Kerstreces

9 januari 2012

De kinderen wilden graag een officiële kerstvakantie. Die hebben ze gekregen. Er hoefden geen wiskundeboeken opengeslagen te worden, geen kofschepen geleerd en geen schilderijen bestudeerd. Het hoéfde niet, maar als je alle bezigheden op een rijtje zou zetten, zou je een aardig kerstrapportje kunnen opstellen.

  • Nederlands: het schrijven van kerstkaarten, invullen van kruiswoordpuzzels, lezen van boeken.
  • Geschiedenis: voorlezen van verhaaltjes uit Ooggetuigen, luisteren naar verhalen van opa en oma, kijken naar documentaires.
  • Maatschappijleer: journaal kijken, praten, teletekst lezen.
  • Biologie: het lezen van de Grote Dierenencyclopedie, kijken naar de series Life en Frozen Planet, de nieuwe H&M-catalogus, afdeling lingerie.
  • Wiskunde: sudoku’s maken, kortingspercentages berekenen van cadeautjes op je verlanglijstje die nu in de uitverkoop zijn.
  • Aardrijkskunde: zie Maatschappijleer, Biologie en Geschiedenis.
  • Scheikunde: koekjes, cakes en taarten bakken.

Er waren ook schoolreisjes. We gingen op bezoek bij het muizenhuis, dat nu tentoongesteld staat in de Centrale Bibliotheek in Amsterdam.

En net als vorig jaar gaven Jet en Cato acte de présence op het Dickensfestijn, georganiseerd door de lokale hypotheekverstrekker die (serieus) persoonlijk de rol van Scrooge weer voor zijn rekening nam. Dit jaar moesten ze het helaas zonder pittoresk sneeuwdecor doen, maar de warme chocomel smaakte er niet minder om.

We bezochten het nieuwe Scheepvaartmuseum (dat er prachtig uitziet, maar wat mij betreft net iets te veel is ingericht door een designteam van mensen met vlotte vierkante brillen en net iets te weinig door mensen die geschiedenis willen vertellen. De schoonheid wint het van de diepgang, zal ik maar zeggen.)

Er is gelogeerd, er zijn logés geweest, er is geschaatst, gezwommen, naar de bioscoop gegaan.

En er was een bijzonder uitje voor een klein meisje dat Catootje heet en dat het soms moeilijk vindt om haar plaats te bepalen. Ze zou graag zo groot zijn als haar oudere broer en zus, maar dat lukt nog niet altijd. Ze zou graag haar babyzusje op één arm door het huis dragen, maar dat mag nog niet. Ze zou graag haar ouders af en toe voor zichzelf alleen hebben, en daar kunnen we wel voor zorgen. Dus ging ze alleen met haar vader naar Sprookjeswonderland in Enkhuizen.

Morgen blijven de boeken nog even op de plank liggen, want dan is er een groot feest waar veel thuisonderwijskinderen naar toe gaan. Met een lasergameschietafdeling, een draaimolen, klimtoren, botsauto’s, ballenbak en honderd kinderen om mee te spelen. Woensdag begint het Echte Leven weer. Ik hoop dat ze net zoveel zullen leren als tijdens de kerstvakantie.

Lijn zestien zien ontsporen

10 september 2011

Er zijn heel wijze kinderboekenschrijvers, wist u dat?

Neem nu dit interview met Paul Biegel. De tekst is dik 35 jaar oud, maar tijdloos in wijsheid en rede.  Je moet het gewoon even helemaal lezen, zo lang is het niet, en als je doorklikt naar pagina vier onder het kopje ‘Kinderen dragen geen maskers’, dan zegt Biegel dit:

‘Een kind aanwezig laten zijn, erbij laten horen, is ontzettend belangrijk. Je moet ‘m een hapje laten nemen van de grote-mensen-wereld. Dat kan een stukje zijn van ons gesprek, of lijn zestien zien ontsporen, of kijken hoe een pond suiker wordt afgewogen. Hij moet zien hoe hij later gaat worden. Als een kind ons nadoet, zeggen we vaak: o, wat speelt hij weer leuk. Nee, hij is aan het leren een groot mens te worden.’

