Ha, courgette! (reprise)

28 augustus 2013

Omdat het seizoen in volle gang is en ik vorige week weer hulpeloos om me heen stond te kijken op zoek naar een slachtoffer, omdat alle buren in een straal van honderd meter zich achter de bank verstoppen als ze zien dat ik voor de deur sta met alweer zo’n heerlijk maaltje groente, daarom nog een keer: Ha, courgette!

Wij pachters van een volkstuin, wij hebben een zesde zintuig. Nochtans bewerken wij geconcentreerd het land, maar zodra het tuinhek piepend opengaat, weten wij of er een vaste tuinder of een onregelmatige bezoeker binnenkomt.

In het eerste geval volstaat een hoofdknik, in het tweede geval zetten wij het op een lopen om de andere volkstuinders de loef af te steken. Wij hollen de gast tegemoet, onder iedere arm een courgette ter grootte van een prehistorische knots. Als wij de argeloze bezoeker genaderd zijn, vragen wij quasi-nonchalant: ‘Heb jij misschien nog interesse in courgette?’

Ach, het is zo’n dankbare plant. Zo heel anders dan de kapucijner, die vertroeteld wenst te worden, opgebonden, gewied rond de wortels. Nee, dan de courgette. Na een incubatietijd van drie weken vensterbank kun je hem gewoon aan zijn lot overlaten. Met een beetje mazzel hoef je alleen een zaadje in de grond te stoppen; zon en regen doen de rest.

Het is een moestuingroente die garant staat voor een weelderige bloei en oogst. Je ziet de eerste kleine courgette, 10 centimeter groot, en denkt: ik wacht nog even, nog éven, tot hij zo groot is als die bij de groenteman. Als je drie dagen later komt, ligt daar het formaat van een kinderarmpje. En wanneer je hem onverhoopt nog even laat zitten, heeft hij de omvang van het dijbeen van een volwassen man.

Machtig mooi natuurlijk, met twee courgetteplanten (eentje voor ’t verlies) kun je bijna dagelijks oogsten. Maar na een paar weken plukfeest merk je toch wat bedrukte gezichtjes bij de kinderen. Het is een heikel punt op de volkstuin. Mijn buurvrouw zei van de week: ‘De kleinkinderen houden er echt van, maar laatst begonnen ze te huilen toen we weer courgettesoep aten.’

Dus wat doet een mens in zo’n geval? Nadat hij alle passanten een groene knots in de maag gesplitst heeft (‘Nee? Weet u het zeker? Ook niet voor de buren?’) snijdt hij er een paar door de roerbak, de risotto, de pastasaus en de chili sin carne (fijngehakte courgette lijkt net gehakt). En dan liggen hem nog drie flinke jongens aan te kijken, iedere keer als hij de koelkast opendoet. In zo’n geval wisselt men recepten uit.

Zes keer courgette. De cake heb ik zelf nog niet geproefd, maar is wel uit de eerste hand; een tuinbuuf garandeerde me dat ie heerlijk is.

Ratatouille

Ik kende ratatouille uit de pan, maar sinds ik deze ovenvariant op de verjaardag van vriendin V. gegeten heb, maak ik hem alleen nog maar zo. De foto klopt niet helemaal, want ik snij courgette en aubergine in plakken in de lengte. Dit plaatje komt wel het dichtst in de buurt bij wat ik zocht – op de rest van de ratatouillefoto’s zag je een roodachtige massa met brokjes courgette en aubergine, zo ziet het er niet uit als het uit de oven komt.

Ingrediënten:

• courgette
• aubergine
• tomaat
• knoflook
• olijfolie
• twee handen basilicum

Snij courgette en aubergine in dunne plakken in de lengte (iets dikker dan met een kaasschaaf), tomaat in plakjes of kwarten.

Leg in een ovenschaal, olijfolie erover, knoflook fijngesneden. Met je handen omhusselen, zodat de olie overal goed zit. Basilicum scheuren en erover strooien.

