Zielsverwant

16 augustus 2010

Als je een minderheidsstandpunt inneemt, is het lekker om je onder gelijkgestemden te begeven. Niet jezelf hoeven verklaren, niks uitleggen, even niet expert zijn op je hele kleine vakgebied.

Er is weinig meer nodig dan zes picknickmanden, een bijna-leeg strand, een ondergaand zonnetje en in de verte een spetterend vuurwerk. Dan ga je vanzelf verhalen vertellen, onzekerheden delen, ideeën en overwinningen uitwisselen. Dan kun je zonder voorbehoud praten, lachen en meeleven. Het was heerlijk.

52° Noord

24 januari 2010

Jet wilde al heel lang. Al sinds de eerste keer dat ze meeging naar Philips duikles, want naast de duikschool was een klimwand.

Vrijdag kwam het er van.

Met veertien thuisonderwijskinderen en vier volwassenen naar de klimhal. Twaalf kinderen klommen.

Twee kinderen voelden aan een steentje, trokken eens aan een touw, en besloten vervolgens dat ze beter een goed gesprek konden voeren terwijl ze de boel vanaf een afstandje in de gaten hielden.

Er werden duidelijke instructies gegeven. Iedereen werd ingesnoerd en vastgeklikt.

En toen mochten ze omhoog. De kinderen waren verdeeld in twee- en drietallen. Terwijl er een klom, hielden een of twee anderen het zekeringstouw vast.

Ongeveer de helft van de kinderen klom helemaal naar boven. Philip en Jet behoorden tot de andere helft, die tot iets over de helft durfde.

Jet  was voldaan. Ze had ook het idee dat ze nu min of meer voorbereid was om deel te nemen aan de volgende editie van 71° Noord, het tv-programma waar ze zich de hele week op verheugt. 

Aanstaande dinsdag moeten de deelnemers een steile ijswand beklimmen. Jet zal het met kameraadschappelijke kennersblik gadeslaan. She’s been there. 

Een hand van Josje

1 december 2009

Samen met Jet naar het concert van een meidengroep. De dag ervoor had ze een lijstje gemaakt met ‘dingen die ik kan doen om de dag door te komen’. Daar stond op:

– K3 sjeurt klaarleggen
– met Cato spelen
– K3-lietjes zingen

Vorig jaar om deze tijd kende ze de groep niet eens. Ja, ze had weleens wat merchandise in de speelgoedwinkel gezien, maar als je er nog nooit van gehoord hebt, zegt het je niks. Toen kwam vriend D. langs met een musical van Doornroosje op dvd, waarin de meisjes van K3 goede feeën spelen. Jet was verkocht.

Veel meer dan Doornroosje zag ze niet van hen, want twee maanden na Jettes kennismaking bleek de groep uit elkaar te vallen, omdat een van de zangeressen ermee stopte. Het was jammer, maar Jet had de musical met een stuk of wat liedjes – en dat was genoeg.

Totdat oma kwam logeren. K3 was inmiddels K2 geworden en om er weer K3 van te maken, werd er een grootse talentenjacht uitgezonden. De show was aan ons voorbijgegaan, maar mijn moeder vond het bijna kindermishandeling dat wij Jet dit televisiespektakel ontzegden. ‘Het is bijna acht uur’, zei ze op zaterdagavond. ‘Je kan haar toch één keer laten kijken?’ Het was de een-na-laatste uitzending en er waren nog een paar meisjes in de strijd om het K3-schap. Jet was weer verkocht. Met terugwerkende kracht wilde ze alle shows op uitzendinggemist bekijken en de hele week leefde ze toe naar de finale. Het werd Josje. En Jet was euforisch.

Omdat ik het cliché bevestig dat je als ouder geniet als je kind geniet, kocht ik kaartjes voor een extra ingelast concert van K3 in nieuwe formatie. En dus zaten we samen in de trein, Jet in haar K3-sjeurt en ik ernaast. Maar ook als zo’n grote dag is aangebroken, valt er nog veel te wachten. Op het station. In de trein. In de hal van de Rai.

