De aanslag

22 november 2016

Bron: @JasperMooren

Kijk naar de vogels

7 februari 2014

Aesopus had gelijk. En de BBC bewijst het. Ken je de fabel van de kraai en de kruik?

Een dorstige Kraai zocht al een tijd naar water. Na lang rondvliegen zag ze een grote Kruik.

Eindelijk drinken, dacht ze, maar dat viel tegen. De Kruik was maar halfvol en de hals was smal. Veel te smal voor de Kraai om bij het water te kunnen. Toch was ze niet van plan de moed op te geven. Ze keek rond, zag een hoop grind en kreeg een idee.

Eén voor één ging ze de steentje oppikken, en één voor één liet ze die door de hals van de Kruik vallen, net zolang tot het water aan de rand van de hals stond. En toen kon de slimme Kraai eindelijk haar dorst lessen.

Uit: Imme Dros, Meer fabels van Aesopus

Dan denk je: dat is slim. Voor een vogel. We weten dat chimpansees hele gereedschapskisten in elkaar knutselen om een termietenheuvel uit te porren en we kennen de valse trucs van sommige dieren die er alles aan doen om je van je werk te houden. Maar vogels?

Dus wel.

—-

  • In de driedelige serie Inside the Animal Mind laat Chris Packham het allemaal zien. Nog niet in Nederland, wel op BBC Two – dinsdag 11 februari wordt het laatste deel uitgezonden. Volgens The Guardian zou Packham zelfs best eens de troonopvolger van Sir David kunnen zijn. Maar daar wil ik nog niet aan. De koning is nog niet dood.
  • Van Aesopus’ fabels bestaan talloze uitgaven, waarvan twee in het bijzonder de moeite waard zijn.
    • Imme Dros’ bewerking in twee delen, met illustraties van Fulvio Testa: De fabels van Aesopus en Meer fabels van Aesopus.
    • De berijmde versie van Maria Donkelaar en Martine van Rooijen, Bovenin een groene linde zat een moddervette haan, verluchtigd door Sieb Posthuma. Deze leest het lekkerste voor en is verreweg het mooist, maar wel heel vrij bewerkt. Ik vind het zelf leuk om ook de originele verhalen te kennen.

    Hier een gratis versie, vrij van auteursrechten. Het is een Nederlandse bewerking van Aesop for Children (1919) door Koen Van den Bruele met platen van Milo Winter. Als je op het plaatje klikt, openen de fabels in pdf.

    Klik voor pdf.

De kracht van lezen

18 oktober 2013

Hij leest! Dat mag voor u geen spectaculair nieuws zijn, ik vind het iedere keer weer fantastisch. Mijn kinderen zijn namelijk geen geboren lezers. Ze hebben altijd van vóórlezen gehouden, luisterboeken en realtime voorlezen. Maar echt boeken zelf lezen, dat was harder werken.

Ik begreep er niks van. Wie wil er nou niet wegkruipen met een dik boek? Dat heb ik al gewild zolang ik me kan herinneren. Maar mijn kinderen wilden helemaal geen dik boek. Wel strips. Tijdschriften. Van die grote informatieve boeken met veel foto’s en een ruime bladspiegel. Op zich geen probleem: lezen is lezen. Het wordt overal bevestigd; als je er maar plezier aan beleeft, is het goed. Toch zat het me dwars. Ik geloofde in plezier als voorwaarde, maar wist ook dat dat niet automatisch betekent dat een kind op eigen initiatief overstapt op leesboeken. Zeker niet in een tijd en omgeving met zo veel makkelijker te verteren alternatieve media.

Nou en? zou je zeggen. Dan lezen ze geen omvangrijkere boeken voor hun plezier. Dan houden ze het bij tijdschriften. Nou en?

Het punt is dat ik ervan overtuigd ben dat het lezen van boeken, van romans en non-fictie, boeken met alleen letters, waarin de tekst het woord doet, onmiskenbare voordelen heeft. Het sterkt je concentratievermogen (met drie uur lezen gebeuren er andere dingen in je hersenen dan wanneer je drie uur naar de televisie kijkt), het vergroot je woordenschat meer dan welke gesproken conversatie ook en door de zinnen te zien krijg je de hele Nederlandse grammatica met alle uitzonderingen en rariteiten op een presenteerblaadje – zonder dat je er een werkboekje voor hoeft in te vullen. Bovendien, niet onbelangrijk: het kan zalig zijn om op te gaan in een verhaal.

Om te weten hoe het is om je zo in een boek te verliezen dat je een heerlijk gevoel krijgt, moet je het wel eerst meemaken. Mijn zoon heeft een poosje gedacht dat hij optimaal gelukkig kon zijn als hij een computerspel speelde. Ik wist zeker dat dat niet waar was; al was het alleen maar omdat hij na lang gamen een allesbehalve gelukkige indruk maakte. Tijdens het gamen trouwens ook niet. Ik vind gamen niet slecht of verkeerd, maar je hoeft geen gave van opmerkzaamheid te bezitten om te zien dat mijn kind echt minder gelukkig is als hij zijn voornaamste levensdoelen laat afhangen van een computerspel.

Ik wilde dat mijn kinderen aan den lijve zouden ervaren dat je optimaal geluk ook uit andere dingen kan halen. Uit muziek luisteren, muziek maken, lange gesprekken voeren, sporten, lezen, koken. In plaats van alleen te verbieden, wilde ik dat ze alternatieven leerden kennen. Echt kennen; niet van horen zeggen. In de hoop dat ze, als ze straks alleen op die studentenkamer zitten, niet hun heil zoeken in urenlange gamesessies of televisiemarathons -omdat ze het dan lekker zelf mogen uitmaken- maar dat ze ergens in hun hoofd, in hun hart en lijf wéten dat er een andere manier is om je lekker te voelen.

Ik heb mijn kinderen dus overgehaald te lezen. Gedwongen is het woord niet, maar ik heb wel alle media-alternatieven op gezette tijden geëlimineerd. Verder was ik heel coulant. Ze mochten net zo vaak van boek wisselen als ze wilden, ze hoefden het nooit uit te lezen, we gingen samen op zoek naar het genre of de schrijver die ze het mooist vonden. Maar ze moesten wel lezen.

Dat was niet altijd makkelijk. Er waren genoeg momenten dat ik het handiger had gevonden om ze achter een schermpje te laten zitten. Dat zeg ik niet om te laten zien hoe voorbeeldig consequent ik ben in de opvoeding (want dat ben ik niet), maar om te laten zien dat het bij ons tijd kostte. Veel mensen denken dat mijn kinderen van nature vaatwassers uitruimen, geschiedenis leuk vinden, helpen in het huishouden, boeken lezen.

Dat is niet zo. Het ging niet vanzelf. Zoals veel dingen bij ons niet vanzelf gaan: een hand geven als je je voorstelt. Pas beginnen met eten als iedereen aan tafel zit. Handen wassen nadat je naar de wc geweest bent. Ruzies vreedzaam oplossen. Verschillende smaken lekker vinden door van alles één hapje te proeven, ook al denk je dat je het niet lust. Rekening houden met andere mensen. Je afgeknipte teennagels in de vuilnisbak gooien. Boeken lezen.

Het een kost meer moeite dan het ander, maar om bij lezen te blijven: na een paar jaar gebeurde er zoiets moois. Toen kwam er vanzelf een boek dat ze niet meer wilden neerleggen. Dat ze per se uit moesten lezen. Waarvoor ze zelfs hun schermtijd vergaten.

Nu hoorde ik laatst iets waarvan ik bijna van mijn stoel viel: door vijftien minuten te lezen, leren kinderen duizend nieuwe woorden per jaar.

Door iedere dag 15 minuten echt te lezen, komen er zo’n 1.146.000 woorden per jaar voorbij. En van die 1,1 miljoen woorden leer je ongeveer 1000 nieuwe woorden, ieder jaar opnieuw.