20 minuten in de oven op 180 graden. Zowel warm, lauw als koud erg lekker.

———-

Courgettecarpaccio

Ingrediënten:

• courgette, liefst kleine van maximaal 15 cm. die zijn rauw het lekkerst
• olijfolie
• 3 tenen knoflook
• pijnboompitten
• parmezaanse kaas of grana padano

Courgettes in dunne plakken snijden, iets dikker dan met de kaasschaaf. Flink wat olijfolie in een platte schaal, knoflook uit de pers erbij. Courgetteplakken goed door olie-knoflook husselen en even laten staan.

Serveer de plakken op een bord, pitjes erover en parmezaanse kaas.

———-

Indiase courgette

Ons oudste courgetterecept. John haalde het een jaar of vijftien geleden uit een Indiaas kookboek of een themanummer van Allerhande, de bron kan ik niet meer precies achterhalen. Maar het was in ieder geval de eerste keer dat ik courgette lekker vond.

Ingrediënten:

• courgette in blokjes
• blikje tomatenpuree
• olijfolie
• fenegriek, kurkuma, komijn, koriander en gember (of kerrie, daar zitten al deze kruiden ook in, en een beetje meer)

Olijfolie in de pan, kruiden erbij en even laten simmeren totdat het de geur gaat afgeven.

Voeg de tomatenpuree toe, minuutje roeren en courgette erbij. Husselen totdat alle courgette bedekt is met tomaten-kruidenmengsel en paar minuten laten koken. Courgette is dan nog knapperig. Bijgerecht.

———-

Courgettesoep

Ingrediënten:

• 3 courgettes in blokjes (of zo’n grote)
• twee uien
• veel knoflook
• bouillonblokjes
• olijfolie

Uitje-knof fruiten in olie, courgetteblokjes erbij en even laten meesudderen.

Twee liter water toevoegen, aan de kook brengen en bouillonblokjes toevoegen. Zet het vuur laag en kook 20 minuten. Daarna de soep pureren met staafmixer of in de blender tot een glad geheel.

Verder is het aan te vullen met van alles en nog wat – ik gebruik het zelf soms als basis voor groentesoep. De versie van Aschwin lijkt me ook lekker.

———-

Salade van courgettelinten

Basissalade van courgette (met olie, citroensap, zout, peper, bieslook of gesnipperde rode ui, knoflook). Neem net als bij de carpaccio ’t liefst kleintjes, die zijn rauw het lekkerst. Aan te vullen met van alles en nog wat: tomaat, blauwe kaas, olijven, zalm, munt, rode peper.

———-

Courgettecake

Zoals ik al zei, ik heb hem zelf nog niet geprobeerd, maar hij werd me van harte aanbevolen. Ik zag dat er ook zoete varianten in omloop zijn met walnoten en suiker, maar deze is hartig, met kaas. Het recept heb ik overgenomen van deze site.

Ingrediënten:

• 1 grote courgette, grof geraspt
• 100 gram boter of margarine
• 5 eieren
• 300 gram zelfrijzend bakmeel
• 1/2 theelepel zout
• 200 gram geraspte boeren belegen kaas
• 100 gram pijnboompitten

Verwarm de oven voor op 250 graden.

Laat de boter zachtjes smelten zonder bruin te laten worden.

Klop eieren los, schenk de gesmolten boter erbij en klop nog ongeveer 5 minuten door.

Voeg bakmeel en zout toe en mix het geheel tot een gladde massa.

Schep de geraspte courgette, kaas en pijnboompitten door het beslag.

Giet het mengsel in een ingevette cakevorm en bak 10 minuten in de oven.

Draai de temperatuur terug tot 175 graden en bak de cake in een uur gaar.

