Olympisch verliezen

11 augustus 2016

Het concept van eervol verlies is nog een puntje van aandacht in de opvoeding. Of misschien kan ik beter erkennen dat het bij sommige van de kinderen gewoon mislukt is. Wanneer u bijvoorbeeld de woorden ‘Philip’ en ‘Cluedo’ in één zin gebruikt, kan ik niet voor de gevolgen instaan.

Des te blijer wordt een mens van David Katoatau, kampioen gewichtheffer van Kiribati. Kiri-wat? Ja, Kiribati.

Ach natuurlijk, Kiribati. Daar zo’n beetje rechtsonder op de kaart. Of in het midden, als je in Australië woont.

En als we dertig jaar wachten, hoef je niet meer op de kaart te kijken, want dan is Kiribati onder water verdwenen. U weet wel: opwarming, stijgende zeespiegel, verloren landbouwgrond, blablabla.

Tenminste, blablabla als je er zelf niet woont natuurlijk. David Katoatau woont er wel, en om ervoor te zorgen dat wij ook zo nu en dan aan Kiribati denken, heeft hij een dans ingestudeerd die hij na iedere gewichtheffing opvoert. Telkens als hij driehonderdzoveel olympische kilo’s boven zijn hoofd gehouden heeft, danst hij.

The Guardian, augustus 2016

Laatst mislukte zijn oefening in Rio. Hij tilde 349 kilo omhoog – zo’n beetje vijf keer mijn gewicht (in een parallel universum, of als ik de rest van mijn leven gras eet). David kreeg de halter drie, vier, vijf keer omhoog, maar de laatste keer ging het mis. Nog één keer wilde hij de wereld eraan herinneren dat het van ónze leefstijl afhangt of de mensen op Kiribati straks nog kunnen dansen op hun eiland.

Hij buikdanste het podium af, onder luid gejuich. Ik neem het mee als lesdoel voor het komende jaar.

 

De paden op

7 juni 2013

Ik kende hem alleen spreekwoordelijk, de Vierdaagse, als ik de auto te ver geparkeerd had. En van televisie, het laatste journaalitem, samen met de kindersurprisebeurs en de nieuwjaarsduik. Iets waarvan ik me altijd afvroeg of het echt bestond of dat het in scène gezet was. En dan was er natuurlijk de associatie met nordicwalkingstokken en hartaanvallen op warme dagen; ik kende in ieder geval niemand die echt aan de Vierdaagse meedeed.

Maar ten minste een van mijn kinderen is dol op medailles, dus toen Jet er lucht van kreeg dat je binnen vier avonden een prijs in de wacht kon slepen, was er geen houden meer aan. Het werd de Avondvierdaagse.

Philip was aanvankelijk sceptisch, helemaal toen hij hoorde dat het om wandelen ging -hij had verwacht op z’n minst te moeten hardlopen. We begrepen de lol niet, hij en ik, maar uit nieuwsgierigheid wilde hij toch meedoen en we besloten onbevooroordeeld op pad te gaan. Je wordt nooit slechter van vijf kilometer frisse avondlucht en we maakten Jet en Cato er heel gelukkig mee. Daar zouden we het voor doen.

Zal ik je eens wat vertellen? Het was ontzettend leuk!

De pijlen op de grond, het routebriefje dat overduidelijk door een vrijwilliger gemaakt was (wie denkt dat je Rossinilaan niet op vier manieren kunt spellen, heeft het mis), het avondzonnetje. Wat ik het allerleukst vond, was dat je op plaatsen loopt waar je anders nooit komt. Wijken waar je gewoonlijk niets te zoeken hebt, een richting die je anders niet zou nemen – het is de ultieme inefficiëntie. Alleen al daarom is het geweldig.

In een leven waar je met versnelde hartslag staat als je de verkeerde kassarij gekozen hebt, waar je blind de kortste weg naar zwemles rijdt omdat je ook op tijd voor muziekles moet zijn, tandartsafspraken maakt terwijl je boterhammen smeert en de vaatwasser uitruimt totdat het theewater kookt – in zo’n leven is de Avondvierdaagse fantastisch. Dat je gewoon de meest omslachtige route kiest, nergens heen, waarvoor je eerst een papieren kaartje haalt, aan een tafel, bij vier dames met een lila watergolf die er elk een eigen administratieve logica op na houden (‘O wacht, had jij het op alfabet gedaan? Ik deed het op startnummer.’), dat kan niet anders of daar moet je je aan overgeven. En dat is heerlijk.

