Wonderschoon

11 maart 2014

De moeder van August Pullman houdt net zo veel van haar kinderen als ik. Al voor hun geboorte had ze dromen en grootse plannen. De beste opvoeding zouden ze krijgen: niet te strikt, niet te vrij, veel ruimte voor eigenheid, maar nooit ten koste van anderen. Geen buitensporige veeleisendheid om haar eigen tekorten te compenseren, en toch altijd een duwtje in de rug als iets moeilijk zou worden. Ik denk dat we in veel dingen op elkaar lijken, de moeder van August Pullman en ik. Misschien waren de eerste drie jaar van ons moederschap wel een beetje hetzelfde. Maar bij de bevalling van ons tweede kind werd het zo anders, dat je je dat nauwelijks kunt voorstellen dat we ooit dezelfde toekomstdromen voor onze kinderen hadden.

Zo ging het toen August geboren werd: ‘Toen ik uit haar buik kwam, werd het heel stil in de verloskamer. Mijn moeder kreeg niet eens de kans om me te bekijken, want de aardige zuster rende meteen met me naar buiten. Mijn vader ging zo snel achter haar aan dat hij de videocamera liet vallen, en die brak in een miljoen stukjes.’

De dokters denken dat het jongetje de nacht niet zal overleven. ’s Morgens mag de moeder haar zoon voor het eerst zien.

‘Mijn moeder zegt dat ze haar tegen die tijd al alles over me verteld hadden. Ze had zich voorbereid op de kennismaking met mij. Maar toen ze voor het eerst in mijn kleine verfrommelde gezichtje keek, zegt ze, zag ze alleen maar wat een mooie ogen ik had.’

August heeft een gezicht waar je je geen voorstelling van kunt maken. Zijn ogen staan anderhalve centimeter lager dan gemiddeld en hangen aan de uiteinden schuin omlaag. Hij heeft geen jukbeenderen, een piepklein kinnetje en het lijkt alsof zijn wangen van zijn gezicht afdruipen als kaarsvet van een kaars. Zijn hoofd is ingedeukt ter hoogte van zijn oren, alsof iemand er met een enorme pincet in geknepen heeft.

En dan volgt er een boek, zo mooi, dat je het liefst over iedere seconde van het leven van August Pullman wilt lezen. Over die geweldige ouders en hoe zij met hun kinderen omgaan; zowel met August als met zijn oudere zusje Olivia. Over alle situaties waarvoor ze hun zoon zouden willen behoeden, maar waarvan ze weten dat ze hem er juist een duwtje in de rug bij moeten geven.

Wonder is niet het zoveelste boek over anders-zijn, maar een boek over gewoon zijn. Er zijn. Over omgaan met dingen die op je pad komen. Met mensen die op je pad komen. Over stille bemoedigingen en staande ovaties. Over liefde die geen angst kent.

Mensen zoals August Pullman zie je niet vaak. Dat komt niet alleen omdat er weinig kinderen geboren worden die er zo uitzien, maar ook omdat we er in onze maatschappij voor kiezen om mensen al snel achter een hoog hek en een dichte deur te plaatsen (zoals we zagen toen we de kinderen van de blauwe vogel bezochten). Keurig bij elkaar, zodat de rest van de gewone, mooie, intelligente, handige mensen het niet hoeft te zien, niet hoeft te helpen en er geen last van hoeft te hebben.

Wonder is het mooiste kinderboek dat ik in jaren las. En Philip, Jet en Cato zijn het met me eens.

Wonder van R.J. Palacio

Bofweek

30 december 2013

Kijk eens. Ziet u iets bijzonders?

Ja, nee, ze ligt stil, ja.

Dat klopt, zo vind je haar niet vaak.

Maar wat ziet u nog meer? Kom even dichterbij anders.

Nou? Wat flonkert daar?

Zelf zei ze er dit over: ‘Weet je mam, ik stond vanochtend op en dacht: “Ik heb het gewoon gedaan!” Ik heb gedaan wat ik echt wilde, ook al wist ik dat het een beetje pijn zou doen.’

Het is exemplarisch voor de gemoedstoestand waarin ze zich op het moment bevindt. Het groeisprongetje. De fragiele periode die zich nu en dan verheft boven andere periodes. Momenten waarop je heel veel wilt, maar ineens bijna niks meer durft. Je hoofd wil nou eindelijk eens groot zijn, maar je lijf wil eigenlijk alleen maar op schoot zitten. Daar kun je woedend van worden en soms verdrietig. Af en toe vier je een triomf waar je zeker vijf minuten op kunt teren – totdat de volgende frustratie zich aandient.

In zo’n toestand helpt één ding: aandacht. Omhelzingen, stil naast elkaar zitten, praten, laten praten, op schoot. En een beetje meer geduld hebben. Oefening baart kunst. Bij Cato heb ik het privilege veel te mogen oefenen. Mijn Jekyll & Hyde, mijn wervelwind, mijn brekebeen, mijn derde, mijn doorzetter.

Het resulteerde in een reeks onverwachte mazzeltjes deze week. Die oorbellen dus. En een hele dag spelen bij opa en oma, in haar eentje. Cato had zorgvuldig een grote boodschappentas gevuld met gezelschapspellen, zodat er niet een, niet twee, maar drie potjes mens-erger-je-niet achter elkaar gespeeld konden worden, plus Uno, plus kwartet, plus alle zevenhonderd vragen van het Wereld Natuur Fonds-dierenkaartenspel.

Mazzeltje drie was Kerstmis, dat weer verscheidene andere mazzeltjes in zich droeg. Feestjurken, zingen, neefjes, nichtjes, meehelpen met de voorbereiding van het kerstdiner en vervolgens uitgebreid geëerd worden voor je kookkunsten. Onverwachte kerstpakketten met zoetigheden en tijdschriften en toilettassen met crèmepjes.

Naar de bioscoop. Met cola en een lolly en zingende prinsessen.

Alsof dat allemaal niet genoeg was, diende zich nog een extra bof aan. Omdat het de mooiste film was die Cato ooit van haar leven gezien had, waren er twee mensen die haar nóg een keer meenamen naar dezelfde film. Philip had van Sinterklaas een bioscoopabonnement gekregen en vriend D. bezat er al eentje, zodat de mannen de smaak van zingende prinsessen konden wegspoelen met een aansluitende film vol samoeraikrijgers, zwaarden en harakiri. Maar eerlijk gezegd hadden ze Disney ook erg leuk gevonden.

Cato kon haar geluk niet op. Toen ik ’s avonds vroeg of ze een fijne dag had gehad, kroop ze stralend op schoot. ‘Soms heb je wel eens een bofdag,’ zei ze, ‘met je verjaardag bijvoorbeeld. Maar ik had gewoon een bofwéék.’ Ze draaide aan haar nieuwe oorbelletjes, want dat moest, had de mevrouw van de winkel gezegd. Draaien met alcohol. Zo bleven we samen zitten. Zonder iets te zeggen, totdat het tijd was om te gaan slapen.

Het begint bij een uurtje

13 december 2013

Schaatsen leer je door je eerste slagen te maken. Tekenen door je eerste potloodstreep te zetten. En programmeren leer je door je eerste uur te coderen. Dat is de gedachte achter de campagne ‘Hour of Code’ die deze week van start ging in de Verenigde Staten.

Het is de bedoeling dat tien miljoen mensen van groot tot klein kennismaken met programmeren. Of zoals president Obama in een promotiefilmpje zei: ‘Don’t just buy a new video game, make one. Don’t just download the latest app, help design it.’

In Nederland heb ik er weinig over gehoord, maar ik vond het een goed idee om de kinderen eraan mee te laten doen. Philip heeft jaren geleden een poosje geprogrammeerd met Scratch, maar daar kon hij zich weinig meer van herinneren (daar doe je het voor, als ouder). Omdat zo’n beetje alle educatieve websites aan de campagne meedoen, is er een keur aan programma’s om uit te kiezen.

Philip begon bij Khan Academy, waar hij al een eigen account heeft – het is soms handig om concepten van zijn Singapore Math in een filmpje te zien. Khan is altijd helder, duidelijk en efficiënt, vind ik. In deze snelcursus programmeren leer je een e-card te maken.

Klik op het plaatje voor een directe link naar Khan Academy’s Hour of Code.

