Beursgang

30 januari 2009

Terwijl John met de kinderen op bezoek was bij de ijsberen, liep ik rond op de Nationale Onderwijstentoonstelling in Utrecht. Met z’n zessen waren we. Juf tussen de juffen, want we passen ons makkelijk aan.

Reeds op Hoog Catharijne hadden we de eerste gratis tas te pakken, het begin van een fleurig bacchanaal van graaien naar pennen, folders, meer tassen met educatieve prints, posters en pepermuntjes. Een van de moeders had er een echte neus voor, zij leidde ons regelrecht naar de chocoladefontein van een standhouder die het thema ‘Cacao’ voor scholen had ontwikkeld. Juist een concept dat van ons onderwijsgevenden een buitengewoon grondige voorbereiding vergt.

Vijf beurshallen met educatieve stalletjes, van excursies tot techniekmateriaal, van knutselmateriaal tot rekenboeken. Het is wonder boven wonder gelukt om de gang door het kinderboekenstraatje zonder kleerscheuren af te leggen, maar de aldaar uitgespaarde kosten werden ruimschoots gecompenseerd door een mooie ontdekking bij een ander beurskraampje. Het waren de Topklassers.

De serie Topklassers van uitgeverij Bekadidact is een indrukwekkende reeks werkboeken die vier onderwerpen omvat: geschiedenis en cultuur, natuurwetenschappen, wiskunde en vreemde talen. Normaal gesproken alleen te koop per vijf stuks, maar nu, mevrouwtje, een speciale beursaanbieding die ons aan de rand van een faillissement brengt.

Dus stommelde ik om vier uur de trein in met vijf bontgekleurde tassen, vier rolletjes pepermunt, twee pennen, zes buideltjes tuinzaad, drie zakjes speelmais, twee posters én een voordeeltje van elf boeken die ik niet kon laten liggen.

Op de site van de uitgever staat dat de reeks bedoeld is voor ‘de betere leerlingen van de bovenbouw van het basisonderwijs’, maar die omschrijving zegt meer over het huidige aanbod van het onderwijs dan over het niveau van de leerlingen: ieder kind verdient zulke boeken.

Op deze pagina staat een uitgebreidere beschrijving van de reeks en hieronder alvast drie voorbeeldpagina’s, even klikken voor een vergroting.

Topklassers, voorbeeldpagina uit Cultuur 1    Topklassers, voorbeeldpagina uit Wiskunde 1   Topklassers, voorbeeldpagina uit Wetenschap 2

Voor iedereen die het beurskoopje gemist heeft, in de internetwinkel van Bekius Schoolmaterialen kun je de boeken ook per stuk bestellen.

Spelend leren rekenen

28 maart 2008

Potje stratego

Hoewel we voor Philip (en Jet af en toe ook) rekenboeken gebruiken om sommetjes te maken, hebben ze het grootste gedeelte van hun inzicht opgedaan in ons alledaagse leven. Alle ouders leren hun peuters tellen, doen spelletjes en vertellen de kleuren en vormen als ze met de blokkenstoof spelen, en thuisonderwijsouders gaan daar gewoon mee door als hun kinderen ouder worden.

De cijfers leerden Philip en Jet door om zich heen te kijken, thuis, op straat en in winkels. Optellen, vermenigvuldigen en delen gaan automatisch bij het verdelen van snoepjes, tafeldekken of het uitrekenen hoeveel zakgeld je nog nodig hebt om dat ene object van begeerte te kopen (en hoeveel werkjes je nog kunt doen om een beetje extra te verdienen).

Een indruk van het huis-tuin-en-keukengebruik van wiskunde in door ons beproefde activiteiten:

  • Meehelpen met koken en bakken. Als het recept voor limoentaart 580 ml slagroom en 397 gram gecondenseerde melk aangeeft, maar je wilt een kwart meer maken omdat je springvorm wat groter is, hoeveel slagroom en blikjesmelk heb je dan nodig?
  • Boodschappen doen. En winkeltje spelen met echt geld.
  • Schatzoeken in huis. We tekenden een plattegrond van ons huis met de meest markante huisraad : bank, bureau, boekenkast, piano, bad, bed, fornuis, speelgoedkist enzovoorts. Een van de kinderen verstopte dan een ‘gouden’ ketting ergens in huis en kruiste het aan op de kaart. De andere familieleden gingen met de kaart in de hand op queeste.
  • Torentjes bouwen van munten. Een dubbeltje is net zoveel als een torentje van 5 twee-centstukken of 10 centen; een euro is net zoveel als een torentje van 10 dubbeltjes, 20 stuivers of 5 twintig-centstukken.
  • Spelen met de weegschaal. We hebben ooit geïnvesteerd in een mooie balansweegschaal waarmee ook vloeistoffen gewogen kunnen worden, maar een keukenweegschaal voldoet natuurlijk prima.

