Lente

14 april 2015

Ach zie de lammeren nou toch lurken
Aan hun vers geschoren moeders
En hoe de jonge zwanen
Donzen in de zachte sloot
En hoe de zoele wind de wolken waait
Tot pas gewassen luchten
Kan iets mooier dan het mooi is
Kan iets groter zijn dan groot

En voel de hosta nou toch lonken
Haar knoppen staan op barsten
Het nieuwe riet drinkt gulzig water
Uit de smalle vaart

Kan iets frisser dan het fris is
Wulpser dan het wulpste

Ach ik ben Goddank
Dus nog een keer
Een jonge lente waard

En zie de irissen nou toch pronken
Met hun stampers als koralen
Een varen rolt haar blaren
Als een leguanentong
En zie de veulens nou toch wankelen
En de vogels naar hun nesten

Kan iets verser dan het vers is
Kan iets jonger zijn dan jong

Zie hoe de zon een scherpe schaduw trekt
Onder de wijde wilgen
De puppy’s rennen rondjes
Bijtend naar hun eigen staart

Kan iets leuker dan het leuk is
Jeugdiger dan jeugdig

Ach ik ben Goddank
Dus nog een keer
Een jonge lente waard

Dit is zo mooi
Het is om te janken zo mooi
Mooi, om te janken zo mooi

En nu de wingerd zich wellustig
En het onkruid onbezonnen
En ik mezelf aftel
Van volwassen naar bejaard

Wordt het groener dan het groen was
Nu ik grijzer dan ik grijs ben

Ach ik ben Goddank
Dus nog een keer
Een jonge lente waard

Mooi
Het is om te janken zo mooi
Mooi, om te janken zo mooi

En als vannacht de open hemel
De sterren strak laat stralen
En ik buiten op mijn rug lig
Starend naar het firmament

Kan het stiller dan het stil is
Eeuwiger dan eeuwig

Dan ben ik Goddank
Dus nog een keer
Gevangen in het moment

O
Dit is zo mooi
Het is om te janken zo mooi
Mooi, om te janken zo mooi
Mooi, om te janken zo mooi
Mooi
Om te janken zo mooi

(Deze versie vind ik mooier dan die andere, tragere, hoewel ik Van Roozendaal daar wel ontroerender vind. En nee, de schapen zijn nog niet geschoren als de lammeren geboren worden. En nee, je krijgt de lente niet omdat je hem waard zou zijn; net zoals Maarten van Roozendaal na zijn 51e geen lentes meer kreeg. Je krijgt ‘m cadeau. Dat is zo mooi.)

Carmiggelt

7 oktober 2013

Vandaag is zijn honderdste geboortedag. Je zou hem misschien niet direct in de Kinderboekenweek situeren, maar toch doe ik het. Ik vind dat alle jongeren hem moeten kennen. En omdat hij niet verkleed in een muizenpak over de Kinderboekenmarkt zal paraderen, al was het alleen maar omdat hij al vijfentwintig jaar dood is, zullen we hem zelf bij onze kinderen moeten introduceren. Ze hoeven trouwens niet per se te lezen, ze mogen ook naar hem luisteren. Naar dit verhaal bijvoorbeeld.

Het is een beetje traag en hij gebruikt meer metaforen dan de laatste jaren gebruikelijk is, maar het is ontroerend, grappig, herkenbaar. Carmiggelt kon mensen als geen ander typeren. Je zou het aan de huidige generatie jongeren kunnen uitleggen als een soort Koefnoen op papier. Maar dan met meer woorden en onbekende mensen.

Toen ik laatst een uitzending terugzag waarin Carmiggelt het verhaal ‘Niks’ voorlas, vroeg ik me af waarom ik het zo bijzonder vind. Er zijn meer columnisten die goed schrijven, er zijn meer ontroerende verhalen. En ineens wist ik het.

In 1963 zei Bomans (wie? Bomans! Scheer je weg, daar heb je op z’n minst Erik van gelezen) het volgende over Carmiggelt: ‘Het ademloos beluisteren en gedetailleerd beschrijven van mensen, waar ieder aan voorbij loopt, is een gave, weinigen gegeven, door één ten volle benut.’

Dat ademloos beluisteren was in 1963 dus al bijzonder. Maar vijftig jaar later is het nog veel bijzonderder. Als ik vroeger, in het pre-smartphonetijdperk, op een terras zat, landerige puberdagen sleet met rondhangen op de Dam of met het openbaar vervoer reisde, dan raakte ik met mensen in gesprek. Een halfuur in bus 35 naar mijn opa en oma in Tuindorp en ik had minstens één Kronkel van Carmiggelt aan den lijve ondervonden. Altijd was er wel een mevrouw met een watergolf die vertelde over haar kleinkinderen, haar schoondochter die K had, haar zoon met de goeie baan en onenigheid met zijn baas. Nog maar acht jaar geleden gebeurde dat ook regelmatig, als ik met andere ouders stond te wachten bij de gymnastiekclub of zwemles. Nu maak ik het nauwelijks nog mee.

