Zeven weken met Jakob (6)

15 september 2015

‘Gaat het schoolwerk nou gewoon door, met de nieuwe baby?’ Als ik een euro kreeg voor iedere keer dat die vraag gesteld werd, waren we nu verhuisd naar de Eikenhorst.

Ik moet zeggen: het leidt natuurlijk wel af, zo’n schatje.

Maar het korte antwoord is: ja, ook met een baby gaan de lessen door. Ware het niet dat deze baby vlak voor de zomervakantie geboren is en de werkboeken niet vanwege hem, maar vanwege zon, zee, slaapzakken en luchtbedden al opgeborgen waren. Toch werden er nog wat losse eindjes afgehecht; dat geeft meer voldoening als je daarna op dat strand ligt.

Zo rondde Jet de complete Duitse cursus af van Rosetta Stone:

En Philip stapte over van thuisonderwijs-met-het-hele-gezin naar highschool op afstand. Omdat dergelijke constructies in Nederland nog niet bestaan -met uitzondering van de Wereldschool, à raison van zevenduizend euro per jaar, waarbij ik met m’n vijf kinderen verwijs naar de Eikenhorst hierboven- zijn we weer uitgeweken overzee. In het buitenland zijn ontelbare mogelijkheden om je diploma online te halen; zoek op ‘high school diploma online’ en er gaat een wereld van solide, geaccrediteerde opleidingen voor je open.

Philip doet het via een school in de Verenigde Staten. Je kunt op die manier in één of twee jaar klaar zijn, maar dat is volgens mijn zoon voor mensen zonder leven. Waar laat een normaal mens anders zijn vrienden, vriendinnetje, bijbaan en drumsessies in een jazzband? En laten we wel wezen, zo’n lichaam krijg je niet als je boven je algebra hangt. Kortom, we mikken op drie jaar. En Nederlands, poëzie en voorlezen doen we nog gezellig met z’n allen, dus de gezinscharme van thuisonderwijs blijft nog even bestaan.

Maar alle officiële studievorderingen terzijde, je kunt je natuurlijk afvragen of er ook zonder werkboeken niet geleerd wordt. Is dit niet belangrijk?

Jet (13) en Victoria (3). Foto: © Gerdine

Of dit?

Cato (8) zoekt (en vindt) krabbetjes met vriendinnen.

Of dit?

Philip (16) en vriend D. (17) met 557,92 km voor de boeg.

Persoonlijk vind ik een week fietsvakantie leerzamer dan twee jaar Nederlandse grammatica. Het een hoeft het ander niet uit te sluiten, hoor, maar als je nou eens niet met je neus boven het studievaardighedenplan en de leerdoelen blijft hangen, vijf stappen achteruit loopt en nadenkt, echt nadenkt waar het nou om gaat, wat is dan belangrijk?

Zelf je fietsroute uitstippelen, die halverwege wijzigen omdat de weg te saai blijkt, veerdiensten checken, genoeg water meenemen, op het laatste moment slaapplaatsen regelen, je neus stoten op een bonnefooicamping en twintig euro verliezen; daar leer je van. Mits op eigen initiatief. Als ik de opdracht had gegeven: ‘Plan een fietsvakantie met je vriend. Bereken de kortste route van Schoorl naar Assen, via Bolsward en Roodeschool, maak een paklijst en een budget en houd rekening met tegenvallers’, dan had het zijn doel voorbijgestreefd.

En om meteen maar even door te gaan: is bessen plukken minder leerzaam dan een biologiewerkblad invullen? Zelf cakejes bakken, die mislukken omdat je het bakpoeder vergeten was, wat je dus nu nooit meer vergeet? Een huilende baby troosten? Ja dus, de lessen gaan gewoon door met een nieuwe baby. In sommige gevallen is die baby zelf de les.

