Valreeptips voor de NOT

30 januari 2015


Als je zaterdag nog een gaatje hebt, zou ik gaan. Je hebt maar eens per twee jaar de mogelijkheid en bovendien blijft die kwakkelwinter morgen toch doormodderen, aldus weeronline. Waar is het op zo’n dag beter toeven dan op een beurs vol onderwijsmateriaal, museumkraampjes en boeken?

Aanmelden kan gratis en voor niks: op de site van de NOT. Via die link kun je eventueel ook een dagkaart van de NS aanschaffen voor 20 euro. Je hoeft niet in het onderwijs werkzaam te zijn, iedereen mag naar binnen. We signaleerden mensen met ‘Belastingdienst’ op hun naamkaartje, maar je kunt bij de bedrijfsnaam natuurlijk ook iets gezelligs invullen.

Op de site en in het boekje dat je bij de ingang krijgt, staan alle 350 exposanten met naam en locatie. Kun je een plannetje maken voor de route die je wilt gaan. Wij hadden dit jaar weinig noten op onze zang; ik hoefde geen methodes aan te schaffen en we kwamen vooral om ideeën op te doen en rond te snuffelen tussen de plezanterietjes. Hieronder een paar tips voor de NOT 2015 – in willekeurige volgorde.

  • Rekenstaafjes of base ten blocks voor onder meer Singapore Math.

    Educatheek – hal 10, locatie A044. Geweldige, thuisonderwijsvriendelijke leverancier. Van speelzand tot magnetische breukensets, via opblaasbare zonnestelsels, kleuterpuzzels, rekenstaafjes, letterdozen en zandvormpjes; een groot assortiment spullen met goede beursaanbiedingen.

  • Kinheim – hal 9, locatie A050. Veel werkboekjes die handig zijn bij zelfstandig werken. Hun serie ‘Topo Trainen’ vind ik nog steeds een van de beste in zijn soort (niet vergeten het correctievel erbij te kopen) en de geschiedenisreeks ‘Tijdvak’ is leuk, overzichtelijk en sluit goed aan op de geschiedeniscanon. Verder hebben we dit jaar een aantal puzzelboekjes gescoord: Franse woordjes voor Jet (12), spreekwoorden en taalspelletjes voor Cato (7). De beursprijzen zijn concurrerend met de reguliere prijzen: in plaats van 6,50 betaal je nu 4,50 euro per boekje én je kunt alles per stuk kopen in plaats van in sets.
  • Bekius schoolmaterialen – hal 9, locatie D080. Mooi ontwikkelingsmateriaal en veel spellen. Zelf heb ik dit jaar de denkspellen van Thinkfun laten passeren, maar ik twijfel nog steeds of dat een goede zet was, met die kortingen van dertig procent. Mocht je ideeën willen opdoen of materiaal uit de stal van Rush Hour en Camelot Jr. willen aanschaffen, dan zou ik er even langswippen.

Laser Maze van Thinkfun.

  • Naturalis – hal 8, locatie A056. Ze staan in het hoekje bij Archeon, Rijksmuseum, Zuiderzeemuseum en andere uitjes. Als je een Naturalisfolder meeneemt met hun onderwijsprogramma, zit er meteen een gratis toegangskaart in. Van de grote hoeveelheid gratis tassen die op de NOT verstrekt worden, heeft Naturalis dit jaar by far de mooiste.
  • Zwijsen – hal 10, locatie B033 (let op: niet hun locatie in hal 9). Mooie geplastificeerde posters van Europa, Wereld en Nederland, plus nog wat taal- en rekenposters. In de winkel 7,95, nu drie posters voor een tientje.
  • Entoen.nu – hal 8, locatie D048. De canon van de Nederlandse geschiedenis, moet je natuurlijk even langs.
  • Klas voor de toekomst – hal 11, locatie A078. Je kunt er niets kopen, maar wel een toffe demonstratie zien van de Legoleerlijn: een lespakket waarmee kinderen van 4-18 kunnen leren programmeren. Van simpele opdrachten tot ingewikkelde Lego-robots.

Jet in de klas voor de toekomst. Foto © Gerdine.