In de zaal.

Als de lichten bijna doven. (De oplettende lezer ziet dat er een sjeurtwisseling heeft plaatsgevonden tussen de trein en de zaal. Oma was mee en vond dat die kraampjes met reclamemateriaal er niet voor niets stonden.)

Totdat ze eindelijk opkomen en het liedje zingen dat je met iedere cel van je lichaam kent.

We hadden nog nooit een voorstelling meegmaakt waarbij uitgenodigd werd mee te zingen en te dansen. Gelukkig zaten we aan het gangpad, dan kun je telkens opstaan als er weer een liedje begint.

Jet had goed naar de audities gekeken. En eigenlijk hoopte ze ook een beetje dat ze gezien zou worden, daar in het gangpad.

Ik weet zeker dat het de mensen van K2 zoekt K3 nu pas duidelijk werd welk talent ze hebben laten lopen.

Zelf heb ik de hele show met een dikke strot gezeten. Dat heb ik wel vaker bij dit soort dingen. Ik kan er niets aan doen, ik schiet gewoon vol. Ook bij fanfares en sinterklaasintochten. Wat dat betreft zit ik goed deze tijd van het jaar.

Nu was het om Jet. Om hoe ze ernaar uitgekeken had. Om hoe ze haar haar in dezelfde paardenstaart had geknoopt als Josje. Om hoe ze danste en zong, helemaal opging in de show. De week ervoor zei ze nog: ‘Het maakt eigenlijk niet zoveel uit op welke sport of club ik zit, als er maar een optreden bij zit, zodat ik kan buigen voor publiek.’ Nu was het gangpad haar podium.

Op het einde mochten alle kinderen vooraan komen staan. Ik heb vijf seconden van Jettes privéoptreden kunnen vastleggen. De andere kinderen om haar heen zag ze niet eens. Five seconds of fame. Mijn filmprestaties zijn weer niet helemaal jedat, maar die Jan de Bontse potentie is er nog wel degelijk, al zeg ik het zelf.

De meisjes van K3 liepen langs het randje van de bühne om tekeningen aan te nemen, te zwaaien en hier en daar een handje te geven. Jet had dubbel geluk. Karen zwaaide naar haar (‘Alleen naar mij, mam’) en Josje gaf haar een hand. Een echte.

Jet dacht even dat al het geluk van haar hele leven nu opgebruikt was.

In de trein was ze gevloerd. Ze heeft bijna de hele weg naar huis gezwegen. Alleen af en toe keek ze me aan en zei: ‘Ik heb gewoon een hand van Josje gekregen.’ Dan droomde ze weer verder van een leven in de schijnwerpers.

Tijdmachine

20 mei 2009

Zoiets leuks gedaan gisteren! We hebben een tijdreis gemaakt. Het begon zo. We hadden een luisterboek over de Beemster in huis gehaald.

De Beemster, hoor ik je denken, enig. Altijd al een luisterboek over willen horen.

Nee, ik ook niet. Maar de Beemster staat in de canon van de Nederlandse geschiedenis en bij nader inzien begrijp ik ook waarom. Het is namelijk hét voorbeeld van het Nederlandse pionierswerk om van water land te maken. Het is meer dan een sleetse verwijzing naar die Nederlanders en hun eeuwige strijd tegen het water. Het hoort bij ons.

We hadden dus het luisterboek dat ik toevallig in de bibliotheek was tegengekomen: Jan Janse Weltevree, geschreven door Peter Smit *). Wat een juweeltje, zeg. Een mooi boek over een onderwerp waar nauwelijks kinderboeken over bestaan, dat moet je koesteren. Op een paar anachronismen na (er wordt gemeten in centimeters, die had je in 1609 nog niet, maar het is wel handig voor het begrip) is het een geloofwaardig verhaal over de conflicten tussen mensen die vóór het droogmalen van het Beemstermeer waren (onder meer boeren) en degenen die er tegen waren (binnenvissers). Smit heeft van hoofdpersoon Jan Janse Weltevree een vreselijk leuk jongetje gemaakt; een elfjarige held met een aandoenlijke fantasie waarin hij zich te pas en te onpas kan verliezen.