Eigenlijk zeg ik dit vooral voor mezelf. De kunst is om het te blijven zien. Vooral ikzelf. Om dat voldane gevoel niet pas te krijgen nadat ik zes uur Amerikaanse geschiedenis, werkwoordsvervoegingen, Duitse woordjes, schoonschrijven en celbiologie heb weten te jongleren in een opgeruimd huis, keurig gevouwen was en een biologische maaltijd, waarna ik drie kinderen heb afgezet op sociaalverantwoorde clubjes en de rest van de avond kan doorbrengen met mijn echtgenoot. De kunst is om het te zien terwijl de achtjarige is uitgeschoten met voedingskleurstof bij haar knutselproject, terwijl ik de telefoon van mijn zestienjarige uit zijn rechterhand moet beitelen, terwijl er nog honderdvijftig geboortekaartjes liggen te wachten en mensen zeggen: ‘Ik dacht al, wat raar, geen kaartje’, terwijl er niets terechtkomt van mijn dagplanning, omdat de baby zich met minuscule vingertje heeft vastgegrepen aan mijn shirt en onder geen beding neergelegd wil worden. Dan is het de kunst om de les in alles te zien.

Pas als ik op die manier kijk naar omgevallen beslagkommen, boze dertienjarigen en buikkrampjes, dan zie ik weer waar het eigenlijk om gaat. Dan zijn de zeven weken met Jakob er ineens dertien geworden en denk ik: ik zou niet anders willen.

Zeven weken met Jakob (5)

27 augustus 2015

En toen gingen we verhuizen. Want het is natuurlijk enig, vijf schatten van kinderen, maar ze hebben ook allemaal vijf paar schoenen. Of vijftien. En winterjassen. En skeelers, fietsen, een speelkeukentje, zestien jaar lang gespaarde lego, een hobbelpaard, twee kuub knutselspulletjes en een verzameling halters waar het fitnesscentrum van een middelgrote gemeente jaloers op zou zijn. Dat moet je toch ergens kwijt.

Aangezien de meeste dingen in het leven niet te plannen zijn, viel de sleuteloverdracht net na de kraamweek, samen met de komst van honderdvijftig verhuisdozen. Ik overwoog mij een maandlang achter het slaapkamergordijn te verschansen, ademend in een boterhamzakje, maar gelukkig zorgt borstvoeding voor de aanmaak van oxytocine, beter bekend als het knuffelhormoon.

In deze toestand van babysnuffelende apathie pakten wij dozen in, zochten vloerkleden uit, maten vensters op, sopten keukenkastjes, zogen huisdierenresten achter verwarmingen vandaan, legden vloerbedekking, koesterden een warme band met de mannen van grofvuil en kringloop, picknickten op kale vloeren en lazen boekjes voor,

alles tussen de voedingen, verschoningen, slaapjes en bekkenbodemspieroefeningen door.

Gelukkig hadden we veel hulp van familie en vrienden. Mensen die meer wisten van het verschil tussen schrobvaste muurverf en houtlak op waterbasis dan wij. Die met gevaar voor eigen leven zingend ons leuke nieuwe trappenhuis van zes meter hoog verfden, drempels schuurden, stopcontacten verwijderden (en weer terugplaatsten, dat ook), gordijnroedes en lampen ophingen, eindeloze vierkante meters muur afsponsden met ammonia en ze daarna schilderden in die ene, subtiele kleur witachtig geel met beige ondertoon. Uiteraard onder het alziend oog en met fijne assistentie van Victoria.

En iedereen weet hoeveel sneller het gaat als een driejarige meehelpt.

Na drie weken was de klus geklaard. Deze is nog speciaal voor alle zestienjarig meisjes uit onze kenniskring die helaas verhinderd waren:

Zo’n verhuisdag is merkwaardig. Het oog van de storm. Ik was vaker verhuisd in mijn leven, maar nooit eerder met vijf kinderen. Wekenlang ben je zestien uur per dag bezig geweest en ineens is daar de deadline.

Tillen sterke mannen je inboedel naar binnen, stromen de kamers vol dozen en meubels en woon je in een huis dat je tot dan toe alleen nog in poedelnaakte toestand had gezien. Blijkt die zorgvuldig getekende plattegrond met op schaal uitgeknipte kasten, stoelen en banken nergens op te slaan, want in het echt ziet het er heel anders uit. Ben je nog een dag bezig om de loeizware mahoniehouten boekenkasten te verschuiven die de verhuismannen (‘Waar moet deze, mevrouw? Snel!’) al op hun plek gezet hadden. En dan zijn er dus die eindeloze rijen dozen. Er was een moment waarop ik bij het woord ‘doos’ schreeuwend met borden wilde gooien, maar uiteindelijk stond alles op z’n plaats.

