Schoolvakantie

15 augustus 2011

Iedereen die een peuter of kleuter in huis heeft gehad, weet: leren stopt nooit. Een vijfjarige stelt honderdtwintig vragen per dag, las ik eens. Als we de pensioengerechtigde leeftijd bereikt hebben, zijn dat er nog maar zes.

‘Houden jullie kinderen schoolvakanties aan?’

Wat moet je dan zeggen?

Ja, want dan hebben hun schoolgaande vrienden eindelijk tijd genoeg om dagen achtereen te spelen. Om te sjouwen met luchtmatrassen voor spontane logeerpartijen en om tot twee uur ’s nachts te beppen vanuit de slaapzak.

Ja, want als Philip en Jet hun reken- en spellingboeken vóór de vakantie uit hebben, hoeven ze daar niet in te werken.

Of moet ik zeggen: ‘Nee, wij houden geen schoolvakanties aan’? Dat komt eigenlijk meer in de buurt van de waarheid.

Nee, want de honderdtwintig dagelijkse vragen blijven gewoon doorgaan.

Nee, want ze horen Lange Frans zingen: ‘Kom uit het land van Pim Fortuyn en Volkert van der G. / Het land van Theo van Gogh en Mohammed B.’  En dan praten we anderhalf uur over geschiedenis, maatschappijleer, islam, christendom, ietsisme, de nuance tussen vrijheid van meningsuiting en mensen kwetsen, Ayaan Hirsi Ali, vrouwenbesnijdenis, mannenbesnijdenis, seksualiteit, Nederlandse hiphop.

Nee, want iemand eet een koekje en vraagt: ‘Ligt Bastogne nou in Frankrijk of in Wallonië?’ en een ander pakt de atlas.

Nee, want er wordt nog steeds gezongen, geschilderd, gekleid, strijkgekraald, gezwommen, gedanst en gegymnastiekt, ook al zijn de balletschool en gymzaal gesloten.

Nee, want Cato stopt echt niet met leren lezen.

Nee, want we kijken nog altijd Human Planet en volgen de reis van de Beagle. We staan versteld van mensen, dieren en een ontroerend mooie planeet. We stellen vragen, praten, discussiëren en komen tot de conclusie dat we niet geloven dat de mens een geëvolueerd pantoffeldiertje is en dat de aarde van z’n lang zal ze leven niet uit louter toeval ontstaan kan zijn.

Nee, want ik heb zin om een pruimentaart te bakken en vriend D. stelt voor er een taartenwedstrijd van te maken. De jongens maken een kwarktaart, Jet, Cato en ik gaan Pflaumenkuchen proberen.

Nee, want er worden nog steeds filmpjes opgenomen met drie, vier, zes kinderen, een videocamera en veel flauwe grappen.

Het is maar net wat je wilt zien natuurlijk.

Je kunt twee tieners zien die voor een beeldscherm hangen.

Of je kunt twee kwetsbare, geestige jongens zien die FIFA 2010 op de Wii spelen en zich afvragen welk team ze zullen zijn, Ajax, PSV of De Graafschap. Die samen een target halen. Omgaan met teleurstellingen.

En triomfen.

Die een paar uur lol hebben en dan hun zwembroek pakken om naar de plas verderop fietsen.

Het is maar wat je wilt zien.

Een vierjarig kind dat om twee uur ’s middags in een balletpak verveeld uit het raam staart.

Of een meisje dat hard aan het werk is. Iemand die zojuist vier woorden gemaakt heeft en aan het overwegen is welke van de zevenentachtig overige vragen in haar hoofd ze nu eens zal stellen.

Het boek waar Cato mee werkt heet Het leesplankje en ligt op dit moment bij het Kruidvat voor 4 euro. Wij hebben een plastic versie van het Hoogeveens leesplankje (veilingkijker bulkt ervan), maar het boek bevat ook een bouwplaat met uitknipletters.

Thuisonderwijs

14 februari 2011

Eigenlijk hè, eigenlijk wil ik gewoon laten zien wat we doen. Hoe thuisonderwijs kan zijn. Eigenlijk wil ik helemaal niet praten over onderzoek zus en bewijs zo.

Maar dan lees ik dagbladen, luister radiointerviews en zie politici ins Blaue hinein twitteren: ‘Thuisonderwijs slecht plan: slechte kwaliteit’ of  ‘Thuisonderwijs afschaffen, kinderen eerst’. En dan weet ik weer dat het niet genoeg is om alleen maar een huis-tuin-en-keukenonderwijsblog bij te houden.

Ik snap ze wel hoor, de vooroordelen. Ik heb ze zelf toch ook gehad? Ik ben toch ook gewoon naar school geweest? Ik heb toch ook gedacht: ‘Wat raar!’ toen ik voor het eerst over thuisonderwijs hoorde? Zou ik door al die moeite, kosten en kritiek gaan als ik dacht: ‘We gaan er eens lekker op los experimenteren’? Nee toch?

Nee, inderdaad. Toen ik dacht: ‘Wat raar!’, ben ik erover gaan nadenken. Toen ik dacht: ‘Die kinderen worden toch nooit sociaal?’ heb ik boeken gelezen en onderzoeken. Daaruit bleek dat die kinderen uitstekend socialiseren, zich uitstekend ontwikkelen en uitstekend presteren op cognitieve tests.

Weet je, je hoeft niet pro-thuisonderwijs te zijn. Ik wil alleen dat mensen eerlijk voorgelicht worden.

Er is geen enkel onderzoek waaruit blijkt dat de kwaliteit van thuisonderwijs slecht is. Er zijn wel onderzoeken waaruit blijkt dat de kwaliteit van thuisonderwijs zeer goed is. Ik heb voor de gelegenheid een pagina gemaakt met alle Veelgestelde Vragen op een rij en links naar die onderzoeken.

Een paar weken geleden was er een bijeenkomst in een speeltuin in Utrecht. Daar waren 90 kinderen en 45 volwassenen, alle leeftijden door elkaar. Grote kinderen hielpen kleintjes op de glijbaan, durfals gingen met angsthazen in de botsauto’s. Er waren humanisten, joden, moslims, boeddhisten, christenen, holisten en hindoes. Er waren ‘zorgleerlingen’, hoogbegaafde en gemiddelde leerlingen. Er waren kinderen van Nederlandse ouders en van buitenlandse afkomst. Uit kleine dorpen en grote steden. Creatieve kinderen, boekenwurmen, spring-in-‘t-velds en sterrenkenners. Er waren kinderen die aan alles wilden meedoen en kinderen die zich even wilden terugtrekken bij hun vader op schoot. Er waren Catootjes, Philips en Jettes. En niemand maakte daar een punt van.

Soms hè, soms ben ik zo klaar met al die vooroordelen. Want eigenlijk wil ik gewoon thuisonderwijs geven.

Thuisonderwijs is…

30 juni 2010

… je afgesproken werk in de tuin maken. 

(Onverstoorbaar, als het moet. Ook al zit er iemand met een waterpistool op je te wachten.)

… lunchen met wentelteefjes in een tent in de woonkamer.

… een leeg strand. Met een vriendinnetje dat net als jij thuisonderwijs krijgt.

… je zusje helpen met een Belangrijk Project waar veel lijm aan te pas komt. Ook als je er niet zoveel trek in hebt. En goed opletten, want instructies van een driejarige luisteren nauw.

… erkenning krijgen voor je inspanningen.

… ineens zin hebben om met playmobil te spelen. Om half elf ’s ochtends. In je pyjama.

… vrienden bellen die ook thuisonderwijzen en net zolang in dezelfde museumzaal blijven hangen als je wilt.

… arbeidzaam leven, maar wel in een comfortabele positie.

Want naast alle rationele antwoorden op die veelgestelde vragen is thuisonderwijs vooral: tijd hebben voor elkaar.

Dialoog (3)

11 juni 2010

Omdat ik laatst wederom met iemand in discussie raakte over mijn economische waarde (ha die W), nog maar even verder met de veelgestelde vragen. Eerst de ‘waardevraag’, daarna nog wat vragen die ik per e-mail kreeg.

‘Mensen als jij hebben geen enkele economische waarde. Stel dat jouw kinderen (of alleen al je dochters) later hetzelfde gaan doen als jij? Dan worden er generaties lang geen mensen op de arbeidsmarkt afgeleverd. Jullie kosten de maatschappij alleen maar geld.’