  • Het kinderboekenstraatje – hal 10. Een pad lang uitsluitend kraampjes met kinderboeken. Er zaten dit jaar geen enorme uitschieters bij, maar uitgeverij Gottmer moet je beslist even bezoeken. Zij hebben naast hun geweldige fondslijst een erg mooie beursaanbieding van drie boeken voor 15 euro – titels die doorgaans 15 euro per stuk zijn. Gottmer dus, in hal 10 op locatie B041.
  • Onze Taal – hal 10, locatie A017. Als je een béétje hart hebt voor het Nederlands, dan ga je hier langs. En anders ook. Want dan maak je gebruik van hun beursaanbieding en ga je zingend naar huis. Alleen al voor Onze Taal is het die treinreis waard.

Morgen dus, zaterdag 31 januari, de laatste dag van de Nationale Onderwijstentoonstelling. Jaarbeurs in Utrecht, geopend van 10 tot 16 uur. Haal hier je e-ticket.

Vorige bezoeken aan de NOT:


Sinds twee jaar zijn de kinderen druk in de weer met Rosetta Stone, het beroemde taalprogramma dat wereldwijd lof oogst. Philip (15) leert er Spaans mee, Cato (7) doet Engels en Jette (12) geht los met Duits. En ik moet zeggen: het werpt zijn vruchten af.

Het mooie van Rosetta Stone is dat het geschikt is voor elke leeftijd en discipline, het is laagdrempelig en je kunt zelf kiezen waar je het accent legt. Vooral lezen en schrijven oefenen? Check. Liever alleen luisteren en uitspraak verbeteren? Ook dat kan.

Het enige nadeel is dat het nogal kostbaar is. Als je alle niveaus wilt afnemen (vergelijkbaar met vijf leerjaren voortgezet onderwijs), ben je ongeveer 350 euro kwijt. Per taal.

Daar hebben we iets op gevonden. Naast indivuele pakketten biedt Rosetta Stone namelijk ook onderwijsabonnementen aan. Met een aantal thuisonderwijzers hebben we de handen als vanouds ineen geslagen en zijn zo’n abonnement aangegaan. Voor 99 euro per jaar leren we nu al twee jaar lang, met het hele gezin, met keuze uit 25 talen op álle niveaus.

Dus als je wilt instromen in het hoogste niveau Engels, maar vanwege de vakantie in Rome tegelijkertijd een beginnetje wilt maken met Italiaans, dan kan dat. Of als je je Frans wilt oppoetsen, maar net wat verder bent dan ‘Bonjour, je m’appelle Pascale’, dan bepaal je in drie muisklikken je niveau. En als je bezig bent met een project over China, dan kun je gewoon een maandje Mandarijn erbij leren om de smaak te pakken te krijgen.

Kortom, we zijn er blij mee. En nou komt het: dit jaar lijken we de 75 benodigde abonnees niet te halen. Dat zou jammer zijn. Maar het heeft ook een voordeel: we kunnen ons buitenkansje dit jaar delen! Met iedereen die, wel of geen thuisonderwijs, ook een taal (of twee, of zeven) wil leren. Met jullie!

Er zijn nog 15 plaatsen beschikbaar. Je moet alleen wel snel beslissen: uiterlijk donderdag 9 oktober om 19.00 uur*. (Ik voel me een beetje de encyclopedieverkoper met een voet tussen de voordeur, maar ik hoorde pas vanavond dat zonder 75 mensen het abonnement niet verlengd kon worden, anders had ik wel eerder getoeterd.)

Samenvattend:

  • Je krijgt toegang tot 25 talen (Engels, Frans, Italiaans, Hindi, Pools, Vietnamees, Spaans, Zweeds, Hebreeuws…)
  • Op alle niveaus, van absolute beginner tot grote gevorderde
  • Voor alle gezinsleden van alle leeftijden (het programma werkt met plaatjes)
  • Op computer (met headset), iPhone, Android en iPad
  • Voor een totaalprijs van 99 euro voor een heel jaar, t/m oktober 2015 en het stopt automatisch.