Een andere versie staat hier. Daar heet het taart in plaats van cake, maar die lijkt me ook lekker, met oregano en marjoraan. Ziet er zo uit:

 

Kefir van Sandra

23 oktober 2011


Je hebt van die mensen, dat zijn parels. Ze opereren meestal in het verborgene, maar hun glans verspreidt zich ongemerkt. Zo werkt dat met parels: ze zijn heel bescheiden, maar toch trekt je oog er steeds naar toe.

Het zijn bijvoorbeeld mensen die veel voor hun kiezen krijgen en toch altijd de mooie dingen blijven zien. Mensen die graag lange reizen zouden willen maken, maar in plaats daarvan kinderen uit verre landen bij hen vakantie laten vieren. Mensen die een extraatje goed kunnen gebruiken, maar er toch voor kiezen om anderen te laten delen in alles wat zij ontvangen.

Zo iemand is Sandra.

Nu heeft Sandra een poosje geleden wat kefirkorrels gekregen. U weet wel, zo’n melkzuurbacterie waarmee je een lekker fris drankje kunt maken. Kefirkorrels vermenigvuldigen zich snel, dus op een gegeven moment heb je er te veel, tenzij je graag zoveel kefir wilt kweken dat je erin kunt baden.

Dan kun je twee dingen doen: je kunt je overtollige kefirplantjes verkopen, zoals veel mensen op internet doen. Of je kunt ze weggeven. Nou mag u raden wat Sandra doet. Juist.

Hier op haar blog legt Sandra precies uit hoe ze de kefir uitdeelt en wat je ervoor nodig hebt. Je stuurt gewoon een envelop naar haar toe en dan stuurt zij je weer de korrels. Afijn, het wijst zich vanzelf.

Wij hebben inmiddels onze tweede pot kefir gemaakt. Ik had het nog nooit gedronken, maar ik zit, as we speak, al aan mijn tweede glaasje deze avond. Lekker man. Beetje karnemelk met lichte bubbeltjes. Een zuurtje en een frisje, zoals de heren van Topchef zouden zeggen.

O ja, en als je dan toch op Sandra’s blog bent, kijk dan even naar het vrijwilligerswerk dat zij doet voor de stichting Compassion. Mocht je nou drie tientjes per maand over hebben, dan kun je overwegen om een kind via die stichting te ondersteunen. Dat zou Sandra niet zeggen, hoor, als ze je die kefirkorrels gratis toestuurt. Dat zeg ik.

Verse bietjes uit de oven

11 augustus 2011

Ze zijn nog altijd prima verkrijgbaar: rauwe, verse rode bieten. Je kunt ze natuurlijk grof raspen met wat crème fraiche en kruiden, dan smaken ze een beetje peperig. Je kunt ze koken, dan zijn ze lekker zoet. Maar je kunt ze ook in de oven roosteren. Kantlijntje: het is niet helemaal een gerecht dat je in een kwartiertje op tafel tovert. Voorbereiding is niet zoveel werk, maar ze moeten wel een uurtje in de oven.

Ingrediënten:

  • 2 rauwe bietjes per persoon (of meer)
  • stuk of wat tenen knoflook
  • olijfolie
  • zout en peper
  • 1 citroen (voor sap en schil)
  • paar blaadjes (krop)sla per persoon
  • zachte geitenkaas
  • eventueel wat verse bieslook en/of peterselie

Verwarm de oven voor op 220 graden.

Borstel de bieten schoon of schil ze. Je kunt handschoenen gebruiken als je er niet twee dagen lang wilt bijlopen als Jack the Ripper. Snij de bieten, afhankelijk van hun grootte, in 4-8 partjes. Pel de knoflook.

Leg de bietenpartjes op een bakplaat met tenen knoflook er tussen. Giet flink wat olie over het geheel en hussel een beetje om.

Zet de bietjes 10 minuten in de oven op 220 graden, vervolgens nog 1 uur op 160 graden. Laat ze daarna een beetje afkoelen (mag tot kamertemperatuur).

