Ovidius voor kinderen

11 april 2012

Het is niet zo dat ze geen stomme boeken mogen lezen. Het is meer dat ik de kinderen probeer voor te houden: waarom zou je stomme boeken lezen? Er zijn zo ontzettend veel mooie boeken. En er gaan maar vierentwintig uren in een dag. Als je nou alle mooie boeken gelezen hebt en er is nog tijd over, dan kun je altijd nog aan de stomme beginnen.

Blijft natuurlijk het dilemma: wat ik stom vind, hoeven zij niet stom te vinden. Dat is waar. Ze hoeven mijn smaak ook niet over te nemen. Maar er is wel zoiets als het bezielde boek. Smaak of niet je smaak, dik of dun, met platen of zonder, dat bezielde blijft ervan af stralen. En ik geloof erg dat je, als je genoeg moois gelezen en gehoord hebt, je een stom boek sneller terzijde legt, omdat je herkent dat het iets mist. Daarvoor hoef je boeken niet stuk te analyseren met geeuwlange sessies over motieven en thema’s. Voorlezen is genoeg. Of lezen.

Het is een beetje schipperen met leeftijd en interesse om dat bezielde tot zijn recht te laten komen. Dostojevski is ontroerend mooi, maar als je hem in de brugklas moet doorploegen, is dat de beste manier om een mens nooit meer aan het lezen te krijgen. Daarentegen kan iemand van vier al heel goed de bezieling voelen in Winnie de Pooh. Of in Mees Kees.

Ovidius is ook mooi. En al vaak vertaald. De beste mythologiebewerkingen voor kinderen vind ik nog altijd die van Simone Kramer. Imme Dros is ook goed, maar pas vanaf een jaar of veertien, denk ik. Anders krijg je dat Dostojevskieffect.

De samenwerking tussen Simone Kramer en Els van Egeraat, die fantastische illustraties maakt, is buitengewoon gelukkig en beslaat inmiddels zowat de hele Europese oudheid. De val van Troje, Jason en het gulden vlies, Icarus, Pegasus. Ze hebben zelfs Beowulf, het Nibelungenlied en de Griekse tragedies toegankelijk gemaakt voor kinderen.

Buiten dat de verhalen prachtig zijn, helpen ze je ook om meer van andere kunst, literatuur en cultuur te snappen. Als je een museum bezoekt, is het leuk om te begrijpen wat er wordt afgebeeld. Als je langs het Paleis op de Dam rijdt, is het leuk om Atlas op het dak te herkennen. Als je Dissus leest, Gouden Griffel 2011, is dat een stuk leuker wanneer je de Odyssee kent. Het is bijzonder om te weten dat er een lange lijn van mensen is die allemaal de verhalen kenden die jij nu ook kent. Dat er vijfhonderd, duizend, tweeduizend jaar geleden ook een jongetje heeft geluisterd naar de sage van koning Midas. Cultureel erfgoed laat je zien dat je deel uitmaakt van een groter geheel.

Zoals Philip en Jet bij vlagen gegrepen werden door de mythologie, zo zit Cato nu ook ademloos te luisteren. Ik vond laatst een prachtige uitvoering van Michael de Cock, Diep in het woud, verzamelde verhalen van Ovidius. Er zit een cd bij met hoorspelen van een aantal verhalen uit het boek. Zoete Vlaamse stemmen, een suizende bries, geknerp van grint en muziek van het Brussels Jazz Orchestra. Ahhh.

Het eerste hoofdstuk ‘Philemon en Baucis’ kun je hier op pdf downloaden. En hieronder het verhaal van de cd. Daarna moet je natuurlijk even gaan lunchen bij Café Eik en Linde, om de hoek bij Artis. Ook cultuur.

De Cock bewerkte al eerder enkele Griekse mythen voor kinderen. Over een paar maanden verschijnt er een boek van hem over de Carthaagse veldheer Hannibal.

—-