Zeven weken met Jakob (2)

12 augustus 2015

Soms gaan dingen anders dan je had verwacht. Voor een driejarige is dat niks nieuws; op die leeftijd moet je je verwachtingen voortdurend bijstellen. Je gevoel zegt dat het allang tijd is voor snoep, maar je blijkt een boterham te moeten eten. Een bezoek aan de speelgoedwinkel lijkt jou het uitgelezen moment om die grote doos playmobil mee te nemen, maar je blijkt daar te zijn voor een piepklein cadeautje – en niet eens voor jezelf. En als mama zegt: ‘Ik kom je over vijf minuten helpen’, dan lijkt dat wel een hele dag te duren – maar wanneer je in de dierentuin bent, is een hele dag in vijf minuten voorbij.

Als je maanden hebt uitgekeken naar de komst van je broertje, omdat je dan eindelijk eens uren en uren met een baby op schoot mag zitten en zo veel mag aaien en kussen als je wilt, dan kan dat zomaar tegenvallen. Blijk je na anderhalve minuut genoeg te hebben van zo’n onhandig wriemelend lijf op je schoot. Blijkt ie helemaal niet te lachen om jouw gekke stemmetjes. Blijkt ie te moeten huilen van jouw kussen. Terwijl jij nota bene de lekkerste kussen van de wereld geeft.

En van die elvenduizendste fotosessie voor familie overzee krijg je ook een sik.

Iedereen lijkt precies te weten wat de baby nodig heeft: warme melk, klopjes op zijn rug, aaitjes over zijn buik, wiegende wandelingen in de draagdoek.

Maar op de een of andere manier sla jij de plank steeds mis.

Daar kan je best verdrietig om worden, of boos. Of allebei. En dan verlies je ook nog eens met mens-erger-je-niet. En dan heeft mama beloofd dat ze dadelijk Kleine Ezel en de oppas komt voorlezen, maar is ze weer een luier aan het verschonen of aan het bellen met een saai iemand en gebaart ze ‘straks’ terwijl jij al een kwartier met je prentenboek staat te wapperen. Dus ga je maar spelen.

Dan gebeurt er iets buitengewoons. Het lijkt een gewone woensdag te worden, eentje waarop je zusje naar haar woensdagmiddagclub gaat en jij even met je vader meeloopt om haar weg te brengen. Maar het blijkt een bijzondere woensdagmiddag te zijn, want er is een nieuwe speeltuin in de buurt gekomen en die wordt vandaag feestelijk geopend. Door twee van je beste vrienden.

Alsof dat nog niet feestelijk genoeg is, staat er een popcornmachine, een suikerspinkarretje en zijn er twee hele paarden waarop je rondjes mag rijden. Dat wilde je altijd al zo graag, rondjes rijden op een paard. En je had het nog nooit gedaan.

Dan is het moeilijk kiezen wat leuker is, het paard of Ernie. Gelukkig hoef je niet te kiezen.

En alsof iedereen snapt dat jij wel wat extra’s kunt gebruiken, mag je niet een, niet twee, niet drie, maar zéven rondjes op het paard. Terwijl iedereen naar je kijkt en ziet hoe leuk jij bent.

Ja, soms gaan dingen anders dan je had verwacht. En als je na zeven rondjes en een zak popcorn thuiskomt, heb je weer genoeg om van jezelf uit te delen.

Met de lekkerste kussen van de wereld.

Opzouten met je rokjesdag. Het was geen rokjesdag, het was de eerste dag van het academisch jaar. Dat kan natuurlijk plaatsvinden in een auditorium, maar dan wordt het algauw dit.

Nee, dan vandaag. Dat was pas een opening, dat zag je aan alles. Aan de bomen die mooier getooid waren dan de plechtigste rector magnificus in de zwartste toga. Aan de koolmezen en blauwborsten die met opgeheven kinnen hun inaugurele reden hielden. Aan de zon die ad valvas aankondigde dat de colleges konden aanvangen.

Want waar vindt het nou echt plaats? In de wereld. Omringd door mensen die eindeloos vertellen en uitleggen. Die voorlezen, je aan het denken zetten, je aan het lachen maken, aanwijzen waar je het laatst over gehad hebt.

Met wie je kunt praten, die je verbeteren, aanvullen, nieuwe dingen introduceren. Aan wie je oneindig veel vragen kunt stellen, zodat je je gedachten kunt ordenen.