De volgende dag ging Philip verder op HourOfCode.com, de site die speciaal voor deze week in het leven geroepen is. Daar word je bijgestaan door beroemdheden als Mark Zuckerberg (hij van Facebook) en Bill Gates bij het programmeren van een spelletje Angry Birds. In tegenstelling tot Khan gebruik je hier geen losse cijfers en letters, maar het programma blockly, waarmee je blokjes met commando’s kunt slepen. Als je de hele les doorlopen hebt, ontvang je een certificaat.

De campagne gaat er prat op dat alle leeftijden op deze manier kunnen leren programmeren, ook kleuters. Nou is Cato natuurlijk alláng geen kleuter meer, dus het leek haar een makkie. Ze had ook al even met Philip meegekeken hoe het moest. En tadaa.

Onze favoriete app Brainpop doet ook mee aan Hour of Code: al hun filmpjes in het onderdeel ‘computer science’ zijn deze week gratis toegankelijk. Mocht je Brainpop nog niet kennen, dan moet je beslist even kijken. Het is een fantastische bron van algemene kennis. Iedere dag krijg je een tekenfilmpje over een ander onderwerp, van geschiedenis tot kansberekening en klassieke muziek, en daarnaast is een aantal filmpjes gratis beschikbaar. Voor een paar euro per maand kun je ook toegang krijgen tot het hele archief, als je dat zou willen. Wel in het Engels, maar niet al te ingewikkeld, mede door de duidelijke animatie. Hier staat meer over de app. Je kunt de filmpjes ook via internet kijken; dan moet je even op het plaatje klikken.

Klik op het plaatje voor alle tekenfilmpjes over computer science.

De kinderen hopen dat ik me ook wil gaan bekwamen in het programmeren. Dat was nadat ik hen gisteren het huis door joeg omdat ze, opgeslorpt door anderhalf uur ‘computer science’, vergeten waren hun rotzooi op te ruimen en de overblijfselen van het optuigen van de kerstboom iedere vierkante meter in huis bedekten. Zij denken zelf dat er vooral mooie kansen liggen in de richting van de robotica.

  • Hier een eerdere post over programmeren voor kinderen.
  • Als je je eerste uur volbracht hebt, biedt de campagnesite veel mogelijkheden om je vaardigheden uit te breiden. Van javascript tot het maken je eigen app of tekenfilmpje, voor zesjarigen tot ouden van dagen: hourofcode.com.

Ubi caritas

2 september 2013

We gaan liefdevol de werkweek in.

Liefde is…
chocolademikado spelen en de helft van je gewonnen stokjes weggeven aan je broer en zussen.

Liefde is…
demonstreren hoe echolocatie werkt. Dat wat vleermuizen doen. En sommige blinde mensen, die met klikgeluidjes hun weg vinden (zoals je je herinnerde van je bezoek aan het blindeninstituut).

Liefde is…
samen met je vriendin sungazen en vogels spotten.

Liefde is…
een vader die onverwacht later naar zijn werk gaat zodat hij met jou kan gaan zwemmen, omdat je dat al weken zo vreselijk graag wilt en je moeder telkens geen zin heeft.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Liefde is…
een vriendschap die al zowat je hele leven duurt.

Liefde is…
samen eindelijk weer eens naar de hammam.

Liefde is…
grote mensen die kleine mensen gelukkig maken.

Liefde is…
meehelpen in het tuintje, ook al wilde je liever op de iPad.

Liefde is…
soms maar negentig centimeter groot.

Bretagne

20 augustus 2013

Je kunt er komen met een Romeinse strijdwagen, een helm met vederbos of verkleed als struikje. Sommigen worden er op een schild naar toe gedragen. Dat laatste leek mij wel wat, maar John zag het niet zitten, negenhonderd kilometer. Dus namen we de heilige koe.

Als je op de kaart hierboven kijkt en je gaat een tikkeltje naar rechts, en nog ietsje verder, dan zie je dit strand.

Maar zo ziet het er alleen ’s morgens vroeg uit. Of bij slecht weer. Als het 25 graden is met een zeewindje, ziet het er zo uit.

Dan loop je het duin af, trekt je slippers uit en wandelt naar de branding. En dan zie je dit.