Het is natuurlijk geen nieuws dat lezen goed is, maar ik bedoel: duizend nieuwe woorden, dat is veel. En het opbouwen van een woordenschat is cumulatief, hè, hoe meer woorden je kent, hoe makkelijker je nieuwe woorden leert. En als je veel woorden kent, neem je informatie beter op. Onthoud je dus beter wat je gelezen hebt.

Als kers op de taart kreeg ik deze link. Een lezing van Stephen Krashen, emeritus taalprofessor en autoriteit op het gebied van tweedetaalverwerving. Krashen pleit voor vrij lezen op iedere school (Sustained Silent Reading) en presenteert hier onderzoeksresultaten die laten zien dat kinderen die lezen beter worden op ieder gebied van taal: ze zijn beter in grammatica dan kinderen die grammatica-instructies krijgen, ze hebben een grotere woordenschat dan kinderen die woordenschatoefeningen doen. Dat is nog eens goed nieuws voor mijn kinderen, bij wie ook spelling en grammatica niet vanzelf gaan.

Ik heb het filmpje in twee keer bekeken, maar als je geen tijd hebt voor alle 56 minuten, kijk dan in ieder geval minuut 2:45 tot 12:45 en minuut 15:26 tot 21:36. Krashen heeft een keuvelende en duidelijke manier van vertellen. Na afloop zou je denken dat het bijna vanzelf gaat.

—-

  • In deze brochure staan de voordelen van lezen nog eens op een rij, inclusief bronvermelding (opent als pdf).
  • De informatie over die duizend nieuwe woorden per jaar komt uit verschillende onderzoeken, waaronder Cunningham & Stanovich (2001),’What reading does for the mind’, Journal of Direct Instruction, 1/2, 137-149 en Suzanne Mol (2010), To read or not to read.

Hallo wereld!

6 oktober 2012

Met zo’n thema van de kinderboekenweek is dit het uitgelezen moment om een nieuwe pagina te publiceren.

Om u te dienen: een lijstje aardrijkskundeboeken. Aardrijkskunde in de breedste zin van het woord, dus ook landschap, cultuur en samenleving. Het is nooit compleet natuurlijk, maar het is een beginnetje; mooie jeugdboeken per land gerangschikt.

Levende geschiedenis

4 november 2011

Als de dagen weer gaan korten, heb ik altijd zo’n behoefte aan mooie verhalen. Ik ben blij dat ik op een plek woon waar we seizoenen meemaken, geen landklimaat met zes maanden veertig graden en zes maanden min twintig. Ieder jaargetijde heeft z’n betovering, maar de herfst is wel extra lekker. De schoonheid, de geuren. Alles is zowel melancholisch als zinnelijk, wegstervend als verwachtingsvol. Zelfs the cold November rain is charmant.

En dan verhalen, hè. Goeie films, ontroerende boeken, echte vertellers. De fijnste uren in de collegebanken vond ik die in het najaar, ’s morgens met een plastic bekertje koffie een hoorcollege Middeleeuwen. Mijn moeder heeft dat als ze terugdenkt aan de meester van de vijfde klas, die zo geweldig kon voorlezen. Altijd wegdromen, altijd te weinig tijd.

Gelukkig zijn er nog heel wat meesters en juffen te vinden die hun verhalen de wereld in strooien. Je kunt een mooie film of roman tot je laten spreken, maar ook verhalen pakken die echt gebeurd zijn: geschiedenis.

Op de lijstjes bovenaan de pagina staan geschiedenisboeken voor kinderen van alle leeftijden, maar ik wou nou eens een suggestie doen voor na de kindertijd. Veel mensen denken namelijk nog steeds dat geschiedenis een saai of moeilijk onderwerp is.

Neem de reeks Ooggetuigen van Geert Mak en René van Stipriaan. Daar is niks saais aan. De titel zegt alles: het zijn ooggetuigenverslagen van mensen die erbij waren; die met eigen ogen alle spannende, ontroerende, alledaagse en bijzondere dingen hebben gezien waarvan wij soms alleen nog een jaartal weten.

Zoals de telegrafist van de Titanic, die opschreef hoe hij de laatste uren op de boot meemaakte. En Julius Caesar, die vertelt hoe hij de winter van 54 voor Chr. beleefde, ter hoogte van Maastricht. Of iemand die verslag doet van een Antwerpse hagenpreek met duizenden toehoorders in 1566.