(Eigenlijk werd het breder gesteld, namelijk dat mijn waarde in het algemeen betwist kon worden, later hebben we de discussie beperkt tot economische waarde. )

Laten we wel wezen. Ik bespaar de maatschappij per kind 6100 euro per jaar, de kosten die de overheid betaalt voor een basisschoolleerling. Als we besluiten ook de middelbare school thuis te doen, wordt dat 7600 euro per jaar. Uitgaande van acht jaar basisschool en zes jaar voortgezet onderwijs, maal drie kinderen is… ktsjing, zo’n 300.000 euro. Cash in uw handje.

Maar eerlijk gezegd is het niet mijn overtuiging mensen te meten naar hun economische waarde. Als ik eten maak voor mijn zieke buren, kun je zeggen: vooruit dan maar, je hebt enige economische waarde, want je bespaart de samenleving een tafeltje-dekjemaaltijd. Maar dat is niet waar het om gaat.

Wat is de economische waarde van kunst? Het Rijksmuseum kost bakken met geld.

Trouwens, wat is eigenlijk de waarde geweest van de financiële sector de afgelopen jaren? Met de honderden miljarden die het de laatste tijd heeft gekost, kun je je afvragen of de branche per saldo zijn geld heeft opgebracht.

Een ander voorbeeld. Stel nou eens dat ik ervoor kies om zelfvoorzienend te gaan leven. Boerderijtje, eigen waterput slaan, windmolen voor stroom, groentetuin, boomgaard. En stel dat ik niets van mijn opbrengst verkoop, maar alleen voor eigen gebruik verbouw. Dan verricht ik geen werkzaamheden voor de maatschappij; bovendien neem ik duur land in beslag waar makkelijk een torenflat had kunnen staan.

Als je alleen kijkt naar economische waarde, dan begeef je je op glad ijs. Laten we beginnen met de bejaardentehuizen. Natuurlijk, de mensen hebben tijdens hun werkzame leven bijgedragen aan de economie, maar dat pluspunt kunnen we na pakweg tien pensioenjaren wel wegstrepen, woon- en zorgkosten in acht nemend. Ik zeg: de fik erin.

En voort met de chronisch zieken, psychiatrische patiënten, verstandelijk gehandicapten. Wo haben wir das schon gehört?

Mijn gesprekspartner vond dat ik het in het belachelijke trok en daarmee de kritiek ontweek, maar ik zou werkelijk niet weten hoe je op een integere manier iemands waarde kunt bepalen aan de hand van een economische meetlat.

‘Je onttrekt je aan de arbeidsmarkt. Een mens hoort een nuttige bijdrage te leveren aan de maatschappij.’

Wat is nuttig? Stel dat ik was blijven werken. Ik heb Nederlands gestudeerd, Middelnederlandse letterkunde om precies te zijn. Als ik geen kinderen had gekregen en aan de faculteit was gebleven, dan had ik mijn leven naar alle waarschijnlijkheid gewijd aan de mediëvistiek. Prachtig, ik word er nog steeds warm van. En hoeveel denk je dat ik de overheid gekost zou hebben in dienst van de universiteit? Hoe nuttig was mijn maatschappelijke bijdrage geweest als ik mijn jaren had besteed aan het zoveelste commentaar op een Middeleeuws handschrift?

Een kennis van me is onlangs gepromoveerd op het onderwerp: ‘Het onderwijs in Nederlands-Indië tussen 1920 en 1930’. Met decennialang onderzoek is dat de dienst die zij de samenleving heeft bewezen.

Ik geloof dat ik wel zou kunnen verdedigen dat mijn huidige maatschappelijke bijdrage in nuttig opzicht concurrerend is.

‘Hoe denk je over je eigen ontwikkeling? Als je niet deelneemt aan het arbeidsproces, stomp je af.’

