Het is een boodschap die je niet vaak genoeg kunt horen, sommige seizoenen nog een beetje vaker dan andere. Dr. Seuss schreef het al in 1973 en Bette Westera maakte er een magnifieke vertaling van, met volledig nieuw rijmschema en seussiaans idioom, weergaloos vloeiend en vindingrijk: heb jij wel door hoe gelukkig je bent? En o, open deur, de boodschap is meer dan ooit van toepassing op welvarende Westerse kindertjes en volwassenen.

Het boek begint zo:

Voel je je zielig? Zit alles tegen?
Voel je je miezerig, voel je je moe?
Zie je alleen nog maar wolken en regen?
Spreek dan jezelf ogenblikkelijk toe:

Maak je niet druk Ukkie.
Spreek van geluk, Ukkie.
Spreek van geluk en wees blij.
Sommige mensen zijn minder gelukkig,
meer nog dan min of meer zeer ongelukkig,
veel minder gelukkig dan jij!

Dan volgt een stroom pechvogels die het pas echt slecht hebben.

Knapperdammer knooppunt.

Wees blij dat je niet vaststaat op het Knapperdammer knooppunt,
gezeten op een muilkameel, of in een knoets, of lopend.
Of ergens in Verweggis woont (alleen al het idee!),
met hier de kamer waar je slaapt en ginder de wc

(waarbij slaapkamer en wc gescheiden zijn door een stelsel van torens en trappen waar Esscher jaloers op zou zijn).

Nou ja, zo kennen we natuurlijk allemaal een Knapperdammer knooppunt waarmee we ons troosten. Wie heeft zijn kind nooit gewezen op mensen die het zoveel minder hebben? Deze blijft natuurlijk geweldig:

Maar wat nou als je toevallig wel iemand bent die vaststaat in de Knapperdamse file? Of als maïspap voor jou een feestmaal is? Dan kun je iemand vinden die het nog slechter heeft – die nog verder in de file staat of helemaal geen maïspap heeft, en je daar dan aan optrekken. Maar hoe waar de boodschap van Seuss ook is, als je het alleen moet hebben van de vergelijking met anderen, ben je al snel de sjaak. Want er zijn natuurlijk ook een hoop mensen die het zoveel béter hebben dan jij. Die wel naar Thailand op vakantie kunnen. Die überhaupt op vakantie kunnen. Die wel merkluiers kunnen kopen. Die wel een baan hebben. Die wel een kind hebben dat luistert.

En dan blijft er niks meer over van een blij rijmschema met opbeurende woorden. Dan krijg je het gevoel dat jij ook recht hebt op vakantie. Dat je recht hebt op dat plasmascherm. En dan krijg je dit, zoals afgelopen week op Black Friday, die altijd vreugdevolle start van het feestseizoen:

Ziet u daar mensen die doorhebben hoe gelukkig zij zijn?

Je kunt ook een andere insteek kiezen. Je kunt ook proberen dankbaar te zijn onafhankelijk van je omstandigheden. Onafhankelijk van wat andere mensen bezitten, onafhankelijk van waar jij denkt recht op te hebben. Dat is niet gemakkelijk, hoor, vind ik. Maar het is gewoon de enige manier.

Afgelopen donderdag was het Dankbaarheidsdag, zo leerde ik uit de nieuwsbrief van Blendle. Ik wist natuurlijk dat het in Amerika Thanksgiving was, Dankzéggingsdag. Maar van een Nederlandse dankbaarheidsdag had ik nog nooit gehoord. Het was een initiatief van het tijdschrift Psychologie, want het is al lang bekend dat dankbaar zijn een hele goede keuze is. Als je je blik goed richt, is er serieus altijd iets om dankbaar voor te zijn. Voor een rustig moment in een drukke dag. Voor zonlicht dat door het raam naar binnen schijnt. Voor de mogelijkheid om je geduld te oefenen.

Laatst vroeg Cato (9) of zij eens voor de schoencadeaus mocht zorgen. Ze had mij horen klagen over druk-druk-druk en ‘o man, dan moet ik ook nog wat verzinnen voor in die schoen’ – een ware geest van dankbaarheid, zeg maar. Nou is Cato sinds jaar en dag kampioen Cadeautjes en Attenties, dus voor het vullen van zeven schoenen draait ze haar hand niet om. Daarbij had ze geld van oma gekregen en vindt ze pinnen met haar eigen pas zo’n beetje het stoerste wat er is: één en één is twee.

En zo stonden er de volgende morgen zeven werken van barmhartigheid voor de haard: glitterhaarspeldjes voor de vierjarige zus die steeds langere lokken krijgt, een kookwekker voor de veertienjarige zus die zo van bakken houdt – voor iedereen iets specifieks. Zelf kreeg Cato een zakmes, Philips oude mes. Het übercoole Zwitserse mes in camouflagekleuren met dertien onderdelen, waaronder schaar, zaag én tandenstoker, waar Cato al jaren op aast. Toen Philip (17) hoorde dat zijn zusje de schoenen zou vullen, vond hij dit het moment om zijn zakmes door te geven. Als Seuss nog geleefd had, zou hij er een wijze les aan verbonden hebben. Ik vond het genoeg om in te zien hoe gelukkig we zijn.

Dag, kunstenaar van Aadje Piraatje.

Dag, kunstenaar van Rintje.

Dag, kunstenaar van sprookjesschrijvers met vijvers vol inkt.

Dag, kunstenaar van groene lindes met moddervette hanen.

Dag, kunstenaar van Koekjes!

Dag, kunstenaar van kunstenaars, van Calder en Coppelia.

Dag, kunstenaar.

—-

Voorleesoogst

17 juli 2014

Ik mag het graag met een tuintje vergelijken, zo’n stapel boeken. Er zit van alles tussen. Voedzaam maar lelijk als een selderijknol. Beeldschoon en vluchtig als lathyrus. Of veelbelovend maar hol, als een radijsje dat er prachtig uitziet, maar vanbinnen voos blijkt te zijn. En natuurlijk zijn er talloze doperwtjes, aardbeien en snijbonen die zowel mooi als lekker zijn.

Hieronder een lijstje bonte, sprankelende, oude, nieuwe, maar vooral gevarieerde voorleesboeken voor verschillende leeftijden. In willekeurige volgorde.

Atlas

Atlas van Aleksandra Mizielinska en Daniel Mizielinski. Perfect vakantieboek. Op weg naar Italië alle landen opzoeken waar je doorheen rijdt, hangend in een wankele kampeerstoel op een camping in Frankrijk of thuis op je buik in het gras: je blijft kijken, lezen, kijken. Hieronder alvast Nederland en België, klikken voor groot.

Wel jammer dat er geen register in staat, maar het is dan ook geen naslagwerk. Het zijn gewoon meer dan vijftig landkaarten met strooigoed voor je ogen. ISBN 9789401409285. Alle leeftijden.

Wonder van R.J. Palacio, het mooiste boek dat ik in jaren las en de kinderen (7, 11 en 14) waren het met me eens. Hier een bespreking. ISBN 9789045114163. Voorlezen vanaf een jaar of 6.

Lindbergh

Lindbergh van Torben Kuhlmann. U dacht dat Charles Lindbergh als eerste de oceaan over vloog? Neen, mijnheer. Er staat weinig over in de schoolboeken, maar zo nu en dan verschijnt er een boek dat een tipje van de sluier oplicht. Hij was het.

Dat muisje dat uren doorbracht in de bibliotheek en naar Amerika wilde. Hij oefende, oefende – met z’n zelfgeknutselde vleugels. De eerste pogingen mislukten natuurlijk. Maar hij ploeterde voort. Totdat hij, daar rechts, vloog.

Een snoepje van een boek, met bijna honderd platen die stuk voor stuk in een lijstje gehangen kunnen worden. Het is een beetje Muizenhuis meets Shaun Tan, maar de teksten zijn net iets beter dan die van Het muizenhuis en het verhaal is net iets minder surrealistisch dan De aankomst. ISBN 9789051163582. Alle leeftijden.

Geschiedenis van de Lage Landen van Jaap ter Haar. Klassiek en dat is niet voor niks. Met Philip (15) lees ik nu het vierde deel: Op de drempel van een nieuwe tijd. Niet gemakkelijk, maar Jaap kan goed vertellen en eindelijk snap ik nu zelf ook hoe het zat met de patriotten en alle Willems. Dik en groot, geen strandboek – meer voor als je ’s avonds na de barbecue aalbessen zit te eten en de telefoon uit de hand van je kind hebt kunnen wrikken.

De uitgave van 2005 is het mooist, met veel illustraties. Op het geschiedenislijstje staan de ISBN’s van alle delen. Vanaf een jaar of 13, 14.

In hetzelfde genre, maar een stuk handzamer is de Ooggetuigenreeks. Als we bij Jaap ter Haar over Napoleon lezen, checken we of er uit diezelfde tijd ooggetuigenverslagen zijn. Dan krijg je bijvoorbeeld het verhaal van een ontstelde Franse adjudant die erbij was toen Napoleon zich terugtrok bij de Berezina. Of je leest wat er ondertussen elders in de wereld gebeurde: een verpauperd Amsterdams meisje vertelt hoe hun kelderwoning overstroomde, een Groningse matroos ziet voor het eerst New York. Bij ieder verhaal merk je hoe je blik verruimt en je perspectief exponentieel uitdijt. Wie wil dat nou niet? Hier meer over de verschillende Ooggetuigen.

Buurman leest een boek van Koen Van Biesen. Bijzonder prentenboek met swingende, jazzy cd. Warre Borgmans heeft hem al voor je voorgelezen met een Vlaamse tongval waar je zelf toch nooit aan kunt tippen, dus eigenlijk kun je deze gewoon op de achterbank gooien en meeluisteren. Hier een voorproefje van 2 minuten.

Cato (toen 6) heeft hem een tijdlang grijsgedraaid en de rest van het gezin werd er niet eens gek van (al moet ik zeggen dat we tot veel bereid waren, na de cd van Violinde uit Sprookjeswonderland). ISBN 9789058388018. Vanaf een jaar of 3.

Een sprookje van Blexbolex. Fantastisch, wat een boek. Ik had aanvankelijk weinig verwachtingen, want ik hou van verhalen, niet van losse woorden, en dit sprookje bestaat voornamelijk uit losse woorden. Toch is het het ultieme verhaal. Een verhaal dat zeven maal opnieuw begint, telkens uitgebreid wordt, verschilt in nuance, in spanning toeneemt en waarin je vooruit en terug wilt bladeren om te zien wat er gaat komen en hoe het ook alweer was. Bijkomend voordeel: doordat onalledaagse woorden niet geschuwd worden (defilé, impasse, tuimelingen), groeit de woordenschat onder je ogen. En toch is het geen moeilijk boek, want ieder woord krijgt een knallende illustratie en maakt deel uit van een echte context. ISBN 9789044820362. Vanaf piepklein, maar nog leuker om samen met een 7- of 10-jarige te lezen.

De ridder die niet slapen wilde (en zijn paardje Parcival) van Randall Casaer. Gloedjenieuw en erg tof.

Over een ridder die voor het slapengaan absoluut al zijn wapens nog moet uitproberen. Hij is gewoon gemaakt om ridderlijke dingen doen: met zijn hellebaard de lakens doorklieven, schieten, hakken, houwen. ISBN 9789058389336. Vanaf 0 jaar, voor alle kinderen die graag amok maken.

Meneertje Streepjespyjama in New York van Michaël Leblond en Frédérique Bertrand. Van het verhaal moet je het niet hebben, maar de illustraties zijn zo bijzonder dat je er zeker de handen voor op elkaar krijgt. Door het inlegvel over de tekening te schuiven komt de pagina tot leven. Er zijn straten met razend autoverkeer, flikkerende lichtjes in de stad en ritselende bladeren aan de bomen in Central Park. ISBN 9789044818154. Vanaf 2 jaar.

