Excelleren met thuisonderwijs

4 november 2013

‘Ieder kind het beste uit zichzelf laten halen. Dat is de kern van het onderwijs,’ schreef staatssecretaris Dekker vorige maand in de Volkskrant. Het onderwijs moet flexibeler, meer aan het kind aangepast. Daar zal geen juf of meester het mee oneens zijn. Maar als je de touwtjes aan elkaar moet knopen met rugzakbandjes en je kostbare tijd moet verdelen tussen 32 kinderen én mijnheer Cito die van dag tot dag wil weten of je de leerlijn er al ingemasseerd hebt, dan is het soms lastig om flexibel te zijn.

Zelf vind ik thuisonderwijs bij uitstek geschikt voor kinderen die moeite hebben met de reguliere lesstof. Maar voor kinderen die veel méér kunnen, kan het ook een goede optie zijn. Deze brief kreeg ik van twee veertienjarige, Nederlandse meisjes die in het buitenland wonen. Ze hebben hem al aan staatssecretaris Dekker en Karin Straus van de VVD gestuurd, maar ik mocht hem hier ook plaatsen. Dank jullie wel, Anne-Sophie en Rosamond!

Geachte staatssecretaris Dekker,

Wij zijn twee leerlingen in de zesde klas van het gymnasium en krijgen al bijna vier jaar thuisonderwijs. Hier hebben wij en onze ouders om verschillende redenen voor gekozen. Ten eerste hebben wij op onze openbare basisschool allebei twee groepen overgeslagen, omdat we voor liepen op onze leeftijdsgenoten. Op de middelbare school begon het werk alweer minder uitdagend te worden, maar we wilden niet nogmaals versnellen om in de klas te komen bij leerlingen van drie à vier jaar ouder dan wij. Thuisonderwijs was hiervoor de perfecte oplossing. Daarnaast zijn wij meerdere malen internationaal verhuisd sinds we op de middelbare school zitten. Omdat we uiteindelijk een Nederlands diploma wilden behalen, kozen we er toen voor om Nederlands onderwijs te blijven volgen via de Wereldschool. We volgden met de Wereldschool afstandsonderwijs voor een aantal vakken, maar voor andere vakken kozen we voor thuisonderwijs. Zo hadden we voor Latijn en Frans privéleraren en kregen we voor wiskunde, Engels en Duits les van onze moeder. Deze combinatie van afstands- en thuisonderwijs gebruiken wij nog steeds.

Thuisonderwijs heeft het voor ons mogelijk gemaakt om meer te doen en beter te presteren dan wanneer we op school zouden zitten. Zo hebben we op dertienjarige leeftijd met goede resultaat het staatsexamen biologie kunnen maken en het jaar daarna de examens Engels, ANW, scheikunde en geschiedenis. Als we aan het eind van dit schooljaar onze diploma behalen, zullen we vijftien zijn. Verder hebben we allebei een driedubbel profiel kunnen kiezen, terwijl dit op de meeste scholen niet kan in verband met roosters en lestijden. Doordat we niet aan een schoolrooster gebonden zijn, maar onze tijd zelf kunnen indelen, hebben we bovendien tijd om op wedstrijdniveau te roeien, ieder twee muziekinstrumenten te beoefenen en in twee verschillende koren te zingen. Het zou niet mogelijk zijn om dit allemaal te doen als we op school zaten.

Het recht op thuisonderwijs is in Nederland al zeer beperkt vergeleken met andere landen. Sinds 1969 is het geven van thuisonderwijs alleen mogelijk bij een vrijstelling van de leerplicht op grond van richtingsbezwaren tegen scholen in de omgeving. Nu zijn er plannen om dit recht nog sterker in te perken en thuisonderwijs zelfs illegaal te maken. In uw brief aan de Tweede Kamer van 13 juli 2013 schrijft u dat u de vrijstelling op grond van richtingsbezwaren wil laten vervallen en hiertoe een wetsvoorstel zal voorbereiden. Wij vinden dat het recht op thuisonderwijs een belangrijk aspect van de onderwijsvrijheid is dat niet afgenomen mag worden.

Helaas heeft de ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap geen waardering voor deze vorm van onderwijs. In uw brief voert u twee hoofdbezwaren ertegen aan. Ten eerste zou het nadelig zijn voor de sociaal-emotionele ontwikkeling van een kind en ten tweede zou er geen duidelijkheid zijn over de kwaliteit van het onderwijs. Toezicht van de overheid op het thuisonderwijs vindt u geen goede oplossing voor dit tweede bezwaar.

