Dialoog (2)

5 mei 2010

Okee, voort met de vragen. Hier de vorige post voor wie hem gemist heeft. Of je klikt op de categorie ‘veelgestelde vragen’ in de onderwerpenwolk in de kantlijn.

‘Wat doe je na de basisschoolleeftijd? Je kunt een kind niet eeuwig blijven thuisonderwijzen.’

Ja hoor, dat kan prima. Sterker nog, in veel landen doen kinderen juist het voorgezet onderwijs thuis, nadat ze niet zulke blije ervaringen gehad hebben op de basisschool.

‘Hoe werkt dat dan? Ga jij je kinderen alle vakken van de middelbare school bijbrengen?’

Nee, gelukkig hoeft dat niet. Er zijn verschillende opties. In Nederland is de meest gangbare op dit moment: staatsexamens. Als je drie vakken per jaar doet, ben je in vier jaar klaar met je vwo. Kun je op je twaalfde beginnen en op je zestiende naar de universiteit. Of je begint op je veertiende en gaat op je achttiende studeren. Of je bereidt je voor op een mbo-opleiding. Alles afhankelijk van de persoonlijkheid en capaciteiten van het kind.

Een staatsexamen kun je voorbereiden via LOI, NTI of NHA; dan krijg je al je boeken en word je begeleid door een privéleraar op afstand. Je begint met de vakken waar je goed in bent en kiest ieder jaar nieuwe.

Er zijn ook educatieve uitgeverijen als Noordhoff die digitaal lesmateriaal aanbieden voor een schappelijke prijs. Een licentie voor een jaar en digitale werk- en tekstboeken. Zo’n werkboek kijkt zichzelf na en bevat geluidsfragmenten en videobestanden. Hier een demo voor het vak Frans, methode Grandes Lignes. De methodes van uitgeverij EPN staan hier. Klik op de methode die je wilt inzien, vervolgens bovenaan op ‘Over de methode’ en daaronder op ‘Digitaal lesmateriaal’. De ePacks van uitgeverij Malmberg vind je hier. Per methode kun je linksonder klikken op ‘Demo van het ePack’.

Verder is er de mogelijkheid van schoolonderwijs thuis. Daarbij schrijf je je in op een school die afstandsonderwijs aanbiedt, zoals Clonlara. Zij werken met credit hours, het aantal uur dat je aan een vak besteedt, en maandelijkse rapportages. Aan het eind van de rit heeft je kind een volwaardig high school diploma waarmee het naar een hbo of wo kan.

In Amerika is het ook vrij gangbaar om op basis van een portfolio te worden toegelaten tot een universiteit of college. Met een portfolio laat je zien wat je de afgelopen jaren hebt gedaan: welke boeken je hebt gelezen, de werkstukken en excursies die je hebt gemaakt, workshops die je hebt gevolgd. Wie weet kan dat hier over een aantal jaar ook.

‘Als je kind ooit een baan wil, moet het toch schoolonderwijs genoten hebben? Zonder opleiding kom je tegenwoordig nergens. Is zo’n kind niet totaal ontvreemd? Waarom zou hij nu ineens wel onderwijs aankunnen?’

Zie de vorige vraag. Je kunt gewoon een middelbare schooldiploma halen terwijl je thuisonderwijs geeft. En thuisonderwijskinderen redden zich uitstekend op een vervolgopleiding.

In de VS is meer onderzoek gedaan naar deze groep, omdat daar a) meer kinderen zijn die thuisonderwijs krijgen (ongeveer twee miljoen) en b) het fenomeen al langer bestaat. Daar zijn thuisgeschoolde kinderen van harte welkom op Ivy League-instituten als Harvard, Brown en Yale. Er zijn ook universiteiten die juist thuisonderwijskinderen werven, omdat deze studenten naar hun mening erg gemotiveerd zijn en goed zelfstandig kunnen werken.

Een paar links:

Daarbij, een hbo of universitaire opleiding is iets heel anders dan een middelbare school. Je hebt weinig ‘ruis’ van vakken die je helemaal niet liggen en die je nooit nodig zult hebben. Je hebt specifiek iets gekozen wat je leuk vindt.

Niet onbelangrijk ook: je bent volwassener, je hersenen zijn gerijpt en je weet dus beter wat je wil. Uit onderzoek is gebleken dat het deel van de hersenen waarmee je keuzes maakt en gevolgen kunt overzien (de prefrontale cortex, voor de triviantverzamelaars onder ons) pas na het 24e levensjaar volledig ontwikkeld is. De Maastrichtse hoogleraar neuropsychologie en psychobiologie Jelle Jolles zegt daarover:

‘Complexere vormen van plannen – anticiperen, plannen voor de langere termijn – […] zijn uitgerekend vaardigheden die pas helemaal aan het einde van de hersenontwikkeling gaan rijpen. Datzelfde geldt voor het vermogen om de consequenties van bepaalde beslissingen te overzien. Maar ondertussen moeten adolescenten wel zeer cruciale beslissingen nemen over het studieprofiel dat ze willen gaan volgen.’

Het citaat heb ik overgenomen uit een artikel in J/Malinea ‘School en studiehuis’ (pagina 43 rechts onderaan).

‘Ik heb veel aan je blog, maar soms overweldigt het me ook een beetje. Als ik jouw site lees denk ik: dat kan ik nooit!’

Dat is natuurlijk een fijn compliment, maar wel onverdiend. Het blijft een blog. En dat is geen weergave van de hele werkelijkheid. Zelf lees ik blogs van anderen zo: als stukjes die de schrijver jou wil laten zien.

Alleen, die kennis werkt in de praktijk niet helemaal. Als je onzeker bent of niet lekker in je vel zit, dan lees je in de verhalen van anderen vooral je eigen falen. Je laat je overweldigen door alles wat die ander kan en meemaakt en daar steken je eigen armetierige verhalen op zo’n moment schril bij af. Dat heb ik zelf natuurlijk ook wel ondervonden bij het lezen van andermans blog. Maar dan helpt het om de dingen in perspectief te zien.

Ik heb ervoor gekozen op mijn blog vooral de dingen te laten zien die ik wil onthouden, voor later. Meer dan een dagboek waarin ik mijn twijfels en zieleroerselen zou blootgeven, zie ik dit blog als een fotoboek. Daarin plak je plaatjes van feestjes, mooie gebeurtenissen, vakanties, dagelijkse dingen, hier en daar een gebroken been, momenten die een foto waard waren.

Dat betekent dat het niet de hele realiteit weergeeft. Die indruk kun je wel krijgen omdat alles achter elkaar geplakt staat; alsof we van de ene academische vaardigheid in de andere culturele excursie rollen, maar zo is het natuurlijk niet. Bovendien post ik maar zo’n tien keer per maand, dus er zijn nog twintig dagen over waarop we verder leven.

Daarnaast wil ik met het blog wat meer duidelijkheid geven over een schimmig fenomeen als thuisonderwijs, met links die ikzelf kan gebruiken en waarvan ik hoop dat een ander er ook iets aan heeft.

Gastspreker: de goeroe

21 maart 2010

Om het economische element van dit blog wat op te vijzelen, hieronder mijn volgende Gastspreker.

Hij is hedgefondsmanager en een van de financiële goeroes van De Telegraaf. Kenmerk van goeroes is dat ze er vaak een duidelijke mening op na houden, en ook daarvoor stellen we de zeepkist van het gastsprekerschap ter beschikking. In dit geval een kleine preek voor eigen parochie.

Dames en heren, mag ik een warm applaus voor:

John Hoek

———————

Een zelfstandig bestaan

De belangrijkste doelstelling van het Nederlands onderwijs is om onze kinderen te laten opgroeien tot een zelfstandig bestaan. Dit lukt maar matig, bleek in augustus weer eens uit een artikel in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde. Dat er in Nederland anderhalf miljoen functioneel analfabeten rondlopen (mensen die bijvoorbeeld niet begrijpen wat er in een bijsluiter van medicijnen staat), waarvan tweederde autochtoon, was al bekend, maar dat dit ook mensenlevens kost, wisten we nog niet.