De eerste nachten zijn onwennig, lig je met ronde ogen naar een vreemd plafond te staren en hoor je twee keer per nacht trippelvoetjes naderen omdat er meer mensen zijn voor wie alles onwennig is. Maar als de boekenkast is ingericht, de eerste vrienden en vriendinnen zomaar weer even aanwippen,

het eerste knutselproject weer begonnen is,

Tie-dye picknickkleed in wording.

de eerste koekjes gebakken en de eerste pan soep weer gemaakt is,

dan begint het vanzelf als thuis te voelen.

Zeven weken met Jakob (3)

18 augustus 2015

Vooral in de eerste weken, als alles nieuw is en de verwondering hoog zit, zou je het liefste niets anders doen dan zo’n kindje vasthouden. Je ogen vastgeklonken in de zijne, ieder trekje in je opnemen en alleen maar kijken, vasthouden, kijken.

Maar er is nog zo veel meer om naar te kijken.

Een jaarlijkse belevenis (Est. 2011) die niet zomaar overgeslagen wordt.

Eerst is het weer even inkomen. Als je in beslag genomen bent door een nieuw mens in je leven, is omschakelen onwerkelijk. Alsof je na de middagvoorstelling de bioscoop uitloopt en vergeten was dat het klaarlichte dag is. Dan moeten je ogen wennen.

Maar als het aanzicht de moeite waard is, went dat gauw. Zodra je juf Jet ziet opkomen met een snoer kleuters achter zich aan, zit je er helemaal in.

Met als klap op de vuurpijl een stralende Cato, die weinig van klassiek ballet moet hebben, maar voor wie de beats per minute er niet snel te veel zijn.

Er was een hele rij persoonlijke toeschouwers op komen draven. Ik kon er zelf niet bij zijn, maar ik zag m’n dansende dochters voor me. Funky Cato, vrij en onverveerd. En Jet, die als een schaapherder piepkleine ballerinaatjes het podium op schoof en als souffleur van grotere ballerinaatjes dienstdeed, zodat het corps de ballet bijna synchroon danste.

De finale, met traditiegetrouw ‘Fame’ door de luidsprekers. You ain’t seen the best of me yet. Zoekende blikken, om te zien of je jouw fans in het publiek kunt ontdekken. People will see me and cry.

Bij de finale komen de juffen altijd op de eerste rij staan, om een extra applaus in ontvangst te nemen voor choreografie en bewezen diensten. Jet hoort daar niet bij, omdat ze met haar dertien jaar niet zelfstandig een groepje mag leiden. Maar halverwege ‘I’m gonna live forever’ werd ze naar voren geroepen. Ze dacht eerst dat er iemand anders bedoeld werd, zei ze later. Maar het moest echt Jet zijn, voor een persoonlijke ovatie – ze was er beduusd van.

Ik zag het voor me. Het mag dan heerlijk zijn om een baby’tje van een paar weken vast te houden, het is minstens zo heerlijk om een achtjarige en een dertienjarige in je armen te houden. Je ogen vastgeklonken in die van hen en te kijken, vast te houden en te kijken.

Valreeptips voor de NOT

30 januari 2015


Als je zaterdag nog een gaatje hebt, zou ik gaan. Je hebt maar eens per twee jaar de mogelijkheid en bovendien blijft die kwakkelwinter morgen toch doormodderen, aldus weeronline. Waar is het op zo’n dag beter toeven dan op een beurs vol onderwijsmateriaal, museumkraampjes en boeken?

Aanmelden kan gratis en voor niks: op de site van de NOT. Via die link kun je eventueel ook een dagkaart van de NS aanschaffen voor 20 euro. Je hoeft niet in het onderwijs werkzaam te zijn, iedereen mag naar binnen. We signaleerden mensen met ‘Belastingdienst’ op hun naamkaartje, maar je kunt bij de bedrijfsnaam natuurlijk ook iets gezelligs invullen.

