De dagen van Afke

30 juli 2010

Dit vind ik een van de mooiste dingen van thuisonderwijs: dat je je helemaal kunt begraven in een onderwerp. Net zolang onderzoeken en beleven totdat je alles weet wat je wilde weten. Honderd keer naar Naturalis als je geen genoeg krijgt van fossielen, honderd keer naar de dierentuin als je gebiologeerd bent door tijgers. Lezen, films kijken, tekenen, naspelen, ongestoord, de tijd vergetend en voor toeschouwers schijnbaar onuitputtelijk.

Jet zit met haar hoofd een dikke eeuw geleden. Na dertien delen van Het kleine huis is ze via De kinderkaravaan tien breedtegraden opgeschoven naar de 19e eeuw in Nederland: Afkes tiental. Maandenlang speelt ze, leeft ze, in die tijd.

Dus gingen we ook weer naar het Zuiderzeemuseum. Twee keer deze maand. De eerste keer was Jet haar kleinehuis-kleren vergeten, maar daar had het museum iets op gevonden.

Het was snikheet die dag en zó consequent is Jet ook weer niet, dus na een halfuur gewatteerde klederdracht maakte ze comfortabel gebruik van haar 21e-eeuwse natuur en dartelde verder in een hemdje.

Tot haar verrukking had de museumwinkel griffels en leien te koop. Bovendien werd er op de zuiderzeeschool lesgegeven in schoonschrijven, inclusief strenge juf. Jet moest nog rennen voor de bel.

 

Omdat de schrijfles met kroontjespen was, mocht Jet na afloop nog even in de bank blijven zitten en op haar eigen lei schrijven, voor het ultieme kleinehuisgevoel.

Nep of niet, Jet genoot. Ze wist van de vorige keer dat er bij een van de huisjes ook een tobbe met wasbord stond en herinnerde zich ineens dat ze nog een flinke was moest doen. Primeurtje, dames en heren, want deze 16 seconden zijn mét geluid (geleende camera).

Nou ja, en dinsdag gingen we nog eens, want we hadden de tijd en iedereen vindt het er fijn en Jet wilde zo graag weer. In haar eigen dracht deze keer.

Dus we gingen weer op de boot.

En Jet had weer een was klaarliggen.

Maar daarna werd het toch anders dan de vorige keren. Want we gingen nu naar Urk. Het museum bestaat uit huisjes van alle delen in het voormalig Zuiderzeegebied, en in het Urker deel zijn een paar huisjes ‘bewoond’. Volwassenen die zich net als Jet honderd jaar geleden wanen – ze sloot naadloos aan.

De buurvrouwen Marretje en Jannetje vroegen over school, luisterden graag naar Jettes uitleg over thuisonderwijs en lieten haar binnenkijken in de huiskamers. De andere bezoekers dachten dat ze erbij hoorde, met haar schort en omslagdoek. ‘Is je vader turfsteker?’ vroeg deze meneer.

Terwijl Jet de halve middag bij de dames doorbracht, hoorde ze over de verschillende soorten klederdracht, de zondagse en de daagse. Over oorijzers die dienden als hypotheek en over de rouwdracht: een zwart lijfje geeft aan dat je man ‘op zee gebleven’ is. Na 1 jaar en 6 weken (om onduidelijkheden over nageslacht uit te sluiten) konden de grijze mouwtjes vervangen worden door bloemetjesstof. Zo zag iedereen dat je weer huwbaar was.

We bezochten ook weer de snoepwinkel, het kerkje en de visrokerij. Cato scharrelde over de keien door de autoloze straatjes, beklom de schelpenheuvels bij de kalkovens en Philip en Jet maakten hun eigen touwen.

Aan het eind van de dag wilde Jet toch nog even terug naar de buurvrouwen. Die zaten net aan de maaltijd – vaste prik in het museum. Soms bakken ze ook havermoutkoekjes of pudding. Jet werd uitgenodigd voor een kopje thee en een kaakje.

—–

Handig

Nieuwstijding: vanaf 1 juli 2010 is de museumjaarkaart geldig bij wetenschapsmuseum NEMO in Amsterdam. Dat is eerder dan verwacht, want in een vorige post citeerde ik het persbericht dat de kaart pas vanaf september zou gelden. Nog een goede reden om de museumjaarkaart aan te schaffen dus, ondanks dat hij dit jaar flink duurder wordt: van 17,50 naar 19,95 voor jongeren tot 24 jaar en van 35 euro naar 39,95 voor volwassenen.

