De laatste tijd krijg ik veel vragen over de rekenmethode van mijn kinderen. Dat komt waarschijnlijk omdat ‘onze’ rekenboeken, My Pals Are Here! van Singapore Math, sinds kort in het Nederlands vertaald zijn.

In het land der blinden is Eenoog koning: er zijn weinig mensen in Nederland die thuisonderwijs geven en nog minder die Singapore Math gebruiken. Welnu, hier spreekt Eenoog.

‘Je schreef in 2007 dat jullie Singapore Math gebruikten. Doen jullie dat nog steeds en bevalt het?’

Ja, we gebruiken Singapore Math nog steeds en naar volle tevredenheid. Philip (13) doet inmiddels Singapore Math voor het voortgezet onderwijs: New Syllabus Mathematics.

‘Waarom heb je voor Singapore Math gekozen?’

Toen ik een rekenmethode zocht, heb ik eerst vijf Nederlandse bekeken: Pluspunt, Wis en reken, De wereld in getallen en nog twee. Daar was ik niet over te spreken. Het Nederlandse rekenonderwijs zwalkt al jaren van old skool naar realistisch rekenen en terug. De vriendjes en vriendinnetjes van mijn kinderen kregen op school geen staartdelingen of breuken, maar moesten ‘schattend’ rekenen. Als ik hen vroeg 1356:12 op te lossen, dan hadden ze twee vellen papier nodig om al schattend tot een uitkomst te komen. Dat wilde ik niet voor mijn kinderen. Ik was geen thuisonderwijs gaan geven vanwege slecht rekenonderwijs, maar nu ik toch thuisonderwijs gaf, wilde ik ook meteen goed lesgeven. Hoe ik van de zoektocht in Nederlandse methodes bij Singapore Math ben terechtgekomen, heb ik hier al eens beschreven.

‘Is de taal geen probleem? De boeken zijn in het Engels.’

Daar zag ik eerst ook een beetje tegenop, maar dat is reuze meegevallen. De methode is geschreven voor Singaporese kinderen van wie Engels meestal niet de thuistaal is. Daarom is het taalgebruik eenvoudig.

Totdat mijn kinderen het zelf kunnen lezen, vertaal ik. Ik zit gewoon naast hen, we praten over de sommen en ik luister hoe zij tot een antwoord komen. Bijkomend voordeel is dat ze op deze manier een extra taal leren. Door iedere dag wiskunde te doen, leren ze meteen Engels.

Het kost natuurlijk meer tijd dan ze in hun eentje aan een rekenboek te zetten. Dat vind ik soms weleens lastig met meerdere kinderen; het is makkelijker om gewoon een boek onder hun neus te schuiven. Maar achteraf gezien ben ik er blij om. Een-op-een-aandacht is gezellig en effectief. Bovendien blijf je precies op de hoogte van de vorderingen. En, niet onbelangrijk, je leert de methode met hen mee.

‘Wat is het onderscheidende in Singapore Math? Wat maakt het zo goed?’

Om te beginnen laat ik een meester zelf aan het woord, dr. Yeap Ban Har. Hij is een van de makers van Singapore Mathmethodes. In een Nederlands interview (hier) zegt hij dat het vooral de concrete aanpak is die de methode zo succesvol maak:

‘Bij Singapore rekenen gaat het om de ervaring en het zelf doen. We noemen dat ‘de concrete-pictorial-abstract methode’.

Als kinderen bijvoorbeeld 12:4 leren, krijgen ze eerst twaalf concrete voorwerpen, zoals muntstukken, die ze moeten verdelen in vier groepen. Elk kind kan dat. In de volgende fase werken ze met twaalf plaatjes in plaats van echte objecten en pas daarna maken ze de som met alleen abstracte symbolen, met cijfers. Elke fase is nodig om een volgende te kunnen begrijpen: eerst voorwerpen (concrete), dan illustraties (pictorial) en dan pas de cijfers (abstract).

Oplossingsgericht werken en gebruikmaken van objecten en illustraties bij leren is niet nieuw. Al jaren zijn er wetenschappers die verkondigen dat deze manier van leren effectief is. Wat ook niet nieuw is, is de manier waarop wij verdieping aanbrengen in de stof. Waarop we liever één probleem een paar keer oplossen dan dat we allerlei verschillende problemen oplossen. Wat wel nieuw is, is dat we al deze zaken hebben gecombineerd in ons onderwijs.’