Schoolvakantie

15 augustus 2011

Iedereen die een peuter of kleuter in huis heeft gehad, weet: leren stopt nooit. Een vijfjarige stelt honderdtwintig vragen per dag, las ik eens. Als we de pensioengerechtigde leeftijd bereikt hebben, zijn dat er nog maar zes.

‘Houden jullie kinderen schoolvakanties aan?’

Wat moet je dan zeggen?

Ja, want dan hebben hun schoolgaande vrienden eindelijk tijd genoeg om dagen achtereen te spelen. Om te sjouwen met luchtmatrassen voor spontane logeerpartijen en om tot twee uur ’s nachts te beppen vanuit de slaapzak.

Ja, want als Philip en Jet hun reken- en spellingboeken vóór de vakantie uit hebben, hoeven ze daar niet in te werken.

Of moet ik zeggen: ‘Nee, wij houden geen schoolvakanties aan’? Dat komt eigenlijk meer in de buurt van de waarheid.

Nee, want de honderdtwintig dagelijkse vragen blijven gewoon doorgaan.

Nee, want ze horen Lange Frans zingen: ‘Kom uit het land van Pim Fortuyn en Volkert van der G. / Het land van Theo van Gogh en Mohammed B.’  En dan praten we anderhalf uur over geschiedenis, maatschappijleer, islam, christendom, ietsisme, de nuance tussen vrijheid van meningsuiting en mensen kwetsen, Ayaan Hirsi Ali, vrouwenbesnijdenis, mannenbesnijdenis, seksualiteit, Nederlandse hiphop.

Nee, want iemand eet een koekje en vraagt: ‘Ligt Bastogne nou in Frankrijk of in Wallonië?’ en een ander pakt de atlas.

Nee, want er wordt nog steeds gezongen, geschilderd, gekleid, strijkgekraald, gezwommen, gedanst en gegymnastiekt, ook al zijn de balletschool en gymzaal gesloten.

Nee, want Cato stopt echt niet met leren lezen.

Nee, want we kijken nog altijd Human Planet en volgen de reis van de Beagle. We staan versteld van mensen, dieren en een ontroerend mooie planeet. We stellen vragen, praten, discussiëren en komen tot de conclusie dat we niet geloven dat de mens een geëvolueerd pantoffeldiertje is en dat de aarde van z’n lang zal ze leven niet uit louter toeval ontstaan kan zijn.

Nee, want ik heb zin om een pruimentaart te bakken en vriend D. stelt voor er een taartenwedstrijd van te maken. De jongens maken een kwarktaart, Jet, Cato en ik gaan Pflaumenkuchen proberen.

Nee, want er worden nog steeds filmpjes opgenomen met drie, vier, zes kinderen, een videocamera en veel flauwe grappen.

Het is maar net wat je wilt zien natuurlijk.

Je kunt twee tieners zien die voor een beeldscherm hangen.

Of je kunt twee kwetsbare, geestige jongens zien die FIFA 2010 op de Wii spelen en zich afvragen welk team ze zullen zijn, Ajax, PSV of De Graafschap. Die samen een target halen. Omgaan met teleurstellingen.

En triomfen.

Die een paar uur lol hebben en dan hun zwembroek pakken om naar de plas verderop fietsen.

Het is maar wat je wilt zien.

Een vierjarig kind dat om twee uur ’s middags in een balletpak verveeld uit het raam staart.

Of een meisje dat hard aan het werk is. Iemand die zojuist vier woorden gemaakt heeft en aan het overwegen is welke van de zevenentachtig overige vragen in haar hoofd ze nu eens zal stellen.

Het boek waar Cato mee werkt heet Het leesplankje en ligt op dit moment bij het Kruidvat voor 4 euro. Wij hebben een plastic versie van het Hoogeveens leesplankje (veilingkijker bulkt ervan), maar het boek bevat ook een bouwplaat met uitknipletters.

Stemmen op schrift

21 februari 2011

Cato heeft een nieuwe manier van communiceren: het geschreven woord. Sinds ze het alfabet geleerd heeft, is ze voortdurend bezig met het oncijferen van drukletters of het in haar hoofd spellen van woorden. Op onverwachte momenten declameert ze vanaf de achterbank: ‘Jas is eigenlijk heel makkelijk. J-a-s.’

Zo verschillend als Philip en Jet leerden lezen, zo anders is het weer met Cato. Om te beginnen is ze vroeger. Daar kan ik natuurlijk laconiek over doen (‘Lezen? Och, dat kunnen mijn kinderen op hun derde.’), maar eigenlijk sta ik paf. De eerste keer dat ze me tijdens het voorlezen onderbrak met: ‘Daar staat bos’, dacht ik dat het een toevalstreffer was. Maar ze kon het echt.

Omdat Cato zich graag in iets onderdompelt, is ze ook meteen gaan schrijven. Soms in spiegelbeeld, soms achterstevoren, maar altijd gedreven. Overal vind ik briefjes: met twintig centimeter plakband op de buitendeur of op mijn beeldscherm, of geschoven onder de deur (die ze daarvoor zorgvuldig dichtgedaan heeft) :

live mama, ik w
il een kus

cato mama papa lief filip jete

Als ik iets niet begrijp, trekt ze zich dat niet persoonlijk aan: dat is gewoon mijn fout. ‘Kijk dan even wat er staat’, zucht ze. Meestal kom ik er met een gul toebedeelde hint dan wel uit. En nu zijn we elkaars penvriendin.

Thuisonderwijs is…

30 juni 2010

… je afgesproken werk in de tuin maken. 

(Onverstoorbaar, als het moet. Ook al zit er iemand met een waterpistool op je te wachten.)

… lunchen met wentelteefjes in een tent in de woonkamer.

… een leeg strand. Met een vriendinnetje dat net als jij thuisonderwijs krijgt.

… je zusje helpen met een Belangrijk Project waar veel lijm aan te pas komt. Ook als je er niet zoveel trek in hebt. En goed opletten, want instructies van een driejarige luisteren nauw.

… erkenning krijgen voor je inspanningen.

… ineens zin hebben om met playmobil te spelen. Om half elf ’s ochtends. In je pyjama.

… vrienden bellen die ook thuisonderwijzen en net zolang in dezelfde museumzaal blijven hangen als je wilt.

… arbeidzaam leven, maar wel in een comfortabele positie.

Want naast alle rationele antwoorden op die veelgestelde vragen is thuisonderwijs vooral: tijd hebben voor elkaar.

Flora

26 mei 2010

Zo’n tuintje boort sluimerende interesses aan. Als je bezig bent met iets dat daadwerkelijke inspanning vergt, ga je je dingen afvragen. Hoe eten planten eigenlijk? Ja, door hun wortels. Maar hoe dan? En waarom zegt iedereen dat bomen en planten belangrijk zijn voor het milieu? Hoe maken ze dan zuurstof?

Hups, aan de fotosynthese. En dan blijkt het lastig om daar iets over te vinden voor niet-volwassenen. Het enige jeugdboek in onze extensieve stadsbibliotheek dat ook maar iets over het effect van zonlicht op blaadjes beloofde, heette Planten voeden zich met zonlicht en nog veel meer over planten. De titel klonk veelbelovend, maar daarmee was eigenlijk ook alles gezegd. De enige zin in het boek die in de buurt kwam, was: ‘Planten maken voedsel van zonlicht met behulp van de groene kleur uit hun bladeren.’

Op goed geluk haalde ik Bio-Bits in huis, schooltelevisie voor de eerste klassen van het voortgezet onderwijs. In de reeks ‘Planten’ bleek botanie aantrekkelijk gemaakt voor leerlingen in de hormonaal piekende leeftijd. Jongen wil meisje versieren, vader van meisje heeft rozenkwekerij, jongen wil ‘alles over planten’ leren zodat hij indruk kan maken op meisje. En ja hoor, ook fotosynthese kwam langs. Uitgelegd in vet coole frasen uiteraard, zodat Philip en Jet en passant nog wat streetwiseheid meekregen.

Als tegenhanger hadden we David Attenborough, die met zijn deftigste Engels alles weer goedmaakte.

En zo rolden we van het een in het ander. Jet kwam in haar Kleine Huis-boeken planten tegen die ze uit onze minimoestuin kende. Als de familie Wilder in Het kleine huis op de heuvel (twaalfde boek van de serie, soort epiloog) naar de staat Missouri verhuist en daar allemaal nieuwe gewassen tegenkomt, mogen de kinderen in het boek niet zomaar alles eten waar ze in het bos tegen aanlopen. Om uit te vinden of iets eetbaar is, moeten ze het eerst aan de paarden voorhouden. Als die het lusten, is het goed en mogen de kinderen het ook eten.