Ik vind dat zelfontplooiing nogal overschat wordt bij een baan. Het is heel fijn als je je geld kunt verdienen met iets waar je je geluk uit haalt, maar hoeveel mensen doen nu écht het werk wat ze leuk vinden? In hoeverre ontplooi je je als je in een kippenslachterij staat om de huur te kunnen betalen? Om dichter bij huis te blijven, ik heb een aantal banen gehad als intercedente, vertaler en secretaresse. Als ik voor mezelf spreek, dan voorzien mijn huidige bezigheden in oneindig veel meer persoonlijke ontwikkeling dan de werkzaamheden die ik in een commercieel bedrijf verrichtte.

Momenteel leer ik meer keuzes te maken, geduld te oefenen, verantwoordelijkheid te nemen, mee te leven, na te denken, stressbestendigheid te demonstreren, goed rentmeesterschap te bedrijven, routines te ontwikkelen en strategieën te herzien dan in welke baan ik zou kunnen bedenken. Of in ijzingwekkende coachingstaal: ik moet vaker buiten mijn comfort zone treden dan me soms lief is.

Maar ik beschouw het als een voorrecht dat ik mag doen wat ik graag wil en wat ik belangrijk vind. Dat heet vrijheid.

‘Heb je nooit de behoefte om iets voor jezelf te doen?’

Uiteraard. Maar eigenlijk ben ik vrij snel weer ‘opgeladen’. Als ik met een vriendin naar de hammam ben geweest, een dag in mijn eentje in de bibliotheek heb kunnen zitten, naar het theater ben geweest of naar een strandtent met een paar vriendinnen, dan kan ik er daarna wel weer een weekje tegen.

We hokken natuurlijk ook geen 24 uur per dag als gezin samen. Philip en Jet hebben vriendjes en clubs waar ze naar toe gaan, ik ga een paar keer per week hardlopen. En ja, ik jaag de kinderen ook weleens naar buiten omdat ik even niet aanspreekbaar wil zijn. Maar ik prijs me gelukkig dat ik zo veel tijd met hen kan doorbrengen; ik vind het leuke mensen om om me heen te hebben.

Dialoog (2)

5 mei 2010

Okee, voort met de vragen. Hier de vorige post voor wie hem gemist heeft. Of je klikt op de categorie ‘veelgestelde vragen’ in de onderwerpenwolk in de kantlijn.

‘Wat doe je na de basisschoolleeftijd? Je kunt een kind niet eeuwig blijven thuisonderwijzen.’

Ja hoor, dat kan prima. Sterker nog, in veel landen doen kinderen juist het voorgezet onderwijs thuis, nadat ze niet zulke blije ervaringen gehad hebben op de basisschool.

‘Hoe werkt dat dan? Ga jij je kinderen alle vakken van de middelbare school bijbrengen?’

Nee, gelukkig hoeft dat niet. Er zijn verschillende opties. In Nederland is de meest gangbare op dit moment: staatsexamens. Als je drie vakken per jaar doet, ben je in vier jaar klaar met je vwo. Kun je op je twaalfde beginnen en op je zestiende naar de universiteit. Of je begint op je veertiende en gaat op je achttiende studeren. Of je bereidt je voor op een mbo-opleiding. Alles afhankelijk van de persoonlijkheid en capaciteiten van het kind.

Een staatsexamen kun je voorbereiden via LOI, NTI of NHA; dan krijg je al je boeken en word je begeleid door een privéleraar op afstand. Je begint met de vakken waar je goed in bent en kiest ieder jaar nieuwe.

Er zijn ook educatieve uitgeverijen als Noordhoff die digitaal lesmateriaal aanbieden voor een schappelijke prijs. Een licentie voor een jaar en digitale werk- en tekstboeken. Zo’n werkboek kijkt zichzelf na en bevat geluidsfragmenten en videobestanden. Hier een demo voor het vak Frans, methode Grandes Lignes. De methodes van uitgeverij EPN staan hier. Klik op de methode die je wilt inzien, vervolgens bovenaan op ‘Over de methode’ en daaronder op ‘Digitaal lesmateriaal’. De ePacks van uitgeverij Malmberg vind je hier. Per methode kun je linksonder klikken op ‘Demo van het ePack’.

Verder is er de mogelijkheid van schoolonderwijs thuis. Daarbij schrijf je je in op een school die afstandsonderwijs aanbiedt, zoals Clonlara. Zij werken met credit hours, het aantal uur dat je aan een vak besteedt, en maandelijkse rapportages. Aan het eind van de rit heeft je kind een volwaardig high school diploma waarmee het naar een hbo of wo kan.

In Amerika is het ook vrij gangbaar om op basis van een portfolio te worden toegelaten tot een universiteit of college. Met een portfolio laat je zien wat je de afgelopen jaren hebt gedaan: welke boeken je hebt gelezen, de werkstukken en excursies die je hebt gemaakt, workshops die je hebt gevolgd. Wie weet kan dat hier over een aantal jaar ook.

‘Als je kind ooit een baan wil, moet het toch schoolonderwijs genoten hebben? Zonder opleiding kom je tegenwoordig nergens. Is zo’n kind niet totaal ontvreemd? Waarom zou hij nu ineens wel onderwijs aankunnen?’

Zie de vorige vraag. Je kunt gewoon een middelbare schooldiploma halen terwijl je thuisonderwijs geeft. En thuisonderwijskinderen redden zich uitstekend op een vervolgopleiding.

In de VS is meer onderzoek gedaan naar deze groep, omdat daar a) meer kinderen zijn die thuisonderwijs krijgen (ongeveer twee miljoen) en b) het fenomeen al langer bestaat. Daar zijn thuisgeschoolde kinderen van harte welkom op Ivy League-instituten als Harvard, Brown en Yale. Er zijn ook universiteiten die juist thuisonderwijskinderen werven, omdat deze studenten naar hun mening erg gemotiveerd zijn en goed zelfstandig kunnen werken.

Een paar links:

Daarbij, een hbo of universitaire opleiding is iets heel anders dan een middelbare school. Je hebt weinig ‘ruis’ van vakken die je helemaal niet liggen en die je nooit nodig zult hebben. Je hebt specifiek iets gekozen wat je leuk vindt.

Niet onbelangrijk ook: je bent volwassener, je hersenen zijn gerijpt en je weet dus beter wat je wil. Uit onderzoek is gebleken dat het deel van de hersenen waarmee je keuzes maakt en gevolgen kunt overzien (de prefrontale cortex, voor de triviantverzamelaars onder ons) pas na het 24e levensjaar volledig ontwikkeld is. De Maastrichtse hoogleraar neuropsychologie en psychobiologie Jelle Jolles zegt daarover:

‘Complexere vormen van plannen – anticiperen, plannen voor de langere termijn – […] zijn uitgerekend vaardigheden die pas helemaal aan het einde van de hersenontwikkeling gaan rijpen. Datzelfde geldt voor het vermogen om de consequenties van bepaalde beslissingen te overzien. Maar ondertussen moeten adolescenten wel zeer cruciale beslissingen nemen over het studieprofiel dat ze willen gaan volgen.’

Het citaat heb ik overgenomen uit een artikel in J/Malinea ‘School en studiehuis’ (pagina 43 rechts onderaan).

‘Ik heb veel aan je blog, maar soms overweldigt het me ook een beetje. Als ik jouw site lees denk ik: dat kan ik nooit!’

Dat is natuurlijk een fijn compliment, maar wel onverdiend. Het blijft een blog. En dat is geen weergave van de hele werkelijkheid. Zelf lees ik blogs van anderen zo: als stukjes die de schrijver jou wil laten zien.

Alleen, die kennis werkt in de praktijk niet helemaal. Als je onzeker bent of niet lekker in je vel zit, dan lees je in de verhalen van anderen vooral je eigen falen. Je laat je overweldigen door alles wat die ander kan en meemaakt en daar steken je eigen armetierige verhalen op zo’n moment schril bij af. Dat heb ik zelf natuurlijk ook wel ondervonden bij het lezen van andermans blog. Maar dan helpt het om de dingen in perspectief te zien.

Ik heb ervoor gekozen op mijn blog vooral de dingen te laten zien die ik wil onthouden, voor later. Meer dan een dagboek waarin ik mijn twijfels en zieleroerselen zou blootgeven, zie ik dit blog als een fotoboek. Daarin plak je plaatjes van feestjes, mooie gebeurtenissen, vakanties, dagelijkse dingen, hier en daar een gebroken been, momenten die een foto waard waren.

