Kostschool

27 september 2011

Jet verscheen voor de verandering eens zo aan tafel om haar werk te doen.

‘Mijn kostschooluniform’, legde ze uit. U moet weten: Jet is bijna klaar met De dolle tweeling. We waren er vorig jaar al eens samen in begonnen, maar na één boek uit de lijvige omnibus was het voorlezen er om raadselachtige redenen van mijn kant niet meer van gekomen.

Dus pakte Jet hem vorige week opnieuw uit de bibliotheekkast. ‘Weet je dat we deze niet eens uitgelezen hebben?’ zei ze. Ze kon er zelf met haar pet niet bij. Volmaakt tevreden nestelde ze zich thuis op de bank. En daarna in bed. En hij ging mee naar het tuintje. En ik geloof zelfs een keer naar de wc. ’s Morgens vind ik haar met het boek in bed of als menselijke foulard over de bank gedrapeerd, ’s avonds moet ik drie keer controleren of ze het licht nou heeft uitgedaan.  

Af en toe komt ze vragen hoe je een naam uitspreekt of vertelt ze wat voor spannends er te gebeuren staat: ‘O mam, ze gaan stréken uithalen!’ Geloof me, als iedereen op de wereld een meisje van negen in huis zou hebben, kwam er nooit meer oorlog.

Ik hoor haar giechelen. Op de momenten dat ze met haar poppen speelt, komen de namen van kostschoolmeisjes voorbij, de ‘matrone’ houdt zicht op de slaapkamers, ‘Mam’zelle’ is de lerares Frans die streng doch rechtvaardig is. En nu kwam Jet zelf dus zo in de klas.

Net als de dolle tweeling, stelt ze zich voor. En een beetje zoals Laura Ingalls Wilder, want die ging van haar kleine huis op de prairie ook een tijdlang op blote voeten naar de dorpsschool.

Jet woont ook ‘in’. En ze slaapt ook op een gedeelde slaapkamer. De identificatie is onmiskenbaar, zelfs voor iemand met zo weinig fantasie als Jet.

Zoals dat op kostscholen gebruikelijk is, nemen meisjes veel over van hun peers. Cato verscheen prompt met een eigen uitmonstering aan tafel. Omdat zij geen Dolle tweeling leest, hadden haar accessoires een persoonlijke noot.

Want het zou ridicuul zijn om aan je werk te beginnen zonder houten speelgoedolifant als publiek, een glas jus d’orange, een plak ontbijtkoek, twee potjes nagellak en een flesje aceton. Dat krijg je dan weer als je Paulus de boskabouter leest.

Voor iedereen die zich ongerust maakt of Jet niet in een zwart gat zal vallen na De dolle tweeling: ik kan u geruststellen. Er liggen al 635 nieuwe, wervelende pagina’s klaar.

Letters zetten

11 juni 2011

Zoals ik al zei, van het een komt vaak het ander. Je begint met het scheuren van een oude krant, vervolgens neemt iemand je mee naar een papiermolen en nodigt een ander je uit voor het Museum van het Boek. Voor je het weet ben je present bij een drukkerijworkshop in Meermanno Westreenianum.

Eerst spelen met letters in de tuin,

daarna spelen met letters in de museumdrukkerij.

Het is leuk om te zien hoe drukletters op papier gezet werden – zonder de computer en printer die je thuis hebt. We kregen uitleg over de loden letters, en in plaats van zelf te gaan drukken, mochten de kinderen karakters op een andere manier gebruiken. Ze maakten geen woorden van alle cijfers en letters, maar schilderijtjes. 

Want met een S kun je de slurf van een olifant maken als je hem een beetje kantelt. Een 7 kun je gebruiken als neus, een C in spiegelbeeld doet dienst als linkeroor en een liggende 8 wordt al snel een brilletje – of in Philips geval een bos krullen: een heleboel kleine 8’tjes naast en over elkaar gestempeld. 

Zoveel te kiezen. Letters en cijfers in alle vormen en formaten.

En er werd ongegeneerd gesmeerd. Heerlijk. Vooral als het plaatsvindt in andere huizen, aan andere tafels en boven andere vloeren dan de mijne.

Als je nog nooit in Museum Meermanno geweest bent, moet je voor de lol eens gaan. Het is niet het eerste museum waar je aan denkt met kinderen, maar man, met je museumjaarkaart loop je zo even binnen in dat schitterende pand.

