The glamorous life

2 juli 2014

Dames en heren,

Het moment waarnaar u heeft uitgekeken,

hier lag u voor in de rij,

hier bent u voor naar het theater gekomen.

Ik presenteer,

de ster van de voorstelling,

vedette by default,

prima ballerina

(dankzij een lange lijn volmaakt geschakelde dna-structuren)

hier is ze:

Jet!

Ach, u had geen kaarten? Dat is jammer. Dan ziet u hier Jet na vier shows, acht slopende uren, vierduizend betalende bezoekers, zes kostuumwisselingen, twintig schuifspeldjes en een klein maandsalaris aan mascara, oogschaduw en wenkbrauwpotlood (‘Geen zwart, mam. Het moet donkerblond zijn.’), aan het eind van haar Latijn, achter een bordje pasta al sugo met dagverse snijbiet. Onaangeroerd.

Hoewel Jettes make-up anders doet vermoeden, betrof het geen benefietvoorstelling ter bescherming van de reuzenpanda. Het thema van de balletschool was dit jaar ‘Aap, noot, Mies’. En iedereen weet wat er na aap, noot, mies komt. Wim, zus en … ? Precies.

Pardon, niet alleen Jet natuurlijk. Ook Juf Jet.

En niet alleen prima ballerina, ook streetdancer.

Maar na 48 uur onderdompeling in the glamorous life zie je ook de betrekkelijkheid er wel van in. Money only pays the rent.

Aan het eind van zo’n weekend weet je, net als in het liedje van Sheila E., waar het eigenlijk om draait. Na drie hapjes pasta, een bakje yoghurt en een etmaal slaap wil je gewoon weer kletsen en lachen en jezelf zijn.

Without love, it ain’t much.

Cato schrijft

15 mei 2014

Als je het moeilijk vindt om dingen uit te spreken
of je weet niet precies hoe je het moet zeggen;
als je genoeg begrijpt om je beperkingen te zien,
maar net te weinig om je volwaardig deelgenoot te voelen;
als de tranen hoog zitten
en je die liever niet wilt laten zien,
dan is het fijn dat je kunt schrijven.

Cato schrijft

15 april 2014

Bofweek

30 december 2013

Kijk eens. Ziet u iets bijzonders?

Ja, nee, ze ligt stil, ja.

Dat klopt, zo vind je haar niet vaak.

Maar wat ziet u nog meer? Kom even dichterbij anders.

Nou? Wat flonkert daar?

Zelf zei ze er dit over: ‘Weet je mam, ik stond vanochtend op en dacht: “Ik heb het gewoon gedaan!” Ik heb gedaan wat ik echt wilde, ook al wist ik dat het een beetje pijn zou doen.’

Het is exemplarisch voor de gemoedstoestand waarin ze zich op het moment bevindt. Het groeisprongetje. De fragiele periode die zich nu en dan verheft boven andere periodes. Momenten waarop je heel veel wilt, maar ineens bijna niks meer durft. Je hoofd wil nou eindelijk eens groot zijn, maar je lijf wil eigenlijk alleen maar op schoot zitten. Daar kun je woedend van worden en soms verdrietig. Af en toe vier je een triomf waar je zeker vijf minuten op kunt teren – totdat de volgende frustratie zich aandient.

In zo’n toestand helpt één ding: aandacht. Omhelzingen, stil naast elkaar zitten, praten, laten praten, op schoot. En een beetje meer geduld hebben. Oefening baart kunst. Bij Cato heb ik het privilege veel te mogen oefenen. Mijn Jekyll & Hyde, mijn wervelwind, mijn brekebeen, mijn derde, mijn doorzetter.

Het resulteerde in een reeks onverwachte mazzeltjes deze week. Die oorbellen dus. En een hele dag spelen bij opa en oma, in haar eentje. Cato had zorgvuldig een grote boodschappentas gevuld met gezelschapspellen, zodat er niet een, niet twee, maar drie potjes mens-erger-je-niet achter elkaar gespeeld konden worden, plus Uno, plus kwartet, plus alle zevenhonderd vragen van het Wereld Natuur Fonds-dierenkaartenspel.

Mazzeltje drie was Kerstmis, dat weer verscheidene andere mazzeltjes in zich droeg. Feestjurken, zingen, neefjes, nichtjes, meehelpen met de voorbereiding van het kerstdiner en vervolgens uitgebreid geëerd worden voor je kookkunsten. Onverwachte kerstpakketten met zoetigheden en tijdschriften en toilettassen met crèmepjes.

Naar de bioscoop. Met cola en een lolly en zingende prinsessen.