Dat betekent dat het niet de hele realiteit weergeeft. Die indruk kun je wel krijgen omdat alles achter elkaar geplakt staat; alsof we van de ene academische vaardigheid in de andere culturele excursie rollen, maar zo is het natuurlijk niet. Bovendien post ik maar zo’n tien keer per maand, dus er zijn nog twintig dagen over waarop we verder leven.

Daarnaast wil ik met het blog wat meer duidelijkheid geven over een schimmig fenomeen als thuisonderwijs, met links die ikzelf kan gebruiken en waarvan ik hoop dat een ander er ook iets aan heeft.

Dialoog (1)

28 april 2010

Het veelgesteldevragenseizoen is weer geopend. Ik krijg wel vaker mails met vragen over thuisonderwijs, maar soms is het drukker dan anders. De komende tijd zal ik een paar terugkerende vragen beantwoorden van mensen die thuisonderwijs willen gaan geven of er net mee begonnen zijn. In het land der blinden is eenoog koning, dus als je zoals ik een tienjarige zoon hebt, ben je al gauw ervaren.

Het is een vrij letterlijke weergave van de mailwisselingen die ik gevoerd heb, de vraagstelling heb ik zo uit de mails overgenomen.

Stel, zo’n kind is veertig, wat voor type is het dan? Een ‘alleenganger’ die zich afzondert van de maatschappij? Of juist een sociaal iemand die dankzij thuisonderwijs een veilige basis heeft en daardoor sterk is?

Mag ik deze vraag herformuleren?

Stel, een schoolgaand kind is veertig, wat voor type is het dan? Een meeloper, die op school niet genoeg leiderscapaciteiten had om het baasje van de klas te zijn – maar net genoeg binnen de groep viel om niet gepest te worden? Een underdog, die in zijn kinderjaren telkens afgezeken werd? Een weifelaar, die geen keuzes kan maken omdat andere mensen zijn agenda altijd bepaald hebben? Of een alleenganger die zich afzondert van de maatschappij, omdat hij de eerste achttien jaar van zijn leven tussen dertig mensen gezeten heeft die voortdurend met elkaar in competitie waren en hij dat helemaal zat was?

Ik wil maar zeggen: wie kan er überhaupt voorspellen wat voor mens je kind op zijn veertigste zal zijn? Tot op heden zijn alle ‘alleengangers’ in Nederland, alle zonderlingen, alle verschoppelingen allemaal schoolkinderen geweest. School is dus geen garantie voor het opkweken van sociale wezens.

Sterker nog, uit onderzoeken díe gedaan zijn, blijkt dat thuisonderwezen kinderen socialer zijn: minder ruzies bij het spelen, elkaar meer gunnen, gelukkiger volwassenen. Hoewel thuisonderwijs geen grote prioriteit heeft bij wetenschappelijk onderzoek (het is immers een klein percentage), zijn er toch tamelijk wat studies gedaan. Je kunt ze allemaal opzoeken; deze drie vind ik zelf duidelijk:

Deze resultaten kunnen in twijfel getrokken worden door mensen die tegen thuisonderwijs zijn, maar zulke twijfel is alleen gebaseerd op een ‘gevoel’. Hetzelfde gevoel waarmee ik kan zeggen: ‘Ik denk dat dát willekeurige kind zal opgroeien tot een ongelukkige veertigjarige.’ Nergens op gebaseerd, behalve op mijn gevoel.

Natuurlijk worden niet alle thuisgeschoolde kinderen sociale uitschieters. Thuisonderwijs is juist fijn voor kinderen die niet uitblinken in groepsprocessen – en ook die worden groot. Maar in principe zijn alle ‘gevoelens’ over achter de geraniums wegkwijnende rariteiten nergens op gebaseerd.

Laat mensen nou eens met één tegenonderzoek komen. Eentje maar, waaruit blijkt dat thuisonderwezen kinderen asocialer of eenzelviger worden dan schoolgaande kinderen. Dan praten we weer verder.

Een thuisonderwijskind zal altijd een uitzondering zijn. Kinderen hebben het onderling over schoolse zaken en een thuisondewijskind valt daar buiten.