Baron van Westreenen heeft in zijn jaren van alles verzameld, van Griekse vazen tot dierenmummies. Maar vooral boeken natuurlijk. In 1797, hij was toen veertien jaar, schreef de jonge baron al aan zijn achterneef (in het Frans natuurlijk, de taal van deftige mensen):

‘Ce sera pour moi toute une fortune que de devenir boek-wurm’ (‘Ik zou zielsgraag een boek-wurm willen worden’). 

Als je door de beeldschone zalen schrijdt, zie je dat het hem gelukt is. Er zijn mensen die hun geld slechter besteed hebben, zal ik maar zeggen.

Voor onze schatjes volgde er nog een speurtocht door de mahoniehouten museumvertrekken en een opdracht in de tuin.

Taken die buitengewoon serieus werden opgevolgd.

Ik heb ze niet in het Frans horen overleggen, maar grote kans dat er tussen die Vlaamse en Hollandse thuisonderwijskinderen een klein boekenwurmpje aan het groeien was.   

Wie verliefd was op het oude kinderboekenmuseum, moet opnieuw gaan daten. Bij het eerste afspraakje zie je de totale metamorfose: van een gezellige, rommelige vrijeschoolmoeder is het museum een blonde stoot geworden, strakgetrokken en opgevuld – en een tikkeltje onbetrouwbaar, met al haar nieuwe gadgets.

Weg zijn de intieme themakamertjes, weg is het winkeltje van meneer Pen, weg de knuffelhoek waar ik een kleine Philip zoveel boekjes heb voorgelezen op regenachtige dagen, weg de Sprookjesschrijver bij zijn vijver vol inkt. Daarvoor in de plaats is Papiria gekomen, een land van boeken en verhalen.

Het Kinderboekenmuseum is drie jaar dicht geweest; vorige week ging het opnieuw open. We zijn er meteen al twee keer geweest, omdat de eerste keer het cruciale onderdeel van de tentoonstelling, de zogenaamde slurper, ontbrak. Deze week bleek de bestelling bij het museum aangekomen en wilden we het nog eens proberen.

Papiria ziet er erg mooi uit. Je komt binnen op de leesweide, waar holletjes vol boeken ingegraven zijn. Daartussen luidsprekers die je tegen je oor kunt houden, waardoor verhalen voorgelezen worden. 

Dat is meteen zo’n beetje het enige onderdeel waarvoor je geen slurper nodig hebt – de elektronische armband die je gang door het museum volgt.

Bij ons liet de communicatie wat te wensen over. Bij de balie kregen we een slurper in handen gedrukt met als enige opmerking dat deze nodig was voor de tentoonstelling. Wáárom je hem nodig hebt, of wat je ermee doet, was een raadsel. Ook na het introductiefilmpje was ons niet duidelijk wat nou de bedoeling was, behalve de vurige oproep: ‘Pak je slurper en versla Inkvraat!’ Zo doolden we wat door het museum, hier en daar proberend, tot we twee vriendelijke medewerksters tegen het lijf liepen die ons behulpzaam konden zijn.

Het achterliggende verhaal is als volgt: Papiria wordt geteisterd door Inktvraat, een vormeloos wezen dat niet van verhalen houdt en woorden opvreet (er zijn al hapjes genomen uit alle woorden die de wanden sieren). Bezoekers kunnen Inktvraat stoppen door zelf nieuwe verhalen, gedichten en illustraties te maken.

Met de slurper kies je welke woorden in jouw verhaal mogen voorkomen. Je houdt de armband bij een van de vele kinderboekencitaten, kiest een woord of zinsdeel dat je aanspreekt, hoort een slurpgeluidje en hebt zo een stukje verhaal verzameld.  

Er zit een maximum aan het aantal te slurpen woorden. Dat was ons eerst niet duidelijk, wij slorpten lukraak alles wat we tegenkwamen. Fout.    

De woorden die je opgeslagen hebt, worden aan het eind van de tentoonstelling namelijk op een vel papier geprint. Als je maar blijft slurpen, zie je door de hoeveelheid woorden het verhaal niet meer, dus je moet selecteren. 

Daarnaast zijn er extraatjes te ontvangen met het vervullen van opdrachten. Zo moet je in het Donderstenenravijn de juiste attributen bij bekende personages vinden: de katapult hoort bij Pietje Bell, de boot bij Sietse en Hielke van de Kameleon. 

In het gevoelige deel van Papiria, het Diepe Denkersdal, kun je een premie verdienen door gevoelens uit te beelden. Eén persoon laat, in een apart hoekje, voor de camera een emotie zien.