We kwamen door wijkjes waarvan we het bestaan niet kenden, met lieve huizen en open voordeuren. We liepen over paadjes die zo verscholen lagen dat wilde bloemen er uitbundig en ongestoord konden groeien. We wandelden naar vertrouwde bestemmingen over onbekende weggetjes en zagen nieuwe dingen langs paden die we goed dachten te kennen.

Ik moet erbij zeggen: we liepen niet tussen de grote scharen. We vertrokken een beetje later, dan was het school- en verenigingsverband allang op weg en kwamen we alleen zo nu en dan een vriendengroepje of een gezin tegen. De twee keer dat we achterop een school liepen, wandelden we eromheen en hadden we daarna weer stille wegen voor ons.

De kinderen sliepen als rozen, ook degene die alleen op een rug had gezeten vanwaar zij haar onverstaanbare aanwijzingen had geroepen.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

En de volgende avond liepen we opnieuw. We praatten. Gesprekken die niet onderbroken werden door telefoon of google search of ik-moet-nu-echt-even-dit-afmaken. We liepen naar het strand en langs het crematorium dat een heel park achter zich bleek te hebben, zagen avondmist over het weiland hangen en een laag zonnetje op de duinen. We kwamen langs een ijswinkel.

En dan liepen wij nog maar de vijf kilometer. Volgend jaar doen we misschien wel tien. Cato kon het makkelijk, voortgestuwd door de pijlen op de grond, die als adrenalinestoten door haar lijfje schoten. Die medaille was dik verdiend.

En met tien kilometer zie je nog meer nieuwe plekken natuurlijk. Verscholen en nutteloos en nergens naartoe. Ik ben om.

In het noordelijkste noorden van Noord-Holland, daar waar de Nederlandse kust op haar allermooist is, daar waren we deze week. 

Het Nederlandse vlakke land behoort tot mijn mooiste plekken. Je kunt het zo mooi overzien, dat platte. De grote lappen tussen Hoorn en Purmerend. Het Groninger hogeland boven het Damsterdiep. Het hele Noordzeestrand van onder tot boven.

En dit noordelijkste Noord-Holland dus. Nu piepen er alleen nog groene sprieten omhoog uit wat straks de bollenvelden zullen zijn. Toch is het al mooi, de vlakke uitgestrektheid. En die duinen, die prachtige duinen. Veel mooier dan de Zuid-Hollandse.

Daar werd hard gewerkt deze week. Denk er een kilt bij en je hebt bijna Schotse toestanden. Negentiende-eeuws volksvermaak met traditionele onderdelen als het boomstamwerpen.

Rugspieren die tot kwijlens toe gestaald werden.

Het bekende ademhappen in the Great Glen. Een discipline die al van oudsher in Loch Ness beoefend wordt.

De winnaar ging een tikkeltje onwillig op de foto. Louter bescheidenheid.

De debutant die alles gegeven had.

2012 bracht ook een nieuw onderdeel in de Highland Games: het jennen van je zus in 1.40 m stilstaand water. Voorwaarde was wel dat de titelhouder het vervolgens weer goedmaakte en ontspannen op de foto ging.

Waarna hij urenlang achternagezeten werd door het monster van Drumnadrochit.

Zelf was ik kampioen in het maken van wazige foto’s en pakte brons op het onderdeel ‘oppeppen in Picasa’. Ook het traditionele cattle herding ging me goed af. De jury prees mijn aan waanzinnigheid grenzende kalmte en floot bewonderend tussen de tanden toen ik de vier lammeren keer op keer in de schaapskooi wist te krijgen. Binnen de tijd en zonder gebruik van de herdersstaf. Het was een mooie week.

Noem me maar Piet

1 december 2011

Eens per week om 18.30 uur komt Cato zielsgelukkig thuis van gymnastiek. Iedere week opnieuw. Deze week was ze nog vrolijker dan anders; ik hoorde het aan haar opgetogen stemmetje dat vanaf de voordeur riep: ‘Mam!’

Ze kwam de keuken in rennen en bleef voor me staan, al haar vier jaren groot, twee staartjes in haar haar en een verhit hoofd van het gymmen. Ze hield iets achter haar rug. ‘Mam, dit is de verrassing van je LEVEN! Lees maar voor!’

Ik las voor wat ze allemaal gedaan had. En zij vertelde over de cadeautjes in de kartonnen schoorsteen en alle oefeningen die ze had moeten doen. Over de evenwichtsbalk lopen alsof het een dak was, zwaaien aan de rekstok alsof je van het ene huis naar het andere sprong. Op het laatst hadden ze liedjes gezongen in de kleedkamer en toen ze terugkwamen in de zaal, bleek dat er nog een partij zoekgeraakte cadeautjes gezocht moest worden: ieder kind had een pakje met lekkers gevonden.

‘O, mam’, zuchtte ze, ‘wil je hem nog eens voorlezen?’ Ze hield het Pietendiploma voor mijn gezicht. Ik las hem nog een keer voor. ‘Je mag kiezen’, zei ze, want wij zijn van de ik-boodschappen en de keuzevrijheid in communicatie – dat krijg je als ouder altijd per ommegaande terug. ‘Je mag kiezen: nog honderd keer voorlezen of nog vijf keer.’ Ik las nog vijf keer voor. En vijf keer playbackte ze met haar lippen mee en zuchtte gelukzalig. 

Als ik even geen wereldnieuws meer wil horen, als ik genoeg heb van crises, misbruik, armoede en ontvoering in Mali, van Mexicaanse drugskartels en hun afgrijselijke daden en van volwassen mensen in niet-sportprogramma’s die ernstig een ruzie bij Ajax bespreken alsof het een zaak van levensbelang is en geen wedstrijd ver pissen, als mijn vertrouwen in de mensheid de bodem bereikt heeft, dan vraag ik aan Cato’s juf of ik een gymles mag meekijken.

Dan zie ik vijftien gelukkige kinderen rondspringen. Niemand zit er tegen zijn zin, want een gymclub is vrijwillig. Ik zie vier juffen en hulpjuffen, meisjes van 17 tot 20 jaar, die op hun vrije avond naar een gymzaal zijn gefietst om geheel onbezoldigd kleuters te vermaken. Die meisjes hadden ook in de kroeg kunnen staan, huiswerk kunnen maken, op de bank kunnen chillen met een bus Pringles en Brabantse chicks op de Antillen of een betáálde bijbaan kunnen nemen. In plaats daarvan hebben ze vijftig gymtoestellen klaargezet, helpen ze vierjarigen bij een koprol en zorgen ervoor dat mijn dochter niet uit het wandrek of van de trampoline dondert. Na twee uur ruimen ze alle toestellen en rommel weer op en fietsen lachend en kletsend naar huis, niet wetend hoe blij ze iemand gemaakt hebben met een Pietendiploma.

De volgende ochtend kwam Cato tegen me aan gesnuffeld in bed. ‘Goeiemorgen, mam.’ ‘Dag mijn lieve Catootje met je Pietendiploma’, mompelde ik. ‘Noem me anders maar Piet’, zei ze bescheiden. ‘Ik kan tenslotte alles wat een Piet moet kunnen. Wil je hem nog eens voorlezen?’ Maar voorlezen was niet nodig. Ik ken hem uit mijn hoofd.

We hebben er zin in!

11 juni 2010

Ik zit hier al paraat, hoor. Op een kratkussen, oranje klomp op mijn hoofd en een toeter in de hand. Om in de stemming te komen alvast een klassieke WK-finale waar we met weemoed aan terugdenken. Wie herinnert zich niet die retespannende wedstrijd Duitsland – Griekenland?

Hier kun je hem in het groot bekijken.

52° Noord

24 januari 2010

Jet wilde al heel lang. Al sinds de eerste keer dat ze meeging naar Philips duikles, want naast de duikschool was een klimwand.

Vrijdag kwam het er van.

Met veertien thuisonderwijskinderen en vier volwassenen naar de klimhal. Twaalf kinderen klommen.

Twee kinderen voelden aan een steentje, trokken eens aan een touw, en besloten vervolgens dat ze beter een goed gesprek konden voeren terwijl ze de boel vanaf een afstandje in de gaten hielden.

Er werden duidelijke instructies gegeven. Iedereen werd ingesnoerd en vastgeklikt.

En toen mochten ze omhoog. De kinderen waren verdeeld in twee- en drietallen. Terwijl er een klom, hielden een of twee anderen het zekeringstouw vast.

Ongeveer de helft van de kinderen klom helemaal naar boven. Philip en Jet behoorden tot de andere helft, die tot iets over de helft durfde.

Jet  was voldaan. Ze had ook het idee dat ze nu min of meer voorbereid was om deel te nemen aan de volgende editie van 71° Noord, het tv-programma waar ze zich de hele week op verheugt. 

Aanstaande dinsdag moeten de deelnemers een steile ijswand beklimmen. Jet zal het met kameraadschappelijke kennersblik gadeslaan. She’s been there. 

Hollen

27 oktober 2009

Het valt eigenlijk buiten mijn blogkader, maar met een beetje goede wil kun je wel een thuisonderwijslink leggen: het goede voorbeeld geven, mens sana in corpore sano, noem maar wat.