Maak ondertussen een bedje van sla. Je kunt een paar blaadjes per bord doen of gewoon een bak met sla waar je straks de bieten op legt. Rasp de citroenschil en maak een dressing van citroensap, schil en olijfolie. Juist die schil erin maakt het extra lekker en intens met de bietjes en kaas.

Leg de bietjes en wat knoflook op de sla, bestrooi met zout en peper en giet de olie-citroendressing erover. Brokkel de geitenkaas over de bietensalade, besprenkel met eventuele bieslook of peterselie  en serveer.

De krootjes zien er niet zo mooi uit als ze uit de oven komen, gerimpeld en heel donker, maar dat hoort zo.

Wij aten het met couscous en tabouleh, maar met gebakken aardappels lijken ze me ook lekker.

Terzijde: er zijn veel variaties op dit recept te vinden en de meeste bevatten ook hazelnoten of pijnboompitten. Dat heb ik een keer toegevoegd, maar eerlijk gezegd vond ik het zonder noten lekkerder. De zoete, aardse grondsmaak van geroosterde verse bietjes komt heel lekker uit met de geitenkaas en citroen, daar heb je verder niets bij nodig.

Joodse appeltaart (vetvrij)

15 november 2010

En als je dan toch Yentl gaat kijken, neem er dan meteen een puntje taart bij. Ik ben normaal niet van het vetvrije, maar deze kwam ik op het spoor toen ik op een avond ontzettende zin had in appeltaart, maar geen boter in huis had. En geen zin om naar de supermarkt te wandelen.

Naast een aantal recepten met zonnebloemolie stond de joodse appeltaart op de eerste pagina googleresultaten. Ik hoef me niet aan de spijswetten te houden (melk en vlees gescheiden, herkauwers met gespleten hoeven en geen kruipend gewemel), maar de taart leek me lekker. Het is even hachelijk met die stijfgeklopte eiwitten – want daar drijft het recept op; maar als je dat eenmaal voor elkaar hebt, is het verder een klusje van niks.

Het oorspronkelijke recept komt uit het kookprogramma Werelds en staat helaas niet meer online. Ik heb de hoeveelheden aangepast aan de grootte van mijn springvorm en een beetje rozemarijn toegevoegd, want dat doe ik altijd in appeltaarten. Ooit van een topkok afgekeken, smaakt heerlijk.

Men neme:

  • een springvorm ø 28 cm
  • 12 appels
  • 2 citroenen
  • 7 eieren
  • 300 gram zelfrijzend bakmeel
  • 235 gram suiker
  • 2 theelepels rozemarijn (gedroogd, van die naaldjes)
  • kaneel naar smaak

Verwarm de oven voor op 180 graden.

Schil de appels, snijd ze in kwarten en daarna in plakjes. Bestrooi met kaneel en hussel door elkaar.

Pers het sap uit de citroenen en splits de eieren. Wees nauwkeurig, er mag echt geen eigeel bij het eiwit komen.

Eigeel, suiker, rozemarijn en citroensap in een kom en vijf minuten mixen.

Voeg het bakmeel toe aan het eigeel-suiker-citroenmengsel en kneed met de hand tot een deeg.

Klop vervolgens de eiwitten stijf. Zorg dat kom en garde of mixer echt vetvrij zijn, anders wordt het niks. Veel mensen hebben een eigen eiwitkloptrucje. Ik ben niet zo’n deskundige, maar ik wrijf kom en garde vantevoren altijd even na met citroensap en een keukenpapiertje, om de laatste vettigheidjes weg te poetsen.

Sla de stijfgeklopte eiwitten voorzichtig door het deeg.

Voeg de appels toe, maar bewaar een deel van de partjes om de bovenkant mee te bedekken, en roer ze goed door het deeg.

Giet het geheel in de springvorm en bedek de bovenkant met de apart bewaarde appelpartjes.

