Dagboekfragment over Philip, dan zes jaar.

zaterdag 29 oktober 2005

Vanavond hebben we friet gegeten, met een kaassoufflé. Terwijl we samen naar de snackbar wandelden, zei je dat twee keer negen achttien was. Je vertelde hoe je daar op was gekomen: ‘Eerst dacht ik dat het negentien was, maar toen dacht ik: nee, want dan zou het tien plus negen zijn. Daarom wist ik dat het achttien was.’

Even later vroeg je of drie keer negen achtentwintig was. Ik zei van niet, want achttien plus tien is achtentwintig. ‘O ja’, zei je, ‘dan is het zevenentwintig.’ 

Vervolgens wilde je vier keer negen uitrekenen en het was mooi om je gedachten te volgen. Eerst mompelde je: ‘Het moet iets in de dertig zijn…’ En daarna: ‘Vier keer negen is zesendertig! Want drie keer negen is zevenentwintig, dan tel je er tien bij op en haal je er een vanaf.’

Terwijl ik bij de snackbar wachtte tot ik kon bestellen, rekende je me de hele tafel van negen voor, zonder enige moeite. Ik wou dat ik het zo geleerd had.

%d bloggers liken dit: