Prediker 3 (reprise)

21 maart 2013

Er is een tijd om snotneusjes te vegen en er is een tijd om mijn eigen neus in boeken te steken.

Er is een tijd om te luisteren naar de driehonderdste ‘mama?’ in twintig minuten en er is een tijd om zelf honderduit te praten

Er is een tijd om onwillige peuters met hun billen van het toetsenbord te halen en er is een tijd om mijn eigen vingers over de letters te laten gaan.

Er is een tijd om een punthoofd te krijgen van hoge sluierbewolking met kans op natte sneeuw en er is een tijd om de zon toe te juichen.

Even mijn luchtgitaar stemmen, dan ga ik ‘em de rest van de dag meegalmen.

Prijzen

23 oktober 2009

Dit is Philip (10) als de dingen tegenzitten. Als zijn walkietalkie stuk is en het lukt hem niet die te repareren. Als hij zich heeft voorgenomen dagelijks een stukje te schrijven en de writer’s block toeslaat. Of als hij iets wil opzoeken maar niet weet waar te beginnen en eigenlijk liever wacht totdat ik het voor hem doe. Bij Philip wil het glas nog weleens half leeg zijn. Dan lukt het hem niet zichzelf als Baron van Münchhausen aan zijn eigen haren uit het moeras te trekken en geeft hij liever op. ‘Dan niet.’

Dat wisten we al toen hij klein was, je kent je kind. En hoewel we niet bij iedere kleurplaat hosanna riepen, deed een zekere mate van aansporing en complimentering hem goed.

Maar een paar jaar geleden las ik Unconditional Parenting van Alfie Kohn. Als ik even kort door de bocht parafraseer, dan zegt Kohn dat kinderen het nodig hebben dat er onvoorwaardelijk van hen gehouden wordt. Daar zal niemand het mee oneens zijn. Vervolgens concludeert hij dat elke vorm van aansporen of prijzen door kinderen uitgelegd wordt als een voorbehoud. Als een ouder zegt: ‘Wat heb je dat goed gedaan’, dan interpreteren kinderen dat intuïtief als: ze accepteren me alleen maar omdát ik het goed gedaan heb. Ik moet hun liefde verdienen. Conclusie: als een kind je iets knaps laat zien, geef dan geen compliment, maar vraag of hij er zelf tevreden mee is. Geen geprijs meer.

Ik vond het plausibel klinken. Een tijdlang was ik tamelijk voorbeeldig in mijn niet-prijzen. Zo voorbeeldig dat Philip me na een paar maanden toebeet: ‘Waarom zeg je nou nooit meer dat je iets goed vindt?’ Dat was nadat ik de fase van ontwenning in ogenschouw had genomen.

Sindsdien juich ik hem gewoon weer toe als hij vastzit. En schrijf ik onder zijn stukjes ‘Goed zo, bink’ of iets van die strekking. Tenzij het natuurlijk niet goed is; in dat geval help ik hem om zichzelf te verbeteren. Het geeft hem net dat zuchtje wind onder zijn vleugels dat hij nodig heeft om door te vliegen. Sommige mensen hebben wat meer externe motivatie nodig dan anderen. Juist van de mensen die van hen houden.