En de anderen zeggen welk plaatje erbij hoort.

Zo zijn er flink wat missies te voltooien. Overal lonken knopjes, schermpjes en luidsprekers om te activeren. Vooral de televisiefilmpjes waarin schrijvers en illustratoren vertellen over het ‘geheim van hun boek’ zijn erg mooi gemaakt: Peter Verhelst en Carll Cneut laten zien hoe Het geheim van de keel van de nachtegaal totstandkwam, Tos de kok (uit Otje) vertelt hoe bijzonder Annie Schmidt en Fiep Westendorp waren.

Door de prachige vormgeving en het bijzondere licht hangt er in Papiria een sprookjesachtige sfeer, die de kinderen een beetje deed denken aan Star Wars (het is maar wat je referentiekader is). En eerlijk is eerlijk, de stoelen uit het Denkersdal hebben inderdaad wat weg van die op waterplaneet Kamino

Uiteindelijk mag je alle informatie die op je slurper verzameld is, uitwerken in de knutselruimte – een optioneel eindstation van je bezoek. Met die opgeslagen steekwoorden en extra’s maak je dan een eigen verhaal, gedicht of illustratie.

Papiria is officieel voor kinderen vanaf zeven jaar. Dat klopt ook wel, want Cato (drieënhalf) kon twee dagen moeilijk slapen van de introductiefilm: ‘Ik moet ineens aan Inktvraat denken.’ Verder zijn er zes routes in het museum, waarvan één griezelige. Ik begrijp dat Paul van Loon ook een plaats in het museum moest krijgen, maar dat deel was niet aan mijn kinderen besteed. Gelukkig was er aan de linkerkant van de leesweide genoeg van onze gading.

Ja, de tentoonstelling is prachtig geworden. Ook al mis ik het oude museum, ik zie de schoonheid van het nieuwe echt wel in. De fantastische wandschilderingen van Sieb Posthuma, de aandacht die besteed is aan illustraties in kinderboeken, de mooie vondsten in beeld en geluid.

Maar het nadeel van zó veel beeld en geluid is dat er ook zo veel kapot kan gaan. Bij ons eerste bezoek ontbrak de slurper, bij ons tweede bezoek, een week later, deden zeker vier attracties het niet en waren de printers stuk, zodat er geen uittreksel uit onze slurper gedrukt kon worden en de kinderen geen souvenirpasje mee naar huis kregen.

Ik denk dat de opzet ook iets minder ingewikkeld had gehoeven. Én woorden verzamelen, én opdrachten vervullen, én verhaaltjes luisteren, én een vaste route lopen, én na afloop nog een verhaal schrijven is misschien een beetje veel. De meeste kinderen vinden het toch vooral leuk om rond te neuzen, zelf te ontdekken, hun favoriete thema of schrijver op te zoeken – zonder de onderdelen in een vast stramien af te werken.  

We komen er zeker nog eens, al was het alleen maar voor de Kikkertentoonstelling in maart. Maar ik denk dat het nog wel even duurt voordat ik mijn oude liefde kan verloochenen. 

Het is al uitgebreid in het nieuws geweest, maar ik kom er nog even zwaaiend met een krant achteraan rennen.

Het is heel erg.

De prognose is dat eenderde van de bibliotheken gaat verdwijnen – het staat onder meer in Trouw. Nou zit ik hier prima, met twee enorme bibliotheken die nooit zullen sluiten op fietsafstand. Maar je zal maar in de gemeente Berkelland wonen. Dan heb je volgens de Vereniging Openbare Bibliotheken straks geen bibliotheek meer over. En ze hebben daar al zo weinig.

De verwachting is dat in Rotterdam 15 van de 21 vestigingen zullen verdwijnen. In Amsterdam 5 tot 7 van de 28 vestigingen en in Den Haag 6 of 7 van de 19 vestigingen. In de provincie Groningen verwacht men dat er de komende vijf jaar zo’n dertig bibliotheken verdwijnen, ruim eenderde.

Zie je wel dat het erg is? Weet je, een bibliotheek is niet alleen maar Thea Beckman en Jan Terlouw, het is ook de cursus voor je moeder die handigheid wil krijgen in de computer. Het is dat boek dat zo snel verramsjt werd dat je het niet te pakken kon krijgen, maar dat de bibliotheek gelukkig nog wel heeft. Het zijn alle dvd’s en playstationspelletjes die je voor een grijpstuiver drie weken kunt lenen om te kijken of het wat is. Het is de mevrouw die je helpt zoeken naar iets waarvan je op internet door de bomen het bos niet meer zag. Het is je peuter die je gul acht prentenboeken kunt laten uitkiezen, ook dat stomme teletubbieding met geluidjes, omdat je ze volgende week toch weer kunt inleveren. Het is de atmosfeer die uitnodigt om eens iets te pakken waar je misschien niet mee bent opgegroeid.

Ik weet ook niet zo goed wat ik eraan moet doen, behalve een beetje schreeuwen. Ik heb de kinderen al lid gemaakt toen ze drie weken oud waren, dus veel meer dan gezinsuitbreiding en flink wat boetes betalen bij te laat inleveren zit er niet in. Ik heb alleen John nog als troef achter de hand, die is geen lid. Nooit geweest ook, voor zover hij zich kon herinneren. ‘O wacht, ik hèb weleens een boek geleend, geloof ik…’ zei hij nadat hij mijn norse gezicht zag. Je kan niet alles hebben natuurlijk.

Ik las reeds diverse beeldschone lezerscommentaren op online artikelen over de aangekondigde bezuinigingen. Variërend van ‘Ik ken toch niet lezen’ via ‘Eén bibliotheek per provincie is genoeg, ik kom er nooit’ tot ‘Ze moeten gewoon alles online zetten’. Voor deze adepten van de nieuwe media heb ik goed nieuws: er is een prachtige innovatieve gadget op de markt. Echt een hebbedingetje. Wilde ik toch even onder de aandacht brengen.

Lekker luisteren

25 juli 2010

Om jullie te verlossen uit de ondraaglijke leegheid van de vakantiedagen en voor collega Josh, die voorlopig aangewezen is op luisteren in plaats van lezen, hieronder een rijtje links naar gratis luisterboeken, hoorspelen en verhalende podcasts.

Ik beperk me tot gratis, Nederlandstalig en downloadbaar; voornamelijk voor volwassenen, maar er zitten ook wat kinderdingen bij.

  • Radioboeken, verhalen van 25 à 30 minuten, speciaal gemaakt voor de radio, door (bekende) Nederlandse en Vlaamse schrijvers: Enquist, Thomèse, Bernlef, Van Dis, Hemmerechts en vele anderen. Ook een piepklein hoekje kinderverhalen van onder anderen Joke van Leeuwen en Floortje Zwigtman.
  • Hoorspelen verzameld door Jaap van Lelieveld. Ont-zet-tend veel. Klik vooral even door, want er staan sprookjes van Oscar Wilde, het onvolprezen Oinkbeest (bent u al lid van zijn Facebookpagina?), de poep- en kaksprookjes van Reve, Griekse mythologie, Dickens, T.S. Eliot, Agatha Christie en veel, veel meer.
  • Zes Kronkels van Carmiggelt.
  • Audiotours van het Rijksmuseum. Voor in het museum of thuis met Jansons dikke History of Art op schoot.
  • LibriVox, vrijwilligers hebben boeken ingesproken waar geen auteursrecht meer op rust: Louisa May Alcott, Jules Verne, C.J. Kieviets Fulco de minstreel en Dik Trom, Potgieters Jan, Jannetje en hun jongste kind Jan Salie. Dat werk.
  • Books Should Be Free, nogal een snerttitel (is er ook een zustersite met Food Should Be Free of Housing Should Be Free?), wel overzichtelijk. Veel overlap met LibriVox.
  • Heer Ollie B. Bommel en Tom Poes (volume laag, er begint direct een ensemble koperblazers als je op de site arriveert). Hier de rechtstreekse link naar downloadversies van alle afleveringen.
  • De downloadbijbel. Van Genesis 1:1 door Koningin Beatrix tot Openbaringen 22:21 door Sijbolt Noorda, voorzitter VSNU. Want het geloof is uit het gehoor.
  • Alle afleveringen van Citroentje met suiker, voor wie Frits Lambrechts de laatste tijd wat te weinig gehoord heeft.
  • Boekhandel Luisterrijk heeft hier een sectie gratis hoorcolleges van onder anderen Maarten van Rossem en Herman Philipse.

Een aanwijzing voor wie niet eerder mp3’s gedownload heeft: ga op het bestand staan, klik met je rechtermuisknop en kies voor ‘Doel opslaan als…’ of ‘Save target as…’.

Heb je meer goeie tips?