Kennelijk is het onderwijs niet in staat om tien procent van de bevolking gedurende haar leerplichtige periode van dertien jaar te leren lezen. Het dunkt me dat de toezichthouders hier eens wat meer aandacht aan zouden moeten geven. Maar waarschijnlijk hebben ze het te druk met ouders controleren die een extra vrije dag voor de vakantie opnemen. Of met de aandacht van de hoofdzaken af te leiden, en zich te concentreren op een bijzaak, door stampij te maken over één bijna-veertienjarige die geheel zelfstandig de wereld over wil zeilen.

In de tijd dat ik in de middelbareschoolbanken zat, heerste er grote jeugdwerkloosheid. Om ons voor te bereiden op een zelfstandig bestaan in de samenleving, leek het de maatschappijlesleraar nuttig om ons, een maand voordat we de school zouden verlaten, te onderwijzen in het invullen van een formulier voor een bijstandsuitkering. Hoe ik de beste autoverzekering moest uitzoeken, de voordeligste zorgverzekeraar of de goedkoopste energieleverancier, heb ik op school niet geleerd. Wel werd het van belang gevonden om alles te weten van het scheikundige periodiek systeem der elementen. Erg geholpen in mijn zelfstandig bestaan heeft het me tot nu toe niet.

Zo worden de meeste consumenten totaal onvoorbereid de maatschappij ingestuurd, overgeleverd aan adviseurs die maar al te graag het gebrek aan educatie ‘voor niets’ willen wegwerken. En zo kon het ook voorkomen dat Nederlandse consumenten massaal woekerpolissen en effectenleaseconstructies in de maag gesplitst kregen. De totale kosten hiervan worden berekend op zo’n 4 miljard euro. Dat had aanzienlijk lager kunnen zijn indien de afnemers ervan enige kennis hadden gehad van hoe ze financiële producten zouden moeten beoordelen.

Een van de slachtoffers van een woekerpolis hoorde ik op Tros Radar zeggen dat hij er eigenlijk niets van begreep, maar dat er zoveel reclame voor gemaakt werd, dat het volgens hem wel een goed product moest zijn. De les dat de hoeveelheid reclame geen maatstaf is voor de kwaliteit van een product, heeft hij waarschijnlijk nooit gehad.

528

5 maart 2010

We merkten het meteen toen vriend D. woensdagmiddag kwam spelen. Er was iets. Na tien minuten kwam het eruit. ‘Ik heb vandaag mijn citoscore gehad’, zei hij. ‘Ik ben er wel van geschrokken.’

Alle andere voor- en nadelen terzijde schuivend is dit een van mijn hoofdbezwaren tegen onderwijs waar kinderen niet hun individuele talenten mogen ontwikkelen: dat zij na zes jaar gereduceerd worden tot een getal. En een getal als 528 doet in geen enkel opzicht recht aan een jongetje als D.

We hebben het hier over D., die feilloos weet hoe je met mensen moet omgaan. Die iedereen bij het spel betrekt en altijd compromissen weet te vinden.

D. met zijn taalvirtuositeit, zijn enorme gevoel voor humor. Die het heerlijk vindt om verhalen te verzinnen, enthousiast aan zijn opstel werkt, ook al schrijft de juf als enig commentaar: ‘Duidelijker schrijven. Dit kan ik niet lezen.’ Juf weet niet feilloos hoe je met mensen moet omgaan.

D. met zijn onbegrensde hart en zijn torenhoge rechtvaardigheidsgevoel, die petities opstelt en handtekeningenacties organiseert als zijn klas ten onrechte gepasseerd wordt voor een jaarlijks evenement.

D. die speciaal voor Cato’s verjaardag langskomt, met precies de juiste cadeaus. Die van zijn zakgeld een souvenir uit Venetië meeneemt, omdat hij dat ene dingetje ‘echt iets voor Philip’ vond. Die er vervolgens aan denkt om ook iets voor Jet en Cato uit te zoeken.