Bron: onderwijsmaakjesamen.nl

Voor mij persoonlijk zit de grootste troef in de ‘bar diagrams’. Niet in de letterlijke vertaling van staafdiagram, maar als manier om verhaaltjessommen uit te rekenen. Zo leren kinderen al op jonge leeftijd sommen op te lossen die je normaal door middel van algebra berekent. Het begint heel simpel en later worden het ingewikkelde sommen die ze telkens op dezelfde simpele manier kunnen uitrekenen. Neem het volgende vraagstuk:

‘Philip heeft vier keer zoveel liedjes op zijn iPod als Jette. Samen hebben Philip en Jet 105 liedjes. Hoeveel liedjes heeft Philip op zijn iPod?’

Als je niet beter wist, zou je hier een vergelijking van maken. Met Singapore Math rekenen kinderen van 9 jaar dit anders uit.

Het is het meest typerende van de Singapore methode en ik ben er erg van gecharmeerd. Onwijs leuk om te zien hoe je kinderen ingewikkelde sommen snel en enthousiast oplossen. Ik wou dat ik het op de lagere school zo geleerd had.

Omdat dit zo specifiek is voor Singapore, wordt het door de hele methode heen opgebouwd. Ik kan me voorstellen dat het daarom lastig is om zomaar halverwege de leergang over te schakelen van een andere rekenmethode op Singapore Math. Dan mis je een didactiek die al jaren aan de gang is. Persoonlijk zou ik bij een overstap in ieder geval beginnen bij grade 2 (groep 4), ook als je kind eigenlijk al in een hogere groep zit. Dan zoeven ze wat sneller door de boeken, maar krijgen zij (en jij) de bar diagrams en bijzondere didactiek goed mee.

‘Overal staat dat Singapore Math alleen effect heeft als de leraar de methode goed begrijpt. Docententrainingen zouden noodzakelijk zijn. Vind jij dat ook?’

Je moet de methode inderdaad goed begrijpen, maar daar heb je als thuisonderwijzer naar mijn mening geen training voor nodig. Thuisonderwijzers hebben het grote voordeel dat zij met hun kind meeleren. De lerarentraining van Yeap Ban Har in Nederland beslaat enkele uren tot maximaal 3 dagen. Zelf zegt hij in bovenstaand interview:

‘Het gaat in de training vooral om de mensen te laten ervaren hoe Singapore rekenen werkt. Geen theorieën maar gewoon rekensommen maken. Zo merken ze meteen hoe effectief de methode is en kunnen ze de les die ze gedaan hebben in hun eigen klas geven. Wat ik mijn cursisten daarbij altijd adviseer is: lees het boek. Je leert het beste door alle opgaven in het boek zelf te maken.’

Bron: onderwijsmaakjesamen.nl

Zo is het maar net. Onderwijzende ouders doen precies dát. Als leerkracht met een groep van 30 kinderen kun je niet bladzij voor bladzij naast ieder kind zitten, het is logisch dat je dan via een training de methode in de vingers moet krijgen. Maar als privéjuf zit je een halfuurtje per les bij je kind en leer je vanzelf mee. Ik vond het fantastisch om de methode te zien ontvouwen.

Toch is dit wel een puntje van aandacht als beide ouders bij wiskunde helpen. Toen John de rekenles een keer overnam, mondde dat uit in een masterclass algebraïsche vergelijkingen. ‘Zo moet het niet’, had een tienjarig Philipje gezegd. Ik bedacht later pas dat John de blokjesmethode natuurlijk niet kende. Daar moet je even rekening mee houden.

‘Singapore voert al twintig jaar internationale rekentests aan. Komt dat niet omdat kinderen in Singapore veel meer tijd besteden aan rekenen?’

Het is te gemakkelijk om het succes van de methode daarop af te schuiven. Volgens Ban Har krijgen Singporese kinderen vijf uur rekenen per week. Dat is misschien wat meer dan in Nederland, maar niet absurd veel meer. Er zijn ongetwijfeld kinderen die ook nog uren naschoolse stamplessen krijgen, maar daar zijn de resultaten niet op gebaseerd. Bovendien blijkt uit de Nederlandse proef dat kinderen het ook hier beter deden. Tijdens gewone Nederlandse schooluren zonder drillscenario’s.