Het zit zo: ik loop hard. Niet van nature, maar als liefhebberij. Bijna anderhalf jaar geleden werd ik door vriendin M. met zachte dwang naar een hardloopgroepje gestuurd. Vriendin M. rende al jaren en vond het heerlijk. Ik rende al jaren niet meer en vond er geen zak aan. Maar ik had vage herinneringen aan het prettige gevoel dat je na het sporten hebt, een prozacje en oxazepammetje ineen, dus ik ging.

Het hardloopgroepje was geen succes. De eerste paar lessen is het fijn dat je niet de enige bent die hijgend als een molenpeerd de drie minuten volmaakt, maar eigenlijk ren ik liever in klein gezelschap. Dat wil zeggen: alleen. Of hooguit met z’n tweeën. Ik houd van de flexibiliteit, van mijn schoenen aantrekken wanneer ik dat wil, een ruiterpaadje nemen als ik daar zin in heb en het meditatieve van alleen hollen. Maar die meditatieve staat bereik ik pas als het rennen een beetje soepel gaat. Als je niet na vijf minuten vlekken begint te zien. Omdat ik dat stadium nog niet bereikt had, bleef het bij een halfslachtige poging.

Het laatste zetje kwam van dit blog, van een rennende moeder met vijf kinderen. Daar zag ik deze.

Sinds een halfjaar ren ik drie keer per week. Voor de goede orde: ik ben geen ranke gestalte met gazellebenen. Herinnert u zich Cato in een balletpakje? Dat ben ik. Meer koddig dan rank. Maar het fijne van hardlopen is, dat iedereen het kan. En hardlopers zijn leuke mensen, ze groeten altijd. De pezige oude man met de door zon en wind getaande huid, de hazewindrenner die je met zijn zevenmijlstred passeert, de andere koddige hardloopsters met rood hoofd en een paardenstaart op half zeven. Ik houd van dat decorum. Al dender je als een zwanger nijlpaard over de brug, als je je hand opsteekt naar een mederenner, ben je precies dát: een mederenner.

Er gaat niets boven buiten rennen. Ik heb het in de sportschool altijd raar gevonden dat ik op een loopband naar buiten keek naar waar ik had kúnnen lopen. In de herfstgeuren en -kleuren, in de zomerlucht en zelfs in de miezer en wind. Of in de winter, als de kou in je benen prikt. Als je terugkomt is je hoofd schoon.

Vaak ren ik zonder muziek, maar ik heb ook een persoonlijke trainer. Die heb ik aan het hardloopgroepje overgehouden. Het is een Vlaamse mevrouw die je op je mp3-speler kunt meenemen. Zij stippelt een programma uit, te beginnen bij het absolute nulpunt, en dan praat ze je in negen weken naar vijf kilometer. En in nog eens tien weken naar de tien. Ze zegt wanneer je mag wandelen, wanneer je een intervaltraining gaat doen of dat je nog twee minuten moet volhouden. Ondertussen draait ze muziek en roept: ‘Ik ben echt fier op je!’ en: ‘Je loopt al een pak harder dan vijf weken geleden!’

Het hele programmabestand is te groot om hier neer te zetten, maar ik heb alvast drie lessen van beide schema’s online gezet. Als je meer wilt, mail me dan, dan geef ik je rest van de cursus. De lessen hieronder beluister je door erop te klikken. Je kunt ze opslaan en op je iPod zetten door er met je rechter muisknop op te klikken en te kiezen voor ‘Doel opslaan als…’ (Save target as…). 

Van 0 tot 5 km – les 1
Van 0 tot 5 km – les 2
Van 0 tot 5 km – les 3

Van 5 tot 10 km – les 1
Van 5 tot 10 km – les 2
Van 5 tot 10 km – les 3

Ook handig:

  • De schema’s op MyAsics.nl. Geweldige site, wat je doel ook is. Een paar kilometer rennen zonder buiten adem te raken, 10 kilometer halen binnen 35 minuten of trainen voor een marathon, je vult een lijstje in met wat personalia en binnen een paar minuten rolt er een uiterst praktisch en haalbaar schema uit.
  • Op afstandmeten.nl kun je ook zonder satellietgestuurde polsband zien hoe ver je gelopen hebt.
  • Mijn beste aankoop waren, naast goede schoenen, de compressiekousen van Herzog. Ze zijn duur, maar het helpt fantastisch tegen shin splints (pijn in je schenen). Je moet ze even laten aanmeten bij een hardloopzaak.