Eigenlijk moet je dan weer even terugwandelen naar boven. Het zand is een beetje mul, maar nog lekker warm, dus het geeft niet. Goed voor je kuiten. Dan neem je het paadje rechts tussen de rotsen en dan klauter je zo’n beetje tussen de bosjes door totdat je bovenop staat. Voel je die kuiten weer? Je raakt er wel wat bezweet van, maar dan is het straks extra lekker als je de zee induikt. En het uitzicht is het wel waard, hoor. Als je bovenop staat, ga je vanzelf de Carpenters neuriën.

Looking down on creation

Vervolgens kies je een huis aan de baai uit waar je later gaat wonen

en dan snel naar beneden om je plakkende T-shirt uit te trekken en je onder te dompelen in de Atlantische Oceaan.

We gingen voor het eerst in twintig jaar tijdens de zomervakantie weg. Meestal kiezen we het voor- of naseizoen; er moet wel een heel goede reden zijn om tijdens de Grote Drukte op vakantie te gaan.

Dit jaar hadden we een heel goede reden.

Iedereen in huis houdt van vriend D., maar Victoria misschien wel het meest. Als de deurbel gaat, roept ze zijn naam. Voor het slapengaan, fluistert ze zijn naam. Als we op de fiets zitten, kan ze ineens vragend op zich heen kijken. Toen we na tien uur rijden uit de auto stommelden, vond ze het dan ook niet meer dan normaal dat hij daar stond.

Hij kende deze plek al heel goed, dus hij kon ons alle bijzondere dingen laten zien. En omdat het getijdenverschil daar zo groot is, is er veel bijzonders. Als het eb is, valt er een enorm stuk strand droog. Dan zijn er prachtige plekken te zien die bij vloed verborgen blijven.

Je kunt op zo’n plek blijven zitten, ieder hoekje uitkammen en alle plantjes en diertjes bevoelen.

Maar je kunt ook op pad gaan over de zeebodem. Dat is meer iets voor mensen die van het avontuur houden, en van klauteren. Of zoals Cato zei: ‘Ik ben heel klims.’

Met klimse mensen kom je op prachtige plaatsen. Grote mosselbanken, ondiepe poelen vol anemoontjes die dichtgaan als je je vinger erop legt en poetsgarnalen die vlijtig alles schoonmaken wat je in het water steekt. Als je je hand stilhoudt, komen er tientallen garnaaltjes tevoorschijn om onder je nagels te kriebelen en alle viezigheid van je vingers te poetsen. En in de diepere poelen is nog veel meer te zien.

Het kan zijn dat je hier en daar een schram oploopt, maar dat is een kleine prijs die je betaalt voor avontuur. Eigenlijk zijn het de ultieme souvenirs. Het geeft ook extra cachet aan je verhaal, als je ’s avonds napraat en een en ander kunt illustreren met een schaaf op je bovenbeen.

Je hebt weinig nodig op zo’n vakantie. Dat was maar goed ook, want ik had me een beetje verkeken op het aantal spullen dat mee moest. Gek is dat, je zou zeggen dat een mens door de wol geverfd raakt, maar bij het inpakken van een auto met vakantiespullen blijkt dat nooit op te gaan.

Eind van het verhaal was dat de gang thuis nog vol stond en in de auto iedere kubieke centimeter die niet het zicht in het achteruitkijkspiegeltje belette, gevuld was. ‘Dit is pas echt vakantie!’, had Jet geroepen vanaf de achterste bank, gesmoord onder een hoofdkussen en een rugzak, met een luchtbed tussen haar voeten. Als ik me voorzichtig omdraaide -mijn rechterbeen diagonaal over de tas met handdoeken en mijn linkervoet vastgezet tussen een slaapzak en de tas proviand- kon ik haar net zien.

Er waren natuurlijk een paar essentials die mee moesten,

Alleen Harry ging mee.

maar verder hadden we het overbodige thuisgelaten. Want waar gaat het nou eigenlijk om?

Tijd.

Aandacht.

Goede literatuur.

Je krijgt het ter plaatse in de schoot geworpen. Diertjes om te onderzoeken,

badmintonrackets die je van iemand leent,

onverwachte traktaties,

toffees van gezouten boter (ik kwam erachter dat ik mijn hele leven iets gemist had),

zonsondergangen.

Maar ook al wandel je iedere dag naar het strand voor een duik in de oceaan, je gaat natuurlijk wel eens op pad.