Ja, een kind dat thuisonderwijs krijgt, zal altijd een uitzondering zijn. Zelfs in landen waar het ronduit mag, wordt het maar door 3 procent van de schoolkinderen genoten. (Waarmee meteen de angst uit de wereld geholpen mag zijn dat ‘iedereen het gaat doen’, als de acceptatie in Nederland groter zou zijn.)

Nee, kinderen hebben het onderling niet voornamelijk over schoolse zaken. Alle vriendjes en vriendinnetjes van mijn kinderen die hier over de vloer komen (de meeste zijn tussen de zeven en twaalf jaar) hebben het nauwelijks over school. Ze spelen gewoon, of ze praten. Over van alles, maar school is echt niet het hoofdonderwerp. Ik ben altijd degene die vraagt: ‘Hoe was het op school?’ of ‘Is er nog iets leuks gebeurd?’ en negen van de tien keer krijg ik een één-woord-antwoord: ‘goed’ of ‘nee’. Daarna gaan hun gesprekken verder over dingen die ze belangrijk vinden. 

Bovendien is het alleen akelig om een uitzondering te zijn, als het een vervelende uitzondering betreft. Als het een uitzondering is waar je zelf gelukkig mee bent, zit je er meestal niet zo mee. Als je contrabas speelt, ben je ook een uitzondering. Of als je op cricket zit. Als je hindoe bent in Nederland, geen Pokemon kijkt, als je ouders geen auto hebben, als je op de Vrije School zit of op een Leonardoschool.

Wanneer je tot een minderheid behoort, moet je vaak motiveren waarom. Niet alleen naar andere mensen toe, maar ook naar jezelf. Dat is niet altijd gemakkelijk, maar het scherpt je wel.

Goed, thuisonderwijs is een curiositeit in Nederland. In België is het al een stuk normaler, in Groot Brittanië en Amerika is het gewoon een optie.

Nee, dat is niet vanwege de afstanden. Die miljoenen thuisonderwezen kinderen wonen echt niet allemaal op de Kansas prairie vanwaar zij met een krakerige telefoonverbinding contact zoeken met een leraar in de bewoonde wereld. Het is een optie waar ieder gezin om haar moverende redenen voor mag kiezen. Een kind dat verzwolgen werd door de structuur van een school. Een kind dat ten onder ging aan het groepsproces dat sociaal heette te zijn. Een kind dat thuis veel meer leert. Of ouders die gewoon een aanzienlijk deel van hun tijd willen doorbrengen met de kinderen die zij op de wereld hebben gezet.

In Nieuw Zeeland kun je zelfs een toelage krijgen. Op zich niet zo vreemd, want een thuisonderwijzend gezin bespaart de overheid flink wat geld. In Nederland 5600 euro per jaar voor een basisschoolleerling en zo’n 7500 euro voor kind op het voortgezet onderwijs (bron: website Rijksoverheid).

Toch zijn er landen waar thuisonderwijs resoluut verboden is. Dat zijn er weinig. Eigenlijk is het alleen onmogelijk in Noord-Korea (waar wel meer onmogelijk is) en in de Duitse deelstaten. Maar in ieder land zijn er mensen die blijven doorzetten om het beste voor hun gezin te bereiken. Ook als er bij thuisonderwijs drie maanden gevangenisstraf gevonnist wordt. Per ouder. Ook als hun bankrekening geblokkeerd wordt, als chantagemiddel om de kinderen niet langer thuis te onderwijzen.

Afgelopen dinsdag zond ZDF een prachtige documentaire uit over twee gezinnen die thuisonderwijs geven in Duitsland. Eén gezin met zeven kinderen waarvan de ouders gekozen hebben voor een minder overvloedig salaris, zodat zij zich allebei kunnen wijden aan het onderwijs van de kinderen.

En één unschoolend gezin met twee kinderen. Unschoolen betekent dat ouders ervan uitgaan dat hun kinderen uit eigen motivatie zullen leren wat zij nodig hebben in een arbeidzaam leven. In dit geval kozen de kinderen ervoor om vroeg op te staan en zich aan wiskunde, Engels en Spaans te zetten, zodat zij ’s middags tijd konden maken voor andere dingen.

De hele uitzending duurt dertig minuten. Zolang het een internetleven beschoren is, kun je het hier terugkijken op de programmasite. Unterricht am Küchentisch, een documentaire van Gregor Bialas.