Hier een stukje luisterboek (3 min). Ter inleiding: het verhaal is net begonnen, Jan heeft zojuist te horen gekregen dat hij bij zijn oom Jacob als visser mag komen werken. Hij is opgetogen en komt tijdens dit fragment terecht bij Jan Adriaenszoon Leeghwater, de timmerman die later een grote rol zal spelen bij het droogmaken van de Beemster en andere waters.

Goed, we zaten middenin het verhaal en de gesprekken aan tafel gingen steeds vaker over Nederland en het water. ‘Wat bedoelen ze eigenlijk met “Nederland ligt onder de zee”?’, vroeg Jet, ‘Dat kan toch niet?’ En omdat een beeld meer zegt dan tien onbeholpen tekeningen van je moeder, besloten we de Beemster aan te doen.

Laten ze daar nou juist nog een prachtige uitvinding gedaan hebben. Een tijdmachine!

Dankzij een telefoon met gps krijg je een persoonlijke gids die je rondleidt door het Land van Leeghwater. Met mooie verhalen brengt hij je terug in de Gouden Eeuw.

Eerst liepen we door De Rijp, het dorp van Jan Janse uit het boek. Met de pratende tijdmachine wandelden we door de 17e-eeuwse straatjes en stonden we op een  steiger boven het water, net als toen De Rijp nog een eiland was. En we tuurden richting de Beemster.

Uitkijken naar het vroegere Beemstermeer

We luisterden hoe de brand in een hennepmolen het halve dorp in de as legde. En over de straat waar in januari 1654 brandende plukken hennep als fakkels rondvlogen en de huizen in vuur en vlam zetten, huppelde nu een 21ste-eeuws meisje met haar ouders, broer en zusje.

Huppelend over de Tuingracht

De korte wandeling eindigde bij het standbeeld van Jan Jansz. Weltevree en vandaar stapten we in de auto. Onze teletijdmachine loodste ons langs de wegen en over het dijkje: ‘Links zie je het oude land, oneffen zoals het altijd geweest is. Rechts zie je het nieuwe land, waarin alles door de mens bedacht is: iedere weg, iedere sloot, iedere boom.’

Bij het ontwerp van het landschap is rekening gehouden met het principe van de Gulden Snede – de verdeling van lijnen die de perfecte schoonheid, de optimale streling van het oog totstandbrengt. In de Gouden Eeuw waren ze dol op die goddelijke verhouding.

Gulden snede in de Beemster

Dat ziet er vanuit de lucht dan zo uit.

Tijdens de reis werden we langs plaatsen geleid waar een verhaal aan vastzat. Zo kwamen we bij een van de elf overgebleven molens die de Schermerpolder drooghielden. Daar zijn we even naar binnengegaan om te zien hoe dat nou werkte.

Molen met Hollands luchtje

In deze museummolen kun je goed zien hoe het droogmalen precies ging, want dankzij glazen ruiten kijk je door de muur en de vloer onder de molen. Dan zie je de vijzel aan het werk, een soort schroef die het water omhoog draait.

Kijken naar het water onder de molen

Bij het zien van het allerknuste woonkamertje dat je je kunt voorstellen, wilden we allemaal op slag in een molen wonen. Ruimtegebrek was geen bezwaar. De kinderen zagen zich al liggen in de stapelbedstee, terwijl John en ik in dezelfde (enige) kamer zaten te ganzenborden.

Stapelbed oude stijl

Helaas hield onze tijdmachine er na de molen mee op. De gps deed het nog wel, maar het luisterverhaal zweeg in alle talen. Beemster stolpboerderij ‘De Eenhoorn’ is dus aan onze neus voorbijgegaan, evenals het borstbeeld van Leeghwater zelf. Het schijnt nauwelijks voor te komen, dus laat je niet weerhouden; wij gaan de laatste helft van de reis ook zeker nog een keer beluisteren.

Op deze pagina vind je alle praktische informatie over de tijdmachine.