Mont Saint-Michel

Aartsengel Michael

En dat blijkt dan toch weer inspiratie voor een bezoek aan het strand.

Mont Saint-Michel 3.5

Waarna de vloed komt opzetten en je het stof van veertienhonderd jaar oude abdijstenen van je afspoelt, in water dat nog veel ouder is.

V.l.n.r. Jet – D – Philip

In zo’n staat is alles goed. Koken is niet erg, boodschappen doen is niet erg, een lekke autoband is niet erg, wassen is niet erg.

Afwassen trouwens ook niet.

Bovendien kenden Jet en Cato het fenomeen natte hoek al van Het Vrije Schaep, dus het was eigenilijk een soort thuiskomen.

Afwassen met zeezicht.

Op de terugweg reed Philip met zijn vriend mee, met een tussenstop in Normandië.

Krijtrotsen zijn er om te …

Met een beetje passen en meten bleek alles nog in de auto te passen. En een hoofd vol mooie herinneringen neemt geen plaats in.

Deze had u nog te goed. Hij is van een paar weken geleden, maar het is de week die ik op foto gezet had voordat mijn computer ontplofte. Die computer is nog niet helemaal gered, maar de foto’s wel. Uit lijfsbehoud heb ik besloten dat het niet uitmaakt voor de reportage; geen week is gelijk. Als ik vorige week had genomen, had u wat meer korte mouwen gezien, twee dansvoorstellingen en Wiplala in plaats van De wind in de wilgen. Ik hoop dat u het me zult vergeven. Hier komt de week van Cato.

Dit is Cato. Cato is zes jaar. Als ze op school had gezeten, zat ze in groep twee. Maar Cato zit niet op school.

Volgens de vastgestelde kerndoelen van het primair onderwijs zou Cato nu horen te weten dat men een boek van voor naar achter leest en een bladzijde van boven naar beneden, niet andersom of willekeurig. Ze zou de begrippen kleinste, middelste, grootste moeten kennen en van 1 tot 10 kunnen tellen.

Ook is groep 2 het moment waarop Cato dient te weten dat er zoiets bestaat als ‘lezen’ en ‘schrijven’ en dat dat twee verschillende dingen zijn. Mocht een zesjarig kind hierin nog geen onderscheid kunnen maken, dan geven de kerndoelen handige tips om een en ander vlot te trekken: ‘Benoem als leerkracht je handelingen: “Ik schrijf eerst even op dat (…) ziek is.” of “Hé op dit briefje lees ik dat we morgenmiddag vrij zijn.”’

Als ik zou willen, zou ik een uitgebreide administratie kunnen bijhouden van alle vorderingen. Er zijn leerlingvolgsystemen met lange, lange lijsten waarop ik kan aanvinken of Cato al weet dat je een bladzijde van boven naar beneden leest. En of haar motoriek wel op schema ligt.

Opdracht uit observatieboekje Leerlingvolgsysteem groep 1-2.
Bron: testen-en-toetsen.blogspot.nl

Sommige mensen kunnen zich nauwelijks voorstellen dat ik het aandurf om Cato zonder leerlingvolgsysteem op te voeden. Maar ach, wat zal ik zeggen? Ik hou ervan om gevaarlijk te leven. Mijn aangeboren leerlingvolgsysteem is erg accuraat. U zult het misschien niet geloven, maar als iemand vraagt of Cato al tot 10 kan tellen, dan hoef ik dat niet in een ordner op te zoeken. Ik weet zelfs uit het blote hoofd of zij een groen vierkant van een rode cirkel kan onderscheiden. Net als vóór 1990 zeg maar, toen het volgsysteem werd ingevoerd.

Cato heeft nog geen vakken die zij dagelijks moet doen. Tot een jaar of zeven, acht vind ik het belangrijk dat de kinderen zo veel mogelijk spelen en voorgelezen worden. Dat hoeft niet per se te gebeuren aan een tafel.

Maar het kan wel.