Appels met kiwi’s vergelijken

Verder doen we veel spelletjes. Dat is een geweldige manier om onderdelen van het rekenen te automatiseren, maar voorwaarde is wel dat iedereen die eraan meedoet het spel leuk vindt. Dat klinkt als een open deur, maar als ik de rekenspellen zie die de onderwijsuitgeverijen ontwikkelen, dan ligt het educatieve er zo dik bovenop dat ieder plezier je vergaat. Terwijl er toch zo veel oude vertrouwde (en ook nieuwe) spelletjes zijn die wèl leuk zijn en ook nog eens efficiënt leren rekenen.

Een aantal van onze succesnummers:

  • Sjoelen
  • Monopoly
  • Eurotrip 
  • Halli galli
  • Stratego
  • Mastermind
  • Bingo. Een molentje met balletjes van een paar euro en (eventueel zelfgemaakte – met minder nummers) bingokaarten. Handig voor kleuters om de tweecijferige getallen te leren herkennen – gaat bij bingo meestal tot 75. Voor onze kinderen was het showelement ook een van de bekoringen: geestdriftig aan het rad draaien en met gedragen stem de getallen declameren.
  • Domino of variant Matador, waarbij je niet gelijke helften tegen elkaar moet leggen, maar de stippen samen 7 moeten vormen.
  • Yahtzee. Geen dure doos van de spellenfabrikant, maar 5 dobbelstenen en een scoreblokje van een euro uit de speelgoedwinkel.
  • Rush Hour (ook wel Traffic Jam). Je kunt het als bordspel kopen, maar ook online spelen of hier op papier als downloaden en hier de puzzelopdrachten die erbij horen.
  • Zeeslag. Gewoon op ruitjespapier, leuk tijdens lange autoritten. Hier korte Nederlandse spelregels, hier langere in het Engels.
  • Alle bordspellen met twee dobbelstenen. Moet je eens kijken hoe snel optellen tot 10 (of 12) gaat na een paar potjes Ganzenbord.
  • Rummikub
  • Kaartspelletjes: jokeren (= Rummikub met kaarten), pesten, eenentwintigen (of Black Jack)


Voor sommige grote mensen zijn spelletjes overigens nog knap lastig, waarvan hieronder akte. Het is een filmpje uit de paternale erfenis van Philip, Jet en Cato en bevat een aantal gevleugelde uitspraken uit ons familiejargon (‘Het is geen rajen! Het is nadenken, het is psychologie, het is uitpiekeren!’).

Ten slotte uit het oerwoud aan websites drie mooie links:

Dr Mike’s Math Games for Kids – met veel spelletjes waar je alleen maar pen en papier voor nodig hebt.

Mathematical Fiction – helemaal Charlotte Mason: bijna duizend boeken (fictie, stripboeken), toneelstukken, films en andere media die verband houden met wiskunde.

Let’s Play Math – een fantastisch weblog van een thuisonderwijsmoeder die originele, uitvoerbare en leuke ideeën heeft om met wiskunde bezig te zijn.

365 pinguïns

21 maart 2008

365 Pinguins - voorkant

Mijn favoriete bibliothecaresse schoot me aan om me op dit boek te wijzen. We komen natuurlijk vaak langs bij onze formidabele bibliotheek en zij kan goed inschatten waar we van houden. Dit boek is geschreven door Jean-Luc Fromental en het is inderdaad een heel fijn prentenboek.

Op nieuwjaarsdag krijgt een familie een pakketje zonder afzender thuisbezorgd. Er zit een pinguïn in, met een briefje erbij: ‘Ik ben nr. 1, geef me eten, nu meteen!’ Niemand die er iets van snapt, maar het blijkt het begin te zijn van een bestendige stroom pinguïns – Fromental, 365 pinguïns - kubusiedere dag eentje. De illustraties van Joëlle Jolivet zijn grappig en tonen de toenemende paniek van de familieleden terwijl de pinguïns hand over hand de bladzijden innemen.

Ondertussen kun je mee tellen (31 pinguïns in januari, 28 in februari) en rekenen: hoeveel het kost om 101 pinguïns te voeden en op welke manieren je ze kunt herbergen: in dozijnen of in kubusvorm. In het voorbijgaan komt er ook nog wat milieubewustzijn aan de orde, maar wij vonden 365 pinguïns vooral een gezellig prentenboek.

Vers van de pers. De kop heb ik gejat van De Telegraaf, die op altijd genuanceerde wijze haar mening geeft en hiermee Nederland waakzaam wil houden (opdat het Volk roept: ‘Breuken terug? Waren ze weg dan?’), maar de boodschap is natuurlijk wel serieus.

De commissie-Meijerink heeft vandaag advies gegeven aan minister Plasterk waarin staat dat schoolkinderen betere elementaire reken- en taalvaardigheden moeten opdoen.

Elsevier citeert uit een bericht van persbureau Novum:

‘De taal- en rekenvaardigheid van basis- en middelbareschoolleerlingen laat “geweldig te wensen over”. Ze kunnen bijvoorbeeld slecht een brief schrijven of rekenen met gewichten.’

De Telegraaf bericht er het uitvoerigst over (hier kun je het hele artikel lezen):

‘”Op rekengebied is het op basisscholen nu één grote chaos, vol trucjes en met nadruk op hoofdrekenen. Wij geven het advies om aan het einde van de basisschool de jonge kinderen weer goed te leren optellen,  delen, vermenigvuldigen en foutloos te rekenen als het om geld gaat”, zegt Jan van de Craats, commissielid en fervent voorstander van het ouderwetse rekenwerk op papier in plaats van uit het hoofd.’

Dat ik na ampel onderzoek en beraad ben gaan werken met een buitenlandse rekenmethode is dus geen uitsloverij, maar een onderbouwde keuze. Ik vond de Nederlandse methodes te vaag, langdradig en ik miste de dingen die ik juist belangrijk vond.

Ik ben gewoon geen voorstander van het nieuwe rekenen.

Voor wie er al een poosje uit is, hieronder een filmpje met uitleg over de manier van rekenen die al een jaar of wat op school aangeleerd wordt. Het is een Engelstalig filmpje van 15 minuten (ook in Amerika is het nieuwe rekenen ingevoerd) en geeft precies mijn bezwaren weer.

Mocht u zich ongerust gemaakt hebben: Philip, Jet en Cato leren dus gewoon staartdelingen en breuken.

Wiskundetaart

18 december 2007

‘Dat lijkt me ook wel lekker’, zei Philip toen hij vandaag zijn laatste rekenles over gewichten deed. De som ging over de ingrediënten voor een rozijnentaart en dat spreekt tot de verbeelding.

Tot een jaar of drie geleden hielp hij graag en vaak mee met koken: sperzieboontjes afhalen, pizzadeeg maken, sausjes kruiden. De laatste jaren was de frequentie daarentegen afgenomen tot hier en daar een pannenkoek of zelfgebakken broodje, dus ik vond het leuk dat hij nu zo enthousiast werd van een recept in een rekenboek.

En hij was serieus. Zelfs toen bleek dat ik hem niet kon helpen omdat ik Jet bij haar vriendin moest ophalen, en zelfs toen bleek dat de bloem op was en er niet genoeg rozijnen in huis waren. Terwijl ik weg was, ging hij zelf naar de supermarkt voor de ontbrekende spullen, woog alles af en smolt de boter – John verleende wat hand- en spandiensten bij de oven. 

Toen ik thuis kwam, geurde de rozijnencake me tegemoet. Leuk hoor, zo’n grote zoon.

Wiskundetaart

Math is fun 2

20 september 2007

Deze vond ik leuk na de post van gisteren.

Soms doet het filmpje raar vanwege de auteursrechten, dan kun je hem via deze link bekijken: 911 Emergency Math Call.

Math is fun

19 september 2007

Toen ik zes jaar geleden voor het eerst over thuisonderwijs begon na te denken, las ik het boek met de weinig opbeurende titel How children fail, van John Holt. Het bleek een prachtig boek. De titel doet geen recht aan de inhoud en als je ooit de kans krijgt, moet je het zeker lezen.1)

Holt was wiskundeleraar en een scherp observator. Hij beschrijft onder meer hoe kinderen zelf op onderzoek uitgaan als ze, zonder verdere uitleg, een balansweegschaal krijgen. De kinderen experimenteerden met gewichtjes links en rechts, maakten fouten, leerden daarvan, hadden een hoop lol en veel meer opgestoken dan in een les waarin hij sommen opgaf en het gros van de leerlingen het antwoord gokte. Het had me heerlijk geleken om zo wiskundeles te krijgen.