En als je helemaal los wilt gaan, kun je ook dit schooltv-programma nog bekijken: ‘Onder de zeespiegel’ (ca. 15 min). Deze aflevering laat mooi zien hoe de droogmakerijen ontstonden en wat er zou gebeuren als de duinen en dijken er niet zouden zijn. Het is een uitzending van Rondje Nederland, een serie over het Nederlandse landschap die we vorig jaar gevolgd hebben.

——————————-


*) Het boek is inmiddels herdrukt onder een andere titel: De strijd om de Beemster. Het luisterboek werd ingesproken door Vincent Wibier (waarom horen we daar niet veel meer verhalen van?) en is helaas, helaas niet meer verkrijgbaar op cd. Je kunt het bij een aantal winkels wel als mp3-bestand downloaden. Uiteraard ook te leen bij de bibliotheek.

**) Meer links over de Nederlandse waterwerken staan in de post over onze waterworkshop bij de stormvloedkering in Hoek van Holland.

Terug

Heen en weer

8 mei 2009

Cato luistert de laatste dagen veel naar de zestigerjarenmusical van Jip en Janneke en dus luisteren wij mee. De afspeelfrequentie heeft tot gevolg dat we de cd kunnen dromen en tijdens onze dagelijkse bezigheden uittunen om krankzinnigheid te voorkomen.

Maar soms valt er ineens iets op. Een van de liedjes gaat over het gebruik van de telefoon, een fenomeen dat in de jaren zestig zo excentriek was dat Annie M.G. er een tekst over maakte:

‘Telefoneren, telefoneren, het is zo makkelijk, d’r is niks an.
Eerst je vinger op de vijf, in dat gaatje van de schijf.
En nou draaien,
(‘Ja, maar hoe?’)
deze kant op, naar je toe.’

‘Hmm’, zei Philip hardop tegen niemand in het bijzonder, ‘wat zouden ze bedoelen met “je vinger in dat gaatje van de schijf”…’

Terwijl hij zich aan het bezinnen was op een metaforische betekenis, zei Jet: ‘Ik weet het! Oma heeft zo’n telefoon boven staan. Met een kruldraad eraan.’  Philip kon er zich geen voorstelling van maken, ook niet nadat ik een telefoon met draaischijf voor hem getekend had, waarbij ik me steeds verder voelde wegzinken in een peilloze ouderdom.

Dus togen we vandaag naar het Museum voor Communicatie. En raad eens wat?

Telefoneren met draaischijf

Maar dat het medium waarmee je ontelbare uren lief en leed hebt gedeeld, het enige apparaat dat je scheidde van je vakantieliefde, het Facebook van de jaren tachtig, waarmee je iedere who-what-where-scheet aan je zielsverwanten liet weten, dat dát medium tentoongesteld wordt als rariteit, dat voelt alsof je zelf ook op slag in een museumstuk verandert.

‘Deze telefoon is uit het guldentijdperk’, zeiden Philip en Jet tegen elkaar. Misschien dat ik binnenkort rondleidingen in klederdracht kan geven.

De rest van het museum was leuker dan ik me ervan herinnerde. Het was bijna twee jaar geleden dat we hier waren, voorgaande keren hadden we vooral de tijdelijke tentoonstelling bezocht. Deze keer zijn we ook een poos in de vaste collectie blijven hangen. Genoeg te zien met de sorteermachine voor brieven, de radio en de telex waarmee je echte berichten naar elkaar kunt versturen.

Philip verstuurt telexbericht

Jet ontvangt telexbericht

Ik had veel gehoord over ‘Het Rijk van Heen en Weer’, de nieuwe tentoonstelling waar Wim Hofman speciaal een boek voor geschreven heeft. Boek hebben we nog niet gelezen, maar de expositie was mooi vormgegeven. De opzet bestaat uit zes fantasielanden die ieder verschillende manieren van communiceren laten zien. Je krijgt een houten ‘brief’ mee die alle onderdelen kan ontsluiten: gebarentaal in Anderland, voorbije communicatiemiddelen in Toenland, virtuele contacten in Digiland, enzovoorts.