Die leeftijd van zeven, acht staat niet in marmer gebeiteld. Als blijkt dat Cato volgende week meer leerstructuur nodig heeft, komt die er. Als ze weinig initiatief zou tonen, landerig zou zijn, veel om schermtijd zou vragen, niet zou spelen. Maar zolang haar dagen drukbezet zijn rondom het leef- en leerritme van het gezin, gaat Cato mee zonder rooster. Net als wij allemaal leert ze het meest van het proefondervindelijk leven: de gesprekken aan tafel, in de auto en het dagelijks lezen in de kinderbijbel, boodschappen doen, meehelpen met koken, omgaan met andere mensen, haar plaats ontdekken in de wereld.

Soms heeft ze periodes waarin ze net als Philip en Jet een vakkenpakket wil. Het gaat haar eigenlijk niet om de vakken, maar om het afvinken. Dan maak ik een lijst met dingen als tandenpoetsen, voorlezen, een woordpuzzel, een kaart aan oma schrijven, naar streetdance, een spelletje spelen. Hoe uitgebreider hoe beter. Met een hokje ervoor om af te kruisen. Drie dagen lang is ze dan druk aan het vinken en afwikkelen; activiteiten die ze normaal uit zichzelf doet, maar die op papier ineens officieel zijn. Vervolgens ontdekt ze de keerzijde van het officiële, dat alle dingen die je voorheen met plezier deed, plotseling minder leuk zijn omdat ze moeten in plaats van mogen. En dan speelt ze weer hele dagen met haar poppen of gaat een luisterboek luisteren terwijl ze eigenlijk ingeroosterd stond voor een bordspel. Dat zie ik dan door de vingers.

Want van spelen leer je zo veel. Je leert de wereld om je heen te begrijpen. Je leert jezelf kennen. Je leert verhalen maken, je concentreren, opgaan in een universum waarin jij heer en meester bent – in plaats van leerling.

En als er dan een andere leerling komt kijken, van een afstandje, dan denk je eerst: ‘Nee, hè…’


Maar dan herinner je je hoe jij je voelt in zo’n situatie. Dat het naar is om weggestuurd te worden. Dat het oneerlijk voelt als mensen ervan uitgaan dat jij wel weer alles zult vernachelen, terwijl je alleen maar wilt leren. En dan geef je je zusje het voordeel van de twijfel.

Zo belangrijk is spelen. Daarom stel ik voor dat iedere kabinetsformatie verplicht vergezeld gaat van een sessie speltherapie. Als opfrissertje.

Daarnaast heeft Cato deze week:

  • Scones gebakken (onder leiding van haar broer, die met dit zusje continu onderworpen wordt aan een opfriscursus Inlevingsvermogen Tonen en Creatieve Oplossingen Verzinnen).

  • Geschreven in haar schrijfboekje (2x). Schrijven is een van de weinige dingen waar we schoolboekjes bij gebruiken. Cato kan al wel blokletters, maar ik vind het belangrijk dat ze een vlot en soepel handschrift ontwikkelt en dat gaat beter met een goede methode dan met zelfgeconstrueerde letters. Bovendien is schrijven niet mijn expertise, dus zoals ik een kookboek gebruik bij moeilijke recepten en een wiskundeboek bij algebra, zo gebruik ik ook de kennis van bekwame, behulpzame makers om mijn kinderen goed te leren schrijven.
  • Gefietst naar de kinderboerderij.

fiets kinderboerderij

  • Engels: onder meer Heckedy Peg en King Bidgood van Audrey en Don Wood voorgelezen, meesters van de lichtval in kinderboekenillustraties.
  • Engels (2x): het programma van de online klas van Rosetta Stone.
  • Ze is spion, prinses en Onzichtbare Man geweest met een vriendinnetje dat de hele middag bij ons was.
  • Ik heb voorgelezen uit De wind in de wilgen van Kenneth Grahame terwijl Cato er een tekening bij maakte van Das in zijn burcht.

  • Biologie: boekenleggers en kaarten gemaakt met de bloemen die we vorig jaar geplukt hadden en lang hadden laten drogen.  Zo lang dat we ze eigenlijk een beetje vergeten waren en het dus een verrassing was dat we op een regenachtige lentedag toch iets fleurigs konden doen. Gekleed voor de gelegenheid.

  • Geëxperimenteerd met de doos ‘Kristallen kweken en edelstenen’ die Cato voor haar verjaardag had gekregen. Wederom in gelegenheidskleding.