Weer een reden om Carmiggelt te introduceren. Als tijdsbeeld van mensen die elkaar aanspraken op straat om zomaar een praatje te maken, waarna ze weer hun eigen weg gingen, ieder met een mooi verhaal erbij.

Hij is vandaag 72 jaar geworden en huisdichter van Cato’s geboortekaartje.

Er zijn periodes geweest dat ik twaalf liedjes van hem op een cassettebandje had opgenomen, TDK 90, samen met de Bangles, Prince, The Cure en Eurythmics (en onehitwonders Feargal Sharky en Sniff ‘n’ the Tears) (ach gos, ja). Dat was in de tijd dat ik Rainy Day Woman heel stoer vond.

Er zijn ook momenten geweest dat ik die kraakstem en het geprotesteer met ingewikkelde rijmschema’s verschrikkelijk gedateerd vond en geen geblaas in de wind meer kon horen.

Maar zoals dat gaat met dingen erg goed zijn, ze blijven. Kwaliteit verloochent zich niet. Ik trap nog maar eens een open deur in.

Want waar zouden we zijn zonder de clip van Subterranean Homesick Blues, zonder Knocking on Heaven’s Door, Just Like a Woman, Like a Rolling Stone?

Alleen al vanwege het profetische gehalte van dat couplet op Cato’s kaartje past het ons hem te feliciteren.

May you grow up to be righteous
May you grow up to be true
May you always know the truth
And see the lights surrounding you
May you always be courageous
Stand upright and be strong
May you stay forever young

We zijn natuurlijk pas zes jaar verder en het vergt enig kunst- en vliegwerk om Cato te overtuigen van de ‘lights surrounding you’, maar righteous, true, courageous en strong(-willed…) zijn tot dusver raak.

Ik vond deze recente opname van een ander nummer. Met kraakstem en alles. Maar mooi, mooi.

Prediker 3 (reprise)

21 maart 2013

Er is een tijd om snotneusjes te vegen en er is een tijd om mijn eigen neus in boeken te steken.

Er is een tijd om te luisteren naar de driehonderdste ‘mama?’ in twintig minuten en er is een tijd om zelf honderduit te praten

Er is een tijd om onwillige peuters met hun billen van het toetsenbord te halen en er is een tijd om mijn eigen vingers over de letters te laten gaan.

Er is een tijd om een punthoofd te krijgen van hoge sluierbewolking met kans op natte sneeuw en er is een tijd om de zon toe te juichen.

Even mijn luchtgitaar stemmen, dan ga ik ‘em de rest van de dag meegalmen.

In de reprise uit 2009. Omdat ik de column van Sedaris ieder jaar minstens drie keer luister en iedere keer weer tranen in mijn ogen heb van het lachen. En omdat het de beste manier is om aan buitenlanders uit te leggen wie Sinterklaas is.

Zingen bij de schoen

Terwijl we het sintmaartensnoep nog zaten op te boeren, kwam Sinterklaas alweer aan in de haven van Roermond. Het was als vanouds kantje boord, met een verdwenen schimmel en verkeerde strooizakken, maar dankzij duizenden zingende kinderen kwam alles toch nog goed.

Het allergrappigste sinterklaasstukje ooit werd geschreven door David Sedaris, een Amerikaanse schrijver en columnist. Hij beschrijft zijn kennismaking met de Nederlandse cultuur aan de hand van het sinterklaasfeest: ‘Six to Eight Black Men’. Hier leest hij het zelf voor. Laat je niet afschrikken door de taal, Sedaris is echt virtuoos. Je kunt de tekst hier meelezen.

Als je liever audiovisueel hebt, dan kun je hem ook hier op youtube beluisteren. Dat is dezelfde opname, maar dan opgeluisterd met plaatjes.

Ondertussen in het nirwana

20 oktober 2012

Ik zeg: Smells Like Teen Spirit. Dan zegt u…

Natuurlijk, Paul Anka.

Ik kon mijn enthousiasme dan ook nauwelijks verhullen toen Philip vertelde dat hij aan het oefenen was. Een jaar drumles heeft hij nu, en al waar hij mee thuiskwam was Coldplay, Coldplay, Coldplay. Het was een pak van mijn hart dat er eindelijk eens een fatsoenlijk moppie meegetrommeld zou worden.

Ik zag ons al gezellig naar zonnestudio Costa Brava, een tandenbleekje, samen de bühne op. We zouden een gouden duo zijn: hij de nieuwe Paul Anka, ik als Rita Reys scattend in het achtergrondkoor. Moeder en Zoon, de Carla en Frank van Putten van de Nederlandse jazzfestivals.

Fat chance. Ik ben diep ontgoocheld.

Philip drumt ‘Smells Like Teen Spirit’:

The day after

7 september 2012

Het was zo geweldig, mam.’