Alsof dat allemaal niet genoeg was, diende zich nog een extra bof aan. Omdat het de mooiste film was die Cato ooit van haar leven gezien had, waren er twee mensen die haar nóg een keer meenamen naar dezelfde film. Philip had van Sinterklaas een bioscoopabonnement gekregen en vriend D. bezat er al eentje, zodat de mannen de smaak van zingende prinsessen konden wegspoelen met een aansluitende film vol samoeraikrijgers, zwaarden en harakiri. Maar eerlijk gezegd hadden ze Disney ook erg leuk gevonden.

Cato kon haar geluk niet op. Toen ik ’s avonds vroeg of ze een fijne dag had gehad, kroop ze stralend op schoot. ‘Soms heb je wel eens een bofdag,’ zei ze, ‘met je verjaardag bijvoorbeeld. Maar ik had gewoon een bofwéék.’ Ze draaide aan haar nieuwe oorbelletjes, want dat moest, had de mevrouw van de winkel gezegd. Draaien met alcohol. Zo bleven we samen zitten. Zonder iets te zeggen, totdat het tijd was om te gaan slapen.

Poortwachter

16 december 2013

Ze had al de deur naar menig hart ontsloten, maar sinds kort kan ze ook aardse deuren openen. Op haar tenen, soms nog iets verder, op één been balancerend en met de armen hoog uitgestrekt kan ze haar vingers net om de klink haken en hem naar beneden trekken. Zelden iemand zo trots gezien.

We worden de hele dag uitgenodigd om van haar nieuwe zelfbeschikking te profiteren. Ze kiest een willekeurig vertrek uit, gaat aan de andere kant van de deur staan en roept net zolang onze namen totdat er iemand komt opdagen. Als we vragen: ‘Wat is er, Victoria?’, klinkt er een gesmoord stemmetje van de andere kant: ‘Jij binnen?’

Als we vervolgens aangeven dat we graag naar binnen zouden willen (wel met enig enthousiasme, anders vraagt ze het nog drie keer), opent ze triomfantelijk de deur. Met de egards van een butler uit een Brits kostuumdrama laat zij één persoon binnen, sluit de deur en roept opnieuw een naam. Als het momentum te snel voorbij is naar haar zin, opent ze de deur slechts op een kiertje. Dan doet ze hem gauw dicht, voordat iemand er door kan. Maar omdat ze niet helemaal zeker weet of we er nog wel staan, roept ze van gene zijde nog eens onze namen en begint het spel opnieuw. Keer op keer op keer.

En wij doen mee. Want we snappen dat het machtig is om een nieuw verworven vaardigheid net zo vaak te oefenen totdat je zeker weet dat je het kunt. Om je enthousiasme te delen en even soeverein te zijn. Het is net als bij dat leren schaatsen of programmeren: deuren open je door op je tenen te gaan staan. Telkens weer.

Cursus

14 oktober 2013

Hallo allemaal, en welkom bij les 3 van de cursus ‘Hergebruik uw oude spulletjes’.

In les 1 hebben we geleerd om van een kapot fornuis en tweehonderd lege afhaalchineesbakjes een barbieflat te bouwen. Les 2 was een herwaardering van alledaagse gebruiksvoorwerpen bij opvoeding en vermaning.

En les 3 staat in het teken van het creatieve kinderspel. Als het goed is heeft u allemaal weer voorbereidingen getroffen en staat er op dit moment één tummytub of huishoudemmer binnen handbereik. Daarnaast heeft u enkele kinderen bereid gevonden mee te doen. Er zijn minimaal twee mensen van verschillende leeftijden nodig om deze les volledig tot zijn recht te laten komen, maar extra kinderen zijn handig: hoe meer zielen, hoe meer vreugd.

Wanneer u op dit moment de kamer verlaat en de kinderen met de emmer alleen laat, zullen de origineelste ideeën ontstaan. Mochten uw deelnemers echter suggesties nodig hebben, dan valt te denken aan het gebruik van de emmer als vervoermiddel. Een alienschip bijvoorbeeld.

De kleinste van de kinderen neemt plaats in de emmer en laat zich door de sterkste door het huis vliegen (het is handig om eerst legoblokjes en skeelers van de vloer te verwijderen). Als u de keuze hebt, dan strekt het tot de aanbeveling minimaal één deelnemer van het mannelijk geslacht erbij te hebben. Deze zorgt voor een onnavolgbare mix van enthousiasme, een grote parate citatenkennis uit diverse actiefilms en veel kabaal.

