaatje.’

En dat was ook zo.

Zo leerde het meisje… Nee, wacht. Zo leerde de moeder dat zij met twee uur knutselen 90 euro kon uitsparen en eindelijk die massa pijpenragers kon wegwerken die al vier jaar stof lagen te vangen. En ze leefden nog lang en gelukkig.