Drie mooie boeken over de wereld buiten je tuinhekje. Een oude, een jongere en een net-uitgekomene, op volgorde van leeftijd.

Uit de oude, maar mooie doos: Peter Menzel, Material World, A Global Family Portret, 1994.

Menzel is ook de maker van Hungry Planet, What the World Eats, met weekmenu’s uit verre en dichtbije landen. De tafels van de wereld, foto’s waarop je maar blijft kijken (hier had ik al een link naar het TIME foto-essay gezet).

In Material World staan net zulke fascinerende foto’s, maar in plaats van eten, portretteert Menzel hier de bezittingen van de wereld. Grote foto’s en een haast steriele opsomming van de bezittingen per gezin: 1 schommelstoel, 2 driewielers, 4 kookpannen. Bijna iedereen heeft een televisie.

Dan ziet het vermogen van een familie uit Koeweit er zo uit:

en het boeltje van een familie uit Mongolië zo:

Het tweede boek is van vorig jaar: Help, mijn iglo smelt! Vier verhalen van kinderen uit verre landen, van Nathalie Righton en Ton Koene.

Een prachtige uitgave waarin het dagelijks leven van vier kinderen uitgebreid wordt beschreven. De opzet is te laten zien wat klimaatverandering aan het andere eind van de wereld voor gevolgen heeft. Maar eigenlijk speelt dat in de verhalen een vrij kleine rol.

Het is vooral een mooi boek, dat de kinderen zelf aan het woord laat. Over hun dagbesteding, hun lievelingseten, hun familie. Fantastische foto’s en boeiende verhalen die veel gespreksstof opleveren. Jet was verbaasd over het contrast tussen het meisje in Ethiopië, dat geen stukje bloot been mag laten zien voordat ze gaat trouwen, en de jongen in de jungle van Brazilië, die in het gunstigste geval met een lendendoekje op de foto staat.

Zelf vond ik het verhaal van de eskimo’s indrukwekkend. Ik had nog een idyllische voorstelling van de Noordpool. Oud en jong, schouder-aan-schouder op visjacht, verhalen vertellen in handgebouwde iglo’s. Maar eigenlijk heeft de ‘welvaart’ er binnen twee generaties niets dan coca cola en ellende gebracht. Heel schrijnend.

We willen het liefst van plaats ruilen met Toei, het jongetje uit Tuvalu. Hij woont alleen met elf volwassenen en negen kinderen op een eiland in de Stille Zuidzee.

Bolderburen in het paradijs, Philip droomde er helemaal bij weg. Het leek hem fantastisch, de hele dag snorkelen, spelen op het strand, varen in je boot met meezwemmende dolfijnen. En als je dorst krijgt, klim je in een kokospalm voor een nootje, want stromend zoet water is er niet. Die giftige pijlstaartrog nemen we wel voor lief. In Nederland kun je ook onder een auto komen.

Op de website van de fotograaf van het boek, Ton Koene, kun je hier foto’s uit het boek bekijken.

Tot slot een piepjonkie: Hoeveel papier gaat er in een boom? En andere vragen van kinderen over duurzaamheid. Door Bas van Lier, weer zo’n fijnerd die mooie informatieve boeken schrijft.

Ik ben eigenlijk meer van de verhalen, maar voor Bas van Lier maken we een uitzondering. Zijn non-fictie is goed en duidelijk en spreekt aan. Hij maakte al Het zeeboek en Het natuurboek voor kinderen, en zo’n zelfde vragenboekje als hierboven over Europa. In Hoeveel papier geeft hij heldere antwoorden op ingewikkelde vragen over het milieu. Een aanwinst voor het (thuis)onderwijs.