Via Wie, wat & contact bovenaan de pagina kun je me mailen. Dan zet ik ze bij het lijstje, met bronvermelding uiteraard – ere wie ere toekomt. Het gaat dus om Nederlandstalig, gratis en je moet ze kunnen downloaden. Engelstalig, betaald, via stream of uit de bibliotheek is ook mooi, maar dat wordt voor deze post te onoverzichtelijk.


Foto: Thijsses weblog

Terwijl alles doorgaat, Cato soms veel pijn heeft en dan weer op haar loopgips ronddraaft, Philip en Jet een beetje meer meehelpen met het huishouden en het onderhouden van hun zusje; terwijl de meivakantie in volle glorie van kracht is met in- en uitwandelende bezoekers, feestjes gevierd worden en verliezen genomen en we tussen de bedrijven door leuke voorstellingen bezoeken (De vier jaargetijden voor jonge oren is een aanrader); terwijl de laatste delen van Het kleine huis (ommenabij de prairie) gesavoureerd worden en ik af en toe heel hard ga hollen om alle hormonen op hun plaats te houden, terwijl het leven geen uitstel duldt en stante pede geleefd wil worden, heb ik nu eindelijk de foto’s van Philips werkstuk online gezet.

Onderwerp: Erik of het klein insectenboek van Godfried Bomans. Het concept van een lapbook heb ik hier uitgelegd; het is een opgedirkt soort werkstuk.

Met Erik is Philip zowel aan de slag gegaan met het verhaal als met het onderwerp insecten in het algemeen.

Wanneer je de voorkant openklapt, zie je dit.

En als je daarna de rechterflap opent, ziet het er zo uit:

Anders dan Jet met haar balletboek, heeft Philip wat meer opstelletjes geschreven. Over bijen (gele honingraatje middenonder), spinnen (witte uitvouwblad rechtsonder) en over Bomans in het groene harmonicaboekje rechtsboven.

Naast Bomans een opsomming van insectenkenmerken.

En ten zuidoosten daarvan een ‘recordbloem’: de zwaarste, kleinste, langste, snelste insect – dat werk.

Tijdens het lezen van Erik had Philip alle verschillende insecten genoteerd die in het boek voorkomen. Met een splitpen heeft hij de insectenwaaier in het midden van het werkstuk gemonteerd.

Hoewel hij een aantal dingen op internet heeft opgezocht, heeft Philip verreweg het meeste gehad aan het boek Bzzz. Jet en ik kregen er een klein punthoofdje van, want we werden te pas en te onpas overhoord of gewezen op interessante feiten (‘Moet je horen’). Maar eerlijk is eerlijk, Bzzz is wel een mooitje. Op de verzorgde DK-manier uitgegeven, en dan met inhoud. Geen verzameling trivialiteiten, maar een samenhangend geheel – van de basis tot de nieuwtjes en verder zo’n beetje alles wat je over insecten wilt weten.

In het midden van het boek zat een uitknipvel om Top Trumps te maken – een spel dat de kinderen vaak spelen. We hadden al ‘Star Wars’ en ‘Wereldwonderen’ en nu heeft Philip de insectenvariant gekopieerd, uitgeknipt en in zijn lapbook bijgeplakt.

Het decoratieve gedeelte bestaat voornamelijk uit poëzie; overgeschreven of -getypte verzen uit Dichter bij de dieren, de verzamelbundel met illustraties van Eric Carle, die jarenlang als slaapmutsje voor Philip en Jet gediend heeft. Het geheel is gelardeerd met hier en daar een gevouwen krekeltje of vlinder.

Op de achterkant en rechterflap heeft Philip citaten uit Erik of het klein insectenboek geplakt die hij mooi vond. Sommige heeft hij overgetikt, andere ingescand. De opmaak is aangepast aan zijn smaak: het stukje dat hij het leukst of opmerkelijkst vond, heeft hij in een groter lettertype gezet.

———–

Handig:

  • De pop-upvlinder komt hiervandaan, waar nog 28 makkelijke pop-ups staan (van Aslan uit Narnia tot sneeuwvlokken).
  • Het Bomans-harmonicaboekje en de andere vormen komen van deze site.
  • We hebben ook weer Micro Safari: Journey to the Bugs gekeken, waarin een onderzoeker zich tot insectenformaat laat verkleinen en de wereld in zijn achtertuin verkent. Hier wat informatie en een trailer.
  • Een andere mooie film is Microcosmos – een dag uit het leven van insecten: een trailer.
  • Verwante post: ‘Net als Erik’ over ons bezoek aan het Museon.