Wil je meedoen? Stuur dan uiterlijk donderdag 9 oktober 19.00* uur een mail via het lege velletje op deze pagina, dan zend ik je aanvullende informatie. Houd diezelfde avond wel je mail in de gaten, want de bijdrage moet vóór 10 oktober* overgemaakt zijn om het abonnement te laten doorgaan.

Hier staat over welke 25 talen je precies de beschikking hebt, en met de demo hier kun je zelf uitproberen hoe het werkt.

— update 10 oktober —

* Deadline bereikt en missie volbracht. Ik heb vierenveertig mails gekregen waarvan eenenveertig mensen zich aangemeld hebben. Namens Wilde Ganzen: onze hartelijke dank!

Het begint bij een uurtje

13 december 2013

Schaatsen leer je door je eerste slagen te maken. Tekenen door je eerste potloodstreep te zetten. En programmeren leer je door je eerste uur te coderen. Dat is de gedachte achter de campagne ‘Hour of Code’ die deze week van start ging in de Verenigde Staten.

Het is de bedoeling dat tien miljoen mensen van groot tot klein kennismaken met programmeren. Of zoals president Obama in een promotiefilmpje zei: ‘Don’t just buy a new video game, make one. Don’t just download the latest app, help design it.’

In Nederland heb ik er weinig over gehoord, maar ik vond het een goed idee om de kinderen eraan mee te laten doen. Philip heeft jaren geleden een poosje geprogrammeerd met Scratch, maar daar kon hij zich weinig meer van herinneren (daar doe je het voor, als ouder). Omdat zo’n beetje alle educatieve websites aan de campagne meedoen, is er een keur aan programma’s om uit te kiezen.

Philip begon bij Khan Academy, waar hij al een eigen account heeft – het is soms handig om concepten van zijn Singapore Math in een filmpje te zien. Khan is altijd helder, duidelijk en efficiënt, vind ik. In deze snelcursus programmeren leer je een e-card te maken.

Klik op het plaatje voor een directe link naar Khan Academy’s Hour of Code.

De volgende dag ging Philip verder op HourOfCode.com, de site die speciaal voor deze week in het leven geroepen is. Daar word je bijgestaan door beroemdheden als Mark Zuckerberg (hij van Facebook) en Bill Gates bij het programmeren van een spelletje Angry Birds. In tegenstelling tot Khan gebruik je hier geen losse cijfers en letters, maar het programma blockly, waarmee je blokjes met commando’s kunt slepen. Als je de hele les doorlopen hebt, ontvang je een certificaat.

De campagne gaat er prat op dat alle leeftijden op deze manier kunnen leren programmeren, ook kleuters. Nou is Cato natuurlijk alláng geen kleuter meer, dus het leek haar een makkie. Ze had ook al even met Philip meegekeken hoe het moest. En tadaa.

Onze favoriete app Brainpop doet ook mee aan Hour of Code: al hun filmpjes in het onderdeel ‘computer science’ zijn deze week gratis toegankelijk. Mocht je Brainpop nog niet kennen, dan moet je beslist even kijken. Het is een fantastische bron van algemene kennis. Iedere dag krijg je een tekenfilmpje over een ander onderwerp, van geschiedenis tot kansberekening en klassieke muziek, en daarnaast is een aantal filmpjes gratis beschikbaar. Voor een paar euro per maand kun je ook toegang krijgen tot het hele archief, als je dat zou willen. Wel in het Engels, maar niet al te ingewikkeld, mede door de duidelijke animatie. Hier staat meer over de app. Je kunt de filmpjes ook via internet kijken; dan moet je even op het plaatje klikken.

Klik op het plaatje voor alle tekenfilmpjes over computer science.

De kinderen hopen dat ik me ook wil gaan bekwamen in het programmeren. Dat was nadat ik hen gisteren het huis door joeg omdat ze, opgeslorpt door anderhalf uur ‘computer science’, vergeten waren hun rotzooi op te ruimen en de overblijfselen van het optuigen van de kerstboom iedere vierkante meter in huis bedekten. Zij denken zelf dat er vooral mooie kansen liggen in de richting van de robotica.

  • Hier een eerdere post over programmeren voor kinderen.
  • Als je je eerste uur volbracht hebt, biedt de campagnesite veel mogelijkheden om je vaardigheden uit te breiden. Van javascript tot het maken je eigen app of tekenfilmpje, voor zesjarigen tot ouden van dagen: hourofcode.com.

De kracht van lezen

18 oktober 2013

Hij leest! Dat mag voor u geen spectaculair nieuws zijn, ik vind het iedere keer weer fantastisch. Mijn kinderen zijn namelijk geen geboren lezers. Ze hebben altijd van vóórlezen gehouden, luisterboeken en realtime voorlezen. Maar echt boeken zelf lezen, dat was harder werken.

Ik begreep er niks van. Wie wil er nou niet wegkruipen met een dik boek? Dat heb ik al gewild zolang ik me kan herinneren. Maar mijn kinderen wilden helemaal geen dik boek. Wel strips. Tijdschriften. Van die grote informatieve boeken met veel foto’s en een ruime bladspiegel. Op zich geen probleem: lezen is lezen. Het wordt overal bevestigd; als je er maar plezier aan beleeft, is het goed. Toch zat het me dwars. Ik geloofde in plezier als voorwaarde, maar wist ook dat dat niet automatisch betekent dat een kind op eigen initiatief overstapt op leesboeken. Zeker niet in een tijd en omgeving met zo veel makkelijker te verteren alternatieve media.

Nou en? zou je zeggen. Dan lezen ze geen omvangrijkere boeken voor hun plezier. Dan houden ze het bij tijdschriften. Nou en?

Het punt is dat ik ervan overtuigd ben dat het lezen van boeken, van romans en non-fictie, boeken met alleen letters, waarin de tekst het woord doet, onmiskenbare voordelen heeft. Het sterkt je concentratievermogen (met drie uur lezen gebeuren er andere dingen in je hersenen dan wanneer je drie uur naar de televisie kijkt), het vergroot je woordenschat meer dan welke gesproken conversatie ook en door de zinnen te zien krijg je de hele Nederlandse grammatica met alle uitzonderingen en rariteiten op een presenteerblaadje – zonder dat je er een werkboekje voor hoeft in te vullen. Bovendien, niet onbelangrijk: het kan zalig zijn om op te gaan in een verhaal.

Om te weten hoe het is om je zo in een boek te verliezen dat je een heerlijk gevoel krijgt, moet je het wel eerst meemaken. Mijn zoon heeft een poosje gedacht dat hij optimaal gelukkig kon zijn als hij een computerspel speelde. Ik wist zeker dat dat niet waar was; al was het alleen maar omdat hij na lang gamen een allesbehalve gelukkige indruk maakte. Tijdens het gamen trouwens ook niet. Ik vind gamen niet slecht of verkeerd, maar je hoeft geen gave van opmerkzaamheid te bezitten om te zien dat mijn kind echt minder gelukkig is als hij zijn voornaamste levensdoelen laat afhangen van een computerspel.

Ik wilde dat mijn kinderen aan den lijve zouden ervaren dat je optimaal geluk ook uit andere dingen kan halen. Uit muziek luisteren, muziek maken, lange gesprekken voeren, sporten, lezen, koken. In plaats van alleen te verbieden, wilde ik dat ze alternatieven leerden kennen. Echt kennen; niet van horen zeggen. In de hoop dat ze, als ze straks alleen op die studentenkamer zitten, niet hun heil zoeken in urenlange gamesessies of televisiemarathons -omdat ze het dan lekker zelf mogen uitmaken- maar dat ze ergens in hun hoofd, in hun hart en lijf wéten dat er een andere manier is om je lekker te voelen.

Ik heb mijn kinderen dus overgehaald te lezen. Gedwongen is het woord niet, maar ik heb wel alle media-alternatieven op gezette tijden geëlimineerd. Verder was ik heel coulant. Ze mochten net zo vaak van boek wisselen als ze wilden, ze hoefden het nooit uit te lezen, we gingen samen op zoek naar het genre of de schrijver die ze het mooist vonden. Maar ze moesten wel lezen.

