Schoorl is mooi (2)

15 juli 2012

Had u onze vakantiebestemming al geraden? Het was leuk, hoor. Maar het gekke is, ze willen blijven leren. Iedereen die met jonge kinderen op vakantie gaat weet: vakantie is ook echt vakantie. Halve dagen op een ligbed hangen, vijf boeken in drie dagen, terrasjes, stilte, urenlang tafelen.

Not.

Zo is het met thuisonderwijs ook. Je denkt: we gaan de hele vakantie niks doen. Maar nondeju.

Je neemt een microscoop mee en hij wordt gebruikt.

Dat heb ik de kiem gesmoord natuurlijk. Vakantie is vakantie. Dus heb ik als de wiedeweerga een gids geboekt en we zijn het bos in gegaan om he-le-maal niets te leren. Samen met een ander thuisonderwijsgezin dat ook weleens een dagje rust wilde hebben.

De gids was het ermee eens. Er zou niks geleerd worden.

Hij had tenslotte ook een vrije dag. In het dagelijks leven was hij directeur van een basisschool. Zijn adv-dagen besteedde hij aan IVN-excursies.

Een soort mini-vakanties eigenlijk.

En dat hij af en toe uitlegde hoe je slangenkruid kon herkennen, Amerikaanse eiken van Nederlandse kon onderscheiden en paddestoelen en ander moois aanwees in het Schoorls duingebied, dat zagen we door de vingers.

Net zoals toen hij vertelde dat de Engelse naam voor teunisbloem veel toepasselijker is dan de Nederlandse. Evening Primrose heet hij dan. En wanneer geurt een teunisbloem? ’s Avonds. En waar ruikt hij dan naar? Naar rozen. Cato heeft het onderzocht en bevestigd.

Verder gingen we op visite bij de reus.

Klein Duimpje was in geen velden of wegen te bekennen, dus Cato heeft de honneurs waargenomen. Wat nou: ‘Ik ruik mensenvlees’?

Verder heeft zij het Zwaard uit de Steen getrokken, de Grote Boze Wolf een optater verkocht (en daarmee zowel Roodkapje als de Zeven Geitjes gered), Pinokkio streng toegesproken en alle kabouters de groeten gedaan van Paulus en Kabouter Zandkorrel. Na gedane arbeid was het prettig varen.

In de laatste week van onze vakantie hebben we de kaasmarkt in Alkmaar bezocht. Samen met vierduizend Italianen, Russen, Amerikanen, Duitsers, Japanners en vier bussen Spanjaarden. Op één stadsplein. Dat is aan de drukke kant.

Gelukkig hadden Jet en Cato een vip-pas waarmee ze achter de schermen konden komen, op de plek van de kaasmeesters. Dus terwijl Philip en ik ons een weg door de menigte vochten om iets te kunnen zien, stonden zij comfortabel op het Waagplein.

Mocht u binnenkort een stukje jong belegen aanschaffen, dan is de kans groot dat mijn dochters dit persoonlijk gekeurd hebben: gaatje boren, kaas besnuffelen, buigen en proeven. Het korstje stop je weer terug in de kaas.

Ze moesten ook op de kaaswaag. Cato woog twee kazen. Dat weten we zeker, want de leus van het Alkmaarse kaasdragersgilde is al sinds 1593: ‘Een valse waag is de Heer een gruwel en daarentegen een vol gewicht is zijn welbehagen.’

Daar gingen we dan maar vanuit. Jet woog tweeënhalve kaas.

Het waren fijne weken. Het was zonnig, zomers en gezellig.

En het is ook fijn om weer terug te zijn. Want nu hebben de schoolgaande vriendjes vrij. Alle tijd om niks te leren.

  • Een excursie met een IVN-gids vind ik een van de beste manieren om de omgeving te leren kennen, of het nu je eigen wijk is of een vakantieadres. De gidsen zijn goed opgeleid en weten alle leeftijden erbij te betrekken. Prijzen liggen in mijn ervaring tussen de 35 en 55 euro. Daarvoor krijg je een wandeling van twee uur, voor een groep tot 20 personen (als gezin alleen kan ook, de prijs blijft gelijk). Zeg er altijd even bij hoeveel kinderen je meeneemt en wat de leeftijden zijn, daar passen ze de uitjes op aan. Hier staan alle IVN-afdelingen. Een paar van onze IVN-verslagen staan hier, inclusief foto’s van een onweerstaanbaar schattige Catootje:
  • Sprookjeswonderland in Enkhuizen is sinds jaar en dag een lievelingsuitje van Cato. Philip en Jet zijn de kabouters al een tijdje ontgroeid, maar vinden het park nog altijd gezellig. Het is mooi, groen en ruim opgezet; een stuk kleiner dan de Efteling en daar is de prijs dan ook naar. Het heeft kabouterhuisjes, sprookjesfiguren, een grote speeltuin, een theater, een boemeltreintje en wat attracties, alles op ooghoogte voor kinderen van 2-7 jaar.
  • Als je de Alkmaarse kaasmarkt wilt bezoeken, is een kinderrondleiding aan te raden. De kinderkaasmarkt is hier te reserveren voor 5,50 euro per kind. Het duurt maar een halfuur, maar zo kunnen ze in ieder geval iets zien. En als je het Kaasmuseum bezoekt (gratis met museumjaarkaart) heb je vanuit de ramen een goed zicht op de kaasmarkt zelf.
  • Bij de VVV in Alkmaar is een kinderspeurtocht verkrijgbaar die je dwars door de stad leidt: Code Alkmaar. In anderhalf uur los je de code op, via verhalen over het Alkmaars ontzet, Cornelis Drebbel, een schuilkerk en het Wildemanshofje. Je komt ook langs de rosse buurt, al staat die niet in de speurtocht vermeld. Kosten boekje: 2,50 euro.
  • Voor iedereen die ook niks wil leren is dit een leuk boek: Let’s Do Nothing van Tony Fucile.

Philip en Jet hebben pas een programma afgerond over erfelijkheid. Niet uit een biologieboek, maar je reinste CSI.

Wie is de dader? is een biologieproject van Schooltv voor de eerste klassen van het voortgezet onderwijs. De zaak is als volgt. Er is een moord gepleegd in het Allard Piersonmuseum en misdaadverslaggever John van den Heuvel zal de zaak onderzoeken. Jij hebt de schone taak hem daarbij te helpen.

Het project bestaat uit drie tv-afleveringen en een online spel. Op het plaats delict verzamel je sporen die je in een virtueel laboratorium verder onderzoekt. Gaandeweg leer je steeds een beetje meer over erfelijkheid, chromosomen, DNA, cellen (verschillen tussen planten- en menselijke cel) en vingerafdrukken. Vervolgens moet je een schuldige aanwijzen en deze voor de rechter brengen. Onwijs leuk gedaan.

Philip en Jet hebben uiteindelijk de juiste dader gevonden, hoewel ze één aanwijzing verkeerd geïnterpreteerd hadden. Let erop dat je alle dossiers en filmpjes in het spel bekijkt; ze bevatten meer informatie dan in de tv-uitzendingen gegeven wordt.

Als historische curiositeit geef ik nog de Lombrosotest mee: kun je een misdadiger op zijn uiterlijk herkennen? Cesare Lombroso, de negentiende-eeuwse Italiaan naar wie de methode vernoemd is, dacht van wel. Hij was gevangenisarts en criminoloog en ervan overtuigd dat een criminele inborst erfelijk bepaald is. Zo vond hij dat je aan het uiterlijk van mensen kunt zien of zij misdadig geboren zijn. Diepliggende ogen, brede kaken, vlezige lippen, afwijkende oren – het zijn allemaal aanknopingspunten.

Nou heb ik aan een half woord genoeg, dus ik zeg: heterdaadje.

En dan heb ik de tronie van Hans van Breukelen nog het voordeel van de twijfel gegeven.