Ik moet altijd even wennen aan de totale digitalisering van dergelijke tentoonstellingen, maar dat zal te maken hebben met mijn afstamming uit het guldentijdperk. Nergens bordjes, nergens een opstelling die voor zichzelf spreekt; uitsluitend beeldschermpjes en luidsprekers die je spontaan aanspreken als je op het zendertje stapt. 

Het voordeel is wel dat alles gemaakt is op tastende kinderhanden, zodat een blind paard (of een Cato) er geen schade kan doen. Genoeg klautergelegenheid en interactieve knopjes in overvloed. Tot Cato’s vreugde werd er ook nog een stukje uit Knofje vertoond (‘Nofje!’) op een ouderwetse tv met een kussentje ervoor.

Knofje in het museum

Philip en Jet waren het meest te spreken over het gedeelte waar je een filmfragment kon nasynchroniseren. Aan de hand van een klein stukje uit een soapserie kon je een eigen, alternatieve tekst inspreken, zodat een ontroerende scène steeds baldadiger werd.

Nasynchroniseren

Terwijl ik met Cato de jassen al uit het kluisje ging halen, zaten zij tot sluitingstijd stemmetjes in te spreken. Thuisgekomen bleek dat we de scènes vergeten waren op te slaan, zodat we ze niet konden naluisteren. Ik denk dat we nog wel een keertje gaan om het goed te maken.

Een nieuwe lente

29 maart 2009

Jet kijkt ver

‘Ho! We zijn mijn zoekkaartenboek vergeten’, zei Philip toen we net in de auto zaten. We waren al een tikkie aan de late kant, dus ik bleef met ronkende motor wachten tot hij zijn veldgidsje gehaald had voor onze natuurwandeling – heel milieuvriendelijk. Ook al zouden we deze ochtend op zoek gaan naar vogelnestjes en de zoekkaarten waarschijnlijk niet zo veel gebruiken, het is inmiddels een traditioneel accessoire van de heemparkexcursies geworden *) .

Uitleg van de gids

Vrijdag gingen we weer op pad met onze IVN-gids. Een lentewandeling dit keer, om het seizoen in te luiden. De vogels zijn al aan het nestelen, dus de gids had voor ieder kind van onze thuisonderwijsgroep een verrekijker meegenomen om de nestjes van dichtbij te kunnen bekijken. En nestjes zijn er natuurlijk in soorten en maten. Koolmezen hebben kleintjes, de merel heeft ze met klei bekleed, de specht roffelt hem in de boomstam, de eend bouwt hem wel in een knotwilg. En de reiger heeft een grote; we zagen hem met takjes heen en weer vliegen.

De natuurjuf had ook eitjes bij zich, die we voorzichtig mochten aanraken. Piepkleine mezeneitjes en grotere fazanteneieren.

Eitjes van de fazant

Er trippelden ook fazanten door het heempark. Eerst een beetje verscholen, maar later dichterbij de paden, zodat we ze goed konden zien.

Cato vond het ook gezellig. Ze had zich voor de gelegenheid uitgedost met een allesbehalve camouflerende zonnehoed die beslist niet af mocht – waarschijnlijk een van de redenen waarom de fazanten aanvankelijk wat op afstand bleven. Omdat Cato het een beetje koud had, wilde ze haar bontkraag op, waarmee ze wel wat weg had van Koningin Wilhelmina op locatie. Eenzaam maar niet alleen.

Eenzaam maar niet alleen

En soms vond ze het te lang duren, dat gepraat bij zo’n boom of sleutelbloempje. Dan nam ze alvast een zijpaadje.

Cato gaat haars weegs

Zoals ik eerder schreef vertelt onze natuurgids altijd wel iets wat we nog niet wisten. Dat eenden eigenlijk nachtdieren zijn bijvoorbeeld, dat je ze daarom zo vaak ziet soezen langs de waterkant. En dat je mannetjeseenden kunt herkennen aan het krulletje in hun staartveer – bij witte eenden de enige manier waarop je het verschil kunt zien. Wisten wij niet.

