Mijn volgende Gastspreker schreef een dertigtal boeken over sterrenkundige onderwerpen, publiceerde talloze artikelen in nationale en internationale wetenschappelijke tijdschriften en ontving in 2002 de Eureka! oevreprijs van het NWO voor zijn bijdrage aan de popularisering van kennis en wetenschap.

Hij vijzelt wekelijks de sterrenkennis van Volkskrantlezers op en is regelmatig te gast in radio-en televisieprogramma’s als NOVA, het Radio 1 Journaal en Vroege Vogels (wat dat betreft past dit blog natuurlijk mooi in het rijtje).

Mijn echtgenoot kwam als kind weleens bij hem over de vloer en wist zich te herinneren dat mijn Gastspreker toen al een kleine sterrenwacht in zijn slaapkamertje had. Ikzelf leerde zijn werk kennen dankzij het Artis Planetarium, waar we de voorstelling Sesamstraat en Melkweg zo vaak bezochten dat we hem letterlijk konden reciteren. Later ontdekte ik samen met de kinderen zijn geweldige boeken; allemaal -en nog veel meer-  te vinden op zijn uitgebreide website allesoversterrenkunde.nl.

Er zijn weinig zekerheden in dit leven, maar de kans dat hier ooit nog een Gast spreekt naar wie een planetoïde vernoemd is, is nihil.

Foto: Nasa-laboratorium JPL

Dames en heren, mag ik een warm applaus voor:

Govert Schilling

———————

Uit en thuis in de kosmos

Billie heeft geluk.

Billie is een negenjarig meisje uit Amersfoort. Ze woont bij mij om de hoek. Ze is weg van alles wat met de maan, de planeten en de sterren te maken heeft. En een van de leerkrachten op haar basisschool vindt dat óók een leuk onderwerp. Vandaar dat Billies klas afgelopen voorjaar in de weer ging met het project ‘Heelal’.

De meeste Nederlandse jongens en meisjes van negen jaar hebben pech. Zij zijn óók weg van alles wat met de maan, de planeten en de sterren te maken heeft – ik ken werkelijk niemand van die leeftijd die het heelal niet machtig interessant vindt. Maar als je meester of juf er toevallig niks mee heeft, blijft die interesse onbevredigd.

Op de middelbare school is het al net zo. Sterrenkunde komt aan bod binnen het vak ANW, maar niet erg uitgebreid. Veel leerkrachten weten er (te) weinig van, en het gebeurt regelmatig dat ze op details gecorrigeerd worden door leerlingen die er toevallig wél goed in thuis zijn. Van extra aandacht voor astronomie – een bezoek aan het Artis Planetarium in Amsterdam, of een groot schoolproject, of in sommige gevallen zelfs een eigen schoolsterrenwacht – is alleen sprake als de natuurkundedocent zélf een bijzondere belangstelling voor het onderwerp heeft.

Jammer eigenlijk dat een serieuze kennismaking met het heelal niet standaard deel uitmaakt van de Nederlandse lesprogramma’s. We leren onze kinderen zo veel mogelijk over de stad, het land en de wereld waarin ze wonen, maar buiten de dampkring houdt het op. Terwijl juist die kennismaking met de eindeloze en mysterieuze wereld van het heelal bijdraagt aan een goed beeld van de plaats van de mens in de kosmos.

Aan de belangstelling van kinderen ligt het niet. Nee, het gaat fout op de pabo’s en de lerarenopleidingen. Sterrenkunde komt daar niet of nauwelijks aan bod, en veel studenten vinden het onderwerp (onterecht) te ingewikkeld. Misschien wel omdat ze zelf op school óók geen inspirerende docent voor de klas hadden staan.

Het mooie van thuisonderwijs is natuurlijk dat je als ‘docent’ veel gerichter kunt inspelen op de interesses van je ‘leerling’. Samen met je kind de bibliotheek in duiken, of een mooie documentaire op de BBC of Discovery Channel bekijken. Een publiekssterrenwacht of een planetarium bezoeken. Misschien zelfs een kleine telescoop aanschaffen en zélf naar de bergen op de maan en de ringen van Saturnus kijken.

Het besef dat er bij jonge kinderen een haast onstilbare kennishonger bestaat naar de wereld buiten de aarde, is in het thuisonderwijs waarschijnlijk veel sterker aanwezig dan in het reguliere onderwijs. Dat is goed nieuws voor alle Nederlandse kinderen die thuisonderwijs genieten. Voor de meeste anderen is het te hopen dat de drempelvrees die veel leerkrachten voelen als het om astronomie gaat, ooit zal verdwijnen.