In iedere klas in ieder land ziten bolleboosjes en kinderen die het rekenen niet zo makkelijk afgaat. Wat Singapore rekenen zo bijzonder maakt, is dat iedereen beter presteert, ook de middenmoot en de ploeteraartjes. Dat is voor mij overigens geen doorslaggevend motief geweest. Ik zocht een beproefde, gedegen methode die ook nog enthousiasme kon opwekken. We hebben mazzel gehad dat het bij ons werkte.

‘Sommigen zeggen dat Singapore Math te weinig automatiseert, dat je veel aanvullend materiaal nodig hebt. Wat is jouw ervaring?’

De methode kent inderdaad geen oeverloze herhaling. Dat was voor mij een pre. Mijn kinderen zijn niet bijzonder begaafd, maar de eindeloze pagina’s die ik in Nederlandse methodes zag, vond ik overbodig. Ik wilde liever aanvullend materiaal geven als dat nodig was, dan de kinderen bij voorbaat aan een soort bezigheidstherapie te onderwerpen. Er was eigenlijk maar één onderdeel waarbij mijn kinderen meer oefening nodig hadden: de tafels van vermenigvuldiging. Dat deden we dan in de auto, aan tafel of wandelend naar de balletschool. Zo doen we ook wel spellingsoefeningen. Of ik liet ze wat tafels maken op een van de vijftienduizend tafeltrainersites op internet.

Leveranciers willen uiteraard hun waren slijten. Daar ben ik aanvankelijk wel voor gevallen; dan kocht ik aanvullende boeken als Challenging Practices, IQ Math en meer van dat soort veelbelovende titels. Maar we hebben ze nooit gebruikt. Het bleek bij Philip en Jet niet nodig. Wie weet komen ze nog van pas bij Cato of Victoria.

Wat wél handig is, is een set klikbare rekenblokjes. Ze bestaan onder verschillende namen: base ten blocks, rekenstaafjes, rekenkubussen. Je kunt ze bijvoorbeeld vinden bij Educratief, daar heten ze ‘MAB-materiaal’.

Verder doe ik aan variatie. Zo nu en dan geef ik de kinderen een paar maanden ander wiskundemateriaal. Voor de jeu, maar ook omdat ik het belangrijk vind dat ze verschillende vraagstellingen leren oefenen. Dan komen ze niet voor verrassingen te staan als ze eens een examen doen dat niet op Singapore Math geënt is. Dat is dan in plaats van Singapore Math, niet ernaast. In de loop der jaren hebben we afgewisseld met onder meer:


‘Is er iets wat je minder goed vindt aan de methode?’

Nee eigenlijk. Ik kan alleen maar enthousiast zijn over Singapore Math. Het is altijd een gok als je aan een echte methode begint en bij ons heeft het goed uitgepakt. Ik weet dat sommige mensen de plaatjes vinden afleiden van de som, maar voor mijn kinderen had dat juist een meerwaarde. Ik vond het ook altijd leuk als er uitgeweid werd, als we van het een in het ander rolden. Voor mij is dat een van de leuke kanten van thuisonderwijs. Zoals toen Philip werd geïnspireerd tot taartenbakken na zijn rekenles.

Het enige nadeel vind ik de prijs. Ik bestelde mijn boeken in Singapore zelf en dat is duurder dan Nederlandse methodes die je soms tweedehands op de kop kunt tikken. Nu My Pals are Here! in het Nederlands vertaald is, zou ook dat nadeel wegvallen.

—–

www.khanacademy.orgEen verbazingwekkend uitgebreid archief met allerhande wiskundefilmpjes. Van algebra tot rekenkunde, van meetkunde tot goniometrie, van natuurkundige onderwerpen tot aan de kredietcrisis.

Het is een bewonderenswaardig initiatief van Sal Khan die op dit moment al meer dan 800 filmpjes op YouTube heeft gezet. Hij heeft zelfs een deelvideotheekje gewijd aan Singapore Math, de boeken waarmee Philip en Jet leren rekenen (hier een eerder stukje over deze exotische methode, hier een extra motivatie voor mijn keuze).

Engelstalig, maar zeer de moeite waard: Khan Academy.

Uitweiden

9 maart 2009

Een van de leukste dingen van thuisonderwijs vind ik het uitweiden. Dat je met een onderwerp bezig bent en vanzelf in het volgende rolt. Je legt verbanden die je eerder niet opgevallen waren, gaat op onderzoek uit en komt telkens op nieuwe dingen die met het voorgaande te maken hebben. Soms zijn die verbanden logisch, zoals het duikvoorbeeld waarover ik eerder geschreven heb: via een interesse voor de duiksport zoek je oceanen op, het leven in de zee, leer je over koraal, krijg je milieueducatie.