Op de site en in het boekje dat je bij de ingang krijgt, staan alle 350 exposanten met naam en locatie. Kun je een plannetje maken voor de route die je wilt gaan. Wij hadden dit jaar weinig noten op onze zang; ik hoefde geen methodes aan te schaffen en we kwamen vooral om ideeën op te doen en rond te snuffelen tussen de plezanterietjes. Hieronder een paar tips voor de NOT 2015 – in willekeurige volgorde.

  • Rekenstaafjes of base ten blocks voor onder meer Singapore Math.

    Educatheek – hal 10, locatie A044. Geweldige, thuisonderwijsvriendelijke leverancier. Van speelzand tot magnetische breukensets, via opblaasbare zonnestelsels, kleuterpuzzels, rekenstaafjes, letterdozen en zandvormpjes; een groot assortiment spullen met goede beursaanbiedingen.

  • Kinheim – hal 9, locatie A050. Veel werkboekjes die handig zijn bij zelfstandig werken. Hun serie ‘Topo Trainen’ vind ik nog steeds een van de beste in zijn soort (niet vergeten het correctievel erbij te kopen) en de geschiedenisreeks ‘Tijdvak’ is leuk, overzichtelijk en sluit goed aan op de geschiedeniscanon. Verder hebben we dit jaar een aantal puzzelboekjes gescoord: Franse woordjes voor Jet (12), spreekwoorden en taalspelletjes voor Cato (7). De beursprijzen zijn concurrerend met de reguliere prijzen: in plaats van 6,50 betaal je nu 4,50 euro per boekje én je kunt alles per stuk kopen in plaats van in sets.
  • Bekius schoolmaterialen – hal 9, locatie D080. Mooi ontwikkelingsmateriaal en veel spellen. Zelf heb ik dit jaar de denkspellen van Thinkfun laten passeren, maar ik twijfel nog steeds of dat een goede zet was, met die kortingen van dertig procent. Mocht je ideeën willen opdoen of materiaal uit de stal van Rush Hour en Camelot Jr. willen aanschaffen, dan zou ik er even langswippen.

Laser Maze van Thinkfun.

  • Naturalis – hal 8, locatie A056. Ze staan in het hoekje bij Archeon, Rijksmuseum, Zuiderzeemuseum en andere uitjes. Als je een Naturalisfolder meeneemt met hun onderwijsprogramma, zit er meteen een gratis toegangskaart in. Van de grote hoeveelheid gratis tassen die op de NOT verstrekt worden, heeft Naturalis dit jaar by far de mooiste.
  • Zwijsen – hal 10, locatie B033 (let op: niet hun locatie in hal 9). Mooie geplastificeerde posters van Europa, Wereld en Nederland, plus nog wat taal- en rekenposters. In de winkel 7,95, nu drie posters voor een tientje.
  • Entoen.nu – hal 8, locatie D048. De canon van de Nederlandse geschiedenis, moet je natuurlijk even langs.
  • Klas voor de toekomst – hal 11, locatie A078. Je kunt er niets kopen, maar wel een toffe demonstratie zien van de Legoleerlijn: een lespakket waarmee kinderen van 4-18 kunnen leren programmeren. Van simpele opdrachten tot ingewikkelde Lego-robots.

Jet in de klas voor de toekomst. Foto © Gerdine.

  • Het kinderboekenstraatje – hal 10. Een pad lang uitsluitend kraampjes met kinderboeken. Er zaten dit jaar geen enorme uitschieters bij, maar uitgeverij Gottmer moet je beslist even bezoeken. Zij hebben naast hun geweldige fondslijst een erg mooie beursaanbieding van drie boeken voor 15 euro – titels die doorgaans 15 euro per stuk zijn. Gottmer dus, in hal 10 op locatie B041.
  • Onze Taal – hal 10, locatie A017. Als je een béétje hart hebt voor het Nederlands, dan ga je hier langs. En anders ook. Want dan maak je gebruik van hun beursaanbieding en ga je zingend naar huis. Alleen al voor Onze Taal is het die treinreis waard.

Morgen dus, zaterdag 31 januari, de laatste dag van de Nationale Onderwijstentoonstelling. Jaarbeurs in Utrecht, geopend van 10 tot 16 uur. Haal hier je e-ticket.

Vorige bezoeken aan de NOT:


Sinds twee jaar zijn de kinderen druk in de weer met Rosetta Stone, het beroemde taalprogramma dat wereldwijd lof oogst. Philip (15) leert er Spaans mee, Cato (7) doet Engels en Jette (12) geht los met Duits. En ik moet zeggen: het werpt zijn vruchten af.

Het mooie van Rosetta Stone is dat het geschikt is voor elke leeftijd en discipline, het is laagdrempelig en je kunt zelf kiezen waar je het accent legt. Vooral lezen en schrijven oefenen? Check. Liever alleen luisteren en uitspraak verbeteren? Ook dat kan.

Het enige nadeel is dat het nogal kostbaar is. Als je alle niveaus wilt afnemen (vergelijkbaar met vijf leerjaren voortgezet onderwijs), ben je ongeveer 350 euro kwijt. Per taal.

Daar hebben we iets op gevonden. Naast indivuele pakketten biedt Rosetta Stone namelijk ook onderwijsabonnementen aan. Met een aantal thuisonderwijzers hebben we de handen als vanouds ineen geslagen en zijn zo’n abonnement aangegaan. Voor 99 euro per jaar leren we nu al twee jaar lang, met het hele gezin, met keuze uit 25 talen op álle niveaus.

Dus als je wilt instromen in het hoogste niveau Engels, maar vanwege de vakantie in Rome tegelijkertijd een beginnetje wilt maken met Italiaans, dan kan dat. Of als je je Frans wilt oppoetsen, maar net wat verder bent dan ‘Bonjour, je m’appelle Pascale’, dan bepaal je in drie muisklikken je niveau. En als je bezig bent met een project over China, dan kun je gewoon een maandje Mandarijn erbij leren om de smaak te pakken te krijgen.

Kortom, we zijn er blij mee. En nou komt het: dit jaar lijken we de 75 benodigde abonnees niet te halen. Dat zou jammer zijn. Maar het heeft ook een voordeel: we kunnen ons buitenkansje dit jaar delen! Met iedereen die, wel of geen thuisonderwijs, ook een taal (of twee, of zeven) wil leren. Met jullie!

Er zijn nog 15 plaatsen beschikbaar. Je moet alleen wel snel beslissen: uiterlijk donderdag 9 oktober om 19.00 uur*. (Ik voel me een beetje de encyclopedieverkoper met een voet tussen de voordeur, maar ik hoorde pas vanavond dat zonder 75 mensen het abonnement niet verlengd kon worden, anders had ik wel eerder getoeterd.)

Samenvattend:

  • Je krijgt toegang tot 25 talen (Engels, Frans, Italiaans, Hindi, Pools, Vietnamees, Spaans, Zweeds, Hebreeuws…)
  • Op alle niveaus, van absolute beginner tot grote gevorderde
  • Voor alle gezinsleden van alle leeftijden (het programma werkt met plaatjes)
  • Op computer (met headset), iPhone, Android en iPad
  • Voor een totaalprijs van 99 euro voor een heel jaar, t/m oktober 2015 en het stopt automatisch.

Wil je meedoen? Stuur dan uiterlijk donderdag 9 oktober 19.00* uur een mail via het lege velletje op deze pagina, dan zend ik je aanvullende informatie. Houd diezelfde avond wel je mail in de gaten, want de bijdrage moet vóór 10 oktober* overgemaakt zijn om het abonnement te laten doorgaan.

Hier staat over welke 25 talen je precies de beschikking hebt, en met de demo hier kun je zelf uitproberen hoe het werkt.

— update 10 oktober —

* Deadline bereikt en missie volbracht. Ik heb vierenveertig mails gekregen waarvan eenenveertig mensen zich aangemeld hebben. Namens Wilde Ganzen: onze hartelijke dank!

Storm na de stilte

27 september 2014


Terwijl ik bezig was met het nakijken van de 8000 woorden die naar de Tweede Kamer zouden gaan voor het debat van aanstaande maandag, bedacht ik hoe bizar het allemaal is.

De wereld staat in brand, hele volkeren weten niet waar ze het zoeken moeten, Nederland moet alle zeilen bijzetten, en waar wordt aanstaande maandag door onze regering zeven uur lang over gedebatteerd? Of 400 kinderen met toegewijde ouders het onderwijs mogen krijgen waarop zij floreren.