Dat was niet altijd makkelijk. Er waren genoeg momenten dat ik het handiger had gevonden om ze achter een schermpje te laten zitten. Dat zeg ik niet om te laten zien hoe voorbeeldig consequent ik ben in de opvoeding (want dat ben ik niet), maar om te laten zien dat het bij ons tijd kostte. Veel mensen denken dat mijn kinderen van nature vaatwassers uitruimen, geschiedenis leuk vinden, helpen in het huishouden, boeken lezen.

Dat is niet zo. Het ging niet vanzelf. Zoals veel dingen bij ons niet vanzelf gaan: een hand geven als je je voorstelt. Pas beginnen met eten als iedereen aan tafel zit. Handen wassen nadat je naar de wc geweest bent. Ruzies vreedzaam oplossen. Verschillende smaken lekker vinden door van alles één hapje te proeven, ook al denk je dat je het niet lust. Rekening houden met andere mensen. Je afgeknipte teennagels in de vuilnisbak gooien. Boeken lezen.

Het een kost meer moeite dan het ander, maar om bij lezen te blijven: na een paar jaar gebeurde er zoiets moois. Toen kwam er vanzelf een boek dat ze niet meer wilden neerleggen. Dat ze per se uit moesten lezen. Waarvoor ze zelfs hun schermtijd vergaten.

Nu hoorde ik laatst iets waarvan ik bijna van mijn stoel viel: door vijftien minuten te lezen, leren kinderen duizend nieuwe woorden per jaar.

Door iedere dag 15 minuten echt te lezen, komen er zo’n 1.146.000 woorden per jaar voorbij. En van die 1,1 miljoen woorden leer je ongeveer 1000 nieuwe woorden, ieder jaar opnieuw.

Het is natuurlijk geen nieuws dat lezen goed is, maar ik bedoel: duizend nieuwe woorden, dat is veel. En het opbouwen van een woordenschat is cumulatief, hè, hoe meer woorden je kent, hoe makkelijker je nieuwe woorden leert. En als je veel woorden kent, neem je informatie beter op. Onthoud je dus beter wat je gelezen hebt.

Als kers op de taart kreeg ik deze link. Een lezing van Stephen Krashen, emeritus taalprofessor en autoriteit op het gebied van tweedetaalverwerving. Krashen pleit voor vrij lezen op iedere school (Sustained Silent Reading) en presenteert hier onderzoeksresultaten die laten zien dat kinderen die lezen beter worden op ieder gebied van taal: ze zijn beter in grammatica dan kinderen die grammatica-instructies krijgen, ze hebben een grotere woordenschat dan kinderen die woordenschatoefeningen doen. Dat is nog eens goed nieuws voor mijn kinderen, bij wie ook spelling en grammatica niet vanzelf gaan.

Ik heb het filmpje in twee keer bekeken, maar als je geen tijd hebt voor alle 56 minuten, kijk dan in ieder geval minuut 2:45 tot 12:45 en minuut 15:26 tot 21:36. Krashen heeft een keuvelende en duidelijke manier van vertellen. Na afloop zou je denken dat het bijna vanzelf gaat.

—-

  • In deze brochure staan de voordelen van lezen nog eens op een rij, inclusief bronvermelding (opent als pdf).
  • De informatie over die duizend nieuwe woorden per jaar komt uit verschillende onderzoeken, waaronder Cunningham & Stanovich (2001),’What reading does for the mind’, Journal of Direct Instruction, 1/2, 137-149 en Suzanne Mol (2010), To read or not to read.

Zomerstippen

16 juli 2013

Met dank aan Caroline H!

Zomer is de tijd van stippen. Sproeten die van neuzen afspatten, bubbels in ijskoude prosecco, zonnevlekken achter dichtgeknepen ogen, bolletjestruien over tanige wielrennerslijven, polkadotjurkjes boven dansende zomerbenen.

En stippentekeningen. Niet zo’n lullige dot-to-dot, maar eentje van 844 stippen. Of 1400. Waarbij je vantevoren niet kunt zien wat het wordt. Getipt door een Vlaamse collega en hartstikke leuk. Voor de autorit naar Italië, met het luisterboek op de achtergrond, de treinreis naar het strand, voor thuisonderwijs of op school als je wat eerder klaar bent. De voorbeeldpagina’s sloegen hier zo aan (ieder op zijn eigen wijze: Philip met een lineaal, Jet voor de gezelligheid en Cato afwisselend juichend en jammerend met de inktwisser als ze twee stippen omgewisseld had), dat ik een paar boeken besteld heb.