We lazen natuurlijk weer in Ruik eens wat ik zeg. Over struiken die met elkaar praten via hun wortels, bloemen die de hulp van insecten inroepen of sos-signalen sturen naar soortgenoten. Over bomen en planten die zichzelf giftig maken als er te veel van hun bladeren gesnoept wordt: versgemaaid gras dat zo lekker ruikt voor ons, terwijl het eigenlijk naar planteneters roept: ‘Ik ben niet gezond voor je.’

Maar er gaat niks boven het echte werk.

Onze bloemkoolplanten zijn niet zo goed in communiceren, hebben we gemerkt. Niks geen sos-signalen, ze hebben zich gewoon kaal laten vreten door de ganzen.

Daarom hebben we ze een handje geholpen. Net als de paksoi en de rucola, die ook ondekt waren door de ganz locker rondwandelende vogels.

(Het idee voor de vogelverschrikker annex windorgel kwam uit het Tuinwerkboekje voor kinderen – zie hieronder.)

Maar de tuinbonen doen het goed, man. Nooit geweten dat tuinbonenbloesem zo heerlijk ruikt. Dat is vast bedoeld om mensenneuzen te behagen, zodat ze extra goed voor de planten zorgen. Hier, geniet er nog maar eens even van.


Handig

Goed, thuisonderwijs is een curiositeit in Nederland. In België is het al een stuk normaler, in Groot Brittanië en Amerika is het gewoon een optie.

Nee, dat is niet vanwege de afstanden. Die miljoenen thuisonderwezen kinderen wonen echt niet allemaal op de Kansas prairie vanwaar zij met een krakerige telefoonverbinding contact zoeken met een leraar in de bewoonde wereld. Het is een optie waar ieder gezin om haar moverende redenen voor mag kiezen. Een kind dat verzwolgen werd door de structuur van een school. Een kind dat ten onder ging aan het groepsproces dat sociaal heette te zijn. Een kind dat thuis veel meer leert. Of ouders die gewoon een aanzienlijk deel van hun tijd willen doorbrengen met de kinderen die zij op de wereld hebben gezet.

In Nieuw Zeeland kun je zelfs een toelage krijgen. Op zich niet zo vreemd, want een thuisonderwijzend gezin bespaart de overheid flink wat geld. In Nederland 5600 euro per jaar voor een basisschoolleerling en zo’n 7500 euro voor kind op het voortgezet onderwijs (bron: website Rijksoverheid).

Toch zijn er landen waar thuisonderwijs resoluut verboden is. Dat zijn er weinig. Eigenlijk is het alleen onmogelijk in Noord-Korea (waar wel meer onmogelijk is) en in de Duitse deelstaten. Maar in ieder land zijn er mensen die blijven doorzetten om het beste voor hun gezin te bereiken. Ook als er bij thuisonderwijs drie maanden gevangenisstraf gevonnist wordt. Per ouder. Ook als hun bankrekening geblokkeerd wordt, als chantagemiddel om de kinderen niet langer thuis te onderwijzen.

Afgelopen dinsdag zond ZDF een prachtige documentaire uit over twee gezinnen die thuisonderwijs geven in Duitsland. Eén gezin met zeven kinderen waarvan de ouders gekozen hebben voor een minder overvloedig salaris, zodat zij zich allebei kunnen wijden aan het onderwijs van de kinderen.

En één unschoolend gezin met twee kinderen. Unschoolen betekent dat ouders ervan uitgaan dat hun kinderen uit eigen motivatie zullen leren wat zij nodig hebben in een arbeidzaam leven. In dit geval kozen de kinderen ervoor om vroeg op te staan en zich aan wiskunde, Engels en Spaans te zetten, zodat zij ’s middags tijd konden maken voor andere dingen.

De hele uitzending duurt dertig minuten. Zolang het een internetleven beschoren is, kun je het hier terugkijken op de programmasite. Unterricht am Küchentisch, een documentaire van Gregor Bialas.