Net woorden

28 december 2009

Tussen alle kerstige dingen door zijn Jet en ik naar het ballet geweest. Het was een afspraak die al maanden stond, een dingetje tussen Jet en mij. 

Jet had zich grondig voorbereid met haar dansboek , de muziek van Tsjaikovski en het balletverhaal, dat net een beetje anders is dan het traditionele sprookje. We hadden ook de gebaren uit ons hoofd geleerd. Bij een ballet wordt niet gesproken: de muziek vertelt het verhaal samen met de dans. Maar daarnaast is er nog een ‘ballettaal’, de mime die de dansers gebruiken om te vertellen dat iemand slaapt, verdrietig is of sterft. Als je die eenmaal weet, kun je het verhaal nog beter volgen.

De kaarten had ik in augustus gereserveerd, toen ik nog niet kon weten dat we over besneeuwde straten in onze mooiste kleren naar het theater zouden lopen. De entourage kon niet beter.

We gingen al vroeg, want ik had Jet opgegeven voor een ‘doe meeles’ die voorafging aan de balletuitvoering. In een aparte studio van het danstheater kregen de kinderen les van een balletjuf op muziek van De Schone Slaapster. Jet wist vantevoren niet waar ze meer naar uitzag, de balletvoorstelling of de les. Het bleek allebei even prachtig.

Ze oefenden passen uit het ballet. Eerst alleen, daarna samen met een partner. Ze mochten mini-uitvoerinkjes houden voor elkaar en voor de ouders langs de kant.

Omdat ik weet hoe blij u wordt van mijn filmkunsten, hier nog een puik stukje camerawerk. De muziek neuriet u er zelf bij.

En vooruit, nog eentje de andere kant op.

Toen begon de voorstelling. Die was precies zoals we gehoopt hadden: geen moderne vertolking, maar hardcore klassiek. Met suikerspinjurken, spitzen, strasstiara’s,  heren in uiterst nauwsluitende maillots, hoeden met struisveren en tutu’s van honderd meter tule.  Het decor was pastel met glitter, sprookjeskastelen, dromerige bergen en bootjes die op een rails over het podium getrokken werden.

Het duurde drie uur (met twee pauzes), maar Jet heeft iedere seconde ademloos in zich opgenomen. ‘Wat mooi’, fluisterde ze, ‘Het zijn net woorden.’  Terwijl we naar buiten liepen, terug in de sneeuw en de stadslichtjes, leek het net of de sprookjeswereld nog even aanhield.