Deze hoed is niet van mij van Jon Klassen. Ik ga er niet te veel over zeggen, maar het is een van de geestigste prentenboeken die ik ken (samen met Superheldjes en Slaapkamernachtdieren van Loes Riphagen). Uiterst simpel maar zo grappig, heel knap. ISBN 9789025754914. Vanaf 3 jaar (aan jongere kinderen gaat de clou voorbij, vermoed ik), maar een voorleesfeest voor alle leeftijden.

De vleugels van Wouter Pannekoek van Anke de Vries. Weet je nog wel, oudje? Hoe zou het zijn om bij de dokter twee pleisters te kunnen halen die je onder je schouderbladen plakt, en waar ’s nachts vleugels uit groeien? Wat zou je dan allemaal kunnen meemaken? Fantastisch voorleesboek vanaf een jaar of 6. ISBN 9789056378257.

De vakanties van de kleine Nicolaas van René Goscinny en Jean-Jacques Sempé. Of elke willekeurige Nicolaas, for that matter. Zolang er nog iemand bestaat die hem niet gelezen heeft, blijf ik erover dazen. Ter introductie zou je kunnen beginnen met De kleine Nicolaas, maar als je in vakantiesferen wilt blijven, kun je ook meteen deze pakken.

Klik voor pdf van het eerste hoofdstuk.

Alle Nicolazen zijn magistraal vertaald door Marijke Koekoek. Het is onbegrijpelijk dat ze niet opnieuw worden uitgegeven, maar tot die tijd zou ik zeggen: op naar de bibliotheek. ISBN 9789045013930. Vanaf een jaar of 5, maar ook geweldig voor 12- en 16-jarigen en alles wat daaronder of -boven zit.

Architecture pigeons

Architecture according to pigeons van Speck Lee Tailfeather (met medewerking van Stella Gurney en Natso Seki). Bij uitzondering een Engelstalige; ik kan er ook niks aan doen dat ze hem niet vertaald hebben. Toch is ie het vermelden waard, want hoeveel kinderboeken over architectuur vanuit duivenperspectief zijn er nou helemaal?

Hier bijvoorbeeld de Murder Ring aka Colosseum. Of La Sagrada Familia, onder duiven beter bekend als The Forest of Dreams.

Mocht je deze zomer Rome aandoen, Barcelona of Parijs – of gewoon lol hebben in het kijken naar de Taj Mahal of het Opera House in Sydney; een betere gids dan Speck Lee kun je niet treffen. ISBN 9780714863535. De Engelse leeftijdsindicatie is 7+, maar dat zegt niet veel voor Nederlandse lezers: jongere kinderen kunnen de platen blijven bekijken, oudere begrijpen de tekst.

Wonderschoon

11 maart 2014

De moeder van August Pullman houdt net zo veel van haar kinderen als ik. Al voor hun geboorte had ze dromen en grootse plannen. De beste opvoeding zouden ze krijgen: niet te strikt, niet te vrij, veel ruimte voor eigenheid, maar nooit ten koste van anderen. Geen buitensporige veeleisendheid om haar eigen tekorten te compenseren, en toch altijd een duwtje in de rug als iets moeilijk zou worden. Ik denk dat we in veel dingen op elkaar lijken, de moeder van August Pullman en ik. Misschien waren de eerste drie jaar van ons moederschap wel een beetje hetzelfde. Maar bij de bevalling van ons tweede kind werd het zo anders, dat je je dat nauwelijks kunt voorstellen dat we ooit dezelfde toekomstdromen voor onze kinderen hadden.

Zo ging het toen August geboren werd: ‘Toen ik uit haar buik kwam, werd het heel stil in de verloskamer. Mijn moeder kreeg niet eens de kans om me te bekijken, want de aardige zuster rende meteen met me naar buiten. Mijn vader ging zo snel achter haar aan dat hij de videocamera liet vallen, en die brak in een miljoen stukjes.’

De dokters denken dat het jongetje de nacht niet zal overleven. ’s Morgens mag de moeder haar zoon voor het eerst zien.

‘Mijn moeder zegt dat ze haar tegen die tijd al alles over me verteld hadden. Ze had zich voorbereid op de kennismaking met mij. Maar toen ze voor het eerst in mijn kleine verfrommelde gezichtje keek, zegt ze, zag ze alleen maar wat een mooie ogen ik had.’

