Een kleine wereld

27 juni 2010

Eigenlijk is er maar één lid van ons gezin echt geïnteresseerd in het WK. De rest blijft op de hoogte van het nationale doelsaldo door afwisselend een koor van tetterende vuvuzela’s of een beteuterd ‘Oeoeh…’ dat vanaf de straat door de open ramen naar binnen waait.

Maar, zoals dat gaat, we praten elkaar aan tafel bij over onze bezigheden. En dan blijkt een wereldkampioenschap aanleiding voor allerlei andere onderwerpen. Hoeveel landen zijn er eigenlijk? Waarom spreken ze Portugees in Brazilië?

De uitdossingen zijn werkelijk adembenemend. Ik denk dat professor Herman Pleij wel een mooie theorie heeft over voetbalfolklore als vervanging voor het traditionele carnaval.

En dan dacht je dat het alleen de Ollanders waren. Maar neen, er zijn ook Engelse ridders vertegenwoordigd.

Moet je natuurlijk wel winnen.

De hele fotoreportage over verklede voetbalfans, inclusief Australische kangoeroes en Argentijnse zebra’s staat op de site van het Handelsblatt.

Maar het meest fascinerende van het WK vind ik de deelname van Noord-Korea. Philip en Jet konden niet geloven er mensen zijn die normaal gesproken hun land niet uit mogen. Dat het Noord-Koreaanse elftal bij uitzondering wel naar Zuid-Afrika mocht vertrekken, maar dat er dus geen fans bij zijn, want mensen die het land uit mogen, willen vaak niet meer terug. Dat Noord-Korea daarom Chinese supporters heeft ingehuurd om vanaf de tribune te juichen, zodat het nog wat lijkt.

We hadden het over het dilemma van mensen die overwegen te vluchten uit zo’n land. Dan ga je zelf waarschijnlijk een vrije toekomst tegemoet, maar de rest van je familie en vrienden zie je niet meer. ‘Dus het is net zoiets als vroeger in Oost-Duitsland?’, zei Jet. Zoiets, ja.

De BBC zond drie weken geleden een zeldzame en intrigerende documentaire uit over Noord-Korea. Dat land met een besloten netwerk, zodat er geen sprake is van een wereldwijd web en je niet per ongeluk op andere ideeën kunt stuiten. Dat land met studenten die nog nooit van Nelson Mandela gehoord hebben en als enige wereldleiders Stalin en Mao bewonderen.

Een land waar als een van de weinige in de wereld thuisonderwijs niet is toegestaan, want de regering houdt graag het monopolie op het overbrengen van ideeën. Toevallig weer een parallel met Duitsland; dat is namelijk het andere land waar thuisonderwijs geen optie is. In Duitsland is het vooral een overblijfsel uit de Tweede Wereldoorlog: de angst dat een dergelijke massaovertuiging weer gebeurt is zo groot, dat de overheid de denkbeelden van het volk onder controle wil houden. Maar angst is een slechte raadgever.

De BBC-journaliste mocht rondkijken in een ‘doodgewoon’ huis in een ‘doodgewoon’ dorp, zo benadrukte de overheidsbeamte die haar overal begeleidde. Het doodgewone gezin stond toevallig net op het punt aan een rijkgedekte tafel te schuiven; knap werk in een land dat afhankelijk is van voedselhulp omdat anders veertig procent van de bevolking van de honger sterft. Volgens de overheidsfunctionaris was er van voedselhulp overigens geen sprake: Noord-Korea is uit-ste-kend in staat om zichzelf te redden. Of, zoals de journaliste aan het eind van deze reportage zegt: ‘Het meest verbazingwekkende is dat Noord-Korea gelooft, dat wij geloven dat wat zij ons laten zien, de waarheid is.’

Het tweede deel van de reportage gaat over mensen die het land ontvlucht zijn. Journaliste Sue Lloyd-Roberts sprak met gevluchte Noord-Koreanen die in Zuid-Korea les krijgen in ‘leven in de 21e eeuw’. De migranten geven commentaar op de documentaire over Noord-Korea en vertellen over het gemis van hun achtergebleven familieleden. Beide reportages duren ongeveer een kwartier en zijn ontzettend de moeite waard.

Meer achtergrondinformatie op de site van BBC Newsnight.