Je kunt hier een Lombrosotest over schrijvers doen. Bepaal zelf: is het een schrijver of is het een crimineel?

Keyser Söze?

Schooltv-programma Wie is de dader?

Tekenfilmpjes maken

18 september 2011

Buiten huilt de wind om het huis, binnen maken we tekenfilmpjes. Ik dacht dat ik de link al eens gepost had, maar dat was niet zo. En dat terwijl het toch zo’n leuk programmaatje is: met Pivot Stickfigure Animator kun je zelf heel gemakkelijk animaties maken.

Philip kreeg de link jaren geleden door en is er nog steeds enthousiast over. Het is geen programma dat hij dagelijks (of wekelijks of maandelijks) opstart, maar bij vlagen kan hij heel fanatiek worden en maakt hij een tijdje achter elkaar iedere dag wel een paar filmpjes.

Hier een voorbeeld van vier seconden, lukraak geplukt uit de lijst filmpjes die hij in de loop der tijd maakte, om een indruk te geven van de animatievorm.  

Het programma begint met één stokpoppetje dat je beeldje voor beeldje in een andere stand kunt zetten. Daarnaast is er een arsenaal aan attributen en typetjes (cowboy, paard) die je kunt inladen om verhaallijn in je film te brengen. Bij Philip bestaat het vooral uit veel geweren, zwaarden, vallende rotsblokken en massagevechten – we geven niet voor niets thuisonderwijs natuurlijk. Maar als je er iets dieper induikt en verder gevorderd raakt, ontdek je steeds meer: de ledematen hoeven geen luciferhoutjes te zijn, je kunt zelf figuren ontwerpen, bewegingen verfijnen en natuurlijker maken.

Op deze pagina staat een knop om Pivot te downloaden.    

ScratchpoesVoor kinderen en grote mensen die liever willen leren programmeren, had ik eerder al deze link gepost over Scratch. Persoonlijk kreeg ik bij het woord programmeren een glazige waas voor de ogen, maar Scratch is een écht eenvoudige programmeertaal waarmee je in een halve middag al heel wat voor elkaar krijgt.

Voetreis naar Rome

6 september 2011

Ik hoor u denken: ‘Quo vadis?’

Dat is vanaf nu gemakkelijk af te lezen aan de Peutinger kaart die voor iedereen beschikbaar is.

Zo leuk, vul begin- en eindbestemming hier in op omnesviae.org en je krijgt de handigste route uitgestippeld, of je nu van Voorburg naar Valkenburg wilt of van Mediolanum (Milaan) naar Rome.

Zoals Google Maps je fijntjes wijst op points of interest, de snaai- en graaiplekjes, hotels en andere pleisterplaatsen, zo diende de Romeinse kaart ook een economisch doel. De wegwijzer, die gemaakt was om de legers sneller op hun kampplaatsen te laten komen, werd al snel ontdekt als economisch buitenkansje: langs de wegen werden tabernae (tavernes) gebouwd, stationes en stabulae, Romeinse hotels waar je kon uitrusten, eten en van paard kon wisselen.

De Peutinger kaart is een dertiende-eeuwse kopie van een Romeinse reiskaart van omstreeks 200 na Christus. Hij beslaat het hele gebied van het Romeinse rijk en alle delen in het oosten die door Alexander de Grote veroverd werden. Het origineel wordt bewaard in de nationale bibliotheek van Oostenrijk, maar gelukkig kan nu iedereen zijn eigen pelgrimsroute online aflezen.

Op wikipedia staat meer over de Tabula Peutingeriana.

Tegenvallers in de tuin

12 augustus 2011

Terwijl ik aan mijn snijbonenstellage hing die door de storm omver was geblazen, bedacht ik dat het goed was om ook de mindere resultaten van onze tuin met u te delen.

Over het algemeen werken mijn triomfen natuurlijk louter aanstekelijk, maar soms, als de tuinbonen weggevreten zijn door zwarte luis of de tomatenplant niet wil bloeien, heeft een mens behoefte aan wat gedeelde smart.