Je kunt eventueel geraspte citroenschil en/of nog wat suiker over de bovenste appels op de taart strooien (doe ik zelf niet).

Bak de taart in 70 minuten gaar.

Om het gebrek aan grasboter te compenseren, schrijf ik voor dat er een flinke dot slagroom bij geserveerd wordt. Mag trouwens ook voor joodse gasten die de kasjroet houden, want de ingrediënten in de taart zijn parve, zodat er zowel zuivel als vlees bij gegeten mag worden.

Een collega vroeg zich terecht af: ‘Maar was het ook lekker?’ Ja! Omdat de appels door het deeg gemengd zijn, heb je niet die lekkere korst die je normaal altijd bij appeltaart krijgt, maar hij smaakt verrukkelijk!

Ha, courgette!

2 augustus 2010

Wij pachters van een volkstuin, wij hebben een zesde zintuig. Nochtans bewerken wij geconcentreerd het land, maar zodra het tuinhek piepend opengaat, weten wij of er een vaste tuinder of een onregelmatige bezoeker binnenkomt.

In het eerste geval volstaat een hoofdknik, in het tweede geval zetten wij het op een lopen om de andere volkstuinders de loef af te steken. Wij hollen de gast tegemoet, onder iedere arm een courgette ter grootte van een prehistorische knots. Als wij de argeloze bezoeker genaderd zijn, vragen wij quasi-nonchalant: ‘Heb jij misschien nog interesse in courgette?’

Ach, het is zo’n dankbare plant. Zo heel anders dan de kapucijner, die vertroeteld wenst te worden, opgebonden, gewied rond de wortels. Nee, dan de courgette. Na een incubatietijd van drie weken vensterbank kun je hem gewoon aan zijn lot overlaten. Met een beetje mazzel hoef je alleen een zaadje in de grond te stoppen; zon en regen doen de rest.

Het is een moestuingroente die garant staat voor een weelderige bloei en oogst. Je ziet de eerste kleine courgette, 10 centimeter groot, en denkt: ik wacht nog even, nog éven, tot hij zo groot is als die bij de groenteman. Als je drie dagen later komt, ligt daar het formaat van een kinderarmpje. En wanneer je hem onverhoopt nog even laat zitten, heeft hij de omvang van het dijbeen van een volwassen man.

Machtig mooi natuurlijk, met twee courgetteplanten (eentje voor ’t verlies) kun je bijna dagelijks oogsten. Maar na een paar weken plukfeest merk je toch wat bedrukte gezichtjes bij de kinderen. Het is een heikel punt op de volkstuin. Mijn buurvrouw zei van de week: ‘De kleinkinderen houden er echt van, maar laatst begonnen ze te huilen toen we weer courgettesoep aten.’

Dus wat doet een mens in zo’n geval? Nadat hij alle passanten een groene knots in de maag gesplitst heeft (‘Nee? Weet u het zeker? Ook niet voor de buren?’) snijdt hij er een paar door de roerbak, de risotto, de pastasaus en de chili sin carne (fijngehakte courgette lijkt net gehakt). En dan liggen hem nog drie flinke jongens aan te kijken, iedere keer als hij de koelkast opendoet. In zo’n geval wisselt men recepten uit.

Zes keer courgette. De cake heb ik zelf nog niet geproefd, maar is wel uit de eerste hand; een tuinbuuf garandeerde me dat ie heerlijk is.

Ratatouille

Ik kende ratatouille uit de pan, maar sinds ik deze ovenvariant op de verjaardag van vriendin V. gegeten heb, maak ik hem alleen nog maar zo. De foto klopt niet helemaal, want ik snij courgette en aubergine in plakken in de lengte. Dit plaatje komt wel het dichtst in de buurt bij wat ik zocht – op de rest van de ratatouillefoto’s zag je een roodachtige massa met brokjes courgette en aubergine, zo ziet het er niet uit als het uit de oven komt.