De hete aardappel van het onderwijsbeleid die wordt doorgegeven om je vooral niet druk te hoeven maken over grotere dingen. En waarom is het een hete aardappel? Omdat iedereen, ook alle leden van de vaste Kamercommissie van OCW, wel weet dat thuisonderwijs prima is. Iedere keer stelt iemand weer een onderzoek voor, om het nou eens écht zeker te weten, en iedere keer blijkt, jawel, dat het inderdaad uitstekend gaat. Goed onderwijs, betrokken ouders, groot netwerk, maatschappelijk betrokken kinderen, sociaal-emotioneel prima.


Weet u nog dat Jet in de Tweede Kamer was? En hoe ze zich later verraden voelde door de SP? Dat was 2011. De minister besloot, nadat zij uitgebreid onderzoek had laten doen, dat thuisonderwijs goed was en dat het beter geregeld moest worden. Maar ja, toen kwam er een nieuwe regering. En toen werd het 2013 en begon het hele circus opnieuw.

Weer brieven, weer een petitie, weer een onderzoek. Twee dertienjarige meisjes die eindexamen gymnasium deden schreven staatssecretaris Dekker en mevrouw Straus van de VVD, om te vertellen wat thuisonderwijs voor hen betekent. Zes prominente wetenschappers op het gebied van Onderwijs- en Opvoedkunde schreven een brandbrief om te pleiten voor thuisonderwijs.

Er werden werkbezoeken georganiseerd om politici te laten kennismaken met thuisonderwijsgezinnen en een dagje mee te lopen. Het feit dat sommigen daar tijd voor vrijmaakten


en PvdA en VVD er niets van wilden weten, was veelzeggend.

Ondertussen emigreerden gezinnen naar Engeland, Frankrijk en België, zoals dit gezin uit Assen, dat gewoon goed onderwijs wilde voor haar dyslectische zoon. En gezinnen met ‘lastige’ kinderen zijn niet de enige die zullen emigreren.

‘Verbied thuisonderwijs niet, het jaagt waardevolle gezinnen weg’

Gisteren verscheen in NRC een paginagroot artikel van Daniel Erasmus, een succesvolle expat die zich ook zorgen maakt over een dreigend verbod.  Hij schrijft over de expats die Nederland hebben uitgekozen vanwege het klimaat van tolerantie én de mogelijkheid om thuisonderwijs te geven: ‘Laten we de traditie voortzetten en zeker stellen dat Nederland de beste optie blijft voor deze waardevolle gezinnen om zich hier te komen vestigen.’

Erasmus noemt het voorbeeld van grote namen uit Silicon Valley die iedere school ter wereld kunnen betalen en er toch voor kiezen om thuisonderwijs te geven:

‘Waarom zou Jeff Bezos [oprichter van Amazon] met zijn twintig miljard dollar zijn kinderen thuisonderwijs geven? Wat weten hij en zijn vrouw Mackenzie wat u niet weet? Zij weten dat de toekomst van het onderwijs ligt in de som van ontdekkingen die thuis gedaan worden –niet in de hagelwitte papieren van het overheidsbeleid.’

Mocht je toevallig dit weekend op het hockeyveld Loes Ypma tegen het lijf lopen, of Sander Dekker, Ton Elias of Karin Straus in de concertzaal, wil je ze dan over ons vertellen? Er is een grote kans dat er maandag korte metten gemaakt gaat worden met de hete aardappel. Ondanks de openheid, ondanks de positieve onderzoeken, ondanks bezorgde expats, ondanks politici van CDA, PVDD, PVV, SGP en CU die bereid waren om zich in te lezen en op bezoek te komen en ondanks hoogleraren Onderwijs- en Opvoedkunde die zich zorgen maken over de teloorgang van de vrijheid van onderwijs.

  • ‘Verbied thuisonderwijs niet, het jaagt waardevolle gezinnen weg’ door Daniel Erasmus verscheen op 26 september 2014 in NRC Handelsblad. Te lezen via de NRC-site (betaalmuurtje van 29 cent) of hier via blendle.nl. Als je je aanmeldt bij Blendle krijg je 2,50 euro om artikelen te lezen.
  • Zie ook ‘Een week uit het leven van …’ voor een ieder die niet op werkbezoek is geweest maar toch wil zien hoe een weekje thuisonderwijs in zijn werk gaat.