Soms zijn de verbanden minder vanzelfsprekend. Zo heeft het rekenboek van de kinderen meer dan eens uitgenodigd tot zo’n uitweiding. Ik schreef al eerder over de wiskundetaart die Philip maakte naar aanleiding van een som in zijn rekenboek. En nu vond ik een stukje dagboek van precies een jaar geleden dat goed weergeeft hoe we soms van het ene onderwerp in het andere terechtkomen.

Philip was aan het rekenen en ik zat bij hem aan tafel. In het wiskundeboek stond naast de som een plaatje van een chanoekia, zo’n kandelaar die tijdens het joodse chanoekafeest gebrand wordt. De wiskundemethode die we gebruiken komt uit Singapore en heeft, heel politiek correct, de chanoekia naast de kerstster afgebeeld, harmonieus geflankeerd door wat kinderen met een bindi, zo’n hindoeïstische stip op het voorhoofd. Voor elk wat wils. Tijdens de som raakten we aan de praat over verschillen in geloof. Philip herkende de kandelaar en vroeg wat er met Chanoeka precies gevierd wordt.

Susan Marcus, Ga zijn poorten binnenWe pakten er een boek bij met uitleg over joodse feesten en gebruiken, Ga zijn poorten binnen van Susan Marcus – een mooi boek overigens. Nadat we de uitleg over het feest hadden opgezocht, bladerden we verder. We kwamen langs zegeningen en gebeden die bij allerlei gelegenheden worden uitgesproken. Naast de Hebreeuwse tekst stond onder iedere zegen de fonetische spelling. Philip vroeg me of ik een aantal zegeningen wilde voorlezen. En nog eens. En nog eens en nog eens, want hij vond de klank van de woorden zo mooi (Jet kreeg er na zes keer een beetje een sik van).

Vervolgens wilde Philip een stukje Hebreeuwse tekst ontcijferen. Ik heb ooit twee jaar Theologie gestudeerd, dus er staan wat verjaarde taalboeken in de kast. We pakten de studieboeken en Philip spelde hardop het alefbet, het Hebreeuwse alfabet. Hij vertaalde woordjes uit mijn oude werkboeken en reciteerde vervolgens opnieuw de Hebreeuwse heilwensen.

We twijfelden of we latkes zouden bakken, de aardappelpannenkoekjes die bij Chanoeka gegeten worden, maar besloten dat tot een volgende keer te bewaren. Philip maakte zijn sommen af en ging spelen met Jet.

Zo grazen we vaker om onze taal- en rekenlesjes heen. Thuisonderwijs is geen rooster dat we op schooltijden afwerken, het vindt de hele dag door plaats. Het is de kunst, het genoegen, om erin mee te gaan. Natuurlijk gebeurt het niet iedere dag dat een reeks vermenigvuldigingen uitloopt op een gesprek over cultuurgeschiedenis, maar ik geniet er ontzettend van als het wel zo verloopt. Het is een groot voorrecht dat we de tijd kunnen nemen om die dingen te laten gebeuren.

Mocht je geen Hebreeuws woordenboek paraat hebben, dan kun je onderstaande links gebruiken voor een sfeerbeeld. Ik heb de site verder niet onderzocht, maar het was de beste die ik kon vinden wat betreft uitspraak en vertaling.

Hier de chanoekazegeningen die wij bekeken hebben. Halverwege de pagina zie je naast de Hebreeuwse tekst een luidsprekertje waarop je kunt klikken. Zo hoor je de juiste uitspraak (met een pietsie Amerikaans accent)  en kun je meelezen met de fonetische en vertaalde tekst eronder – van rechts naar links.

En hier staan alle zegeningen op een rij; de dagelijkse, die voor sjabbat, de joodse feestdagen en andere speciale gelegenheden, bijvoorbeeld bij ziekte of (is dat niet mooi) bij het zien van de regenboog.

Beluister in ieder geval deze even. Het is de zegen die ik jullie allemaal toewens.