August heeft een gezicht waar je je geen voorstelling van kunt maken. Zijn ogen staan anderhalve centimeter lager dan gemiddeld en hangen aan de uiteinden schuin omlaag. Hij heeft geen jukbeenderen, een piepklein kinnetje en het lijkt alsof zijn wangen van zijn gezicht afdruipen als kaarsvet van een kaars. Zijn hoofd is ingedeukt ter hoogte van zijn oren, alsof iemand er met een enorme pincet in geknepen heeft.

En dan volgt er een boek, zo mooi, dat je het liefst over iedere seconde van het leven van August Pullman wilt lezen. Over die geweldige ouders en hoe zij met hun kinderen omgaan; zowel met August als met zijn oudere zusje Olivia. Over alle situaties waarvoor ze hun zoon zouden willen behoeden, maar waarvan ze weten dat ze hem er juist een duwtje in de rug bij moeten geven.

Wonder is niet het zoveelste boek over anders-zijn, maar een boek over gewoon zijn. Er zijn. Over omgaan met dingen die op je pad komen. Met mensen die op je pad komen. Over stille bemoedigingen en staande ovaties. Over liefde die geen angst kent.

Mensen zoals August Pullman zie je niet vaak. Dat komt niet alleen omdat er weinig kinderen geboren worden die er zo uitzien, maar ook omdat we er in onze maatschappij voor kiezen om mensen al snel achter een hoog hek en een dichte deur te plaatsen (zoals we zagen toen we de kinderen van de blauwe vogel bezochten). Keurig bij elkaar, zodat de rest van de gewone, mooie, intelligente, handige mensen het niet hoeft te zien, niet hoeft te helpen en er geen last van hoeft te hebben.

Wonder is het mooiste kinderboek dat ik in jaren las. En Philip, Jet en Cato zijn het met me eens.

Wonder van R.J. Palacio

Kijk naar de vogels

7 februari 2014

Aesopus had gelijk. En de BBC bewijst het. Ken je de fabel van de kraai en de kruik?

Een dorstige Kraai zocht al een tijd naar water. Na lang rondvliegen zag ze een grote Kruik.

Eindelijk drinken, dacht ze, maar dat viel tegen. De Kruik was maar halfvol en de hals was smal. Veel te smal voor de Kraai om bij het water te kunnen. Toch was ze niet van plan de moed op te geven. Ze keek rond, zag een hoop grind en kreeg een idee.

Eén voor één ging ze de steentje oppikken, en één voor één liet ze die door de hals van de Kruik vallen, net zolang tot het water aan de rand van de hals stond. En toen kon de slimme Kraai eindelijk haar dorst lessen.

Uit: Imme Dros, Meer fabels van Aesopus

Dan denk je: dat is slim. Voor een vogel. We weten dat chimpansees hele gereedschapskisten in elkaar knutselen om een termietenheuvel uit te porren en we kennen de valse trucs van sommige dieren die er alles aan doen om je van je werk te houden. Maar vogels?

Dus wel.

—-

  • In de driedelige serie Inside the Animal Mind laat Chris Packham het allemaal zien. Nog niet in Nederland, wel op BBC Two – dinsdag 11 februari wordt het laatste deel uitgezonden. Volgens The Guardian zou Packham zelfs best eens de troonopvolger van Sir David kunnen zijn. Maar daar wil ik nog niet aan. De koning is nog niet dood.
  • Van Aesopus’ fabels bestaan talloze uitgaven, waarvan twee in het bijzonder de moeite waard zijn.
    • Imme Dros’ bewerking in twee delen, met illustraties van Fulvio Testa: De fabels van Aesopus en Meer fabels van Aesopus.
    • De berijmde versie van Maria Donkelaar en Martine van Rooijen, Bovenin een groene linde zat een moddervette haan, verluchtigd door Sieb Posthuma. Deze leest het lekkerste voor en is verreweg het mooist, maar wel heel vrij bewerkt. Ik vind het zelf leuk om ook de originele verhalen te kennen.

    Hier een gratis versie, vrij van auteursrechten. Het is een Nederlandse bewerking van Aesop for Children (1919) door Koen Van den Bruele met platen van Milo Winter. Als je op het plaatje klikt, openen de fabels in pdf.

    Klik voor pdf.

Kinderboekenweek 2013

12 oktober 2013

Hij is al bijna voorbij, maar gelukkig heb je nog een hele zaterdag om alle planken van de kinderboekenwinkel af te scharrelen. Mocht je kind hockey niet kunnen missen, dan kun je vandaag natuurlijk als verrassing zelf een boek uitzoeken. Geen idee welke? Hier een lijstje dat je op weg zou kunnen helpen. Ik vroeg aan thuisonderwijzers wat de favoriete boeken waren die zij het afgelopen jaar gelezen hadden en dit was het resultaat.

  • Roald Dahl, De reuzenperzik. ‘Favoriet van dit moment!’ (meisje van 7 jaar).
  • Patrick McDonnell, Tijd voor een knuffel. ‘Wat een mooi en lief boekje’ (meisje van 2,5 jaar).
  • Monica Furlong, Heksenkind. ‘Mijn eigen lievelingskinderboek, nu gekocht voor een meisje van 11 jaar.’
  • Jan Terlouw, Zoektocht in Katoren en Koning van Katoren (jongen van 12 jaar).
  • Astrid Lindgren, Karlsson van het dak. ‘Onze topper van dit moment!’ (voorgelezen aan jongen van 7 en meisje van 6 jaar).
  • Corien Oranje, Kampioen ‘Prachtig, past ook bij het thema van de Kinderboekenweek!’ (jongen van 11).

Klik op de foto voor meer over dit boek.

  • Thea Beckman, Saartje Tadema (jongen van 12 jaar).
  • Roald Dahl, Daantje de wereldkampioen (voorgelezen aan jongen van 7 en meisje van 6).
  • Cornelia Funcke, Reckless en Levende schaduw. ‘En vervolgens begon mijn zoon (12) meteen weer in het eerste deel, Reckless, om het te herlezen.’
  • Rick Riordan, De bliksemdief. ‘Plus alle overige delen van de Percy Jacksonreeks.’ (voorgelezen aan jongen van 10, gelezen door meisje van 14 jaar).
  • Tonke Dragt, Verhalen van tweelingbroers (voorgelezen aan jongen van 11).
  • Jeff Kinney, Het leven van een loser. Zwaar de klos! ‘En alle andere delen’ (getipt door twee gezinnen: een jongen van 12 en een jongen van 13).
  • Joke van Leeuwen, Het verhaal van Bobbel die in een bakfiets woonde en rijk wilde worden. ‘Als luisterboek voor kinderen van 6, 7 en 11.’
  • Thea Beckman, Geef me de ruimte en Triomf van de verschroeide aarde (jongen van 12 jaar).
  • Theo Thijssen, Kees de jongen. Jet (11) vindt het nooit makkelijk om een nieuw boek te kiezen. Ze geniet van het herlezen van oude favorieten, en veel recente kinderboeken doen haar niets – soms door de manier waarop het geschreven is, soms vanwege het onderwerp. Omdat ze wel erg van Tom Sawyer houdt, dacht ik dat ze Kees de jongen misschien ook leuk zou vinden. Ze vindt het fantastisch. Met het luisterboek, voorgelezen door Jan Meng, is ze uren geboeid.

  • Karlijn Stoffels, Mosje en Reizele. Ook van Jet (11). Ze vraagt de hele tijd wanneer Philip het boek nou eens gaat lezen – het heeft diepe indruk op haar gemaakt.
  • Sylvia Vanden Heede, Vos en Haas op zoek naar koek. Populairste slaapmutsje van Victoria (bijna 2). Ze kan nog niet zo veel woorden zeggen, maar wel ‘vos’, ‘haas’, ‘uil’ en ‘koek.
  • Susanne Collins, De hongerspelen. Plus de overige delen uit de reeks. De hongerspelen was het eerste boek dat Philip (14) las nádat hij de film al gezien had. Het sloeg in als een bom. Het boek is volgens hem veel mooier. Hij heeft alle delen herlezen.
  • Tonke Dragt, De torens van februari. Nog een van Philip (14). Hij is de laatste tijd van science fiction gaan houden en vond deze erg de moeite waard.
  • René Goscinny, De kleine Nicolaas. Niet origineel, maar ik kan er niks aan doen. Het is nu eenmaal de grote hit op dit moment. We hebben twee delen uit en Cato (6) was naarstig op zoek naar meer. Gelukkig zijn er nog twee Nicolazen om avond aan avond te lezen.