Welnu, de snijbonen heb ik weer opgebonden, maar met mijn venkel wil het niet lukken. Veel spriet en pluis, weinig knol. We hebben ze nog niet gegeten (wat moet je met anderhalve knol en vijf personen, dan zit je elkaar maar aan te kijken), maar het is om zo te zeggen geen A-kwaliteit.

Ook de radijs was geen succes. Vanwege de droogte in de voorzomer waren ze piepklein of gewoon rot. Soms leken ze van buiten mooi, maar bleken binnenin bruin en uitgeknaagd door een wormpje of iets anders wat tunneltjes graaft.

Komkommer hebben we dit jaar voor het eerst geplant. Vorig jaar mochten we er een paar plukken van een tuinbuurvrouw op vakantie. Die waren zo lekker, mooi en anders dan in de winkel, dat ik ze dit jaar zelf ook wilde. In tegenstelling tot de beeldschone exemplaren van de buurvrouw kan ik mijn oogst echter naar Christine le Duc brengen.

De ranken en bloemen zagen er nog veelbelovend uit, maar iedere komkommer die zich ook maar een beetje ontwikkelt, heeft een afwijking of twee, drie.

En ook de paksoi groeit niet naar behoren. Van de pakweg twaalf exemplaren die we gezaaid hadden, hebben we er vier kunnen eten. Die waren samen genoeg voor één persoon; klein geoogst omdat ze op 15 cm hoogte al in de bloem schoten, en dan wordt de groente bitter. Ik had mijn hoop nog op deze gevestigd, maar daags na de foto prijkte ook daar een gele bloem in het hart van de plant. 

Nog iets over zwarte luis. Ik heb gemerkt dat luis niet erg is voor snijbonen (die groeien ongeschonden door), maar wel voor tuinbonen. Bloesem en beginnende bonen worden gewoon weggevreten. Ik heb ondervonden -vooral toen ik het een jaar niet deed- dat het echt helpt om vroeg (half maart) te planten én er goudsbloemen naast te zaaien. De goudsbloemen komen wel onder de luis, maar de tuinbonen worden grotendeels met rust gelaten. Dille helpt ook, dat zaai ik vooral tussen de rode bietjes en snijbiet.

Voor de handigheid heb ik een pdf gemaakt met gewassen die beter wel of niet naast elkaar geplant kunnen worden.

Hij opent door op het plaatje te klikken en staat ook op deze fonkelnieuwe pagina, met alle tuintips op een rijtje.

Triptiek (3)

8 februari 2011

Ja, een triptiek bestaat uit drie delen, ja. Maar hoelang denk je dat een Memling, een Van Eyck met hun drieluiken bezig waren? Goedbeschouwd ben ik dus aan de vlotte kant. Hier is het derde paneeltje al.

Een fantastisch boek: De aap van Rembrandt.

Antoon Erftemeijer verzamelde een enorme hoeveelheid anekdotes over westerse kunstenaars, vanaf de Oude Grieken tot nu. Hij heeft het wetenschappelijk aangepakt, met een bulk aan bronnen en een uitvoerig nawoord waarin hij de aard en betrouwbaarheid van de anekdotes van alle kanten belicht. Dat is aan de ene kant prettig, want ik hou van grondig, maar aan de andere kant doet het een beetje af aan de luchtigheid van de verhaaltjes. Maar als je de moeite neemt gewoon te beginnen, dan grasduin je vanzelf die 524 pagina’s wel door.

Er zitten lugubere, krankzinnige en prachtige verhalen bij. De komende dagen zal ik er een paar hier op het blog zetten, dan kan iedereen daarna een tweedehands exemplaar van het boek gaan kopen en gaat het zo goed lopen, dat er weer een herdruk zal komen. Ik noem er alvast eentje. Het is een bekende, de moeder aller kunstenaarsanekdotes bijna, maar hij blijft aardig.

Zeuxis en Parrhasios

De schilder Zeuxis (5e eeuw v. Chr.) was al tijdens zijn leven beroemd. Op een keer ging hij een schilderwedstrijd aan met zijn collega Parrhasios, die zichzelf de ‘prins van de schilderkunst’ noemde. Toen de beide kunstenaars klaar waren met schilderen, onthulde Zeuxis zijn schilderij van een paar druiven. De druiven waren zo natuurgetrouw geschilderd, dat de vogels erop afvlogen.

Opgewonden door het oordeel van de vogels, riep Zeuxis dat Parrhasios nu het gordijn dat voor zijn schilderij hing, maar eens moest weghalen. Daarop bleek dat het gordijn door Parrhasios zelf geschilderd was. Zeuxis moest erkennen dat zijn rivaal gewonnen had: Zeuxis had vogels weten te misleiden, maar Parrhasios had een schilder kunnen bedriegen.

Later schilderde Zeuxis ook eens een jongen die druiven droeg. Toen de vogels daar weer op afvlogen, ergerde hij zich en zei: ‘Ik heb de druiven beter geschilderd dan de jongen, want als de laatste werkelijk geslaagd geweest was, dan hadden de vogels bang moeten zijn.’

Van collega H. kreeg ik nog een mooie link die goed van pas kan komen: Google Art Project.

Een soort street view, maar dan in het museum. Tot nu toe werken zeventien musea mee, waaronder het Rijksmuseum en het Van Gogh, om je hun meesterwerken van heel dichtbij te tonen. Je kunt zo ver inzoomen dat je bij Het Joodse bruidje het kloddertje witte verf ziet zitten waardoor haar ring zo prachtig glinstert.

En naar aanleiding van de tv-serie over Rembrandt heeft Philip laatst de symbioses weer eens bekeken van Star Wars en klassieke meesterwerken: Star wArts (geef toe, hij is leuk gevonden). Philip was blij verrast dat hij van minstens de helft de schilder of het werk zelf kon determineren. Een aantal schilderijen dat hij niet herkende, zocht hij op internet op. Lijkt me een mooie opdracht bij het onderdeel ‘studievaardigheden’ voor de citotoets.

Gesurft voor u

20 december 2010

Een paar links die van pas kunnen komen.

Deze is ‘gewinkeld voor u’. De korte themafilmpjes uit het NCRV-programma Willem Wever (door Cato consequent uitgesproken als Willem Bever) zijn gebundeld. Je kunt ze op internet bekijken door ze stuk voor stuk op de beeldbank op te zoeken, maar HEMA heeft ze ook allemaal op dvd per onderwerp. In de online HEMA kosten ze 6,95 euro, maar als je even naar de echte winkel wandelt, is het 5 euro per dvd.

Hier alvast een voorproefje in de categorie geschiedenis: ‘Waarom heeft Rembrandt de Nachtwacht op deze manier geschilderd?’

En dan deze. Want je zult maar ingesneeuwd zitten zonder anatomische atlas. Zul je altijd zien dat je juist dán wilt weten hoe de alvleesklier retroperitoneaal in de buikholte ligt. Daar heeft google wat op gevonden; sinds kort is er de Body Browser, een virtuele, driedimensionale, anatomische atlas. Daarmee kun je laagje voor laagje in het menselijk lichaam kijken.

Er zijn verscheidene youtubefilmpjes van mensen die de Body Browser demonstreren, het een wat puberaler dan het ander (want welke lichaamsdelen kun je allemaal onderzoeken?), maar hier zijn nog twee uitgebreidere presentaties: deze is met (Engelstalig) commentaar en deze is zonder commentaar.

Om Body Browser zelf te kunnen gebruiken, moet je wel even de nieuwste versie van Firefox, Safari of Chrome installeren. Meer informatie kun je lezen in het nieuwsartikel op webwereld.nl.

In hetzelfde genre, maar net een beetje anders, kreeg ik vorige week deze links van collega H. over het virtueel ontleden van een kikker.