Moet wel gezegd worden dat naast NEMO ook Panorama Mesdag en vanaf 1 oktober het Anne Frankhuis en het Paleis op de Dam vergoed worden door de museumjaarkaart. Een kniesoor zou zeggen: nou Archeon, Space Expo en Neeltje Jans nog – maar wij schenken het glas halfvol en zetten NEMO alvast op de kalender.


Terwijl Kapitein Nemo zijn museumjaarkaart paraat houdt, de Nautilus het IJ op manoeuvreert en op een haar na de pont ramt, kijkt hij ontstemd naar de rij bezoekers van het wetenschapsmuseum tot aan de Montelbaanstoren.

Achterbankgeneratie

1 juni 2010

Cato wilde zo graag eens. ‘Wat is dat?’ vroeg ze regelmatig ter bevestiging. ‘Een bus’, zei ik dan. Of we niet ergens heen konden, vroeg ze iedere keer weer, met die bus.

De tram kennen ze wel, de metro een beetje en de trein natuurlijk – hoewel ze grote afstanden meestal per auto afleggen. Maar de bus, ah de bus. Dat was een mysterie.

Dus toen we vandaag naar een van onze lievelingsmusea gingen, gingen we met de bus. Over de snelweg. Als je toch in een bus zit, dan ook maar meteen een heel eind. Met alle karakteristieke nevenactiviteiten. Karakteristiek rennen om de aansluiting te halen. Karakteristiek opgehouden worden omdat er een dood nestvogeltje op straat ligt waar de kinderen uitgebreid naar willen kijken. Karakteristiek weggeblazen worden op een ‘transferium’ langs de A44.

Maar de kinderen vonden het een feest op zich. ‘Ik zou eigenlijk wel in een bus willen wonen,’ zei Philip, ‘gezellig overal naar toe reizen in je eigen huisje.’ Nadat we twaalf keer van plaats gewisseld waren omdat de bus toch bijna leeg was en iedereen het mooiste uitzicht wilde hebben, eindigden we op de achterste banken. Cato was volmaakt tevreden. Zo ontspannen kun je niet zitten in een auto.

Naturalis was weer fijn. We hadden de tentoonstelling ‘Opvetten en wegwezen’ over trekvogels nog niet gezien en de nieuwe bioscoopzaal met quizknopjes was ook nieuw voor ons. Maar die bus, die deed het ‘em.

Van kinderen

26 februari 2010

Het is vakantie, met voortdurend aanloop van vrienden en vriendinnen die op andere dagen naar school gaan. Er wordt ons vaak gevraagd of wij ook de schoolvakanties aanhouden. Dat is in principe niet zo; het weinige formele werk gaat meestal gewoon door. Dat is te zeggen: ténzij er vriendjes komen spelen.

Als de kinderen een afspraak hebben halverwege de middag, dan maken ze ’s morgens wel gewoon hun dagelijkse dingen. Maar als ze in een ritme zitten van dagen vol spelen en aanwaaiende vrienden, dan laten we het reken- en schrijfwerk voor wat het is. Ik vind spelen namelijk heel belangrijk.

En leren houdt natuurlijk niet op bij die paar uur aan tafel. Ik begrijp dat het moeilijk voor te stellen is, maar als je thuisonderwijs geeft, is er veel onderwijstijd die niet als zodanig geteld wordt in een schoolrooster. Als Jet om vijf uur nog even gaat ‘lepboeken’, valt dat niet onder schooluren. Als Philip de wisselkoers voor Engelse ponden opzoekt ook niet. Of als hij Cato drie prentenboeken voorleest. En als Jet vraagt waarom die ‘minister met dat blonde haar’ een lijfwacht heeft, en we praten over Geert Wilders, het verschil tussen minister en partijleider, over vrijheid van meningsuiting en anderen behandelen zoals je zelf behandeld wilt worden, dan trekken we die tijd niet af van de vakantiedagen.

De afgelopen week was zo’n vakantieweek vol onderwijs dat geen onderwijs heet. Een huis vol grote en kleine vrienden, spelletjes spelen, de dungezaaide zonnestralen benutten, logeren en veel samen eten.