Die de allerbeste kerstkaarten van de wereld kan schrijven.

En ja, het is ook een beetje een dromer. Maar je moet een vlinder de tijd geven om zijn vleugels te ontvouwen.

Het ergste vind ik dat dit belachelijke getal een deel van zijn zelfbeeld wordt. Zoals bij mijn vriendin, die altijd dacht dat ze dom was, omdat procentsommen en grammatica bij haar niet vanzelf gingen – toen ze elf was. Toen ze er op haar vijfentwintigste nog eens naar keek, snapte ze het wel. Hoe kon dat nou, zij was toch iemand die dat soort dingen niet begreep? Hoeveel dingen ze niet eens geprobeerd heeft, omdat ze dacht dat ze het toch niet kon.

Waarom zijn procentsommen belangrijker dan creativiteit? Is kennis van de Nederlandse grammatica op je twaalfde een belangrijkere factor voor geluk en succes dan muzikaliteit, inlevingsvermogen, filosofisch inzicht? Als je van alle dieren op de wereld de habitat weet en in welke werelddelen zij voorkomen, dan kun je toch een citoscore halen waarbij diverse leerwegen bij voorbaat afgesneden zijn, want wereldoriëntatie telt niet mee voor de toets.

Het filmpje dat ik hier plaatste is bekend, maar niettemin nog steeds veelzeggend. Voor wie liever Nederlands leest, staat hier een vertaling.

Ik moest ook denken aan het iq-puzzeltje dat de wiskundemeisjes een tijdje geleden plaatsten. Vergeet vooral niet de oorspronkelijke links van Tanya Khovanova te lezen.

D. heeft woensdagavond bij ons gegeten en we hebben gevierd dat hij onze vriend is. Ik hoop dat hij nooit, nooit vergeet dat hij alles kan worden wat hij wil. De wereld smacht naar mensen zoals hij.

Leren met literatuur

23 september 2009

Het is geen verrassende mededeling op zichzelf, maar ik probeer zoveel mogelijk kwalitatief goede jeugdliteratuur te gebruiken bij het onderwijs van de kinderen. Die mooie boeken worden in onze kringen ook wel levende literatuur genoemd: living books, in navolging van Charlotte Mason, een onderwijskundige die veel goede ideeën heeft nagelaten voor het (thuis)onderwijs. Ik denk dat kinderen daar goed op gedijen, dat ze er meer plezier aan beleven en dat ze er net zoveel of zelfs meer van leren dan van lesmethodes.

Lesmethodes of kortweg ‘methodes’ zijn de boekenreeksen die een school per vak gebruikt. Zo biedt iedere educatieve uitgeverij haar eigen ‘methode aardrijkskunde’ aan (of methode natuur, taal of rekenen) en probeert scholen ervan te overtuigen dat déze methode zich werkelijk onderscheidt van alle andere.

Er zitten prima lesboeken bij maar ze zijn, uiteraard, bedoeld voor scholen. Als je dertig kinderen hetzelfde wilt leren, of zelfs alle kinderen van Appelscha tot Roermond, dan is het handig om één methode te hebben, zodat je niet per kind een apart lesprogramma hoeft te maken.

Bij privéonderwijs ligt dat anders. Dan kun je zonder veel moeite het aanbod afstemmen op het kind zelf. Ik heb al eens laten zien dat het niet zo ingewikkeld is om erachter te komen wat een kind ongeveer ‘moet’ weten op een bepaalde leeftijd – afgaande op wat er op school geleerd wordt (zie ‘Op niveau’) – dus dat hoeft geen reden tot paniek te zijn. Des te meer tijd voor mooie boeken.

Gisteren hadden we een goed voorbeeld van literatuur in combinatie met een methode. Philip was bezig in Topklassers, dat ik begin dit jaar op de onderwijsbeurs had gekocht. Het mooie van deze boeken is dat ze een aanzet geven om zelf op onderzoek uit te gaan. In dit geval kreeg Philip de opdracht om op te zoeken:

a) wie de eerste gemotoriseerde vliegmachine de lucht in kreeg
b) wie de eerste stappen op de maan had gezet en welke bijkomende informatie je kon vinden over de raket en de astronaut zelf, en
c) wie het eerste levende wezen in de ruimte was.

Onmiddelijk greep Philip naar de boeken van Arend van Dam. Uit Lang geleden… herinnerde hij zich het verhaal van Neil Armstrong op de maan, dat van de gebroeders Wright stond in In een land hier ver vandaan… Om hem op weg te helpen met vraag c) zonder dat hij direct zijn heil bij Google hoefde te zoeken, pakte ik het kinderboekenweekgeschenk 2006 voor de mooiste versie over het astronautenhondje Laika.

Terwijl hij ondersteboven op bed Bibi Dumon Tak lag te lezen, prees ik me gelukkig.

Bibi Dumon Tak, Laika tussen de sterren

Overal en ergens

13 augustus 2009

Arend van Dam en Alex de Wolf, Overal en ergens

Ik ben toch zo gelukkig met Arend van Dam en Alex de Wolf. Dat was ik al na Poe’i (zonder Alex de Wolf, maar met Sieb Posthuma) en met de bundels Lang geleden… over de vaderlandse geschiedenis en In een land hier ver vandaan… (aardrijkskunde) is dat alleen maar toegenomen. Op de een of andere manier schrijft Arend van Dam precies over de onderwerpen die ik bij mijn kinderen wil introduceren. (Hier meer over ons geschiedenisonderwijs.)

Zoek maar eens een kinderboek over de laatste keizer van China. Of over de eerste. En zo’n geschiedeniscanon is prachtig, maar waar vind je een mooie inleiding op Eise Eisinga?

Eise Eisinga, uit: Overal en ergens... van Arend van Dam en Alex de Wolf

Zodoende: Arend van Dam. Onmisbaar in het (thuis)onderwijs. De verhalenbundels zijn prachtige introducties om verder op voort te borduren als je dat wilt, of om net genoeg context te krijgen zodat je het verhaal kunt plaatsen. En de illustraties van Alex de Wolf passen als een handschoen.

Neem Slochteren. Ik vermoed dat we niet heel uitgebreid zullen gaan lezen over de gasbel. Het is mooi om ervan te weten, het is goed om na te denken over alternatieve energiebronnen, maar een echt verhaal kun je er niet van maken. Totdat je de geschiedenis van Boer Boon leest, die die bel onder z’n landje vond. Dan wordt het ineens wel een echt verhaal, met zo’n mooie plaat erbij. En dan weet je precies genoeg om de gasbel te kunnen thuisbrengen in de geschiedenis van Nederland.

De rijkste boer van Nederland, uit: Overal en ergens... van Arend van Dam en Alex de Wolf

Vandaag hadden we het boek mee in de trein – een dagje Amsterdam met vrienden. Aan het eind van de dag belandden we onverwacht op een rondvaartboot. Philip en Jet hadden ze al vaak zien varen en iedere keer bleven ze verlekkerd op de bruggetjes staan kijken hoe die glazen schuiten over de gracht pruttelden. Terwijl we vandaag terugwandelden naar het station en ze weer smeekten om een tochtje in zo’n droomboot, aarzelde ik net een minuut te lang. Voor ik het wist zat ik op een skailederen bank naar de Schreierstoren te kijken. En naar de stralende gezichten van mijn kinderen.

Maar wie schetste hun verbazing toen we de Herengracht op voeren en in vier talen attent gemaakt werden op het mooiste (en duurste) stukje gracht uit de zeventiende eeuw, de Gouden Bocht?

De Gouden Bocht, uit: Overal en ergens... van Arend van Dam en Alex de Wolf

Daar hadden we net over gelezen bij Arend van Dam.

Engelen

5 oktober 2008

Voor onderstaande film ben ik vorige week opgebleven. Het is een portret van een bijzondere school waar kinderen wonen die geen school meer hebben wil en die nergens anders terecht kunnen; de Mulberry Bush School, met 40 kinderen en 108 volwassenen: ieder kind heeft twee grote mensen die voor hem zorgen.

Ik moest er af en toe wel een beetje bij huilen, deels uit ontroering om de kinderen zelf, deels om de begeleiders die zich lankmoedig en vanzelfsprekend over de kinderen ontfermen.

Via deze link kun je hele uitzending bekijken, of je kunt er via de site van IKON komen. Het is een hele zit, 1 uur en 43 minuten, maar grote kans dat je -net als ik- op het puntje van je stoel de tijd vergeet.

Ik las ergens een reactie van iemand die het ‘wel bewonderenswaardig’ vond dat de kinderen op de Mulberry Bush School niet gestraft worden, maar dat ze ‘eerlijk gezegd’ vond dat het geen kwaad kon als er wat meer grenzen getrokken werden. Mocht je die mening ook zijn toegedaan, dan moet je dit artikel maar even lezen. (Als het al verwijderd is, kun je het ook hier lezen.)

Hieronder twee clips uit Hold me tight, let me go.

Geschiedenis

3 oktober 2008

History through the ages, a record of time

Met een Gouden Griffel voor een geschiedenisboek en de Week van de Geschiedenis voor de deur leek het me een mooi moment om te vertellen wat wij zoal doen aan dit onderwerp. Laat ik vooropstellen dat ik het erg belangrijk vind dat onze kinderen veel geschiedenis meekrijgen. 1)  Historisch besef is nodig om de alledaagse dingen in perspectief te plaatsen, om voor jezelf te bepalen wat echt belangrijk is. Iets kan nu met grote koppen in de krant staan, maar het kan zo weer voorbij zijn – in het nieuws van vandaag wordt morgen de vis verpakt. Als je weet wat er in de loop der tijd gebeurd is en wat van wezenlijk belang geweest is, kun je ook makkelijker je mening vormen over vandaag.

Maar het is vooral ook zo’n leuk onderwerp. Weggevoerd worden in de verhalen, wegzinken in de woorden,  je verplaatsen in mensen van andere tijden, meegruwen met oorlogen, meejuichen met overwinningen en ontdekkingen, plekken bezoeken waar het allemaal heeft plaatsgevonden.

Ik was eerst van plan om de geschiedenis chronologisch te brengen: van Julius Civilis tot vandaag, zeg maar. Maar dat bleek hier niet helemaal te werken. Er zijn zo veel tijdsperioden die tussendoor langskomen, de Tweede Wereldoorlog die aan de praat te pas komt, een voorleesboek als Heidi, dat zich afspeelt in de 19e eeuw, een bezoek aan Delft, waar de Tachtigjarige Oorlog alomtegenwoordig is, een dagje Muiderslot. Alles riep weer nieuwe interesses op waar de kinderen zich in stortten, vragen die we samen opzochten, rollenspellen die ze wekenlang speelden.

Zoals de Grieks-Romeinse fascinatie, waarbij de kinderen maandenlang de werken van Hercules naspeelden en we de boeken van Simone Kramer verslonden met alle verhalen over Perseus, koning Midas en natuurlijk Pegasus – voor Jet. We gingen we naar het Rijksmuseum van Oudheden, schreven de Griekse en Romeinse namen van de goden op: Zeus/Jupiter, Minerva/Pallas Athena, kleiden Medusa’s en papier-machéeden Griekse strijdhelmen.

Griekse strijdhelm van papier-maché

Als Philip dan met boeken over het Romeinse Rijk kwam aanzetten, wilde ik niet zeggen: ‘Nee, we zijn nu met de hunebedden bezig.’

Dus we laten de chronologie voor wat ie is en maken voortdurend uitstapjes naar andere periodes. Om toch alles in een context te plaatsen zodat de kinderen een idee krijgen van verhoudingen, maken we gebruik van een tijdbalk. Er zijn oneindig veel manieren om zo’n lijn te maken, maar wij gebruiken er twee.