Lees vooral het verhaal van Faedo, een leerling van Socrates, die erbij was toen zijn meester de gifbeker dronk. Faedo en zijn medestudenten hadden moeten huilen, waarop Socrates zei: ‘Wat doen jullie nu, raren.’ Hij vertelt hoe Socrates nog even rondliep, totdat het gif zijn benen zwaar maakte en hij moest gaan liggen.

En wat te denken van Constantijn Huygens, die in 1630 twee ‘aanstormende schildertalenten’ tipt, een zekere Jan Lievens en Rembrandt van Rijn. Onthoud die namen, daar kunnen we meer van horen.

Het begon met Ooggetuigen van de vaderlandse geschiedenis en inmiddels zijn er vele delen verschenen: van wereldgeschiedenis tot Gouden Eeuw en onlangs De jacht op het meesterwerk, een verzameling reportages uit de kunstgeschiedenis die een beetje doet denken aan De aap van Rembrandt. Het mooie van deze bundels vind ik dat de verslagen allemaal zo menselijk zijn. Niet van horen zeggen, maar echt opgeschreven en daarna verzameld, voor ons vertaald en gebundeld.

Tot slot wil ik je meenemen naar de hoorcolleges van mijn lievelings-verteller: professor Herman Pleij. Niemand kan zo prachtig uitweiden, zijpaadjes inslaan en even gemakkelijk weer terugkomen op de hoofdroute als hij. Gooi er een kwartje in en je hebt de hele avond plezier.

Ik heb drie piepkleine stukjes neergezet van zijn hoorcollege Middeleeuwen. Ik weet dat de Middeleeuwen doorgaans niet bekendstaan als de meest sprankelende periode in onze geschiedenis, maar laat je eens verrassen. Niet met het idee ‘dit moet ik onthouden’ of: ‘hoe zat het ook alweer met de symboliek in de Mariken van Nimwegen’. Alleen luisteren en je laten vermaken.

De volgende fragmenten gaan over het beeld dat veel mensen van de Middeleeuwen hebben: schranspartijen in kastelen, carnavaleske toestanden, ongerepte natuur. Je zit zo in de collegebanken met je plastic bekertje koffie, of achterin de klas bij de meester van de vijfde. Hij staat voor je:

En ik kondig hem aan met de beginregels uit Karel ende Elegast:

Vraye historie ende al waer
Maghic u tellen. Hoerter naer!

Ons beeld van de Middeleeuwen – de braderie:

Stank in de Middeleeuwen:

Verveling in de Middeleeuwen:

En laat ons eindigen met de slotregel van de Karel:

Nu segghet Amen allegader.

———

Kostschool

27 september 2011

Jet verscheen voor de verandering eens zo aan tafel om haar werk te doen.

‘Mijn kostschooluniform’, legde ze uit. U moet weten: Jet is bijna klaar met De dolle tweeling. We waren er vorig jaar al eens samen in begonnen, maar na één boek uit de lijvige omnibus was het voorlezen er om raadselachtige redenen van mijn kant niet meer van gekomen.

Dus pakte Jet hem vorige week opnieuw uit de bibliotheekkast. ‘Weet je dat we deze niet eens uitgelezen hebben?’ zei ze. Ze kon er zelf met haar pet niet bij. Volmaakt tevreden nestelde ze zich thuis op de bank. En daarna in bed. En hij ging mee naar het tuintje. En ik geloof zelfs een keer naar de wc. ’s Morgens vind ik haar met het boek in bed of als menselijke foulard over de bank gedrapeerd, ’s avonds moet ik drie keer controleren of ze het licht nou heeft uitgedaan.  

Af en toe komt ze vragen hoe je een naam uitspreekt of vertelt ze wat voor spannends er te gebeuren staat: ‘O mam, ze gaan stréken uithalen!’ Geloof me, als iedereen op de wereld een meisje van negen in huis zou hebben, kwam er nooit meer oorlog.

Ik hoor haar giechelen. Op de momenten dat ze met haar poppen speelt, komen de namen van kostschoolmeisjes voorbij, de ‘matrone’ houdt zicht op de slaapkamers, ‘Mam’zelle’ is de lerares Frans die streng doch rechtvaardig is. En nu kwam Jet zelf dus zo in de klas.

Net als de dolle tweeling, stelt ze zich voor. En een beetje zoals Laura Ingalls Wilder, want die ging van haar kleine huis op de prairie ook een tijdlang op blote voeten naar de dorpsschool.

Jet woont ook ‘in’. En ze slaapt ook op een gedeelde slaapkamer. De identificatie is onmiskenbaar, zelfs voor iemand met zo weinig fantasie als Jet.

Zoals dat op kostscholen gebruikelijk is, nemen meisjes veel over van hun peers. Cato verscheen prompt met een eigen uitmonstering aan tafel. Omdat zij geen Dolle tweeling leest, hadden haar accessoires een persoonlijke noot.

Want het zou ridicuul zijn om aan je werk te beginnen zonder houten speelgoedolifant als publiek, een glas jus d’orange, een plak ontbijtkoek, twee potjes nagellak en een flesje aceton. Dat krijg je dan weer als je Paulus de boskabouter leest.

Voor iedereen die zich ongerust maakt of Jet niet in een zwart gat zal vallen na De dolle tweeling: ik kan u geruststellen. Er liggen al 635 nieuwe, wervelende pagina’s klaar.

Letters zetten

11 juni 2011

Zoals ik al zei, van het een komt vaak het ander. Je begint met het scheuren van een oude krant, vervolgens neemt iemand je mee naar een papiermolen en nodigt een ander je uit voor het Museum van het Boek. Voor je het weet ben je present bij een drukkerijworkshop in Meermanno Westreenianum.

Eerst spelen met letters in de tuin,

daarna spelen met letters in de museumdrukkerij.

Het is leuk om te zien hoe drukletters op papier gezet werden – zonder de computer en printer die je thuis hebt. We kregen uitleg over de loden letters, en in plaats van zelf te gaan drukken, mochten de kinderen karakters op een andere manier gebruiken. Ze maakten geen woorden van alle cijfers en letters, maar schilderijtjes. 

Want met een S kun je de slurf van een olifant maken als je hem een beetje kantelt. Een 7 kun je gebruiken als neus, een C in spiegelbeeld doet dienst als linkeroor en een liggende 8 wordt al snel een brilletje – of in Philips geval een bos krullen: een heleboel kleine 8’tjes naast en over elkaar gestempeld. 

Zoveel te kiezen. Letters en cijfers in alle vormen en formaten.

En er werd ongegeneerd gesmeerd. Heerlijk. Vooral als het plaatsvindt in andere huizen, aan andere tafels en boven andere vloeren dan de mijne.

Als je nog nooit in Museum Meermanno geweest bent, moet je voor de lol eens gaan. Het is niet het eerste museum waar je aan denkt met kinderen, maar man, met je museumjaarkaart loop je zo even binnen in dat schitterende pand.

Baron van Westreenen heeft in zijn jaren van alles verzameld, van Griekse vazen tot dierenmummies. Maar vooral boeken natuurlijk. In 1797, hij was toen veertien jaar, schreef de jonge baron al aan zijn achterneef (in het Frans natuurlijk, de taal van deftige mensen):

‘Ce sera pour moi toute une fortune que de devenir boek-wurm’ (‘Ik zou zielsgraag een boek-wurm willen worden’). 

Als je door de beeldschone zalen schrijdt, zie je dat het hem gelukt is. Er zijn mensen die hun geld slechter besteed hebben, zal ik maar zeggen.

Voor onze schatjes volgde er nog een speurtocht door de mahoniehouten museumvertrekken en een opdracht in de tuin.

Taken die buitengewoon serieus werden opgevolgd.

Ik heb ze niet in het Frans horen overleggen, maar grote kans dat er tussen die Vlaamse en Hollandse thuisonderwijskinderen een klein boekenwurmpje aan het groeien was.