Groeizaam

31 maart 2010

Nou niet narrig lopen doen over die regen.

Het is groeizaam weer. Dat hebben we nodig. Vorige week hebben wel al een begin gemaakt met het tuintje, moet je weten.

Een beetje anders dan vorig jaar, want al doende leert men. Om te beginnen hebben we nu een riante 30 vierkante meter in plaats van 15. Ik weet van gekkigheid haast niet wat ik moet zaaien.

Naast alles van vorig jaar hebben we nu ook rijsgewassen: planten die de hoogte in gaan. Kapucijners, sugar snaps. Die moeten ‘op gaas’ zoals dat onder tuinders heet; maar hoe ga je op gaas in een volkstuintje zonder muur of steun om het gaas aan vast te maken?

Ik vroeg het aan de mensen van De Nieuwe Tuin en kreeg een fijne, simpele oplossing. Neem een stuk tuingaas van 1 bij 2 meter en bind dat tot een kolom aan elkaar. Weef bamboestokken (of wilgentakken) door het gaas en graaf het een beetje in de grond. Daarna plant je de zaden er omheen, zoals de lathyrussen hieronder. Aan de andere kant van de kolom hebben we suzanne-met-de-mooie-ogen gezaaid. Alleen al om de naam.

Verder gaan we experimenteren met de vierkantemetertuin, waarbij een stuk tuin wordt opgedeeld in handzame vakjes van 30 bij 30 cm. Het originele idee gaat uit van getimmerde bakken die je vult met tuinaarde, maar wij hebben alleen een raster gemaakt dat je op de tuin zelf legt.

Omdat bamboe in de prijzen kan lopen, heb ik bij de onvolprezen Action een bos zogenaamde ‘sierwilgentakken’ gekocht. Zeggen en schrijven 1,98 euro en je maakt er al gauw drie vierkantemetertuintjes van.

We hebben een vierkant van 1,20 bij 1,20 gemeten en om de 30 cm een stukje wilgentak in de grond gezet – zowel horizontaal als verticaal. Daarna vlochten we een wilgentak tussen de stokjes door, ook weer horizontaal én verticaal, en maakten alle verbindingspunten vast met touw.

Dan krijg je een mooi raamwerk van 16 vierkanten ter grootte van een stoeptegel.

In iedere stoeptegel kun je iets anders zaaien, zodat je geen 12 kroppen sla tegelijk oogst en een goed overzicht houdt van wat je kunt verwachten. Sommige gewassen waar we veel van gebruiken, zoals radijzen en wortels, hebben we in twee tegels tegelijk gezaaid.

Tot nu toe hebben we twee vierkante meterstukjes, één eetbaar stukje en één stukje met geurige bloemen. Met daarnaast dus gaaskolommen van klimplanten en een paar rijen tuinbonen. En courgette, maar die moet opnieuw; daarvoor kwam het groeizame weer te laat.

Cato verwachtte ook goed weer. Zij had zichzelf geplant, onze eigen rijsdoperwt. We rekenen op een rijke oogst.

Zie je nou hoe fijn die regen is? Als je geen tuintje hebt, dan moet je het Dagboek 1974 van Wolkers lezen, om de smaak te proeven. En dans anders nog even met me mee, met je ogen dicht op de muziek van vorige week, dan wordt het vanzelf lente in je hoofd. 

——————

Handig:

Grassroots

26 maart 2009

schoffelen

We hebben een tuintje. Een volkstuintje. Dit jaar voor het eerst. Het is precies wat we nodig hebben: vijftien vierkante meter, van maart tot november, geen grasmaaien en niks niet winterklaar maken. En toch eigen tuinboontjes.

Jet had al een ontwerp gemaakt voor onze postzegel. Eerst bestond de architectuur uit alleen plukbare bloemen, maar later besloot ze dat het half-half mocht worden: bloemen en groente. Ik vond het een uitstekend idee.

Omdat ik zelf geen enkele ervaring heb dan de vier radijzen en zeven wortels die ik als kind in de achtertuin mocht zaaien, een mislukt experiment van het ‘eigen stukje grond’ dat ik per se wilde hebben, besloot ik diepgaand vooronderzoek te doen. Uit alle tuinieren-voor-kinderenboeken die ik heb gezien, zijn deze drie het mooist.

Groene vingers, van Maarten de Jongh en Guida Joseph, met een ontzettend handige indeling per maand. Iedere maand heeft een hoofdstuk, met daarin suggesties voor wat je op dat moment kunt zaaien, oogsten of opkweken in de vensterbank.

Tuinieren met kinderen van Kim Wilde. Aanvankelijk vanwege het nostalgische jaren ’80-aspect en omdat Philip en Jet ‘Anyplace, anywhere, anytime’ van Nena en Kim Wilde altijd zo hard meebrullen. Maar het blijkt ook nog eens een heel leuk boek. Overzichtelijk, origineel en met mooie foto’s. Minder uitgebreide informatie over gewassen dan Groene vingers, maar vol mooie ideeën.

Bert Ydeman, De groene hemelEn ten slotte De groene hemel van schooltuinmeester Bert Ydema. Geweldige tips in een duidelijk boek van iemand die veertig jaar met kinderen in tuintjes gewerkt heeft en al het moois van de natuur met passie kan overbrengen. Als prachtige toegift een dvd met de documentaire die Roel van Dalen maakte over het laatste jaar dat mijnheer Ydema zijn groene hemel deelde met de Amsterdamse schoolkinderen.

Hieronder een voorproefje met stukjes uit de documentaire. 

Ik houd u op de hoogte van onze vorderingen.