We zijn ook naar Het Van Kinderen Museum geweest. Voor het eerst – en zeker niet voor het laatst. Wonderlijk genoeg waren we, ondanks de vakantie, de enige bezoekers. Dat maakt zo’n eerste bezoek wel extra bijzonder, want de medewerkers hadden alle tijd.

Het Van Kinderen Museum is een galerie annex atelier waar je veel verschillende disciplines kunt uitoefenen. Langs alle muren staan houtsnijwerken, stellages, keramiekschalen, legocreaties, laboratoriumopstellingen, robotjes, textiele werken en andere kunststukjes. Bij binnenkomst word je eerst uitgenodigd om op alle planken en achter alle deurtjes te kijken wat je aanspreekt, inspiratie op te doen.

Als je iets gevonden hebt wat je leuk lijkt, meld je je bij een van de medewerkers. Jet werd meteen enthousiast van deze hoed.

Vriendinnetje C. dacht eerst dat zij parfum wilde maken, maar koos later toch voor een mozaiektegel. Philip en zijn vriend D. wilden iets maken wat kon bewegen, maar een hele robot was te veel werk voor één middag. D. ging uiteindelijk voor een auto, Philip voor een boot.

Een paar uur lang zijn ze bezig geweest met stukjes mozaieksteen, lapjes stof, naald, draad, ellebogenstoom,

hout, koperdraad, elektromotortjes, cirkelzagen, vingerwijzingen,

en boven alles: inspiratie. Als je nou een grote ketel neemt, je gooit dat allemaal bij elkaar en je neemt vier alchemisten tussen de zeven en de twaalf jaar, dan krijg je dit:

een prachtig mozaiek,

een beeldschone hoed,

een vet coole slee,

en een luxe catamaran zonder zeil.

Het tegeltje en de hoed hebben voornamelijk esthetische waarde, maar de voertuigen moesten ook nog werken, was het idee. Dat is gelukt. Als je de stroomdraadjes tegen de polen van een batterij houdt, werkt het motortje. Kijk maar naar de auto:

De boot hebben we thuis uitgeprobeerd in een teil. Eerst zie je hem een stukje achteruit varen, daarna vooruit. Als je de stroomdraadjes van pool verwisselt, draait het motortje de andere kant op. In het grote ligbad doet hij het helemaal mooi.

  • Hier de link naar Het Van Kinderen Museum in Den Haag, let goed op de openingstijden. De totaalprijs staat niet duidelijk op de website. Entree is 2,50 p.p. plus ‘materiaalkosten’, die in de praktijk neerkomen op 10 euro per project. Per kind moet je dus rekenen op 12,50, plus 2,50 voor begeleidende volwassenen.
  • Hier een Engelstalige uitleg over de elektromotor – ik kon geen goede Nederlandstalige site vinden.

School met den Bijbel

11 juni 2009

Kent u die mop van dat gezin dat naar het Anne Frankhuis zou gaan?

Precies. Ze gingen niet.

Ze gingen naar het Bijbels museum. Ze hadden al een paar keer geprobeerd het Anne Frankhuis binnen te dringen, maar telkens was daar een onoverkomelijk obstakel in de vorm van a) een rij tot aan de Westertoren of b) internetkaartjes die uitverkocht bleken te zijn.

Maandag wilden we het weer eens proberen. De onlinekaartjes waren gewoontegetrouw uitverkocht, maar avontuurlijk als we zijn, zouden we de gok wagen. Afgaande op de kaartverkoop van andere dagen leek halverwege de middag, zo rond half drie de beste tijd. Daarvóór wilde ik even langs het Bijbels museum; dat ligt in de buurt van het Anne Frankhuis en we waren er nog nooit geweest. Mijn verwachtingen van het Bijbels Museum waren niet al te hoog gespannen; ik dacht dat we er een uurtje zouden doorbrengen om vervolgens op ons gemak naar het Achterhuis te wandelen.

We pakten een tram richting Spui en begonnen met ijs bij onze oude favoriet Lanskroon, de bakker met zijn kakelverse, bijzondere ijssmaken. Basilicumijs was deze ochtend niet gemaakt, maar rabarbersorbet met gemberstukjes en bloemenroomijs zijn genoeg om gelukkig van te worden.