Dat heeft natuurlijk veel met goede voorlichting en educatieve ondersteuning te maken. Door instanties als Stichting De Koepel in Utrecht, het Artis Planetarium in Amsterdam en de Stichting NOVA. Adressen waar het thuisonderwijs natuurlijk ook bij terecht kan voor informatie en materialen.

In de praktijk blijkt het echter toch vooral af te hangen van een gemotiveerde en geïnteresseerde docent. Lesgeven blijft per slot van rekening mensenwerk – gelukkig maar! Als we nú kinderen op een inspirerende manier in contact weten te brengen met de wereld buiten de aarde, zijn er over pakweg vijftien jaar misschien wél veel jonge leerkrachten die hun enthousiasme aan een nieuwe generatie doorgeven.

Voorlopig vestig ik mijn hoop even op negenjarige Billie. Voor het schoolproject ‘Heelal’ maakte ze een tijdschrift over sterren, waarvoor ze mij interviewde. Met fascinerende vragen als ‘Waarom heten sterren eigenlijk sterren?’ en ‘Wat is het doel van sterren?’ Nee, die Billie – die komt er wel. Die is straks helemaal thuis in de kosmos.

Ruimtereis

21 november 2008

Een kleine stap voor een mens

‘Dit wordt je eerste keer Space Expo, Catootje’, zei Philip toen ik de auto het pad van de ruimtevaarttentoonstelling op draaide. Een mens heeft zo wat mijlpalen in zijn leven.

We waren er inderdaad al een poos niet meer geweest en Philip was heel blij dat we weer eens gingen. Voor Jet hoefde het niet per se, maar ook thuisonderwijskinderen houden rekening met elkaar; je doet geregeld iets wat je zelf minder leuk vindt, maar waar je een ander blij mee maakt. Bovendien had Jet wel veel zin om E. en haar kinderen te zien, de vrienden met wie we hadden afgesproken.

Cato was meteen in haar element. Ze werd met open armen ontvangen door J. – E.’s driejarige dochter. Als jongste telgen trokken zij er samen op uit om de ruimte te verkennen.

Nederland ontdekken

Ze hobbelden vreselijk schattig achter elkaar aan en verzonnen allerlei nieuwe spellen. En als Cato dreigde af te dwalen of hulp nodig had bij een trapje, stond J. als Grote Vriendin paraat om zich over haar te ontfermen.

Cato en J

In de tentoonstelling is de afgelopen jaren nauwelijks iets veranderd. Toch blijft er genoeg te ontdekken, al was het alleen maar omdat sterrenkunde niet een bijster eenvoudig onderwerp is en de techniek bovendien voortschrijdt.

Planeten kijken

Veel van de informatie gaat langs mij heen en soms vraag ik me weleens af hoeveel er bij de kinderen blijft hangen, maar dan blijkt dat zij altijd meer kunnen plaatsen dan ik dacht.

We stonden te kijken bij de vitrine van een Marslandschapje. Ik zei dat ik gehoord had dat de missie naar Mars stopgezet was, maar de reden ervan was me ontschoten. ‘Ja, dat klopt’, zei Philip, ‘dat komt omdat het nu op Mars ook herfst is, waardoor er bijna geen zon is. En de robot werkt op zonne-energie.’ Had ie gezien bij Nieuws uit de Natuur.

Space Expo is verder een nogal serieuze expositie, met veel schriftelijke uitleg, een paar spectaculaire onderdelen en hier en daar een kwinkslag.

marsmannetje

Philips absolute favoriet is de Opstijgende Raket. Ieder uur wordt er afgeteld, waarna met veel kabaal en rook een raketlancering gesimuleerd wordt. Een enorm succes.

Terwijl ze de rest van de tentoonstelling verkennen, houden de kinderen voortdurend een schuin oog op de aftellende klok. Als het bijna zover is, gaan ze alvast tussen de raketmotoren zitten,

en tellen af

Aftellen

totdat de raket met veel geraas gelanceerd wordt en je op het beeldscherm in de vloer de aarde onder je voeten ziet wegschieten.

Opstijgende raket

Dan trekt de rook op, klinken er Carmina Buranaklanken en keert de rust terug. We zijn hier nu een keer of zeven geweest, maar dit verveelt nooit.

In de optrekkende rook