Uit: Greatest Dot-to-Dots, Book 5

Als je op de afbeeldingen klikt, krijg je een pdf om het uit te proberen.

Uit: Extreme Dot-to-Dots Animals

Voor jongere kinderen is er naast gewone cijfertekeningen ook veel te vinden met een bijzonder tintje, de tafels bijvoorbeeld, of oneven getallen. Als je googelt op “dot to dot skip counting” kom je een heel eind. Hier alvast twee beginnetjes. Links abc-stippen, rechts met sprongetjes van 2.

   

  • Hier nog een paar Greatest Dot to Dots om uit te printen.
  • Hier (pdf), hier en hier meer voor jongere kinderen.
  • De boeken van Greatest Dot to Dot zijn op het moment van schrijven het voordeligst bij bookdepository.com (altijd zonder verzendkosten), die van Extreme Dot to Dot bij amazon.co.uk (alleen goedkoop als je voor minimaal 25 Britse ponden aan boeken bestelt – dan versturen ze het gratis naar Nederland met de super saver delivery. Ik doe niet aan partnerprogramma’s of reclames, dus ik stuur je links naar mijn beste weten. Als je betere weet, geef gerust een gil. Nederlandse boeken hebben een vaste prijs, dus die koop je het beste bij je lokale boekhandel.

Kom mee naar de NOT

9 januari 2013

sjouwen

Niet vergeten, hoor! Over twee weken is het weer zover: de Nationale Onderwijstentoonstelling. De beurs voor iedereen die zich met opvoeding en onderwijs bezighoudt.

Net als grote sportevenementen vindt het slechts eenmaal per twee jaar plaats. Eigenlijk vult de NOT het gapende gat tussen het EK en het WK. In die donkere januarimaand, juist als u denkt dat het nooit meer licht wordt, is daar de NOT. Een Utrechtse jaarbeurs vol leesboeken, lesboeken, kinderboeken, spelletjes, cultuur, techniek, projectideeën, muzikale en creatieve standjes.

Het is raadzaam om een casinohouding aan te nemen en vooraf met jezelf af te spreken hoeveel je gaat uitgeven – want man, zodra je je eigen zwakheden een ogenblik met de mantel der educatieve liefde bedekt, ben je aan de wilde beesten overgeleverd. Wanneer men echter als een Zeeuws meisje de hal betreedt, één hand op de knip en de andere wijd open voor alle goodie bags, dan komt u in een eldorado van nieuwe producten en goeie ideeën terecht. Ook als u geen (thuis)onderwijs geeft.

Officieel heet de entree 15 euro te zijn, maar in de praktijk kan iedereen hier een gratis toegangskaart aanvragen; kies de derde optie: ‘Ik heb geen uitnodiging, maar ik wil toch registreren voor een gratis bezoek’. Als je eenmaal in het systeem zit, krijg je iedere twee jaar opnieuw een uitnodiging. Wel snel zijn nu, want de beurs is van 22 tot en met 26 januari en de toegangskaart wordt thuisgestuurd.

Ik ga nog even wat kniebuigingen doen en mijn zijwaartse duik oefenen – die stapel educatieve posters is zo goed als in de pocket.

—–

  • Meer informatie op de site van de NOT. Het is handig vooraf een lijstje te maken van producten en uitgeverijen die je graag wilt bezoeken, want de beurs is zo groot dat je erin kunt verdrinken. Voor je het weet dool je drie kostbare kwartieren door de hal met schoolmeubilair en presentielijstsystemen terwijl je eigenlijk bij de kinderboeken en wiskundespellen had willen kijken. Hier een deelnemerslijst met standnummers.

Hoewel Jet niet meer in vol ornaat de straat op gaat om haar dagen als Laura Ingalls Wilder door te brengen, 1) is de negentiende eeuw nog steeds een favoriete periode.