Vers van de pers. De kop heb ik gejat van De Telegraaf, die op altijd genuanceerde wijze haar mening geeft en hiermee Nederland waakzaam wil houden (opdat het Volk roept: ‘Breuken terug? Waren ze weg dan?’), maar de boodschap is natuurlijk wel serieus.

De commissie-Meijerink heeft vandaag advies gegeven aan minister Plasterk waarin staat dat schoolkinderen betere elementaire reken- en taalvaardigheden moeten opdoen.

Elsevier citeert uit een bericht van persbureau Novum:

‘De taal- en rekenvaardigheid van basis- en middelbareschoolleerlingen laat “geweldig te wensen over”. Ze kunnen bijvoorbeeld slecht een brief schrijven of rekenen met gewichten.’

De Telegraaf bericht er het uitvoerigst over (hier kun je het hele artikel lezen):

‘”Op rekengebied is het op basisscholen nu één grote chaos, vol trucjes en met nadruk op hoofdrekenen. Wij geven het advies om aan het einde van de basisschool de jonge kinderen weer goed te leren optellen,  delen, vermenigvuldigen en foutloos te rekenen als het om geld gaat”, zegt Jan van de Craats, commissielid en fervent voorstander van het ouderwetse rekenwerk op papier in plaats van uit het hoofd.’

Dat ik na ampel onderzoek en beraad ben gaan werken met een buitenlandse rekenmethode is dus geen uitsloverij, maar een onderbouwde keuze. Ik vond de Nederlandse methodes te vaag, langdradig en ik miste de dingen die ik juist belangrijk vond.

Ik ben gewoon geen voorstander van het nieuwe rekenen.

Voor wie er al een poosje uit is, hieronder een filmpje met uitleg over de manier van rekenen die al een jaar of wat op school aangeleerd wordt. Het is een Engelstalig filmpje van 15 minuten (ook in Amerika is het nieuwe rekenen ingevoerd) en geeft precies mijn bezwaren weer.

Mocht u zich ongerust gemaakt hebben: Philip, Jet en Cato leren dus gewoon staartdelingen en breuken.

Wiskundetaart

18 december 2007

‘Dat lijkt me ook wel lekker’, zei Philip toen hij vandaag zijn laatste rekenles over gewichten deed. De som ging over de ingrediënten voor een rozijnentaart en dat spreekt tot de verbeelding.

Tot een jaar of drie geleden hielp hij graag en vaak mee met koken: sperzieboontjes afhalen, pizzadeeg maken, sausjes kruiden. De laatste jaren was de frequentie daarentegen afgenomen tot hier en daar een pannenkoek of zelfgebakken broodje, dus ik vond het leuk dat hij nu zo enthousiast werd van een recept in een rekenboek.

En hij was serieus. Zelfs toen bleek dat ik hem niet kon helpen omdat ik Jet bij haar vriendin moest ophalen, en zelfs toen bleek dat de bloem op was en er niet genoeg rozijnen in huis waren. Terwijl ik weg was, ging hij zelf naar de supermarkt voor de ontbrekende spullen, woog alles af en smolt de boter – John verleende wat hand- en spandiensten bij de oven. 

Toen ik thuis kwam, geurde de rozijnencake me tegemoet. Leuk hoor, zo’n grote zoon.

Wiskundetaart

Math is fun

19 september 2007

Toen ik zes jaar geleden voor het eerst over thuisonderwijs begon na te denken, las ik het boek met de weinig opbeurende titel How children fail, van John Holt. Het bleek een prachtig boek. De titel doet geen recht aan de inhoud en als je ooit de kans krijgt, moet je het zeker lezen.1)

Holt was wiskundeleraar en een scherp observator. Hij beschrijft onder meer hoe kinderen zelf op onderzoek uitgaan als ze, zonder verdere uitleg, een balansweegschaal krijgen. De kinderen experimenteerden met gewichtjes links en rechts, maakten fouten, leerden daarvan, hadden een hoop lol en veel meer opgestoken dan in een les waarin hij sommen opgaf en het gros van de leerlingen het antwoord gokte. Het had me heerlijk geleken om zo wiskundeles te krijgen.

Inmiddels zijn we een paar jaar verder en hebben mijn kinderen ook al veel met de balansweegschaal geëxperimenteerd. Om een leidraad en een einddoel te hebben, besloot ik wel een wiskundemethode aan te schaffen. Ik heb geen les gehad van John Holt en mij ontbreekt de kennis en moed om zelf een wiskundeplan in elkaar te draaien en zo de basisvaardigheden zeker te stellen bij mijn kinderen.