We zijn begonnen met één gezamenlijke tijdlijn aan de binnenkant van een oude behangrol (een smalle, van een behangrand). Als je die uitrolt, kun je goed zien hoe ontzettend lang geleden het was dat Mozes met het Israëlieten door de woestijn liep, terwijl het relatief nog niet zo lang geleden was dat je zelf geboren werd – ook al lijkt dat wel een eeuwigheid. Om het concreter te maken, hebben we ook een Geschiedenis van Philip en Jet gemaakt; een tip uit een van de eerste hoofdstukken van het boek De wereldgeschiedenis in een notedop van V.M. Hillyer.

De geschiedenis van Philip (tot januari 2008)

De geschiedenis van Jet (tot januari 2008)

Inmiddels heeft Philip naast de behangrol ook een eigen tijdlijnboek. Ik wilde iets wat handzaam en duurzaam was en wat de kinderen zelf konden invullen. In Nederland heb ik ze niet kunnen vinden, maar in Amerika heb je een paar soorten tijdlijn in boekvorm. Ik heb uiteindelijk gekozen voor een Record of Time van deze uitgever, het boek dat hier bovenaan staat. 2)  Daarin staan gelinieerde bladzijden met jaartallen, waarop je gebeurtenissen kunt invullen. Zoals hier, naar aanleiding van ons Chinese projectje.

Tijdlijn ingevuld

Philip vult dus feiten in uit boeken die we gelezen hebben of plaatsen die we bezocht hebben, maar ook de geboorte- en sterfdata van familieleden. Dan is het wel speciaal om bijvoorbeeld te zien dat mijn oma, die Philip goed gekend heeft, geboren is in het jaar dat de Titanic uitvoer.

Het boek heeft achterin ook een aantal blanco landkaarten om de gebeurtenissen zowel in tijd als in plaats te kunnen vastleggen. Jet krijgt haar eigen tijdlijnboek als ze echt goed kan schrijven.

Kaart van het oude China

Voor momenten van luwende fascinaties, als de kinderen uit zichzelf geen interesse tonen in een bepaalde periode, heb ik vier boeken waar we beurtelings uit lezen. In deze boeken staan de geschiedenisverhalen wel chronologisch geordend:

  • Lang geleden, de geschiedenis van Nederland in 50 voorleesverhalen, van Arend van Dam
  • De wereldgeschiedenis in een notedop, van V.M. Hillyer
  • Honderd eeuwen: groot vertelboek uit onze geschiedenis, van Cornelis Wilkeshuis
  • Hoe het vroeger was: groot vertelboek uit onze geschiedenis, ook van Cornelis Wilkeshuis

Wat mij betreft zijn het de beste boeken op dit terrein. De laatste drie zijn alleen nog tweedehands te krijgen, maar ik vind dat er geen moderne equivalenten van bestaan. Ik probeer ook van iedere periode mooie historische jeugdliteratuur te vinden, zoals op deze lijsten van Kjoek te vinden is. En verder zijn we allemaal nogal dol op de stripreeks Van Nul tot Nu, die ook chronologisch en accuraat is. Hier staat een rijtje kinderboeken over geschiedenis op mijn eigen boekenlijst.

Nog een laatste tip: vergeet vooral niet te kijken naar Verleden van Nederland, een reeks documentaires naar aanleiding van van de recentelijk vastgestelde canon van Nederland.  De serie wordt vanaf 12 oktober uitgezonden.

———————————

Voetnoten

1) Ik vind het dan ook onbegrijpelijk dat geschiedenis in het primair onderwijs niet meetelt voor de citotoets. Scholen mogen kiezen of ze wereldoriëntatie (geschiedenis, aardrijkskunde en natuuronderwijs) in de citotoets opnemen, maar als ze dat al doen, telt het niet mee voor de score (zie ook dit overzichtje over de citotoets). De hele ‘verplichte’ geschiedeniscanon ten spijt kun je dus gewoon de basischool verlaten zonder iets van Willem van Oranje te weten.

Terug

2) Ik heb het boek niet bij de uitgever gekocht, maar bij Christianbook.com; een goedkoper alternatief, zeker met een kortingscode die altijd wel ergens via google te vinden is.

Terug