Geschenk

21 december 2015

Bron: The economy of meaning.

Als tegenwicht voor de geforceerde warmegevoelensindustrie van veertig miljoen ledlampjes en blokhuttenrijen met fabriekswafels, hier een filmpje dat me oprecht ontroerde. Dat mannetje bij minuut 1:45, daar kan geen fake-kerstmarkt van opgewekt sentiment tegenop.

Gezien? Dan gaan we nu een leuk experiment doen voor de feestdagen. Denk aan Jongetje 1:45. ‘Legoes don’t matter.’ En laten we bij ‘lego’ voor het gemak iets invullen waar het bij onszelf schuurt. Wel eerlijk natuurlijk. Dus iets wat evenredig bijzonder, veelbelovend en heerlijk is als die enorme doos lego voor hem. Iets wat je altijd al wilde, al was het alleen maar om ook eens te kunnen zeggen dat jij iets groots hebt gekregen. Iets wat iedereen in je omgeving al heeft, en jij niet. Iets waar mensen nonchalant-opgewekt over posten op facebook. Iets materieels, maar waarover gesproken wordt alsof je niet zonder kunt. Iets waarvan je eigenlijk vindt dat je er recht op hebt, want waarom jij niet als zo veel andere mensen het wel hebben? Vul maar in. Een auto. Een weekendje Milaan. Een telefoon. Wifi. ‘Legoes don’t matter’.

P.S. De makers van het filmpje lieten weten dat álle kinderen beide cadeaus ontvingen, ook de twintig procent die de andere keuze had gemaakt.

Naar school in Naturalis

25 november 2015

We hadden een vogel gevonden. Als u net zo veel van vogels weet als ik, dan kon hij het best omschreven worden als een kleine vogel. Oranje-bruin en zwart, met een witte buik. En hij was dood, zoveel was duidelijk.

Maar in plaats van koketteren met mijn gebrek aan vogelkennis kan ik beter vertellen wat we gedaan hebben om er slimmer van te worden. Je kunt namelijk twee dingen doen als je een dood vogeltje vindt. Nou ja, je kunt natuurlijk heel veel dingen doen als je een dood vogeltje vindt, maar laat ik me beperken: je kunt hem laten liggen of je kunt hem meenemen. En als je een herfstwandeling maakt met vijf kinderen en je vindt een klein, ongeschonden, beeldschoon vogeltje, dan wordt de keus automatisch voor je gemaakt. Dan neem je zo’n dotje mee naar huis. Want die vijf kinderen komen regelmatig in natuurmuseum Naturalis en ze weten dat dat museum heel blij is met gave dode dieren.

We maakten foto’s, stuurden die op naar de afdeling Collectiebeheer en kregen per ommegaande bericht: ‘What a cutie, we would love to have it!’ Hij had ook een soortnaam, begrepen we. Het was een keep. Via welkevogelisdit.nl waren we zelf al een eind in de richting gekomen, maar verder dan ‘iets van een vink’ durfden we niet te gaan in onze determinatie. Een keep dus.

Maar waarom was ie nou dood? Hij was nog zo prachtig, helemaal niet aangevreten of gerafeld. Gebrek aan adem, zou mijn oma gezegd hebben. Toch wilden we graag een wat specifiekere verklaring. En we hadden al een vingerwijzing: in z’n nekje zaten een paar dikke bulten.

Onze innerlijke forensisch onderzoeker neeg naar een duidelijke diagnose: dat moest kanker zijn. Zonneklaar. We legden de keep in de vriezer en wachtten tot de officiële autopsie.

En zo wandelden we twee weken later Naturalis binnen met een bevroren vogel in een tupperwaredoosje. We ontmoetten Becky, met wie we al gezellig gemaild hadden. Ze zou ’s morgens eerst een holenduif prepareren voor het publiek en als onze keep op tijd ontdooid zou zijn, dan zou ze daar ook mee aan de slag gaan.