Het Bijbels Museum bleek niet de vergane glorie te zijn die ik had verwacht. Het pand is prachtig gerestaureerd en de tentoonstellingen waren zeer de moeite waard. De tijdelijke expositie over Salomo’s beroemde tempel was erg mooi, zowel de replica van het zeventiende-eeuwse model als de digitale presentatie, waarbij je de tempel van alle kanten te zien kreeg.

Digitale tempel van Salomo

Met een cathechesespeurtocht trokken we verder door het pand, van de derde verdieping tot de kelder, van de tabernakel (mooie presentatie) tot de Tempelberg.

Jet kijkt uit over Jeruzalem

Er was genoeg te zien, te herkennen en te doen. In de kelder kon je onder meer in Bijbelse talen schrijven, met een sjabloon van het Griekse en Hebreeuwse alfabet. Je naam als sjibbolet, want je bent immers al gekend van voordat je geboren werd.

Bijbels schrijven

Je kon Goliath onderuithalen met de slinger van David,

Zelf de eerste steen gooien

en Bijbels snuffelen in het geurenkabinet – zoals u ziet geen onverdeeld genoegen.

Bijbelse geuren

We ontdekten steeds meer dingen. Natuurlijk de bijbelgeschiedenis die de kinderen overal herkenden. En de plafondschilderingen hadden wel niet zo veel te maken met de Bijbel, maar daarin ontdekten ze verhalen waarover we gelezen hadden in Griekse en Romeinse mythen – goden die werden vereerd in de tijd van de Bijbel.

Mythen ontdekken op het plafond

Deianeira ontvoerd door centaur

Zo dwaalden we door de kamers en door de lieflijke tuin en werd het later en later. In plaats van een uurtje hadden we drie uur door het museum gescharreld. Het had geen zin meer om naar het Anne Frankhuis te gaan, daar hadden we allemaal vrede mee.

Maar weet je, toeval bestaat niet. Zeker niet als je in een Bijbels Museum bent. Want wie kwamen we tegen? Je gelooft het niet. Anne Frank. Nou ja, bijna dan.

Het was Jip Wijngaarden, de actrice die Anne Frank speelde in dé uitvoeringen van het Dagboek, het toneelstuk en de film. Wat ik normaal nooit doe, deed ik nu wel: ik sprak haar aan. En we raakten aan de praat. De kinderen hadden delen van het toneelstuk gezien en Jet vroeg of ze nog steeds actrice was. Dat bleek niet zo te zijn. Ze maakt al jaren een ander soort kunst, schilderijen en sculpturen geïnspireerd op de Bijbel. Ze had ansichtkaarten van haar werk bij zich en liet ons al haar werken zien; gaf toelichting bij de bronzen beelden die ze gemaakt had, vertelde hoe groot de doeken in werkelijkheid waren, waar ze geëxposeerd waren en wat ze ermee bedoelde. Prachtige voorstellingen zoals deze jakobsladder, met in plaats van engelen, een tekst uit Spreuken (hoofdstuk 30, vers 2-4, zoek maar eens op).

Jakobs droom van Yanneke Wijngaarden

Ik vroeg of er een catalogus van haar werk verschenen was en die bleek er inderdaad te zijn (je kunt hem hier zien, samen met meer afbeeldingen van haar schilderijen). Toen we allang afscheid genomen hadden en ieder ons weegs door het museum gingen, schoot ze me even later nog eens aan: ‘Mag ik je een set van de kaarten met schilderijen geven?’ Een retorische vraag natuurlijk. Wie wil dat nou niet?

Ik vond het vreselijk leuk om haar tegen te komen. Als ik aan Anne Frank denk, denk ik altijd aan háár prachtige vertolking. Jip, of eigenlijk Yanneke, haar echte naam, woont in het buitenland, maar was een paar dagen in Nederland voor een televisieprogramma. Anne Frank zou vrijdag 80 jaar geworden zijn en de NPS zendt die dag een herdenking uit. Dus als je morgenavond om half negen naar Nederland 2 zit te kijken en je ziet Yanneke Wijngaarden, dan moet je maar denken: in het echt is ze ook heel leuk. En toeval bestaat niet.

new-heaven-and-new-eartch

Nieuwe hemel – nieuwe aarde, Jip Wijngaarden

Dierenmummies

24 februari 2009

Dierenmummies in het RMO

We zijn op bezoek geweest in het Rijksmuseum van Oudheden. Niet dat we met een bepaald thema bezig zijn (geschiedeniswijs lezen we momenteel Kinderen van Nederland, dat gaat als een razende door de eeuwen heen; leuk overzicht, hoewel er wel wat op aan te merken valt en ik Kinderen van Amsterdam beter vind), maar ik wilde er zelf weer eens heen; op de Mom’s Night hoorde ik van een Australische moeder dat de tentoonstelling ‘Dierenmummies’ de moeite waard was.