Mal hoe die dingen lopen. Mij heeft het als kind nooit geïnteresseerd, de negentiende eeuw. Geschiedenis sowieso niet. Ik hield wel van lezen. Thea Beckman, Jan Terlouw, Evert Hartman. En ik hield van de verhalen van mijn opa. Over zijn jeugd, de oorlog, de politieke situatie in de jaren ’30, ’40, ’50, ’60. Maar de link tussen boeken, verhalen en geschiedenis had ik nooit gelegd. Terwijl dat nou juist geschiedenis is.

Geschiedenis bestaat uit verhalen. Mooie, grappige, verdrietige, razendmakende verhalen. Verhalen waarover je moet nadenken. Kritisch, malend. Om dingen vanuit verschillende gezichtspunten te zien. De verhalen van mijn opa waren gekleurd door zijn eigen rode bril (‘Willen we naar de Dam? Dan gáán we naar de Dam!’). De verhalen van mensen die in dezelfde tijd leefden, maar in een andere maatschappelijke of geografische positie zaten, waren heel anders. Als je al die verhalen hoort, ga je beter snappen waarom dingen zijn zoals ze nu zijn. Waarom ze soms veranderd moeten worden. Of waarom het juist prettig is dat het zo is.

De geschiedenis van de pioniers in Amerika stond niet in mijn top tien van te leren dingen. Ook niet in mijn top zeventig. Ik heb niks met cowboys en indianen, ik heb nooit meer dan zes minuten van een western kunnen uitzitten (alleen het intro duurt al gauw een kwartier) en heb nog nooit Het kleine huis op de prairie op televisie gezien. Maar ik had van verschillende kanten begrepen dat de boéken van Het kleine huis echt de moeite waard waren. Dus haalde ik het eerste deel uit de bibliotheek.

En Het kleine huis in het grote bos bleek inderdaad leuk. De eerste pagina’s waren even schrikken, met uitgebreide beschrijvingen van de varkensslacht, maar vanaf ‘Kerstmis’ was Jet verkocht. Alle volgende delen 2)  heeft ze verslonden, avondenlang terwijl John voorlas. Als zij er een uit hadden, las ik hem daarna.

De boeken zijn zo mooi omdat ze jaar na jaar laten zien welke worstelingen, succesjes, tegenslagen, tevredenheid, hoop en tragedies de landverhuizers doormaakten. Je leeft mee met de eerste oogst, de grote droogte, de langzame maar gestage bouw van het huis, wéér een verhuizing. Je volgt hun trek naar nieuwe oorden, de onderlinge communicatie. Je ziet Laura opgroeien.

Het gaf ook altijd stof tot praten. Hoe ze bleven doorzetten, hoe heerlijk het is dat wij wel stromend water hebben. Lange tijd gingen de gesprekken aan het avondeten over de manier waarop Laura en haar zusjes door hun moeder behandeld worden. Ik begon er vaak zelf over, want bij de onvriendelijke opvoeding van Ma Ingalls stak ik zelf tamelijk gunstig af, vond ik.

De tv-serie hebben we nog altijd niet bekeken. Ik heb wel een paar stukken gezien waar Pa Ingalls met ontbloot torso en een bijl over de schouder loopt, terwijl Laura en haar zusjes schaterend een heuvel af rennen en Ma Ingalls teder toekijkt. Beelden die in niets lijken op de boeken, waar de karakters groeien en je de ontwikkeling van een land volgt door de ogen van een generatie.

Zoals ik zei: het is goed om altijd verschillende versies van een verhaal te horen. En er is een boek over een achtjarig meisje dat in precies dezelfde tijd leefde als Laura Ingalls, maar dan in een heel andere situatie. Vriendin-collega Elisabeth gaf me de tip.

Louise Erdrich schreef in The Birchbark House over Omakayas (spreek uit: oo-MAA-kee-jaas), een meisje van het Ojibwevolk, een van de grootste groepen indianen van Noord-Amerika. Zoals je in het Kleine Huis leest hoe de familie Ingalls boter karnde, huizen bouwde en jaagde, zo lees je in Omakayas hoe een ander volk in precies dezelfde tijd in haar levensonderhoud voorzag. De angst waarmee Ma Ingalls naar de inheemse wilden keek, is veranderd in de bevreemding waarmee Omakayas kijkt naar die witte mensen met hun lelijke voeten (geen wonder dat ze van die rare hoge schoenen dragen, denkt ze).