Nadat ik een aantal Nederlandse lesmethodes had bekeken en geprobeerd, kwam ik uit bij een uitheemse leergang: Singapore Math 2). Befaamd onder thuisonderwijzers vanwege de goede resultaten, de afwezigheid van oeverloze herhalingen waar dat niet nodig is en de mogelijheid tot herhaling waar dat wenselijk is.

Singapore Math heeft verschillende series: Primary Mathematics, My Pals are Here! en Shaping Maths. Amerikaanse thuisonderwijzers gebruiken vrijwel allemaal Primary Mathematics, voornamelijk omdat de Amerikaanse leverancier het alleenrecht heeft op het uitgeven van deze serie  en goedkoop levert in de VS. Het is een oudere editie. Niet persé slecht, want Singapore staat al lange tijd aan het hoofd van internationale wiskundetests, maar in Singapore zelf gebruiken ze op 90% van de scholen My Pals are Here! en een beetje (10% van de scholen) Shaping Maths.

Omdat ik nooit over één nacht ijs ga, heb ik nog wat heen en weer gemaild met een aantal leveranciers in Engeland en Azië. Zij hadden er geen belang bij mij een van de series aan te smeren, want ze wisten op voorhand dat ik niets bij hen zou kopen, omdat zij geen distributeur voor Nederland waren. Na uitvoerig overleg en vergelijken had My Pals are Here! voor mij glansrijk gewonnen. Het combineert de kwaliteit van Singapore Math met een aantrekkelijke lay-out. Bovendien is het de serie die het meest gebruikt wordt op internationale scholen.

Twee voorbeeldbladzijden, een uit boekje 2B (groep 4, tweede halfjaar):

 

en een uit boekje 3A (groep 5, eerste halfjaar):

 

We zijn nu een dikke maand bezig, een halfuurtje per dag. Het is geweldig om te ervaren dat je in zo weinig tijd zo effectief kunt werken. Philip is er zelf wat ambigu onder. Aan de ene kant is hij trots en is zijn zelfvertrouwen in het rekenen zeker toegenomen, aan de andere kant blijft het een gewoon jongetje dat zijn snor probeert te drukken door twintig minuten op de wc te blijven zitten. In een van de eerste lesjes die hij deed, was de uitkomst van een woordsommetje ‘Math is fun’.  Dat zal in de praktijk moeten blijken.

——–

1) Antiquarisch is het her en der nog in het Nederlands te verkrijgen onder de titel Het kind. Een mislukking?  Maar de Engelstalige, herziene druk van 1982 en later verdient (veel) meer aanbeveling. Ook online te lezen, hier het hele boek in pdf.

Terug

2) Europese distributeur van My Pals are Here! is Ichtus Resources in Groot Brittanië. Via deze link kom je bij de verkooppagina.

Een andere distributeur is sgbox.com. De overzichtelijkheid van deze site is een drama, maar ze hanteren lagere kosten en verzendkosten. Ondanks dat je het van de andere kant van de wereld laat overvliegen ben je hier goedkoper uit dan via de Britse online winkels.

Ten slotte enkele overwegingen voor mensen die erover denken de methode aan te schaffen:

  • Over Singapore Maths bestaat onduidelijkheid onder sommige gebruikers; hier een aantal mythes ontzenuwd.
  • Er zijn vrij grote verschillen tussen Nederlandse methodes en My Pals are Here!  Hier staan niveautests om te bepalen in welke ‘grade’ (klas, groep) je kind zou vallen: de tests voor grade 1 tot en met grade 6. Grade 1 is ongeveer het niveau van groep 3, grade 6 is vergelijkbaar met groep 8.
  • Een keuzehulp in zeven stappen voor de juiste boeken. Houd voor ogen dat deze handige keuzehulp erop gericht is zoveel mogelijk boeken te slijten. De informatie op zich is betrouwbaar, maar je hebt voor thuisonderwijs echt geen torenhoge stapel ‘supplementary’ materiaal nodig. Mijn mening: gewoon de boeken die deel uitmaken van het pakket (dus 1 tekstboek en 1 à 2 werkboeken per halfjaar) en eventueel een boekje met ‘challenging problems’. De rest kun je met gemak in het dagelijks leven doen, terwijl je kookt, bakt, boodschappen doet en spelletjes speelt.

Terug