Becky is geweldig. Buiten dat ze erg mooie haren heeft, is ze ook nog eens vriendelijk, grappig, geduldig en deskundig. Omdat ze wist dat de kinderen thuisonderwijs krijgen, had ze een handout gemaakt van de anatomie van vogels. Becky komt uit de Verenigde Staten en had daar ook met al met thuisonderwijskinderen gewerkt, dus ze vond het helemaal niet vreemd dat wij op een maandagochtend een praktijkles taxidermie combineerden met het voeren van knuffeldieren, om maar eens iets te noemen.

Victoria (3) brengt dwangvoeding toe bij een mol.

De keep bleek voldoende ontdooid. Becky nodigde ons uit om vanuit het amfitheater bij de snijtafel te komen staan. Zo konden we goed meekijken bij het prepareren. Hersentjes eruit, hartje, ingewanden, alles puntgaaf. Ze liet het maagje zien en sneed het open: het zat nog tjokvol eten. Onze keep was dus geen hongerdood gestorven.

Becky had al meteen gezien wat de doodsoorzaak was. Het bleek dat wij het ziektebeeld niet helemaal correct hadden ingeschat. Wat wij hadden aangezien voor tumoren, bleken in werkelijkheid…

… teken! Eén teek zou hij wel overleefd hebben, maar drie was te veel. Drie joekels van parasieten waren het vogeltje fataal geweest.

Becky haalde geroutineerd de vogel leeg, waste hem en vulde het donzen vogelhuidje weer op. Daarna naaide ze hem dicht. Een tikkie grof, dat wel. De keep zou namelijk niet publiekelijk tentoongesteld worden, maar in de wetenschappelijke collectie terechtkomen. Achter gesloten deuren, ergens in de catacomben van het museum – het hoefde dus geen onzichtbare ritssluiting te worden. Becky vertelde dat ze eens een stagiaire had gehad, een student Diergeneeskunde, die bij zijn studie had geleerd dat hij heel netjes moest hechten, met piepkleine steekjes. Het duurde eeuwen voordat hij de geprepareerde dieren bij Naturalis dichtgenaaid had.

Becky was zo klaar. Maar onze keep zag er prachtig uit. Ze aaide nog eens over zijn veertjes. We lieten hem met een gerust hart achter.

En dat is ze-he-ven

19 november 2015

Kom ik gisteren thuis van college geven op een randstedelijke hogeschool (naast mijn eigen kinderen leer ik zo nu en dan ook andermans kinderen de fijne kneepjes van de taal), klap ik m’n laptop open, heb ik dit aan mijn kar hangen:

‘Dekker stelt eisen aan thuisonderwijs’

Of zoals sommige kranten schreven: ‘Het kabinet wil paal en perk stellen aan thuisonderwijs’. Het begint een beetje op een Oudhollands liedje te lijken. Telt u mee?

En dat is één
We schrijven 2007. Het jaar waarin Slovenië mee ging doen met de euro, België de eerste zwarte wethouder kreeg en Nederland het burgerservicenummer invoerde. Jan Wolkers liep nog in zijn blote kont op Texel naar spuugbeestjes te zoeken.

‘Recordaantal vrijstellingen leerplicht om religie’, kopte Trouw. Als je heel goed zoekt, kun je het nog vinden in de archiefkelder van het internet: Trouw, 6 juli 2007. ‘Zelden zijn zoveel jongeren vrijgesteld van de leerplicht […] als vorig jaar. De teller reikte tot 170, het hoogste aantal in tien jaar.’ Saillant detail: dat ‘hoogste aantal in tien jaar’ kwam omdat thuisonderwijzers nooit geregistreerd werden door de gemeenten – vond de overheid niet nodig. Nu besloten gemeenten ze eens te tellen, en ja, dan kom je algauw van nul geregistreerden naar ‘een explosief aantal’. Staatssecretaris Dijksma was in opperste verwarring. Alarmbellen, noodklok, televisieopnames. Hier zou snel paal en perk aan gesteld worden.

En dat is twee
2009. Het jaar waarin Obama president werd en onze cavia Dirk het loodje legde. Het jaar waarin de minister van Onderwijs wetenschappelijk onderzoek liet doen naar thuisonderwijs in Nederland. Uitkomst: alles appiekim. Thuisonderwijs doet het prima, ouders zijn betrokken en deskundig, besparen de overheid een hoop geld en thuisonderwezen kinderen zijn uiterst sociaal: Thuisonderwijs in Nederland.

En dat is drie
2011. Het jaar waarin de trekschuit en paardentram het verloren van de gemotoriseerde wagen. De mannen droegen nog een hoed en de vrouwen een voorschoot en alle winters waren nog koud. Het was ook het jaar waarin dat onderzoek over thuisonderwijs uit 2009 voor de kat z’n staart uitgevoerd bleek te zijn. Er was namelijk een nieuw kabinet, met een nieuwe staatssecretaris, en die ging nou eens paal en perk stellen aan die explosief groeiende groep thuisonderwijzers. Aangezien de groep bestond uit zegge en schrijve 150 gezinnen, waren er niet zo veel prominenten die op de bres sprongen om te laten zien dat thuisonderwijs een prima alternatief kan zijn. Dus sprongen we er zelf op. 2011 was het jaar waarin Jet haar entree maakte op het Binnenhof.

‘Geachte afgevaardigden…’

Met al haar negen jaren, opgedoft in haar mooiste rok met een nieuwe maillot, overhandigde Jet een petitie en stond politici te woord. En met al haar negen jaren kwam ze erachter dat politici soms vriendelijk doen in je gezicht, maar je achter je rug om verraden.

En dat is vier
2012. Het jaar waarin bekend werd dat de explosief groeiende groep thuisonderwijzers magertjes afstak tegen de groep thuiszítters. Dat bleken er namelijk 16.000 te zijn. 16.000 kinderen die wel naar school willen, maar die niet mogen. Bijvoorbeeld omdat ze te druk zijn, te ingewikkeld, of omdat ze de schoolresultaten naar beneden trekken. 2012 was het jaar waarin twee thuiszittende broers buiten de Nederlandse territoriale wateren zeilden, omdat dat de enige manier was waarop ze les konden krijgen.

En dat is vijf
2013. Het jaar waarin een nieuwe staatssecretaris OCW van zich liet horen. Staatssecretaris Dekker, die zichzelf had voorgenomen dat, wat er verder in de wereld ook mocht gebeuren, hij in ieder geval een flinke voetafdruk in Onderwijs, Cultuur en Wetenschap wilde achterlaten. Zo voerde hij de rekentoets in, verspreidde privégegevens van basisschoolkinderen, plande een hervorming van het NWO én ging hij paal en perk stellen aan thuisonderwijs.

En dat is zes
2014. Het jaar waarin Philip een pak aantrok om plaats te nemen op de publieke tribune van de Groen van Prinstererzaal in de Tweede Kamer.

Samen met andere thuisonderwijsjongeren, ouders en sympathisanten zat hij het hele notaoverleg uit, zeven uur lang. De uitkomst van het overleg was duidelijk. De Onderwijscommissie was het oneens met staatssecretaris Dekker: de Tweede Kamer wilde géén verbod op thuisonderwijs.

Ik moet oppassen dat ik er niet baldadig van word. Want het is natuurlijk best belangrijk. Ook als de wereld in brand staat, mensen huis en haard verlaten om hun geloof te mogen belijden en hun kinderen in veiligheid te brengen, ook als veertig miljoen Amerikanen moeten leven van voedselbonnen en terreur rondraast als een briesende leeuw. Ook dan is het belangrijk om de vrijheid van opvoeding en onderwijs te verdedigen. En het houdt je van de straat, hè. Maar als u het niet erg vindt, wou ik nu even verdergaan met lesgeven.

Philip (16) en Cato (8)

Raadgedicht

19 oktober 2015

Drie weken geleden zag ik het voorbijkomen op twitter: raadgedicht. Sindsdien is het vaste prik. Op maandag kijken we wat het nieuwe gedicht is, gedurende de week denken we erover na en op vrijdag bekijken we de oplossing.