Bibi Dumon Tak, Soldaat WojtekSoms is het moeilijk om goede boeken te vinden bij bepaalde onderwerpen. Geschiedenis en aardrijkskunde zijn geen enkel probleem – om alle moois op dat gebied uit te lezen heb je drie levens nodig.

We zijn nu bijvoorbeeld bezig in Soldaat Wojtek van Bibi Dumon Tak, een waargebeurd geschiedenisverhaal uit de Tweede Wereldoorlog. En we moeten telkens even stoppen om tegen elkaar te zeggen hoe leuk het is.

Zó wil ik eigenlijk ook graag dat de kinderen biologie leren, natuurkunde of wiskunde.*) Op dat gebied is de literatuur toch wat dunner gezaaid. Maar ze is er wel.

Dietrich Grönemeyer schreef De kleine dokter. Daarin wordt de twaalfjarige Nanolino door een bijzondere machine verkleind en maakt hij een reis door het menselijk lichaam.

Dietrich Grönemeyer, De kleine dokter

Hij leert over anatomie, organen en ziekten, medische technologie en ook over natuurlijke geneeswijzen. Dat laatste is niet altijd in mijn straatje (acupunctuur en ayurveda), maar alle alternatieven worden aangevoerd door de grootmoeder van Nanolino, zodat duidelijk is wat traditioneel en door de wetenschap aanvaard is.

In de ijver om compleet te zijn, is het boek soms wel ingewikkeld, bij vlagen zelfs onbegrijpelijk – bij het voorlezen ben ik dan ook vrij makkelijk in het schrappen van passages. Maar genoeg gespreksstof, mooie illustraties en microscopische afbeeldingen van organen en weefsel. Bij de internetboekwinkel kun je hier een paar bladzijden van De kleine dokter lezen.

Naast de menselijke biologie is er natuurlijk ook veel over dieren te leren uit kinderboeken. Ik heb al eerder verwezen naar Midas Dekkers, bovenmeester van de biologieschool, maar ook Ruik eens wat ik zeg van (daar is ie weer) Jan Paul Schutten is een geweldig voorbeeld van hoe je van alles over planten en dieren te weten kunt komen zonder schoolboek.**)

En soms krijg je zomaar tips aangereikt van inspirerende mensen. Aan de hand van het boek Science Through Children’s Literature heeft thuisonderwijscollega H. een paar geweldige Nederlandse varianten gemaakt. Met de prentenboeken De spin die het te druk had en Een zaadje in de wind (beide van Eric Carle), doet zij mooie suggesties voor diverse bèta- en gammavakgebieden.

Phileas en Passepartout

Zelfs wiskunde kan met literatuur. Op mijn boekenlijstje staat hier al een aantal boeken, maar uitgeverij Kluwer heeft met de serie Bolleboos zoiets geweldigs gemaakt. Wiskunde en Jules Verne. Phileas Fogg die zijn reis om de wereld in tachtig dagen maakt, en jij kunt uitrekenen hoe hij moet reizen, waar het mis kan gaan, hoe vaak hij de zon ziet opgaan. Het is een heuse lesmethode (en dus peperduur), maar wel eentje waarvan er meer gemaakt mogen worden.

Voor kinderen vanaf een jaar of elf die al een stevig wiskundefundamentje hebben: De reis om de wereld in 80 dagen. Hier en hier kun je het boek inzien – het lijkt twee keer dezelfde verwijzing, maar je kunt op beide links verschillende pagina’s bekijken.

Ten slotte kreeg ik van thuisonderwijscollega V. een mooie rekenles aan de hand van Gullivers reizen. Helemaal gratis en hier te downloaden, gemaakt door een bevlogen leraar. Voor de wiskundereis met Phileas Fogg is beduidend meer rekenondergrond en -inzicht nodig, en deze Gulliver is leuk voor jongere kinderen, vanaf een jaar of acht.

Voor meer wiskundeinspiratie kun je klikken op de categorie ‘wiskunde’ (in de wolk aan de rechterkant zie je alle categorieën staan).

Jonathan Swift, Gullivers reizen, bew. van Martin Jenkins, ill. Chris Riddell

———————-

*) In dit stukje heb ik iets gezegd over mijn keus voor het gebruik van kinderboeken in plaats van schoolmethodes. In het intro ‘Thuisonderwijs, zo zijn onze manieren’ staat daar nog meer over.

Terug

**) Zie boekenlijst onder ‘Biologie’ voor meer suggesties. Via de blogcategorie ‘biologie’ kun je alle stukjes zien die over biologie gaan.

Terug