Inmiddels zijn we een paar jaar verder en hebben mijn kinderen ook al veel met de balansweegschaal geëxperimenteerd. Om een leidraad en een einddoel te hebben, besloot ik wel een wiskundemethode aan te schaffen. Ik heb geen les gehad van John Holt en mij ontbreekt de kennis en moed om zelf een wiskundeplan in elkaar te draaien en zo de basisvaardigheden zeker te stellen bij mijn kinderen.

Nadat ik een aantal Nederlandse lesmethodes had bekeken en geprobeerd, kwam ik uit bij een uitheemse leergang: Singapore Math. Befaamd onder thuisonderwijzers vanwege de goede resultaten, de afwezigheid van oeverloze herhalingen waar dat niet nodig is en de mogelijheid tot herhaling waar dat wenselijk is.

Singapore Math heeft verschillende series: Primary Mathematics, My Pals are Here! en Shaping Maths. Amerikaanse thuisonderwijzers gebruiken vrijwel allemaal Primary Mathematics, voornamelijk omdat de Amerikaanse leverancier het alleenrecht heeft op het uitgeven van deze serie  en goedkoop levert in de VS. Het is een oudere editie. Niet persé slecht, want Singapore staat al lange tijd aan het hoofd van internationale wiskundetests, maar in Singapore zelf gebruiken ze op 90% van de scholen My Pals are Here! en een beetje (10% van de scholen) Shaping Maths.

Omdat ik nooit over één nacht ijs ga, heb ik nog wat heen en weer gemaild met een aantal leveranciers in Engeland en Azië. Zij hadden er geen belang bij mij een van de series aan te smeren, want ze wisten op voorhand dat ik niets bij hen zou kopen, omdat zij geen distributeur voor Nederland waren. Na uitvoerig overleg en vergelijken had My Pals are Here! voor mij glansrijk gewonnen. Het combineert de kwaliteit van Singapore Math met een aantrekkelijke lay-out. Bovendien is het de serie die het meest gebruikt wordt op internationale scholen.

Twee voorbeeldbladzijden, een uit boekje 2B (groep 4, tweede halfjaar):

 

en een uit boekje 3A (groep 5, eerste halfjaar):

 

We zijn nu een dikke maand bezig, een halfuurtje per dag. Het is geweldig om te ervaren dat je in zo weinig tijd zo effectief kunt werken. Philip is er zelf wat ambigu onder. Aan de ene kant is hij trots en is zijn zelfvertrouwen in het rekenen zeker toegenomen, aan de andere kant blijft het een gewoon jongetje dat zijn snor probeert te drukken door twintig minuten op de wc te blijven zitten. In een van de eerste lesjes die hij deed, was de uitkomst van een woordsommetje ‘Math is fun’.  Dat zal in de praktijk moeten blijken.

——–

1) Antiquarisch is het her en der nog in het Nederlands te verkrijgen onder de titel Het kind. Een mislukking?  Maar de Engelstalige, herziene druk van 1982 en later verdient (veel) meer aanbeveling. Ook online te lezen, hier het hele boek in pdf.

Terug

Ten slotte enkele overwegingen voor mensen die erover denken de methode aan te schaffen:

  • Over Singapore Maths bestaat onduidelijkheid onder sommige gebruikers; hier een aantal mythes ontzenuwd.
  • Er zijn vrij grote verschillen tussen Nederlandse methodes en My Pals are Here!  Hier staan niveautests om te bepalen in welke ‘grade’ (klas, groep) je kind zou vallen: de tests voor grade 1 tot en met grade 6. Grade 1 is ongeveer het niveau van groep 3, grade 6 is vergelijkbaar met groep 8.
  • Een keuzehulp in zeven stappen voor de juiste boeken. Houd voor ogen dat deze handige keuzehulp erop gericht is zoveel mogelijk boeken te slijten. De informatie op zich is betrouwbaar, maar je hebt voor thuisonderwijs echt geen torenhoge stapel ‘supplementary’ materiaal nodig. Mijn mening: gewoon de boeken die deel uitmaken van het pakket (dus 1 tekstboek en 1 à 2 werkboeken per halfjaar) en eventueel een boekje met ‘challenging problems’. De rest kun je met gemak in het dagelijks leven doen, terwijl je kookt, bakt, boodschappen doet en spelletjes speelt.
  • De methode is inmiddels (2014) ook verschenen in het Nederlands, onder de naam Rekenwonders. Hier vind je meer informatie en prijzen. Een collega mailde dat zij de werkboeken daar per stuk besteld heeft, dus het hoeft niet per vijf.

Terug