Raadgedicht is een idee van kinderboekenschrijfster Rian Visser. Zoals veel goede dingen in het leven is het concept verrassend eenvoudig: in een raadgedicht ontbreekt één woord. Tien maandagen lang komt er een nieuw gedicht online van een bekende jeugddichter. Elke week kun je tot donderdag 17.00 uur je oplossing insturen en elke vrijdag wordt de uitkomst bekendgemaakt.

Het leuke is dat alle leeftijden gelijkwaardig raden: volwassenen hebben misschien een voorsprongetje door een grotere woordenschat, maar dat wordt door jongere kinderen ruimschoots gecompenseerd door originaliteit. Hokjesvrij denken: het voorrecht van de jeugd. Daarbij biedt raadgedicht fantastisch veel gespreksonderwerpen. Hoeveel lettergrepen heeft het woord volgens jou? (En voor jongere kinderen: wat is een lettergreep?) Is het raadwoord een zelfstandig naamwoord of niet? (Een woord waar je ‘een’ voor kunt zetten.) Zie je een patroon, zoals een beginletter die steeds terugkomt of een klank die mooi past bij de rest? Kan het woord een tegenstelling zijn van iets wat eerder gezegd is, of is het eerder een synoniem?

In het gedicht van vorige week, ‘Vissen’ van Corien Oranje, vonden wij dat het zowel een bijvoeglijk naamwoord als een bijwoord kon zijn. Een bijvoeglijk naamwoord, omdat er iets kan staan over de koralen zelf: stralende, wulpse, rode. Of een bijwoord, over hoe er ‘gewuifd’ wordt: langzaam, speels, moedig. Maar Jet (13) had nog een ander idee. Zij dacht aan ‘tienduizend wuivende koralen’. Een telwoord dus.

Fragment uit ‘Vissen’ van Corien Oranje.

Ieder gedicht zorgt wel voor iets waarover we in gesprek raken. Zonder waardeoordelen, zonder goed of fout, met verrassende uitkomsten. Bij ‘Strand’ waren de kinderen bijvoorbeeld eensgezind van mening dat de ik-persoon een meisje was. Die gedachte was bij mij niet eens opgekomen, omdat ik wist dat het geschreven was door Ted van Lieshout. Verder vond ik dat het raadwoord absoluut een werkwoord moest zijn, en dat het in contrast moest staan met ‘durven’ in de regel eronder. Daar waren de kinderen het niet mee eens (terecht, bleek later).

Fragment uit ‘Strand’ van Ted van Lieshout.

Maar de gedichten zijn niet alleen kapstokken voor taalonderwerpen. ‘Skelet’ van Rian Visser paste toevallig mooi bij het anatomiehoofdstuk waar we mee bezig waren. Tijdens het lezen namen we met een tekening de botjes door, om Cato (8) en onszelf op ideeën te brengen voor het raadwoord. Waren het (vinger)kootjes? Ribben? Wervels?

Ik besloot er een poëzieweek van te maken, dat hadden we al een poos niet gedaan. Het zal u verbazen, maar mijn kinderen stonden niet onmiddellijk te juichen. Als zeven geitjes kroop de een onder een kussen, holde een ander de kamer uit en sloot de derde zich op in het toilet. Nou geef ik niet snel op, dus er kwam een pot thee op tafel, een halve overgebleven chocoladetaart van het weekend (daarmee wordt zelfs vectormeetkunde gezellig) en een stapel verzamelbundels. En geloof het of niet, maar dan komt de stemming er vanzelf in. Eerst wil iedereen zijn favoriete gedicht voorlezen: ‘De idioot in het bad’ (Jette, 13), ‘Insomnia’ (Philip, 16), ‘Oertijd’ (Cato, 8) – altijd mooi om aard en leeftijd te zien weerspiegelen. En daarna geht’s loss. Dan herinnert eentje zich een bekende strofe van een tijd geleden. Of zien ze op de bladzijde ernaast een gedicht dat ook leuk is.

Of iemand wordt nieuwsgierig naar wat er nog meer geschreven is door een bepaalde dichter. Of een grote broer of zus wil iets voorlezen aan een kleinere, omdat ze er zulke goede herinneringen aan hebben.