  • Zelf gelezen in Job en de duif van Eveline De Vlieger en Noëlle Smit en twee prentenboeken van Max Velthuijs.
  • Geschilderd.

  • Het hele luisterboek De schippers van De Kameleon van Hotze de Roos geluisterd terwijl zij in haar TopModel-kleurboek kleurde.

Cato heeft drie vaste clubjes per week. Streetdance, de woensdagmiddagclub (sport, spel en knutsel met kinderen uit de buurt) en zwemles.

Verder hadden we deze week één uithuizige dag, een bijeenkomst van Cato’s thuisonderwijsclub The Home Learners. De organisatoren doen hun best een afwisselend jaarrooster te maken: de ene keer gaan ze naar een museum, dan weer naar zwembad, speeltuin of hortus. Of er worden workshops gegeven door stagiaires.

Nu stond er een museum op het programma, eentje waar ik zelf niet snel opgekomen zou zijn: het Museum voor hedendaagse Aboriginalkunst in Utrecht. Omdat er minstens zes nationaliteiten vertegenwoordigd zijn bij The Home Learners en alle deelnemende gezinnen per seizoen een activiteit moeten organiseren voor de groep, komt de hele wereld vanzelf langs. Deze keer had een Australische moeder een rondleiding en workshop besproken.

Er valt namelijk heel wat te vertellen over de geschiedenis en de kunst van de Aboriginals. Die schilderijen, hè, dat zijn eigenlijk verhalen. Het lijkt een verzameling stipjes, streepjes en vlekjes, maar zoals bij alles: niets is wat het lijkt. Iedere lijn op het doek heeft een betekenis. Er zijn streepjes die mensen uitbeelden, slangen, vogels.

Met al die symbolen en kronkels wordt duizenden jaren Aboriginalgeschiedenis verteld. De mooie dingen en de verdrietige. Aboriginals hebben geen schrift, daarom vertellen ze hun geschiedenis aan elkaar door met woorden en tekeningen.

Na de rondleiding mochten de kinderen hun eigen verhaal vertellen. Met stipjes en vlekjes en streepjes.

Zo eindigde Cato’s week. Ik heb de kerndoelen er nog eens op nageslagen en ik geloof dat we aardig op schema zitten. Alleen het doel ‘laat zien dat hij naar een ander luistert en geeft gepaste feedback, bijvoorbeeld door te knikken of te antwoorden’ is nog in ontwikkeling. Cato’s gepaste feedback bestaat voornamelijk uit luidruchtige repliek in plaats van een volgzame hoofdknik. Ik geloof dat ik daar nog maar wat remedial teaching tegenaan gooi.

—-

Meer ‘Weken uit het leven van…’:

Cato schrijft

23 juni 2013

Ze kwam thuis van kamp. Zonder slapen, want dat durft ze nog niet. Verder is ze gemaakt voor kamp.

Een tas vol vieze kleren, een ongebruikte regenjas, ogen die het hele spellenparcours opnieuw beleefden terwijl zij alle onderdelen stap voor stap navertelde.

En we hadden een stempelkaart, maar bij het derde onderdeel tekenden ze een lachend gezichtje. Een gezíchtje, mam, geen stempel.

Ze moest er weer om schateren.

En bij het vijfde onderdeel kregen we iets te drinken. Maar dat was dus helemaal geen opdracht, dat was iets te drinken!

En bij het zesde onderdeel zouden we eigenlijk met een bal op een lepel lopen, maar daarvoor waaide het te hard, dus toen gingen we zo bij de pionnen, zo achterstevoren en bij de andere pionnen moest je weer een rondje maken, kijk nou mam: zo, en daarna op je snelst achteruit naar de finish.

En toen en toen, toen was er schátgraven, mam. En hij was heel moeilijk te vinden, maar Fee vond hem wel en je raadt nooit wat het was. (‘Oude sokken? Een zak witlof?’) Nee mam, je raadt het echt nooit: koekjes! Koekjes met aan één kant chocolade en een beetje een dierenvorm. Heel lekker.

En er was een soort spel met plaatjes, bijvoorbeeld een tekening van iemand die niest, en dan stond erbij dat het min s was. Dus niest min s. Nou, wat denk je dat dat is? Niet! En zo een hele zin. En ik mocht het antwoord opschrijven in ons groepje.