De overige deelnemers worden hierdoor geïnspireerd, zodat u opzwepende stijlbloempjes zult horen als ‘Je gaat eraan!’ en ‘Nietwaar, want dit is een hondsdolle zombie!’ (zwaaiend met een pluchen hondje). De interactie tussen de deelnemers leidt tot nog meer lawaai en creatief gebruik van huishoudelijke voorwerpen die links en rechts bij het spel betrokken zullen worden; enfin, zoals gezegd: hoe meer zielen, hoe meer vreugd.

Volgende week besteden we aandacht aan het naderende feestseizoen. Als het goed is heeft u allemaal twee jaargangen Volkskrant opgespaard, waar we in les 4 een prachtige kerstboom van gaan vouwen.

Cato en Freek

6 september 2013

Varaan. Door Cato, 6 jaar.

Na het avondeten, tijdens het afruimen, stond Cato hard met een tafelmes tegen de tweezitsbank te slaan. Ik ben gewend aan jachtpartijen door het huis, pijltjesgeweren die plotseling om een hoek van de deur steken en gebakkelei na het eten, maar dit was nieuw. Ik vroeg wat ze aan het doen was. ‘Met een kapmes moet je altijd schuin en ván je af slaan’, zei ze. ‘De meeste gewonden in de jungle vallen door lompheid met dit ding.’

Ach, natuurlijk. Freek. Cato heeft sinds enige tijd een nieuwe liefde. Met Stoere Bink is het allemaal wat bekoeld, want Cato bezoekt de laatste tijd veel minder gala’s en haar baljurk heeft ze verruild voor comfortabele kleding. Zo gaat ze op safari, of op avontuur in het oerwoud. Met Freek.

Freek is Stoere Bink in het kwadraat. Hij durft dingen waarvan zelfs Cato soms haar handen voor haar gezicht moet houden en hij weet verschrikkelijk veel. Ik noem maar wat, hij weet gewoon dat de varaan een hard rugpantser heeft, maar een zachte buik die hij te allen tijde wil beschermen. En dat de Surinaamse zwerfspin vet gevaarlijk is, maar tóch gaat Freek op een meter afstand op zijn buik liggen om de spin aan Cato te laten zien. Van die dingen.

Cato zit aan de buis gekluisterd en brengt ons op gezette tijden op de hoogte van de ins en outs van het dierenrijk. ‘Zal ik wat vertellen over de witte haai?’, vroeg ze van achterop de fiets terwijl we naar het strand reden. ‘Graag’, zei ik. ‘De witte haai heet zo’, ging ze verder. ‘omdat hij een witte buik heeft. En hij maakt een belangrijk stofje aan, squalamine, waar we medicijnen van kunnen maken.’

Philip en Jet krijgen er op even gezette tijden een punthoofd van. ‘Mam’, zei Philip, ‘weet je wat Cato zei toen ik haar iets wilde uitleggen over de lama? Ik vertelde dat een lama soms spuugt, en toen zei ze: “Ja, hij brengt zijn maaginhoud naar boven.” Dat is toch niet normaal?’

Boze tongen beweren dat Freek in zee is gegaan met iemand met een laag decolleté en een veel te goed kapsel, maar Cato weet beter. Het is een kwestie van tijd, dan gaan ze samen de hort op. Onbekende verten ontdekken. Ze bereidt zich al goed voor, want Cato speelt regelmatig Freekje door het hele huis. In alle kamers zet ze knuffeldieren neer die op een of andere wijze door Freek bezocht zijn en in haar meest camouflagekleurige outfit loopt ze rond om het publiek te onderwijzen. Toen ik twee plastic girafjes aan haar gaf en zei dat die misschien als moeder en kind konden dienen, wees ze me erop dat deze specifieke figuren nooit bij elkaar konden horen. ‘Kijk maar naar dat vlekkenpatroon.’

Vorige week waren we in de dierentuin, Jet, Cato, Victoria en ik. We stonden lang bij de giraffen te kijken, die telkens hun kop omhoog staken tot vlak voor ons gezicht. Naast me stond een jongetje van een jaar of zes, met een bril en een pleister op zijn oog. Hij tikte me op mijn schouder. ‘Kijk’, zei hij, ‘dat is een mannetjesgiraf. Dat kun je zien, want hij heeft geen pluimpjes op zijn kop. Die zijn afgesleten omdat hij met andere mannetjes om een vrouwtje heeft gevochten.’ Cato boog langs me heen en keek het jongetje aan. ‘Dat heb je van Freek’, zei ze.

  • Freek heeft twee dvd’s: Freek op safari en Freek in het wild. Hij wordt ook nog steeds uitgezonden op Zapp, op werkdagen rond 17.00 uur.