U bent naar eigen zeggen ervan overtuigd dat ‘de dagelijkse gang naar school essentieel is voor de brede sociaal-emotionele ontwikkeling van ieder kind’. U meent dat kinderen op school leren omgaan met anderen en leren dat zij onderdeel uitmaken van een brede maatschappij. Bij thuisonderwijs zou het kind ‘de kans op een brede sociaal-emotionele ontwikkeling die kenmerkend is voor het schoolonderwijs [worden] onthouden’. Schoolgang is echter lang niet de enige of de beste manier om zich sociaal-emotioneel te ontwikkelen. Contact met anderen kan ook buiten school plaatsvinden, bijvoorbeeld bij sportverenigingen of koor- of orkestrepetities. Een kind kan zich sociaal-emotioneel ontwikkelen en ontplooien zonder de invloed van een school. Bovendien is de klas geen weerspiegeling van de maatschappij. Op school zit een kind elke dag samen met dezelfde groep van 25 leeftijdsgenoten en dezelfde volwassenen. Op de middelbare school bestaat deze groep ook nog uitsluitend uit mensen die een ongeveer gelijke academische capaciteit hebben. Op school hebben kinderen dus vooral contact met een beperkte groep, die op henzelf lijkt wat betreft leeftijd en schoolniveau. Een thuis onderwezen kind dat dagelijks omgaat met buren, teamgenoten, vrienden en anderen in zijn omgeving zal niet minder sociaal-emotionele stimulatie krijgen dan een leeftijdsgenoot die naar school gaat. Uit een onderzoek uit 1997 naar thuis onderwezen kinderen in de Verenigde Staten is gebleken dat deze kinderen regelmatig deelnemen aan gemiddeld 5,2 activiteiten die buitenshuis plaatsvinden, zoals sport of vrijwilligerswerk1). 98% van thuis onderwezen kinderen nam regelmatig deel aan twee of meer activiteiten. Wij hebben zelf dagelijks contact met vrienden en anderen door onze muzikale en sportieve activiteiten.

Verder heeft u bezwaar tegen de onduidelijkheid omtrent de kwaliteit van het onderwijs bij vrijstelling van de leerplicht. U wijst erop dat ouders bij vrijstelling niet verplicht zijn om voor vervangend onderwijs te zorgen. Ook als zij dat wel doen, is er geen toezicht op de kwaliteit van dit onderwijs. De Onderwijsraad adviseert de overheid om kwaliteitseisen aan en inspectietoezicht op het thuisonderwijs in te voeren. U vindt dit voorstel onwenselijk, omdat de overheid in dat geval verantwoordelijkheid zou moeten nemen voor de kwaliteit van thuisonderwijs en omdat u verwacht dat overheidstoezicht op thuisonderwijs moeilijk uitvoerbaar zou zijn.

Onzekerheid over de kwaliteit van het thuisonderwijs is geheel onnodig. Keer op keer blijkt dat thuis onderwezen kinderen bovengemiddeld presteren vergeleken met kinderen die naar school gaan. In het eerder genoemd onderzoek uit 1997 scoorden kinderen die thuisonderwijs kregen gemiddeld tussen het 80e en het 87e percentiel op nationale toetsen, terwijl het 50e percentiel de norm is op scholen. Volgens een onderzoek uit 2009 haalden thuis onderwezen kinderen scores van het 84e tot het 89e percentiel2). Factoren zoals het inkomen of opleidingsniveau van de ouders hadden weinig invloed op deze hoge scores. De kwaliteit van thuisonderwijs is over het algemeen dus juist beter dan die van schoolonderwijs.

Bovendien blijkt overheidstoezicht op het thuisonderwijs helemaal geen invloed te hebben op de kwaliteit. In het hierboven genoemd onderzoek uit 2009 vergeleken onderzoekers testresultaten van thuis onderwezen kinderen uit deelstaten die veel of juist weinig toezicht houden op thuisonderwijs. De scores bleken onafhankelijk te zijn van de mate van overheidstoezicht. Het is dus niet nodig om toezicht te houden op de kwaliteit van het onderwijs. Als toezicht op thuisonderwijs toch gewenst is, dan hoeft dit niet zo moeilijk uitvoerbaar te zijn als u verwacht. Alle thuisonderwijzers van Nederland zijn al bekend bij de overheid. Het is niet moeilijk om te eisen dat alle kinderen vóór hun negentiende een diploma moeten behalen door het staatsexamen af te leggen. Een andere oplossing zou zijn om gezinnen die voor thuisonderwijs kiezen te verplichten tot een jaarlijks gesprek met een leerplichtambtenaar, waarbij de ouders een portfolio met het recente werk van de kinderen laten zien en overleggen over een planning voor het komend jaar.

Het is duidelijk dat thuisonderwijs een succesvolle onderwijsvorm is die past in een samenleving waar de kwaliteit van het onderwijs een prioriteit is. Wij vinden dat het recht op thuisonderwijs niet alleen behouden, maar zelfs uitgebreid moet worden. Iedereen zou moeten kunnen kiezen voor een vorm van onderwijs die goede academische resultaten oplevert en zoveel mogelijk ruimte laat voor het ontplooien van eigen talenten. Wij hopen dan ook dat de VVD het recht op thuisonderwijs zal steunen.

Hoogachtend,
Anne-Sophie en Rosamond

———————-

1) Strengths of Their Own—Home Schoolers Across America: Academic Achievement, Family Characteristics, and Longitudinal Traits, Dr. Brian D. Ray, 1997

Terug

2) Progress Report 2009: Homeschool Academic Achievement and Demographics, Dr. Brian D. Ray, 2009.

Terug

<span>%d</span> bloggers liken dit: