De laatste tijd krijg ik veel vragen over de rekenmethode van mijn kinderen. Dat komt waarschijnlijk omdat ‘onze’ rekenboeken, My Pals Are Here! van Singapore Math, sinds kort in het Nederlands vertaald zijn.

In het land der blinden is Eenoog koning: er zijn weinig mensen in Nederland die thuisonderwijs geven en nog minder die Singapore Math gebruiken. Welnu, hier spreekt Eenoog.

‘Je schreef in 2007 dat jullie Singapore Math gebruikten. Doen jullie dat nog steeds en bevalt het?’

Ja, we gebruiken Singapore Math nog steeds en naar volle tevredenheid. Philip (13) doet inmiddels Singapore Math voor het voortgezet onderwijs: New Syllabus Mathematics.

‘Waarom heb je voor Singapore Math gekozen?’

Toen ik een rekenmethode zocht, heb ik eerst vijf Nederlandse bekeken: Pluspunt, Wis en reken, De wereld in getallen en nog twee. Daar was ik niet over te spreken. Het Nederlandse rekenonderwijs zwalkt al jaren van old skool naar realistisch rekenen en terug. De vriendjes en vriendinnetjes van mijn kinderen kregen op school geen staartdelingen of breuken, maar moesten ‘schattend’ rekenen. Als ik hen vroeg 1356:12 op te lossen, dan hadden ze twee vellen papier nodig om al schattend tot een uitkomst te komen. Dat wilde ik niet voor mijn kinderen. Ik was geen thuisonderwijs gaan geven vanwege slecht rekenonderwijs, maar nu ik toch thuisonderwijs gaf, wilde ik ook meteen goed lesgeven. Hoe ik van de zoektocht in Nederlandse methodes bij Singapore Math ben terechtgekomen, heb ik hier al eens beschreven.

‘Is de taal geen probleem? De boeken zijn in het Engels.’

Daar zag ik eerst ook een beetje tegenop, maar dat is reuze meegevallen. De methode is geschreven voor Singaporese kinderen van wie Engels meestal niet de thuistaal is. Daarom is het taalgebruik eenvoudig.

Totdat mijn kinderen het zelf kunnen lezen, vertaal ik. Ik zit gewoon naast hen, we praten over de sommen en ik luister hoe zij tot een antwoord komen. Bijkomend voordeel is dat ze op deze manier een extra taal leren. Door iedere dag wiskunde te doen, leren ze meteen Engels.

Het kost natuurlijk meer tijd dan ze in hun eentje aan een rekenboek te zetten. Dat vind ik soms weleens lastig met meerdere kinderen; het is makkelijker om gewoon een boek onder hun neus te schuiven. Maar achteraf gezien ben ik er blij om. Een-op-een-aandacht is gezellig en effectief. Bovendien blijf je precies op de hoogte van de vorderingen. En, niet onbelangrijk, je leert de methode met hen mee.

‘Wat is het onderscheidende in Singapore Math? Wat maakt het zo goed?’

Om te beginnen laat ik een meester zelf aan het woord, dr. Yeap Ban Har. Hij is een van de makers van Singapore Mathmethodes. In een Nederlands interview (hier) zegt hij dat het vooral de concrete aanpak is die de methode zo succesvol maak:

‘Bij Singapore rekenen gaat het om de ervaring en het zelf doen. We noemen dat ‘de concrete-pictorial-abstract methode’.

Als kinderen bijvoorbeeld 12:4 leren, krijgen ze eerst twaalf concrete voorwerpen, zoals muntstukken, die ze moeten verdelen in vier groepen. Elk kind kan dat. In de volgende fase werken ze met twaalf plaatjes in plaats van echte objecten en pas daarna maken ze de som met alleen abstracte symbolen, met cijfers. Elke fase is nodig om een volgende te kunnen begrijpen: eerst voorwerpen (concrete), dan illustraties (pictorial) en dan pas de cijfers (abstract).

Oplossingsgericht werken en gebruikmaken van objecten en illustraties bij leren is niet nieuw. Al jaren zijn er wetenschappers die verkondigen dat deze manier van leren effectief is. Wat ook niet nieuw is, is de manier waarop wij verdieping aanbrengen in de stof. Waarop we liever één probleem een paar keer oplossen dan dat we allerlei verschillende problemen oplossen. Wat wel nieuw is, is dat we al deze zaken hebben gecombineerd in ons onderwijs.’

Bron: onderwijsmaakjesamen.nl

Voor mij persoonlijk zit de grootste troef in de ‘bar diagrams’. Niet in de letterlijke vertaling van staafdiagram, maar als manier om verhaaltjessommen uit te rekenen. Zo leren kinderen al op jonge leeftijd sommen op te lossen die je normaal door middel van algebra berekent. Het begint heel simpel en later worden het ingewikkelde sommen die ze telkens op dezelfde simpele manier kunnen uitrekenen. Neem het volgende vraagstuk:

‘Philip heeft vier keer zoveel liedjes op zijn iPod als Jette. Samen hebben Philip en Jet 105 liedjes. Hoeveel liedjes heeft Philip op zijn iPod?’

Als je niet beter wist, zou je hier een vergelijking van maken. Met Singapore Math rekenen kinderen van 9 jaar dit anders uit.

Het is het meest typerende van de Singapore methode en ik ben er erg van gecharmeerd. Onwijs leuk om te zien hoe je kinderen ingewikkelde sommen snel en enthousiast oplossen. Ik wou dat ik het op de lagere school zo geleerd had.

Omdat dit zo specifiek is voor Singapore, wordt het door de hele methode heen opgebouwd. Ik kan me voorstellen dat het daarom lastig is om zomaar halverwege de leergang over te schakelen van een andere rekenmethode op Singapore Math. Dan mis je een didactiek die al jaren aan de gang is. Persoonlijk zou ik bij een overstap in ieder geval beginnen bij grade 2 (groep 4), ook als je kind eigenlijk al in een hogere groep zit. Dan zoeven ze wat sneller door de boeken, maar krijgen zij (en jij) de bar diagrams en bijzondere didactiek goed mee.

‘Overal staat dat Singapore Math alleen effect heeft als de leraar de methode goed begrijpt. Docententrainingen zouden noodzakelijk zijn. Vind jij dat ook?’

Je moet de methode inderdaad goed begrijpen, maar daar heb je als thuisonderwijzer naar mijn mening geen training voor nodig. Thuisonderwijzers hebben het grote voordeel dat zij met hun kind meeleren. De lerarentraining van Yeap Ban Har in Nederland beslaat enkele uren tot maximaal 3 dagen. Zelf zegt hij in bovenstaand interview:

‘Het gaat in de training vooral om de mensen te laten ervaren hoe Singapore rekenen werkt. Geen theorieën maar gewoon rekensommen maken. Zo merken ze meteen hoe effectief de methode is en kunnen ze de les die ze gedaan hebben in hun eigen klas geven. Wat ik mijn cursisten daarbij altijd adviseer is: lees het boek. Je leert het beste door alle opgaven in het boek zelf te maken.’

Bron: onderwijsmaakjesamen.nl

Zo is het maar net. Onderwijzende ouders doen precies dát. Als leerkracht met een groep van 30 kinderen kun je niet bladzij voor bladzij naast ieder kind zitten, het is logisch dat je dan via een training de methode in de vingers moet krijgen. Maar als privéjuf zit je een halfuurtje per les bij je kind en leer je vanzelf mee. Ik vond het fantastisch om de methode te zien ontvouwen.

Toch is dit wel een puntje van aandacht als beide ouders bij wiskunde helpen. Toen John de rekenles een keer overnam, mondde dat uit in een masterclass algebraïsche vergelijkingen. ‘Zo moet het niet’, had een tienjarig Philipje gezegd. Ik bedacht later pas dat John de blokjesmethode natuurlijk niet kende. Daar moet je even rekening mee houden.

‘Singapore voert al twintig jaar internationale rekentests aan. Komt dat niet omdat kinderen in Singapore veel meer tijd besteden aan rekenen?’

Het is te gemakkelijk om het succes van de methode daarop af te schuiven. Volgens Ban Har krijgen Singporese kinderen vijf uur rekenen per week. Dat is misschien wat meer dan in Nederland, maar niet absurd veel meer. Er zijn ongetwijfeld kinderen die ook nog uren naschoolse stamplessen krijgen, maar daar zijn de resultaten niet op gebaseerd. Bovendien blijkt uit de Nederlandse proef dat kinderen het ook hier beter deden. Tijdens gewone Nederlandse schooluren zonder drillscenario’s.

In iedere klas in ieder land ziten bolleboosjes en kinderen die het rekenen niet zo makkelijk afgaat. Wat Singapore rekenen zo bijzonder maakt, is dat iedereen beter presteert, ook de middenmoot en de ploeteraartjes. Dat is voor mij overigens geen doorslaggevend motief geweest. Ik zocht een beproefde, gedegen methode die ook nog enthousiasme kon opwekken. We hebben mazzel gehad dat het bij ons werkte.

‘Sommigen zeggen dat Singapore Math te weinig automatiseert, dat je veel aanvullend materiaal nodig hebt. Wat is jouw ervaring?’

De methode kent inderdaad geen oeverloze herhaling. Dat was voor mij een pre. Mijn kinderen zijn niet bijzonder begaafd, maar de eindeloze pagina’s die ik in Nederlandse methodes zag, vond ik overbodig. Ik wilde liever aanvullend materiaal geven als dat nodig was, dan de kinderen bij voorbaat aan een soort bezigheidstherapie te onderwerpen. Er was eigenlijk maar één onderdeel waarbij mijn kinderen meer oefening nodig hadden: de tafels van vermenigvuldiging. Dat deden we dan in de auto, aan tafel of wandelend naar de balletschool. Zo doen we ook wel spellingsoefeningen. Of ik liet ze wat tafels maken op een van de vijftienduizend tafeltrainersites op internet.

Leveranciers willen uiteraard hun waren slijten. Daar ben ik aanvankelijk wel voor gevallen; dan kocht ik aanvullende boeken als Challenging Practices, IQ Math en meer van dat soort veelbelovende titels. Maar we hebben ze nooit gebruikt. Het bleek bij Philip en Jet niet nodig. Wie weet komen ze nog van pas bij Cato of Victoria.

Wat wél handig is, is een set klikbare rekenblokjes. Ze bestaan onder verschillende namen: base ten blocks, rekenstaafjes, rekenkubussen. Je kunt ze bijvoorbeeld vinden bij Educratief, daar heten ze ‘MAB-materiaal’.

Verder doe ik aan variatie. Zo nu en dan geef ik de kinderen een paar maanden ander wiskundemateriaal. Voor de jeu, maar ook omdat ik het belangrijk vind dat ze verschillende vraagstellingen leren oefenen. Dan komen ze niet voor verrassingen te staan als ze eens een examen doen dat niet op Singapore Math geënt is. Dat is dan in plaats van Singapore Math, niet ernaast. In de loop der jaren hebben we afgewisseld met onder meer:


‘Is er iets wat je minder goed vindt aan de methode?’

Nee eigenlijk. Ik kan alleen maar enthousiast zijn over Singapore Math. Het is altijd een gok als je aan een echte methode begint en bij ons heeft het goed uitgepakt. Ik weet dat sommige mensen de plaatjes vinden afleiden van de som, maar voor mijn kinderen had dat juist een meerwaarde. Ik vond het ook altijd leuk als er uitgeweid werd, als we van het een in het ander rolden. Voor mij is dat een van de leuke kanten van thuisonderwijs. Zoals toen Philip werd geïnspireerd tot taartenbakken na zijn rekenles.

Het enige nadeel vind ik de prijs. Ik bestelde mijn boeken in Singapore zelf en dat is duurder dan Nederlandse methodes die je soms tweedehands op de kop kunt tikken. Nu My Pals are Here! in het Nederlands vertaald is, zou ook dat nadeel wegvallen.

—–

Kerststal knutselen

22 december 2010

Terwijl Philip in zijn pyjama zit te legoën

en Superwoman haar roze lel van een computer bedient (nee, ik vind het ook niks, een ‘educatieve laptop’, maar Sinterklaas dacht daar anders over nadat Cato het drie keer als liefste wens op een lijstje in haar schoen had gestopt),

bouwt Jet een valreepkerststal.

Het is een overzienbaar project, net iets minder tijdrovend dan de andere kerststallen die we ons hadden voorgenomen te maken – zoals die van zelfgenaaide viltpoppetjes, waarbij we niet verder kwamen dan een vilten os en kameel.

Mocht je om een knutsel verlegen zitten, dan zijn hier de bouwplaten van twee verschillende kerststalletjes – à vous de choisir.

Dit is een pdf met de bouwplaat van kerststal 1. Totaal drie pagina’s. Ik kan de rechthebbenden niet meer achterhalen; mocht iemand zijn eigen tekeningen herkennen, geef dan even een gil.  

En dit is de tweede stal.

Hier de pdf met de bouwplaat van kerststal 2. Omdat Maria Jezus daar in de armen houdt, is er een aanvullend pdf’je waarop Moeder en Kind los getekend zijn, zodat je baby Jezus in de kribbe kunt leggen. Staat hier. Deze kerststal is beduidend uitgebreider dan de eerste en beslaat tien pagina’s. Komt van deze site.

Landen van de wereld

13 december 2010

Eigenlijk is topografie bij uitstek iets wat je leert door het toe te passen. Lezenderwijs, terwijl je op VOC-schepen naar Kaapstad, Réunion en Java reist, of met Jan Terlouw mee naar Pjotr in Rusland. En levenderwijs, tijdens autoritten met de kaart op schoot of als je naar het journaal kijkt.

Maar er zijn nog meer prettige manieren om het op te pikken. Sinds een week zijn we in het bezit van Landen van de wereld, in een blikken doos van mooiespellenfabrikant HABA. Toen de familie Bolleboos met haar vijf schatjes weer eens op bezoek was, brachten ze het mee om te proberen. Ik was niet meteen overtuigd, want het Jumbospel Tien voor topo hebben we na drie halfbakken pogingen heel ver achterin de spellenkast gezet wegens intense saaiheid. Maar deze bleek een instant-hit.

Zo groot was het succes, dat het op 5 december ook voor ons in de zak zat. En sindsdien wordt het dagelijks gespeeld. Vrijwillig.

De tijdspanne is prima: maximaal een kwartiertje, zodat je er gul nog eens een extra potje tegenaan kunt gooien. Zelf ben ik ondanks twaalf jaar aardrijkskundeonderwijs geen kei in topografie. Dat maakt me een bijna volwaardige tegenstander, wat de speelvreugde verhoogt (‘Mám, denk even na… Dat zijn de Filipijnen!’). 

Ik weet niet hoe lang het duurt voordat we alle landen, hoofdsteden en vlaggen uit ons hoofd kennen, maar ik denk dat het spel tegen die tijd zijn nut wel bewezen heeft.

Handig

  • Toporopa, een van de beste toposites die ik ken. Simpel, doeltreffend, overzichtelijk. Met extraatjes als monarchieën, veldslagen en het altijd lastige verschil tussen eurolanden en EU-landen die géén euro hanteren.
  • Topomania, voor alle overige landen en werelddelen, omdat Toporopa alleen Europa betreft. Fijn dat je het ook kunt gebruiken om te oefenen, niet alleen om te toetsen. Gemaakt door een handige vader.
  • Fairtoys, de winkel waar ik Landen van de wereld gekocht heb. Een aanrader: gratis verzending vanaf 30 euro en uitstekende service.
  • Als je liever ook topo uit een boekje leert, dan vind ik de topotrainers van Kinheim erg goed. Simpel, doeltreffend en nog een soort van leuk vanwege het nakijkvel met kleurtjes. Bij Kinheim hoef je niet per vijf stuks te bestellen, zoals veel onvriendelijke uitgevers eisen, maar kun je een pakket samenstellen van tien werkboekjes naar keuze. Een andere uitgever die thuisonderwijzers ter wille is door boekjes per stuk te verkopen is Bekius Schoolmaterialen, waarover ik hier al eerder schreef.


Foto: Thijsses weblog

Terwijl alles doorgaat, Cato soms veel pijn heeft en dan weer op haar loopgips ronddraaft, Philip en Jet een beetje meer meehelpen met het huishouden en het onderhouden van hun zusje; terwijl de meivakantie in volle glorie van kracht is met in- en uitwandelende bezoekers, feestjes gevierd worden en verliezen genomen en we tussen de bedrijven door leuke voorstellingen bezoeken (De vier jaargetijden voor jonge oren is een aanrader); terwijl de laatste delen van Het kleine huis (ommenabij de prairie) gesavoureerd worden en ik af en toe heel hard ga hollen om alle hormonen op hun plaats te houden, terwijl het leven geen uitstel duldt en stante pede geleefd wil worden, heb ik nu eindelijk de foto’s van Philips werkstuk online gezet.

Onderwerp: Erik of het klein insectenboek van Godfried Bomans. Het concept van een lapbook heb ik hier uitgelegd; het is een opgedirkt soort werkstuk.

Met Erik is Philip zowel aan de slag gegaan met het verhaal als met het onderwerp insecten in het algemeen.

Wanneer je de voorkant openklapt, zie je dit.

En als je daarna de rechterflap opent, ziet het er zo uit:

Anders dan Jet met haar balletboek, heeft Philip wat meer opstelletjes geschreven. Over bijen (gele honingraatje middenonder), spinnen (witte uitvouwblad rechtsonder) en over Bomans in het groene harmonicaboekje rechtsboven.

Naast Bomans een opsomming van insectenkenmerken.

En ten zuidoosten daarvan een ‘recordbloem’: de zwaarste, kleinste, langste, snelste insect – dat werk.

Tijdens het lezen van Erik had Philip alle verschillende insecten genoteerd die in het boek voorkomen. Met een splitpen heeft hij de insectenwaaier in het midden van het werkstuk gemonteerd.

Hoewel hij een aantal dingen op internet heeft opgezocht, heeft Philip verreweg het meeste gehad aan het boek Bzzz. Jet en ik kregen er een klein punthoofdje van, want we werden te pas en te onpas overhoord of gewezen op interessante feiten (‘Moet je horen’). Maar eerlijk is eerlijk, Bzzz is wel een mooitje. Op de verzorgde DK-manier uitgegeven, en dan met inhoud. Geen verzameling trivialiteiten, maar een samenhangend geheel – van de basis tot de nieuwtjes en verder zo’n beetje alles wat je over insecten wilt weten.

In het midden van het boek zat een uitknipvel om Top Trumps te maken – een spel dat de kinderen vaak spelen. We hadden al ‘Star Wars’ en ‘Wereldwonderen’ en nu heeft Philip de insectenvariant gekopieerd, uitgeknipt en in zijn lapbook bijgeplakt.

Het decoratieve gedeelte bestaat voornamelijk uit poëzie; overgeschreven of -getypte verzen uit Dichter bij de dieren, de verzamelbundel met illustraties van Eric Carle, die jarenlang als slaapmutsje voor Philip en Jet gediend heeft. Het geheel is gelardeerd met hier en daar een gevouwen krekeltje of vlinder.

Op de achterkant en rechterflap heeft Philip citaten uit Erik of het klein insectenboek geplakt die hij mooi vond. Sommige heeft hij overgetikt, andere ingescand. De opmaak is aangepast aan zijn smaak: het stukje dat hij het leukst of opmerkelijkst vond, heeft hij in een groter lettertype gezet.

———–

Handig:

  • De pop-upvlinder komt hiervandaan, waar nog 28 makkelijke pop-ups staan (van Aslan uit Narnia tot sneeuwvlokken).
  • Het Bomans-harmonicaboekje en de andere vormen komen van deze site.
  • We hebben ook weer Micro Safari: Journey to the Bugs gekeken, waarin een onderzoeker zich tot insectenformaat laat verkleinen en de wereld in zijn achtertuin verkent. Hier wat informatie en een trailer.
  • Een andere mooie film is Microcosmos – een dag uit het leven van insecten: een trailer.
  • Verwante post: ‘Net als Erik’ over ons bezoek aan het Museon.

Ik heb mijn lijstje met geschiedenisboeken uitgebreid.

Er zijn veel sites zijn met historische jeugdboeken, maar telkens miste ik iets: boeken die niet herdrukt worden, maar nog wel in bibliotheek en antiquariaat te krijgen zijn, korte verhalen, werk van voor 1950, begeleidend beeldmateriaal dat meer laat zien dan een samenvatting van twee minuten.

Gaandeweg maakte ik een lijst met boeken die ík de moeite waard vind en die geschikt zijn voor mijn doeleinden: de kinderen kennis laten maken met mooie woorden en geschiedenis overbrengen aan de hand van levende boeken. Boeken waarvan de kwaliteit in mijn ogen hoog is, de verhalen boeiend of waarvan ik op zijn minst geen waardig equivalent kon vinden. Die lijst heb ik nu online gezet.

Om redenen van bruikbaarheid bracht ik de boeken onder bij de vijftig vensters van de canon van Nederland. Maar ja, waar komt dan dat mooie prentenboek over de Titanic? Of het tapijt van Bayeux, de Hollandse walvisvaart of de Afsluitdijk?

En 100 jaar geleden van Het Schrijverscollectief? Afkes tiental? Kees de jongen? Een geweldig beeld van de negentiende eeuw, maar ze passen niet in een canonvenster. Hetzelfde geldt voor Soldaat Wojtek. Het canonvenster over de Tweede Wereldoorlog heet ‘Nederland bezet en bevrijd’, dus waar laat je dan een Póóls legerkorps met een Sýrische beer in het Midden-Oosten? 

Daarom heb ik ook een deuterocanonieke lijst gemaakt. Met alle mooie geschiedenisboeken die niet in een canonvenster passen.

Het is natuurlijk verre van compleet. Er zitten zelfs vensters bij waar ik nog niks moois voor gevonden heb (kan ik er wat aan doen dat ze die gasbel opgenomen hebben?), maar er staat ook al een hoop wél op. Het uitzoeken en onderzoeken kost veel tijd en omdat ik er al lang mee bezig ben, ben ik bang dat het er anders nooit meer van komt. Bovendien vind ik het zelf ook handig om de lijst online te hebben en er altijd bij te kunnen.

Nou wilde ik eigenlijk eindigen met die mooie regels van Vroman:

Kom vanavond met verhalen
hoe de oorlog is verdwenen,
en herhaal ze honderd malen:
alle malen zal ik wenen
.

Maar ik heb toch gekozen voor een gedicht van Jan Boerstoel. Dan ben ik even de human beatbox en dan rap jij mee:

Ja, dat waren mooie tijden, maar die tijden zijn geweest,
ook al zit je nog te bibberen als je erover leest.
En zoiets waar je het koud van krijgt,
maar dat er niet meer is,
nou, dat noemen ze historie of te wel geschiedenis.

Geschiedenis, geschiedenis, dat is wat we willen,
geschiedenis, geschiedenis om lekker van te rillen.

De boekenlijsten vind je bovenaan de pagina en hieronder:

528

5 maart 2010

We merkten het meteen toen vriend D. woensdagmiddag kwam spelen. Er was iets. Na tien minuten kwam het eruit. ‘Ik heb vandaag mijn citoscore gehad’, zei hij. ‘Ik ben er wel van geschrokken.’

Alle andere voor- en nadelen terzijde schuivend is dit een van mijn hoofdbezwaren tegen onderwijs waar kinderen niet hun individuele talenten mogen ontwikkelen: dat zij na zes jaar gereduceerd worden tot een getal. En een getal als 528 doet in geen enkel opzicht recht aan een jongetje als D.

We hebben het hier over D., die feilloos weet hoe je met mensen moet omgaan. Die iedereen bij het spel betrekt en altijd compromissen weet te vinden.

D. met zijn taalvirtuositeit, zijn enorme gevoel voor humor. Die het heerlijk vindt om verhalen te verzinnen, enthousiast aan zijn opstel werkt, ook al schrijft de juf als enig commentaar: ‘Duidelijker schrijven. Dit kan ik niet lezen.’ Juf weet niet feilloos hoe je met mensen moet omgaan.

D. met zijn onbegrensde hart en zijn torenhoge rechtvaardigheidsgevoel, die petities opstelt en handtekeningenacties organiseert als zijn klas ten onrechte gepasseerd wordt voor een jaarlijks evenement.

D. die speciaal voor Cato’s verjaardag langskomt, met precies de juiste cadeaus. Die van zijn zakgeld een souvenir uit Venetië meeneemt, omdat hij dat ene dingetje ‘echt iets voor Philip’ vond. Die er vervolgens aan denkt om ook iets voor Jet en Cato uit te zoeken.

Die de allerbeste kerstkaarten van de wereld kan schrijven.

En ja, het is ook een beetje een dromer. Maar je moet een vlinder de tijd geven om zijn vleugels te ontvouwen.

Het ergste vind ik dat dit belachelijke getal een deel van zijn zelfbeeld wordt. Zoals bij mijn vriendin, die altijd dacht dat ze dom was, omdat procentsommen en grammatica bij haar niet vanzelf gingen – toen ze elf was. Toen ze er op haar vijfentwintigste nog eens naar keek, snapte ze het wel. Hoe kon dat nou, zij was toch iemand die dat soort dingen niet begreep? Hoeveel dingen ze niet eens geprobeerd heeft, omdat ze dacht dat ze het toch niet kon.

Waarom zijn procentsommen belangrijker dan creativiteit? Is kennis van de Nederlandse grammatica op je twaalfde een belangrijkere factor voor geluk en succes dan muzikaliteit, inlevingsvermogen, filosofisch inzicht? Als je van alle dieren op de wereld de habitat weet en in welke werelddelen zij voorkomen, dan kun je toch een citoscore halen waarbij diverse leerwegen bij voorbaat afgesneden zijn, want wereldoriëntatie telt niet mee voor de toets.

Het filmpje dat ik hier plaatste is bekend, maar niettemin nog steeds veelzeggend. Voor wie liever Nederlands leest, staat hier een vertaling.

Ik moest ook denken aan het iq-puzzeltje dat de wiskundemeisjes een tijdje geleden plaatsten. Vergeet vooral niet de oorspronkelijke links van Tanya Khovanova te lezen.

D. heeft woensdagavond bij ons gegeten en we hebben gevierd dat hij onze vriend is. Ik hoop dat hij nooit, nooit vergeet dat hij alles kan worden wat hij wil. De wereld smacht naar mensen zoals hij.

Van kinderen

26 februari 2010

Het is vakantie, met voortdurend aanloop van vrienden en vriendinnen die op andere dagen naar school gaan. Er wordt ons vaak gevraagd of wij ook de schoolvakanties aanhouden. Dat is in principe niet zo; het weinige formele werk gaat meestal gewoon door. Dat is te zeggen: ténzij er vriendjes komen spelen.

Als de kinderen een afspraak hebben halverwege de middag, dan maken ze ’s morgens wel gewoon hun dagelijkse dingen. Maar als ze in een ritme zitten van dagen vol spelen en aanwaaiende vrienden, dan laten we het reken- en schrijfwerk voor wat het is. Ik vind spelen namelijk heel belangrijk.

En leren houdt natuurlijk niet op bij die paar uur aan tafel. Ik begrijp dat het moeilijk voor te stellen is, maar als je thuisonderwijs geeft, is er veel onderwijstijd die niet als zodanig geteld wordt in een schoolrooster. Als Jet om vijf uur nog even gaat ‘lepboeken’, valt dat niet onder schooluren. Als Philip de wisselkoers voor Engelse ponden opzoekt ook niet. Of als hij Cato drie prentenboeken voorleest. En als Jet vraagt waarom die ‘minister met dat blonde haar’ een lijfwacht heeft, en we praten over Geert Wilders, het verschil tussen minister en partijleider, over vrijheid van meningsuiting en anderen behandelen zoals je zelf behandeld wilt worden, dan trekken we die tijd niet af van de vakantiedagen.

De afgelopen week was zo’n vakantieweek vol onderwijs dat geen onderwijs heet. Een huis vol grote en kleine vrienden, spelletjes spelen, de dungezaaide zonnestralen benutten, logeren en veel samen eten.

We zijn ook naar Het Van Kinderen Museum geweest. Voor het eerst – en zeker niet voor het laatst. Wonderlijk genoeg waren we, ondanks de vakantie, de enige bezoekers. Dat maakt zo’n eerste bezoek wel extra bijzonder, want de medewerkers hadden alle tijd.

Het Van Kinderen Museum is een galerie annex atelier waar je veel verschillende disciplines kunt uitoefenen. Langs alle muren staan houtsnijwerken, stellages, keramiekschalen, legocreaties, laboratoriumopstellingen, robotjes, textiele werken en andere kunststukjes. Bij binnenkomst word je eerst uitgenodigd om op alle planken en achter alle deurtjes te kijken wat je aanspreekt, inspiratie op te doen.

Als je iets gevonden hebt wat je leuk lijkt, meld je je bij een van de medewerkers. Jet werd meteen enthousiast van deze hoed.

Vriendinnetje C. dacht eerst dat zij parfum wilde maken, maar koos later toch voor een mozaiektegel. Philip en zijn vriend D. wilden iets maken wat kon bewegen, maar een hele robot was te veel werk voor één middag. D. ging uiteindelijk voor een auto, Philip voor een boot.

Een paar uur lang zijn ze bezig geweest met stukjes mozaieksteen, lapjes stof, naald, draad, ellebogenstoom,

hout, koperdraad, elektromotortjes, cirkelzagen, vingerwijzingen,

en boven alles: inspiratie. Als je nou een grote ketel neemt, je gooit dat allemaal bij elkaar en je neemt vier alchemisten tussen de zeven en de twaalf jaar, dan krijg je dit:

een prachtig mozaiek,

een beeldschone hoed,

een vet coole slee,

en een luxe catamaran zonder zeil.

Het tegeltje en de hoed hebben voornamelijk esthetische waarde, maar de voertuigen moesten ook nog werken, was het idee. Dat is gelukt. Als je de stroomdraadjes tegen de polen van een batterij houdt, werkt het motortje. Kijk maar naar de auto:

De boot hebben we thuis uitgeprobeerd in een teil. Eerst zie je hem een stukje achteruit varen, daarna vooruit. Als je de stroomdraadjes van pool verwisselt, draait het motortje de andere kant op. In het grote ligbad doet hij het helemaal mooi.

  • Hier de link naar Het Van Kinderen Museum in Den Haag, let goed op de openingstijden. De totaalprijs staat niet duidelijk op de website. Entree is 2,50 p.p. plus ‘materiaalkosten’, die in de praktijk neerkomen op 10 euro per project. Per kind moet je dus rekenen op 12,50, plus 2,50 voor begeleidende volwassenen.
  • Hier een Engelstalige uitleg over de elektromotor – ik kon geen goede Nederlandstalige site vinden.