Net als bij de raadgedichten zoeken we dan naar patronen. We kijken naar het ambacht, want dichten is meestal niet het onder elkaar zetten van rijmende zinnen. Ik liet drie versvormen zien: het sonnet, het rondeel en het kwatrijn. Vervolgens maakten de kinderen elk een gedicht in een versvorm naar keuze. Cato koos een kwatrijn (rijmschema aaba):

Philip en Jet namen een rondeel (ABab abAB abbaAB, de hoofdletters betekenen dat de hele zin wordt herhaald). Met als resultaat bij Philip:

En bij Jet:

En dat in twintig minuten. Ik gooi het op de chocoladetaart. En op raadgedicht, want dat was de aanzet. In dat kader is er trouwens nog een leuke bundel: In een slootje ben ik een bootje van Bette Westera en Klaas Verplancke (ill.). Die bevat geen raad-, maar raadselgedichten:

Wij zijn een stel, het mes en ik.
Wij zijn al jaren samen.
Het mes snijdt alles kort en klein,
en ik, ik prik met name.

Zo staan er een stuk of twintig in. Net als bij raadgedicht voor een ruime leeftijdsmarge, want ze zijn niet allemaal even simpel; Jet en ik hadden er ook een paar mis.

En onthouden dus, de komende weken: raadgedicht. Nog vier weken iedere maandag een verse.

Het is best weer om een taal te leren. En dat treft, want we gaan ons Rosetta Stone-thuisonderwijsabonnement weer verlengen!

Ben je nog niet bekend met deze laagdrempelige manier waarmee iedereen thuisonderwijs kan geven en krijgen? Kijk dan hier op de uitleg die ik vorig jaar schreef. We hebben genoeg aanmeldingen, dus de deal gaat sowieso door (mits iedereen op tijd z’n abonnementsgeld overmaakt), maar omdat ik het afgelopen jaar veel mensen heb moeten teleurstellen die zich na de sluitingsdatum wilden inschrijven, geef ik nu nog een keer de gelegenheid om mee te doen.

Het komt hierop neer:

  • Toegang tot 25 talen: Engels, Frans, Hindi, Pools, Vietnamees, Spaans, Zweeds, Hebreeuws en meer
  • Alle niveaus, van absolute beginner tot gevorderde
  • Voor alle gezinsleden van alle leeftijden (het programma werkt met plaatjes)
  • Op computer (met headset), iPhone, Android en iPad
  • Totaalprijs van 99 euro per jaar, tot oktober 2016
  • Jaarabonnement stopt automatisch
  • Het bedrag moet vóór 1 oktober 2015 overgemaakt zijn

Hier staan 24 talen waarover je beschikking hebt, en voor ons komt Latijn daar nog bij. Met de demo hier kun je zelf uitproberen hoe het werkt.

Wil je meedoen? Schrijf je uiterlijk maandag 28 september in via het lege velletje op deze pagina, dan stuur ik je aanvullende informatie. Houd daarna wel je mail in de gaten, want de bijdrage moet vóór 1 oktober 2015 overgemaakt zijn om je deelname definitief te maken.

Sombreros, José! (‘Sombreros!’)

Zeven weken met Jakob (6)

15 september 2015

‘Gaat het schoolwerk nou gewoon door, met de nieuwe baby?’ Als ik een euro kreeg voor iedere keer dat die vraag gesteld werd, waren we nu verhuisd naar de Eikenhorst.

Ik moet zeggen: het leidt natuurlijk wel af, zo’n schatje.

Maar het korte antwoord is: ja, ook met een baby gaan de lessen door. Ware het niet dat deze baby vlak voor de zomervakantie geboren is en de werkboeken niet vanwege hem, maar vanwege zon, zee, slaapzakken en luchtbedden al opgeborgen waren. Toch werden er nog wat losse eindjes afgehecht; dat geeft meer voldoening als je daarna op dat strand ligt.

Zo rondde Jet de complete Duitse cursus af van Rosetta Stone:

En Philip stapte over van thuisonderwijs-met-het-hele-gezin naar highschool op afstand. Omdat dergelijke constructies in Nederland nog niet bestaan -met uitzondering van de Wereldschool, à raison van zevenduizend euro per jaar, waarbij ik met m’n vijf kinderen verwijs naar de Eikenhorst hierboven- zijn we weer uitgeweken overzee. In het buitenland zijn ontelbare mogelijkheden om je diploma online te halen; zoek op ‘high school diploma online’ en er gaat een wereld van solide, geaccrediteerde opleidingen voor je open.

Philip doet het via een school in de Verenigde Staten. Je kunt op die manier in één of twee jaar klaar zijn, maar dat is volgens mijn zoon voor mensen zonder leven. Waar laat een normaal mens anders zijn vrienden, vriendinnetje, bijbaan en drumsessies in een jazzband? En laten we wel wezen, zo’n lichaam krijg je niet als je boven je algebra hangt. Kortom, we mikken op drie jaar. En Nederlands, poëzie en voorlezen doen we nog gezellig met z’n allen, dus de gezinscharme van thuisonderwijs blijft nog even bestaan.

Maar alle officiële studievorderingen terzijde, je kunt je natuurlijk afvragen of er ook zonder werkboeken niet geleerd wordt. Is dit niet belangrijk?

Jet (13) en Victoria (3). Foto: © Gerdine

Of dit?

Cato (8) zoekt (en vindt) krabbetjes met vriendinnen.

Of dit?

Philip (16) en vriend D. (17) met 557,92 km voor de boeg.

Persoonlijk vind ik een week fietsvakantie leerzamer dan twee jaar Nederlandse grammatica. Het een hoeft het ander niet uit te sluiten, hoor, maar als je nou eens niet met je neus boven het studievaardighedenplan en de leerdoelen blijft hangen, vijf stappen achteruit loopt en nadenkt, echt nadenkt waar het nou om gaat, wat is dan belangrijk?

Zelf je fietsroute uitstippelen, die halverwege wijzigen omdat de weg te saai blijkt, veerdiensten checken, genoeg water meenemen, op het laatste moment slaapplaatsen regelen, je neus stoten op een bonnefooicamping en twintig euro verliezen; daar leer je van. Mits op eigen initiatief. Als ik de opdracht had gegeven: ‘Plan een fietsvakantie met je vriend. Bereken de kortste route van Schoorl naar Assen, via Bolsward en Roodeschool, maak een paklijst en een budget en houd rekening met tegenvallers’, dan had het zijn doel voorbijgestreefd.

En om meteen maar even door te gaan: is bessen plukken minder leerzaam dan een biologiewerkblad invullen? Zelf cakejes bakken, die mislukken omdat je het bakpoeder vergeten was, wat je dus nu nooit meer vergeet? Een huilende baby troosten? Ja dus, de lessen gaan gewoon door met een nieuwe baby. In sommige gevallen is die baby zelf de les.

Eigenlijk zeg ik dit vooral voor mezelf. De kunst is om het te blijven zien. Vooral ikzelf. Om dat voldane gevoel niet pas te krijgen nadat ik zes uur Amerikaanse geschiedenis, werkwoordsvervoegingen, Duitse woordjes, schoonschrijven en celbiologie heb weten te jongleren in een opgeruimd huis, keurig gevouwen was en een biologische maaltijd, waarna ik drie kinderen heb afgezet op sociaalverantwoorde clubjes en de rest van de avond kan doorbrengen met mijn echtgenoot. De kunst is om het te zien terwijl de achtjarige is uitgeschoten met voedingskleurstof bij haar knutselproject, terwijl ik de telefoon van mijn zestienjarige uit zijn rechterhand moet beitelen, terwijl er nog honderdvijftig geboortekaartjes liggen te wachten en mensen zeggen: ‘Ik dacht al, wat raar, geen kaartje’, terwijl er niets terechtkomt van mijn dagplanning, omdat de baby zich met minuscule vingertje heeft vastgegrepen aan mijn shirt en onder geen beding neergelegd wil worden. Dan is het de kunst om de les in alles te zien.

Pas als ik op die manier kijk naar omgevallen beslagkommen, boze dertienjarigen en buikkrampjes, dan zie ik weer waar het eigenlijk om gaat. Dan zijn de zeven weken met Jakob er ineens dertien geworden en denk ik: ik zou niet anders willen.

Zeven weken met Jakob (5)

27 augustus 2015

En toen gingen we verhuizen. Want het is natuurlijk enig, vijf schatten van kinderen, maar ze hebben ook allemaal vijf paar schoenen. Of vijftien. En winterjassen. En skeelers, fietsen, een speelkeukentje, zestien jaar lang gespaarde lego, een hobbelpaard, twee kuub knutselspulletjes en een verzameling halters waar het fitnesscentrum van een middelgrote gemeente jaloers op zou zijn. Dat moet je toch ergens kwijt.

Aangezien de meeste dingen in het leven niet te plannen zijn, viel de sleuteloverdracht net na de kraamweek, samen met de komst van honderdvijftig verhuisdozen. Ik overwoog mij een maandlang achter het slaapkamergordijn te verschansen, ademend in een boterhamzakje, maar gelukkig zorgt borstvoeding voor de aanmaak van oxytocine, beter bekend als het knuffelhormoon.

In deze toestand van babysnuffelende apathie pakten wij dozen in, zochten vloerkleden uit, maten vensters op, sopten keukenkastjes, zogen huisdierenresten achter verwarmingen vandaan, legden vloerbedekking, koesterden een warme band met de mannen van grofvuil en kringloop, picknickten op kale vloeren en lazen boekjes voor,

alles tussen de voedingen, verschoningen, slaapjes en bekkenbodemspieroefeningen door.

Gelukkig hadden we veel hulp van familie en vrienden. Mensen die meer wisten van het verschil tussen schrobvaste muurverf en houtlak op waterbasis dan wij. Die met gevaar voor eigen leven zingend ons leuke nieuwe trappenhuis van zes meter hoog verfden, drempels schuurden, stopcontacten verwijderden (en weer terugplaatsten, dat ook), gordijnroedes en lampen ophingen, eindeloze vierkante meters muur afsponsden met ammonia en ze daarna schilderden in die ene, subtiele kleur witachtig geel met beige ondertoon. Uiteraard onder het alziend oog en met fijne assistentie van Victoria.

En iedereen weet hoeveel sneller het gaat als een driejarige meehelpt.

Na drie weken was de klus geklaard. Deze is nog speciaal voor alle zestienjarig meisjes uit onze kenniskring die helaas verhinderd waren:

Zo’n verhuisdag is merkwaardig. Het oog van de storm. Ik was vaker verhuisd in mijn leven, maar nooit eerder met vijf kinderen. Wekenlang ben je zestien uur per dag bezig geweest en ineens is daar de deadline.

Tillen sterke mannen je inboedel naar binnen, stromen de kamers vol dozen en meubels en woon je in een huis dat je tot dan toe alleen nog in poedelnaakte toestand had gezien. Blijkt die zorgvuldig getekende plattegrond met op schaal uitgeknipte kasten, stoelen en banken nergens op te slaan, want in het echt ziet het er heel anders uit. Ben je nog een dag bezig om de loeizware mahoniehouten boekenkasten te verschuiven die de verhuismannen (‘Waar moet deze, mevrouw? Snel!’) al op hun plek gezet hadden. En dan zijn er dus die eindeloze rijen dozen. Er was een moment waarop ik bij het woord ‘doos’ schreeuwend met borden wilde gooien, maar uiteindelijk stond alles op z’n plaats.

De eerste nachten zijn onwennig, lig je met ronde ogen naar een vreemd plafond te staren en hoor je twee keer per nacht trippelvoetjes naderen omdat er meer mensen zijn voor wie alles onwennig is. Maar als de boekenkast is ingericht, de eerste vrienden en vriendinnen zomaar weer even aanwippen,

het eerste knutselproject weer begonnen is,

Tie-dye picknickkleed in wording.

de eerste koekjes gebakken en de eerste pan soep weer gemaakt is,

dan begint het vanzelf als thuis te voelen.