En dan nog een speciale vermelding voor Imme, een meisje van 10 jaar dat heel veel favoriete boeken instuurde:

  • Ulysses Moore. Het geheim van Villa Argo. Imme: ‘Ulysses heeft 12 delen. Het is heel spannend en er zijn meestal heel veel verhaallijnen van mensen, maar die mensen voegen dan weer samen. De boeken zitten vol mysteries (sommige worden niet opgelost).’
  • Michelle Harrison, De 13 schatten. ‘Het is heel spannend en het heeft een open einde. Soms is het eng, maar dan wel leuk-eng.’
  • John Flanagan, De Grijze Jager. Immes moeder: ‘Elf delen en het twaalfde komt eraan. Dat deze serie jongensboeken genoemd wordt, daar is Imme het zó niet mee eens. Er zitten ook meiden in die van wanten weten. Zelfs een vleugje romantiek.’
  • Vivian den Hollander, Alleen Beer mocht mee. ‘Het boek is niet eng, maar wel zoals het geweest is. Mooi boek!’ Immes moeder:Wow! Moeilijke materie (Jappenkampen) goed verwoord, zonder dat het een tranentrekker wordt. Het hangt een beetje van het kind af of je voorleest of zelf laat lezen.’
  • Hans Kuyper, Nacht, stikdonkere nacht. Immes moeder: ‘Leukste gedichtenbundeltje, al jaren. Ieder gedicht is totaal anders en toch heel passend bij hoe een rover uit een bende van veertien zo klein geworden is. Blijft grappig om te lezen en voor te lezen.’
  • Lida Dijkstra, Wachten op Apollo. Hoe Arachne in een spin veranderde en andere mythen. ‘Leuke mythen en verhalen. Wat ik niet leuk vind is dat je niet te weten komt op het einde of Cornix weer prinses wordt. Immes moeder: ‘Dit is niet geschreven om zelf te lezen. Dit móet je voorlezen. Knappe raamvertelling met X-factor! Vrij naar de Metamorfosen van Ovidius.’
  • Tonke Dragt, De brief voor de koning. Met stip op een.

Imme: ‘Het boek is heel spannend! Na elk hoofdstuk wil je weer verder lezen.’ Immes moeder zegt: ‘Daarnaast heeft ze in de zomer als campingkost andere kinderklassiekers gelezen: PjotrBriefgeheim en Koning van Katoren van Jan Terlouw en De gebroeders Leeuwenhart van Astrid Lindgren. Ze is dol op queesten. Een soort adventure/fantasy maar dan zonder de mythische wezens die je om de oren vliegen zoals bij Harry Potter of Tolkien.’

Meer inspiratie vind je in de lijstjes van voorgaande jaren:

Dankjewel!

4 oktober 2013

Alsjeblieft, een bloemetje voor jullie. Een veld vol IJslandse lupines als dank omdat jullie in één dag tijd al zo groots hebben gedeeld, geschreven en getekend. En dat voor zo’n piepklein onderwerpje.

De lupines heb ik gepikt van mevrouw Rumphius, het is tenslotte Kinderboekenweek.

In the evening Alice sat on her grandfather’s knee and listened to his stories of faraway places. When he had finished, Alice would say, “When I grow up, I too will go to faraway places, and when I grow old, I too will live beside the sea.”

That is all very well, little Alice,” said her grandfather, “but there is a third thing you must do.”

“What is that?” asked Alice.

“You must do something to make the world more beautiful,” said her grandfather.

“All right,” said Alice. But she did not know what that could be.

Uit: Miss Rumphius van Barbara Cooney

Helaas niet vertaald in het Nederlands, maar niet ingewikkeld en erg mooi.