Het lied der dwaze bijen

25 september 2014

Martinus Nijhoff wist het al: ‘Niemand kan van nature zijn hartstocht onderbreken’. Daar heb je bovennatuurlijke kracht bij nodig. Maar soms is het niet nodig om je hartstocht te onderbreken, dan kun je hem delen. Zoals deze imker. Als er iemand hartstocht heeft voor zijn hobby, dan is hij het wel.

We waren uitgenodigd door een groep thuisonderwijzers uit de buurt van Utrecht. Of we wilden meedoen aan een imkerproject: een hele middag tussen de bijen. Leren over bijenvolken, honing, het verband tussen bomen, bloemen, vruchten en bijen. En dan niet uit een boekje, maar hups, mee de bijenstal in. Daar hoefden we niet lang over na te denken.

We gingen in groepjes op bezoek bij de koningin. De kinderen die nog even op het staatsbezoek moesten wachten, deden ondertussen opdrachten in het leslokaal.

Op iedere tafel stonden attributen en aanwijzingen. Er was een grote, werkende honingslinger, waar iedereen een raat mocht uitslingeren. Een anatomisch model van een bloem: hoe heten alle delen ook alweer? Meeldraad, vruchtbeginsel, kelkbladeren… Hoe verloopt de levenscylus van een bij? Hoe smaken stuifmeelkorrels precies? Wat is het verschil tussen de angel van een wesp en die van een bij? En hoe ziet zo’n angel er van dichtbij nou precies uit?

Maar de imker zelf was het allermooist. ‘Ik heb nog nooit een imker meegemaakt die niet goed kon vertellen’, zei de juffrouw die de les coördineerde. ‘Dus: veel plezier!’

Ze had gelijk. Zelden zoveel in een middag geleerd. Over de diverse volken, over de verschillende bijendansen waarmee ze elkaar vertellen waar volop bloemen te vinden zijn, over koninginnen die op bruidsvlucht gaan. Over imkers die om elf uur ’s avonds hun volk oppakken om ze vijftig kilometer verderop te laten grazen, omdat daar een weide met volle bloemen is. Dat moet ’s avonds, want dan pas komen de bijen thuis en kun je ze met kast en al meenemen. Dan ben je dus wel pas om twee uur ’s nachts weer thuis. Maar dat geeft niet, als je bezig bent met je hartstocht.

En wat krijg je als iemand zijn passie deelt? Mensen die staan te dringen om het te mogen horen.

Mensen van alle leeftijden, die er met hun neus bovenop willen staan om te zien hoe een larve eruit ziet. Om het dekseltje op iedere cel in de raat van heel dichtbij te bekijken. Om goed te zien hoe elke cel precies het juiste formaat heeft: een beetje groter voor een dar, een beetje kleiner voor een werkbij.

En om honing te proeven, zo uit de raat.

Wist je trouwens dat een mannetjesbij niet kan steken? Philip, Jet, Cato en Victoria hebben het zelf gezien. Je kunt ze zo over je hand laten lopen. Heel schattig.

’t Is dat we nog een familie zoetwatermosselen met een compleet ecosysteem op het dressoir hadden staan, anders voorzag ik een nieuwe huisdierenfase.

De les liep erg uit. Maar dat gaf niet, zei de coördinatiejuffrouw, dat gebeurde altijd met de imker. We bedankten hem heel hartelijk. En we beloofden dat we hem onmiddellijk zouden bellen als we ergens een bijenvolk in een boom zagen hangen. Dat schijnt nog wel eens voor te komen.

Terwijl de kinderen op het erf speelden en de koningin en haar hofhouding hun poëzie voortzetten, aten wij onze meegebrachte boterhammen aan picknicktafels naast het honingraatpaleis. We zeiden tegen elkaar wat een wonder dat toch was, zo’n bijenvolk. En hoe mooi het is om je hartstocht te kunnen delen.

To op de skelter

***
Met dank aan Gerdine en Shelso voor alle foto’s!