Ingrediënten:

• courgette
• aubergine
• tomaat
• knoflook
• olijfolie
• twee handen basilicum

Snij courgette en aubergine in dunne plakken in de lengte (iets dikker dan met een kaasschaaf), tomaat in plakjes of kwarten.

Leg in een ovenschaal, olijfolie erover, knoflook fijngesneden. Met je handen omhusselen, zodat de olie overal goed zit. Basilicum scheuren en erover strooien.

20 minuten in de oven op 180 graden. Zowel warm, lauw als koud erg lekker.

———-

Courgettecarpaccio

Ingrediënten:

• courgette, liefst kleine van maximaal 15 cm. die zijn rauw het lekkerst
• olijfolie
• 3 tenen knoflook
• pijnboompitten
• parmezaanse kaas of grana padano

Courgettes in dunne plakken snijden, iets dikker dan met de kaasschaaf. Flink wat olijfolie in een platte schaal, knoflook uit de pers erbij. Courgetteplakken goed door olie-knoflook husselen en even laten staan.

Serveer de plakken op een bord, pitjes erover en parmezaanse kaas.

———-

Indiase courgette

Ons oudste courgetterecept. John haalde het een jaar of vijftien geleden uit een Indiaas kookboek of een themanummer van Allerhande, de bron kan ik niet meer precies achterhalen. Maar het was in ieder geval de eerste keer dat ik courgette lekker vond.

Ingrediënten:

• courgette in blokjes
• blikje tomatenpuree
• olijfolie
• fenegriek, kurkuma, komijn, koriander en gember (of kerrie, daar zitten al deze kruiden ook in, en een beetje meer)

Olijfolie in de pan, kruiden erbij en even laten simmeren totdat het de geur gaat afgeven.

Voeg de tomatenpuree toe, minuutje roeren en courgette erbij. Husselen totdat alle courgette bedekt is met tomaten-kruidenmengsel en paar minuten laten koken. Courgette is dan nog knapperig. Bijgerecht.

———-

Courgettesoep

Ingrediënten:

• 3 courgettes in blokjes (of zo’n grote)
• twee uien
• veel knoflook
• bouillonblokjes
• olijfolie

Uitje-knof fruiten in olie, courgetteblokjes erbij en even laten meesudderen.

Twee liter water toevoegen, aan de kook brengen en bouillonblokjes toevoegen. Zet het vuur laag en kook 20 minuten. Daarna de soep pureren met staafmixer of in de blender tot een glad geheel.

Verder is het aan te vullen met van alles en nog wat – ik gebruik het zelf soms als basis voor groentesoep. De versie van Aschwin lijkt me ook lekker.

———-

Salade van courgettelinten

Basissalade van courgette (met olie, citroensap, zout, peper, bieslook of gesnipperde rode ui, knoflook). Neem net als bij de carpaccio ’t liefst kleintjes, die zijn rauw het lekkerst. Aan te vullen met van alles en nog wat: tomaat, blauwe kaas, olijven, zalm, munt, rode peper.

———-

Courgettecake

Zoals ik al zei, ik heb hem zelf nog niet geprobeerd, maar hij werd me van harte aanbevolen. Ik zag dat er ook zoete varianten in omloop zijn met walnoten en suiker, maar deze is hartig, met kaas. Het recept heb ik overgenomen van deze site.

Ingrediënten:

• 1 grote courgette, grof geraspt
• 100 gram boter of margarine
• 5 eieren
• 300 gram zelfrijzend bakmeel
• 1/2 theelepel zout
• 200 gram geraspte boeren belegen kaas
• 100 gram pijnboompitten

Verwarm de oven voor op 250 graden.

Laat de boter zachtjes smelten zonder bruin te laten worden.

Klop eieren los, schenk de gesmolten boter erbij en klop nog ongeveer 5 minuten door.

Voeg bakmeel en zout toe en mix het geheel tot een gladde massa.

