Prediker 3 (reprise)

21 maart 2013

Er is een tijd om snotneusjes te vegen en er is een tijd om mijn eigen neus in boeken te steken.

Er is een tijd om te luisteren naar de driehonderdste ‘mama?’ in twintig minuten en er is een tijd om zelf honderduit te praten

Er is een tijd om onwillige peuters met hun billen van het toetsenbord te halen en er is een tijd om mijn eigen vingers over de letters te laten gaan.

Er is een tijd om een punthoofd te krijgen van hoge sluierbewolking met kans op natte sneeuw en er is een tijd om de zon toe te juichen.

Even mijn luchtgitaar stemmen, dan ga ik ‘em de rest van de dag meegalmen.

Fluit

6 maart 2012

Ineens kon ze het. Ze herinnert zich niet wat ze ervoor gedaan heeft. Ik ook niet. Het ging gewoon. Bij Philip en Jet kan ik me het hele moeizame proces nog haarscherp voor de geest halen. De frustraties, nog een keer voordoen. Nee, zó je lippen tuiten. Zó. Niet zo, maar zo. Zo-ho. Nee, ik weet niet precies hoe ik mijn tong houd. Ergens tegen mijn ondertanden aan, geloof ik.

Als je de derde bent, doe je veel dingen vanzelf. Zonder dat je ouders hijgend boven je hangen en onmiddellijk de familie bellen om te vertellen welke mijlpaal hun schatje nu weer bereikt heeft. Maar knap is het wel.

En voor elke mooie gelegenheid is er een mooi boek. Deze keer weer eens van mijn hofleverancier Jan Paul Schutten. Hij schreef de tekst, Aleksey Budovski maakte er mooie strakke tekeningen bij en de meesterfluiter zelf, Geert Chatrou, leest het voor op de bijgeleverde cd. Samen met Jeroen Kramer, bekend van Het Klokhuis en als razende reporter van het Sinterklaasjournaal. Kramer zet een gezellige Brabantse moeke neer en figureert tevens als alle andere personages uit Geerts leven: de voetbaltrainer, de schoolmeester, de schoonzus.

Het lijkt misschien geen onderwerp dat direct de tongen losmaakt, maar het is echt een verrassend mooi verhaal. Een bijzonder jongetje met een bijzondere gave die door weinig mensen als gave wordt gezien. Gelukkig heeft hij nuchtere ouders en het doorzettingsvermogen van een tank in oorlogstijd – dat laatste zonder het zich zelf te realiseren. 

Het verhaal is een beetje tragisch, met lieve zinnetjes als ‘ik had zelfs een mooie lieve vrouw gevonden, en dat was nog knap lastig, zoals je je misschien kunt voorstellen’. Maar je weet dat het goed afloopt. En als Geert Chatrou het voorleest met zijn gemoedelijke, opgewekte stem, wordt het nergens echt verdrietig. Tussen de regels door lees je een eenzame jeugd, maar de woorden zijn van een kind dat de wereld neemt zoals hij op hem afkomt. Het is zo’n sympathiek jongetje. En je gunt hem zijn uiteindelijke succes ook zo ontzettend.

Niet alleen Cato is dol op het boek. Wij allemaal. De cd voegt ook iets toe, omdat je daar mooi kunt horen hoe razend knap dat gefluit is. Afgelopen december zagen we Geert Chatrou nog bij de Top 2000 a gogo

En bij zo’n titel mag een anekdote uit mijn eigen familiegeschiedenis niet ontbreken. Mijn moeder was lange tijd actief als trainster bij de plaatselijke zwemvereniging. In die hoedanigheid jureerde ze ook wedstrijden tussen clubs in de regio. Tijdens een toernooi vroeg een van de deelnemers aan mijn moeder: ‘Zou u bij het keerpunt wat harder willen fluiten? Als ik kom aanzwemmen en ik maak een keerpunt onder water, kan ik het soms niet goed horen.’ Dat verzoek vond mijn moeder natuurlijk geen probleem: ze zou wat harder op het fluitje blazen. Bij de volgende deelnemer stelde mijn moeder zich pro-actief op. Ze liep op de jongen af, die al bij het startblok klaarstond en vroeg: ‘Wil jij ook een harde fluit?’ De achttienjarige jongen keek haar verbijsterd aan. Pas toen mijn moeder terug was op haar post aan het einde van zwembaan, besefte ze de oneerbaarheid van haar voorstel. Ik herinner me als de dag van gisteren dat ze met het schaamrood op de kaken thuiskwam en vertelde hoe de jongen haar de rest van de middag angstvallig had vermeden.

Eigenlijk wil ik niet overtuigen door zwaktes in het schoolsysteem te accentueren, maar door de kracht van thuisonderwijs voor zich te laten spreken. Desalniettemin vind ik dit filmpje toepasselijk.

Juist nu de roep om meer toetsen toeneemt, denk ik dat het belangrijk is om te kijken waar het welbeschouwd om gaat. Bij de citotoets telt het onderdeel wereldoriëntatie (geschiedenis, natuurwetenschappen en aardrijkskunde) niet mee voor de eindscore: eigenlijk hechten we dus geen waarde aan een goede algemene ontwikkeling. Je kunt wel twintig toetsen per jaar afnemen, maar als de kwaliteit van het onderwijs niet toeneemt, sta je het paard achter de wagen te spannen.

Het origineel van dit filmpje staat op de website van Tom Chapin