Overigens kwam het onderwerp mummificeren de laatste tijd wel veel voor in het spel van de kinderen. Jet wil regelmatig gemummeerd worden, zoals ze het consequent noemt.

Het is het soort spel waarbij je de heibel mijlenver ziet aankomen, maar wat ze juist daarom zo graag spelen: op de grens tussen heerlijk uitgelaten en net niet leuk meer. Ik onderschepte Philip toen hij een koksmes uit het messenblok kwam halen voor een levensechte simulatie van het verwijderen van de organen. Hij was verontwaardigd dat ik het mes niet wilde meegeven. ‘Ik ga niet écht snijden’, zei hij. Dat moest er nog bijkomen. Het was dezelfde dag waarop Jet bij wijze van mummeerverband in het lits-jumeauxdekbed gerold wilde worden en pas na haar gesmoorde kreten uit de dekbedworst wilde aannemen dat dit geen handig spel was.

Bavianenmummie

De tijdelijke dierenmummietentoonstelling was inderdaad de moeite waard. Op een of andere manier valt het Rijksmuseum van Oudheden me doorgaans een beetje tegen, ik verwacht er altijd meer van. De entree is indrukwekkend, met haar mooie tempelzaal, maar verder vind ik het toch wel erg veel oude munten, vuistbijlen en gebroken aardewerk. Natuurlijk zitten er ook mooie dingen bij, de mummiekisten, de Romeinse beelden en de sarcofaag van Simpelveld die Philip toevallig ontdekte omdat hij hem herkende van een schooltvprogramma.

Zelf vond ik de papyrusbrieven weer indrukwekkend, omdat zij de tijdloosheid van menselijke relaties zo mooi laten zien. Een man schrijft een paar duizend jaar geleden aan iemand dat deze zich niet met zijn zaken moet bemoeien. In een andere brief heeft iemand zijn huis verkocht, verklaart dat hij dat uit vrije wil gedaan heeft en dat hij gezond van lichaam en geest was toen hij dit schreef.

Dankzij de chronologische opstelling zie je ook de culturele ontwikkeling van het land: in de oudste brieven wordt een eed gedaan op de farao, zijn de mensen genoemd naar Egyptische goden en is de datering ‘de achtste dag van de tweede overstromingsmaand’. In latere brieven groet men elkaar ‘in de Heer’, hebben de mensen bijbelse namen en wordt de christelijke jaartelling aangehouden..

Catharine Roehrig, Spelen met hiërogliefenNog een suggestie voor iedereen die hiërogliefen wil ontcijferen: het Rijksmuseum van Oudheden heeft deze pagina gemaakt. Zelf ben ik wel blij met het boekje Spelen met hiërogliefen van Catharine Roehrig, inclusief vierentwintig hiërogliefenstempels. Regelmatig te vinden via veilingkijker.nl – niet meegaan in de soms absurde biedingen, ik heb het zelf ooit voor acht euro gekocht. En anders kun je de Engelstalige uitgave bij bol.com nemen, de stempels zijn toch universeel.

De dierenmummies waren bijzonder. Fascinerend dat er zoveel werk verzet werd om een baviaan, krokodil of lammetje te conserveren. Vooraf hadden we een oude aflevering van Beeldenstorm bekeken. In dit filmpje legt meesterverteller Henk van Os uit waarom de Egyptenaren ook mummies van dieren maakten. Het Beeldenstormarchief is bij vlagen beschikbaar, afhankelijk van de pet van de webmaster van de AVRO-site, maar als het goed is, kun je de aflevering hier bekijken. Voor gevoelige kijkertjes de eerste 50 seconden even doorspoelen, het begint met een akelig spannend stukje uit het Kuifje-avontuur De sigaren van de farao. Mocht AVRO’s webmaster de stekker er weer eens uitgetrokken hebben, dan kun je de uitzending zien via deze link op Teleblik, de onderwijssite waarvan alle Nederlandse scholieren en leden van de NVvTO een toegangscode hebben.