Schep de geraspte courgette, kaas en pijnboompitten door het beslag.

Giet het mengsel in een ingevette cakevorm en bak 10 minuten in de oven.

Draai de temperatuur terug tot 175 graden en bak de cake in een uur gaar.

Een andere versie staat hier. Daar heet het taart in plaats van cake, maar die lijkt me ook lekker, met oregano en marjoraan. Ziet er zo uit:

 

Snelle scones

5 juli 2009

Speciaal voor M. die ik al ken vanaf mijn vierde, toen iedereen dacht dat we zusjes waren. En die het een beetje moeilijk heeft.

Men neme:

  • 375 g bloem (of zelfrijzend bakmeel, dan kun je het bakpoeder achterwege laten)
  •  15  g bakpoeder
  •  70  g suiker
  •    1  theelepel zout
  • 300 ml slagroom (niet geklopt)

Verwarm elektrische oven voor op 200 graden.

Meng alle droge ingrediënten door elkaar en voeg daarna de slagroom toe; meng voorzichtig met een vork totdat de droge bestanddelen nat zijn.

Dan iets belangrijks: kneed het deeg in de kom met de hand zo kort mogelijk; ongeveer 5 tot 10 ‘kneedjes’ voor een samenhangend geheel.

Leg het deeg als een plak van ongeveer 1 ½ cm hoog op een stuk bakpapier op de bakplaat en maak een beetje plat met je hand.

Snijd in stukken. Je kunt met een glas rondjes uitsteken, maar ik snijd het deeg gewoon in vierkantjes, bij wijze van rustieke brokken. Snijd door tot aan de bodem, maar laat de stukjes wel tegen elkaar aan liggen, dan blijven de zijkanten lekker zacht ten opzichte van de bovenkant. Na het bakken kun je ze gemakkelijk van elkaar breken. 

Kwast wat overgebleven slagroom over het deeg en bestrooi met suiker en kaneel.

Bak in ongeveer 15 minuten gaar in de voorverwarmde oven.

Even laten afkoelen en serveren.

We maken zelf clotted cream, een mengsel van 1 deel mascarpone op 1 ½ deel crème fraiche, maar je kunt er ook grasboter of geklopte slagroom op smeren. 

Verder moet er nog een fris zoetje bij. Dat kan van alles zijn: lekkere jammetjes, gesneden bolletjes gember, rood fruit.

Scone met mascarponeroom en jam

Voor als we subiet zin hebben in een lekkerigheidje bij de koffie. Het kost alles bij mekaar misschien een halfuurtje en we worden er erg blij van.

Recept gekregen van de Amerikaanse thuisonderwijsmoeder die ook allemaal mooie Engelstalige kinderboeken bij ons introduceerde.

Wiskundetaart

18 december 2007

‘Dat lijkt me ook wel lekker’, zei Philip toen hij vandaag zijn laatste rekenles over gewichten deed. De som ging over de ingrediënten voor een rozijnentaart en dat spreekt tot de verbeelding.

Tot een jaar of drie geleden hielp hij graag en vaak mee met koken: sperzieboontjes afhalen, pizzadeeg maken, sausjes kruiden. De laatste jaren was de frequentie daarentegen afgenomen tot hier en daar een pannenkoek of zelfgebakken broodje, dus ik vond het leuk dat hij nu zo enthousiast werd van een recept in een rekenboek.

En hij was serieus. Zelfs toen bleek dat ik hem niet kon helpen omdat ik Jet bij haar vriendin moest ophalen, en zelfs toen bleek dat de bloem op was en er niet genoeg rozijnen in huis waren. Terwijl ik weg was, ging hij zelf naar de supermarkt voor de ontbrekende spullen, woog alles af en smolt de boter – John verleende wat hand- en spandiensten bij de oven. 

Toen ik thuis kwam, geurde de rozijnencake me tegemoet. Leuk hoor, zo’n grote zoon.

Wiskundetaart