The Birchbark House-serie bestaat uit drie delen, waarvan er absurd genoeg maar eentje in het Nederlands vertaald is, deel 1: Omakayas, het meisje van het Geesteneiland. Het tweede deel, The Game of Silence en het derde, The Porcupine Year zijn alleen in het Engels verkrijgbaar. Dat is jammer, want het tweede deel is misschien nog wel mooier dan het eerste. Ze horen ook zo bij elkaar. Hoewel Jet nog geen lange Engelse boeken leest, hebben we ze toch gekocht. Ze kosten een maar een paar pond bij amazon.co.uk (gratis verzenden vanaf 25 pond) of bookdepository (nooit verzendkosten). Ik lees voor en vertaal. Gaat in het begin een beetje langzaam, maar dat is niet erg. En na een paar hoofdstukken merk je dat er steeds minder vertaling nodig is.

Als toetje kreeg ik een filmtip van een vriendin. Ze had Jettes verkleedpartijen gezien en dacht dat dit misschien wel iets voor haar was. Dr. Quinn, Medicine Woman. Het duurde even voordat ik mijn westernaversie opzij gezet had, maar toen ik zag wie een glanzende bijrol als Kid Cole vertolkt, ging ik overstag.

Ja, hij heeft toevallig ook zijn gitaar bij de hand.

De hele serie is geweldig. Het speelt zich af in de tijd van Laura Ingalls Wilder en Omakayas, de tweede helft van de negentiende eeuw. Alles komt voorbij, maar dan in kleur. 3) Het dagelijks leven, de misoogsten, medische vooruitgang, nieuwe Europese immigranten, de eerste vrije slaven, het begin van de rechtspraak, de eerste stoomtrein, het eerste schooltje, contacten met Cheyennes, de massamoord bij de Washitarivier.

De Nederlandse Dr. Quinnsite staat hier, heel uitgebreid. De afleveringen zijn op youtube en in veel bibliotheken te vinden. De dvd’s zijn momenteel ook in de uitverkoop voor 14,95 euro per seizoen, zowel bij de EO als bij bol.

Hier een beginnetje van de allereerste aflevering.


———————-

1)  Zoals u hebt kunnen lezen in deze deeltjes uit de succesvolle reeks ‘De doldwaze avonturen van het thuisonderwijskwartet’:

Terug


—–

2) De reeks bestaat uit tien delen van Laura Ingalls Wilder met tekeningen van Garth Williams. In het eerste deel is Laura (de hoofdpersoon) vier jaar oud en bij ieder deel wordt zij ouder.

  • Deel 1: In het grote bos.
  • Deel 2: Op de prairie.
  • Deel 3: Aan de rivier.
  • Deel 4: De grote hoeve – onafhankelijk te lezen. Gaat over de jeugd van Almanzo Wilder, Laura Ingalls’ echtgenoot.
  • Deel 5: Aan het Zilvermeer.
  • Deel 6: De lange winter.
  • Deel 7: De stad op de prairie.
  • Deel 8: Een huis voor Laura.
  • Deel 9: De vier prairiejaren.
  • Deel 10: Onderweg.

Hierna volgt een soort epiloog, niet meer geschreven door Laura Ingalls Wilder, maar door Roger MacBride. Gaat over Rose, de dochter van Laura en Almanzo Ingalls.

  • Deel 11: Het Kleine Huis-kookboek. Zoals de titel zegt. Hoef je niet te lezen, is ook nauwelijks (tweedehands) verkrijgbaar.
  • Deel 12: Op de heuvel.
  • Deel 13: Bij de bron.
  • Deel 14: Bij de boomgaard.

Terug

—–

3) Het ziet er onwijs goed uit, maar vaak dus ook heel echt. Verreweg de meeste afleveringen zijn geschikt voor mijn kinderen (ook dertienjarige Philip die momenteel alleen van James Bond en actiefilms houdt, vindt ze mooi), maar er zitten een paar nare stukken tussen. De aflevering over de opkomst van de Ku Klux Klan was bijvoobeeld te akelig voor Jet (10) en Cato (5).

Terug