Daar waar je kunt oefenen. Waar jouw bijdrage gewaardeerd wordt.

Waar je donder en bliksem ontdekt, aerodynamica en zwaartekracht, waar je temperatuur en viscositeit onderzoekt.


Met iemand die helpt om het stof van je voeten te wassen.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Zodat je daarna weer opnieuw kunt beginnen.

Maar het een sluit het ander niet uit natuurlijk. Als je ’s morgens met je poppen hebt gespeeld en hebt getekend terwijl je broer en zussen luisterden naar Great Expectations, als je Duits hebt gedaan, economie, een interpunctiedictee en wiskunde, dan trek je daarna je tuinbroek aan – of toch een rokje. Om de feestelijkheden bij te wonen van je echte alma mater.

Hora est.

Voorlezen

16 juli 2014

Voorshands een opwarmertje, morgen weer eens een nieuw lijstje (voorlees)boeken.

Kent u ze nog?

11 mei 2014

Als je ze gewoon te eten blijft geven, en zo nu en dan een kus, dan gaat het al die maanden eigenlijk vanzelf door.

Voor je het weet heb je een Bep van Klaveren in huis.

Een Anna Pavlova.

En een Mega Mindy.

Okee, daar is iets misgegaan.

Maar dan is het handig dat je nog vierde hebt. Om het allemaal weer recht te breien.

Toria

Poortwachter

16 december 2013

Ze had al de deur naar menig hart ontsloten, maar sinds kort kan ze ook aardse deuren openen. Op haar tenen, soms nog iets verder, op één been balancerend en met de armen hoog uitgestrekt kan ze haar vingers net om de klink haken en hem naar beneden trekken. Zelden iemand zo trots gezien.

We worden de hele dag uitgenodigd om van haar nieuwe zelfbeschikking te profiteren. Ze kiest een willekeurig vertrek uit, gaat aan de andere kant van de deur staan en roept net zolang onze namen totdat er iemand komt opdagen. Als we vragen: ‘Wat is er, Victoria?’, klinkt er een gesmoord stemmetje van de andere kant: ‘Jij binnen?’

Als we vervolgens aangeven dat we graag naar binnen zouden willen (wel met enig enthousiasme, anders vraagt ze het nog drie keer), opent ze triomfantelijk de deur. Met de egards van een butler uit een Brits kostuumdrama laat zij één persoon binnen, sluit de deur en roept opnieuw een naam. Als het momentum te snel voorbij is naar haar zin, opent ze de deur slechts op een kiertje. Dan doet ze hem gauw dicht, voordat iemand er door kan. Maar omdat ze niet helemaal zeker weet of we er nog wel staan, roept ze van gene zijde nog eens onze namen en begint het spel opnieuw. Keer op keer op keer.

En wij doen mee. Want we snappen dat het machtig is om een nieuw verworven vaardigheid net zo vaak te oefenen totdat je zeker weet dat je het kunt. Om je enthousiasme te delen en even soeverein te zijn. Het is net als bij dat leren schaatsen of programmeren: deuren open je door op je tenen te gaan staan. Telkens weer.

De week van Victoria zit er nog aan te komen; u moet het nu even doen met vijftien minuten. Ik neem een greep uit een willekeurige ochtend, even na het ontbijt.

Zo’n ochtend begint goed. Victoria mag graag ontbijten en na een copieuze maaltijd -eitje, plakje kaas, bekertje karnemelk, stukje sinaasappel, rijstkorrels van gisteravond die ze uit de spleten van haar kinderstoel krabt- is ze altijd heel gezeglijk. Op deze willekeurige ochtend speelt ze met haar zusje en komt de woonkamer binnen met een pop in de draagdoek.

Een andere pop dan Harry. Want hoewel Harry nog altijd kan rekenen op Victoria’s allesbedelvende liefde, laat ze hem in dit geval net zo makkelijk links liggen. Ook een poppenmoeder moet praktisch blijven en het is nu eenmaal evident: Harry draagt minder makkelijk.

Ze hobbelt rond tussen speelgoed en slaapkamers, kletsend en neuriënd, druk in haar eigen wereld.