Op de tentoonstelling kon je zelf een kat mummificeren, virtueel dan.   

Virtueel mummificeren

Door de volgorde van de handelingen aan te wijzen, zag je het mummificatieproces zich stap voor stap voltrekken.  

P & J mummificeren een kat

Hier nog een mooie website waar ik het filmpje van Beeldenstorm vond: Museumtv. Je kunt zoeken op musea, op naam, provincie of onderwerp: mythologie, dieren, Picasso, Overijssel – vul zelf maar in. Vervolgens kun je filmpjes bekijken die in of over dat specifieke museum zijn uitgezonden.

Naturalis

19 januari 2009

Natuurtheater

Vrijdag waren we met drie andere gezinnen van onze thuisonderwijsgroep in Naturalis. Fantastisch museum. Het is zo groot dat het er op doordeweekse dagen altijd rustig is. Ook al zijn er drie schoolklassen, het waaiert vanzelf uit. Je kunt er met gemak een hele dag vertoeven zonder alles gezien te hebben en er is voor elke leeftijd wat wils; vier verdiepingen met zalen.

Toen Philip drie jaar was, kwamen we vooral voor de opgezette dieren. Toen hij zich een jaar later ingroef in de wereld van de dinosaurussen keken we uren naar de archeologische vondsten in de Oerparade. Toen hij interesse kreeg in vulkanen bleven we vooral hangen in de Aarde-zaal. Altijd bezochten we even de mooie stenen en kristallen in de Schatkamer en er komt vast een dag waarop we ook de DNA-uitleg zullen begrijpen in de zaal over Biotechnologie.

In een hete zomer is het er heerlijk omdat de temperatuur constant op 18 graden wordt gehouden, in de lente is het lekker lunchen op de mooie binnenplaats van het vroegere Pesthuis en op een druilerige najaarsdag kun je fijn filmpjes kijken in de bioscoopzaal.

Er is ieder jaar een groots opgezette, tijdelijke tentoonstelling; op dit moment is het ‘Wildebeesten’, over de jaarlijkse trektocht van de gnoes door Tanzania en Kenia. De aantrekkingskracht van de tijdelijke familietentoonstellingen wisselt weleens, maar deze gnoe-expo is beslist de moeite waard.

Een heuse kruipindehuid. Probeer als gnoe de rivier over te steken zonder opgevreten te worden door een krokodil. Wees een roofdier die in sluipgang  een gnoe wil overmeesteren. Zoals Jet,

Jet sluipt

Gnoe te pakken!

die mooi een dikke gnoe te pakken kreeg. Verder kun je als onderzoeker dierenpoep determineren en natuurfoto’s maken. En als mannetjesgnoe moet je alles uit de kast trekken om zoveel mogelijk vrouwtjes te versieren door op en neer te springen en hard te brullen.

Philip en Jet als gnoes

Cato kon dat ook heel goed.

Cato versiert gnoe

Tezamen met de baltsdans moest je iets doen met die microfoons. Het was niet helemaal duidelijk wat precies, dus testte ze alle mogelijkheden. Door gissen en missen kom je erachter – zo deed Einstein het ook.

Hallo? Gnoe?

Ten slotte klommen we naar de kinderzaal die Kijkje Aarde heet. Je komt binnen tussen de wortels van een grote eikenboom en daarna kun je een aantal dieren voeren. Er is een mand met noten, zaden, wormen en andere lekkere hapjes en je moet kijken welk hapje bij welk dier hoort.

Speelzaal 'Kijkje aarde'

Je houdt het eten voor zijn neus en als hij het lust, gaat zijn bek open. Zo niet, dan schudt hij zijn kop. Dan kom je erachter dat een wild zwijn niet alleen paddestoelen eet, maar ook eikeltjes. En dat een lieveheersbeestje maar één ding lust.

Cato voert mol

Persoonlijk ben ik meer van de onbevangen blik en het proefondervindelijk rondscharrelen, maar als je ervan houdt, dan kun je specifiek voor Kijkje Aarde hier een onderwijshandleiding binnenhalen.

En als je nog nooit in Naturalis geweest bent, dan staat hier een mooie introductie, gemaakt door een biologieleraar.