Aan het eind van de wandeling kregen we nog een korte rondleiding door de nabijgelegen egel- en vogelopvang.  We hadden mazzel, want het was weegdag; ieder egeltje werd op een keukenweegschaal gelegd om te zien of het goed was aangekomen. Geen foto’s gemaakt om de egels niet te laten schrikken, maar neem van mij aan: er zijn weinig dieren zo schattig als een halfopgerold, jong egeltje dat heel voorzichtig zijn snuitje naar buiten steekt om te zien of de kust al veilig is. We hebben hem geaaid en kwamen tot de conclusie dat de stekeltjes best zacht kunnen zijn – zelfs Cato kon hem liefkozen zonder zich te prikken.


Meer IVN-wandelingen:

*) Een zoekkaartenboek is erg handig. Er zijn verschillende soorten; wij hebben de gids met 32 zoekkaarten van Natuurmonumenten en Stichting Veldwerk. Ooit gekocht in de museumwinkel van Naturalis, maar het is ook te koop bij de bezoekerscentra en internetwinkel van Natuurmonumenten. Voor wie nog nooit een zoekkaart gezien heeft, hier een voorbeeld – deze is van een andere organisatie, maar het geeft een idee.

Terug

Het huis van Sinterklaas

2 december 2008

Ze bevinden zich in het schemergebied tussen Sprookje en Echt. Aan de ene kant weten ze hoe het zit, aan de andere kant is er de betovering nu het hele land zijn aanwezigheid ademt.

In augustus wisten ze nog precies hoe het in elkaar stak met die schoen. ‘Dat had ik al gedacht,’ zei Jet. ‘Ook duur voor jullie trouwens’, zei Philip. Maar nu er weer daadwerkelijk schoenen voor de centrale verwarming staan en we met zijn allen zingen, is het toch gewoon echt. Voor Jet was het bewijs weer eens onomstotelijk geleverd toen er ’s morgens geen appel meer lag, die zij voor het paard had neergelegd, maar alleen nog het steeltje: ‘Een mens zou dat steeltje weggegooid hebben.’

Daarom gingen we vandaag op hoog bezoek in het Sinterklaashuis. Jet was euforisch toen ik het haar vertelde. Ze ging meteen een cadeau maken: inpakpapier gevuld met wat pepernoten en sintmaartensnoep; want snoep krijgt Sint nooit, dat deelt hij alleen uit. Terwijl ze nog een winterwortel uit de groentela pakte, stond Cato al bij de deur – in ondergoed en op kaplaarzen. Cato maakt graag haast met vertrekken.

We kwamen aan voor een gesloten deur, want het Huis kent een middagsluiting tussen 12.15 en 13.15 uur. Wachten gaf niks, vonden de kinderen, zelfs niet in de regen.

Sint was erg blij met Jettes cadeau. Hij vroeg nog wel of de kinderen niet naar school moesten, maar toen Jet hem hielp herinneren aan hun thuisonderwijs, schoot het hem ineens te binnen dat hij dat inderdaad had gelezen in het Grote Rode Boek.

Het huis bestaat uit een lange gang met aan weerszijden kamers. Er is een bakkerij waar je taai taai kunt versieren, een badkamer, een gymzaaltje en enkele intiemere gedeelten.

bordje-slaapkamer

In de pakjeskamer lagen al veel cadeaus klaar, geadresseerd en wel. Philip keek voor de zekerheid of zijn naam erbij stond.

En overal waren natuurlijk Pieten. Hele lieve. Ze leken nog wel liever dan op het Sinterklaasjournaal, vond Jet. Ze namen alle tijd om met je te kletsen.

pc020076

Je kon ook met ze dansen, dat vond Jet het allerleukst.

Cato had zich vooral verheugd op Sinterklaas. Ze had de hele weg ‘Sinte Taasje bonne bonne’ gezongen (de ‘k’ wil nog niet erg lukken), maar toen we eenmaal in het Huis waren, viel ze voor de Zwarte Pieten. En de Pieten voor haar.

cato-met-piet