En op zo’n moment maak ik een denkfout. Ik denk namelijk: ‘Wat is ze lekker bezig, ik kan wel even iets anders doen.’ Iedere peuterouder weet dat je dat nooit kunt denken. Binnen drie minuten nadat we haar onze rug hebben toegekeerd, heeft Victoria alle tweeënzeventig billendoekjes uit het nieuwe pak getrokken.

Daar linksachter.

In de vierde minuut van onze willekeurige ochtend heb ik de helft van de billendoekjes teruggepropt -de rest doe ik later wel- en scharrelt zij verder.

Je zou denken dat ik geleerd had van de billendoekjes, maar dat is een misvatting. Neem het aantal keren dat een dribbelende peuter over haar eigen beentjes struikelt, vermenigvuldig het met je eigen leeftijd en je hebt de hoeveelheid gapende gaten tussen droom en daad in het ouderschap.

Weer denk ik: ‘Wat is ze lekker bezig, ik kan wel even iets anders doen’, waarop Victoria in minuut zeven van onze willekeurige ochtend een blauwe viltstift gevonden heeft en deze in minuut zevenenhalf op de zitting van de stoel uitprobeert.

Gelukkig is het uitwasbare stift. Omdat Cato graag dingen doet met water en afwasborstels, biedt zij aan de stoel schoon te maken. De schuldige staat er aarzelend bij. Aan de ene kant wil ze graag meehelpen, zij houdt namelijk ook van afwasborstels en water, aan de andere kant is het zonde van die mooie tekening.

Ik maak gebruik van de aarzeling en troon haar voorzichtig mee. In minuut negen verschoon ik haar pyjama en kleed ik Victoria aan. Althans, dat was de bedoeling.

Want in de tiende minuut, terwijl ik haar pyjama in de wasmand doe (daar was namelijk ook viltstift op gekomen), loopt Victoria de badkamer uit en besluit een liedje te luisteren op de iPad. Het moment waarin ik de shampoofles red die zij uit de badkamer had meegenomen en juist op het tapijt wilde leegknijpen, staat niet op de foto.

In de dertiende minuut van onze willekeurige ochtend heeft Victoria haar kleren daadwerkelijk aan en vraagt Jet of zij even met haar naar buiten mag in de draagzak. Dat mag.

Die week komt dus nog. Als het lukt. Fotograaf Søren Bidstrup begrijpt wel wat ik bedoel. Hij won de tweede prijs in de categorie ‘Daily Life’ van de World Press Photo 2013. Een willekeurige ochtend.

World Press Photo 2nd Prize Daily Life

Popje

17 februari 2013

Victoria houdt van poppen. Het is een van de weinige woorden die ze kan zeggen: poppe. Naast tietietie (vogel), Pl’p (Philip), papa (papa), papa (mama), Dette (Jette), Dette (Cato), ja (ja) en uh (nee).

Ze houdt van kleine poppen,

grote poppen,

vertrouwde poppen

en nieuwe.

Eigenlijk vindt ze alle poppen lief. Toch is er eentje die met kop en schouders boven de rest uitsteekt.

We hebben hem maar een naam gegeven. Harry.  Waar de aantrekkingskracht precies in ligt, weten we niet. Eerst dachten we dat het bij gebrek aan beter was, maar het is duidelijk meer dan dat. Zelfs als er vier andere poppen in de kamer liggen, verkiest ze Harry.

Als Harry opgeborgen is, gaat ze naar hem op zoek, net zolang tot hij gevonden is. Dan mag hij op het hobbelpaard rijden of krijgt hij hapjes van haar brood. Soms kom ik de kamer binnen en zit ze op de grond met hem te knuffelen.

Harry heeft rustiger tijden gekend. Jarenlang lag hij in de kast, tussen de magneetletters en de rekenstaafjes. Hij werd alleen tevoorschijn gehaald als iemand wilde weten waar je nieren nou precies zitten of hoe je slokdarm op je maag aansluit.

Die tijd is voorbij. Harry’s organen liggen verspreid door het huis. Gisteren vond ik zijn rechterlong onder een stoel en zijn lever naast de broodtrommel. Zelf lijkt hij er niet mee te zitten. Het was altijd al een beetje een stoïcijn natuurlijk, maar hij komt niet ongelukkiger over dan tijdens zijn donkere dagen in de kast, ook al had hij toen al zijn ingewanden nog. Hij heeft er dan ook veel voor teruggekregen.