Kijken, hè!

11 december 2012

Vanaf vanavond dertien dinsdagen op Nederland 2 om 20.25 uur.

Het promofilmpje dat erbij hoort vond ik niet mooi, veel te blits. Van je geschiedenis-is-hip-man en teksten als ‘mediahype’, ‘immigranten’ en ‘afgeslacht’. Hier een mooiere impressie van de Gouden Eeuw.

We gaan de serie wel kijken natuurlijk. Want geschiedenis hoeft helemaal niet hip te zijn, het is gewoon mooi. Verhalen! Wie houdt er nou niet van verhalen? En dat treft, want daar is er toevallig nog eentje van verschenen.

Het meisje met de gouden jurk van Jan Paul Schutten en Martijn van der Linden

Dat prachtige gouden boekje over de Gouden Eeuw. Van Niesje, het meisje dat middenlinks op de Nachtwacht staat.

Met tekeningen waar Rembrandt wel even twee keer voor over zijn penseel zou kijken.

Door Martijn van der Linden, uit Het meisje met de gouden jurk3

Hollandse wolkenluchten, schaduwpartijen waar je u tegen zegt.

En een lief verhaal. Voor maar 6,50. Gouden dealtje. Het meisje met de gouden jurk van Jan Paul Schutten en Martijn van der Linden, isbn 9789047612490.

Net als Erik

14 april 2012

Twee jaar geleden heb ik me suf gezocht naar kindvriendelijk materiaal over fotosynthese. Uiteindelijk vond ik het een en ander, maar wie op dit moment meer over planten wil weten, boft. Tot eind augustus is in het Museon in Den Haag de tentoonstelling ‘Plantastic’. Daar wordt van alles gedemonstreerd over de bijzondere, mooie, vreemde en communicatieve eigenschappen van planten.

Als je binnenkomt, voel je je een beetje Erik uit het klein insectenboek. Je stapt in een uitvergrote botanische wereld van reuzenbloemen, reuzeninsecten en reuzehoge ranken met bladeren.

Er zijn veertig verschillende eilandjes met activiteiten. Al puzzelend ontleed je bloemen: stamper, meeldraden, kroonbladeren, kelkbladeren. Je ziet welke manieren planten gebruiken om hun zaden te verspreiden, hoe ze praten, verleiden en overleven.

En ja, je kunt zelf het fotosyntheseproces in een plantje in gang zetten.

Ik vond het stuifmeelhoekje erg bijzonder. Daar staat een ingenieuze opstelling met een cameraatje en een televisiescherm. Het is een soort fictieve microscoop. Als je een bordje met een bepaalde code voor de camera houdt, zie je op het scherm een enorme driedimensionale stuifmeelkorrel. 

Ieder bordje bevat een foto van een bloem en met de code op de achterkant krijg je de uitvergroting van het stuifmeel ervan. Gek om te zien wat er zo aan pollen in je neus terechtkomt. De korrel van de madelief lijkt bijvoorbeeld op een kastanjebolster (rechts op de foto onder en hier op google afbeeldingen). Omdat ze zo stekelig zijn, blijven ze makkelijk aan insecten plakken.

De kinderen vonden de supermarkt ook leuk. Daar kon je producten scannen als antwoord op vragen. Welke producten bevatten géén planten? In welke boodschappen zit suiker? En waar zit vanille in?

Ik vind de tijdelijke tentoonstellingen in het Museon nog wel eens tegenvallen. Soms zijn ze te oppervlakkig, dan weer extreem ingewikkeld. Maar dit jaar slaat ie wat mij betreft de spijker op z’n kop. Je moet wel gezellig met je kinderen meelopen, samen ontdekken of uitleg geven. Als je ze in hun eentje loslaat, is de verleiding namelijk groot om langs alle blitse applicaties te racen zonder dat je een idee hebt wat je aan het doen bent. Maar met enige interesse heb je na deze tentoonstelling zo’n beetje alle biologie tot en met -pak ‘em beet, hou ‘em vast- de brugklas achter je kiezen.

Na ‘Plantastic’ hadden we nog wat tijd voor de bovenverdieping. Daar is altijd zoveel te zien, we bestrijken nooit het hele museum met één bezoek. Deze keer bleven de kinderen lang hangen in Al-Arab, de sprookjesachtige kamer uit 1001 nacht.

Na gedane arbeid is het goed chillen.

Ze droomden weg op dikke, zachte kussens, terwijl Sherazaad haar 789e nacht inging. Het verhaal van Hassan uit Basra. Met toverpoeders, tulbanden en paleizen. Na de verleidingstactiek van planten, hoorden we nu over meisjes, mooier dan de maan. ‘Met ogen als sterretjes, borsten als appeltjes en een navel waar wel een pond muskus in past.’ Dat waren nog eens schoonheidsidealen.  

—-

  • Associaties met Erik of het klein insectenboek kun je hier creatief botvieren.
  • De tentoonstelling ‘Plantastic’ is tot 25 augustus 2012 te zien in Museon in Den Haag.
  • Om een idee te krijgen hier de plantenspeurtocht in pdf. Ook te koop in Museon zelf voor 20 eurocent. En eigenlijk niet nodig.
  • Tip: je entreekaart van Museon is tevens de sleutel tot allerlei activiteiten op de bovenverdieping. Dat zeggen ze vrijwel nooit bij de kassa en het heeft ons zes bezoeken gekocht om erachter te komen. Op de eerste verdieping staan overal schermpjes en andere opstellingen waar je de barcode op je toegangskaart kunt scannen.
  • Tip 2: de tuin tussen Museon en Omniversum aan de achterkant is een heerlijke plek om te lunchen.   
  • Je kunt thuis je eigen Al-Arabje creëeren met het mooie cd-boek van Frank Groothof, Sheherazade, vertellingen uit 1001 nacht.

We gingen het weer eens proberen, het Kinderboekenmuseum. Vorige keer moesten we nog een beetje aan elkaar wennen, het museum en ik. Maar gut, in zo’n jaar kan er van alles veranderen. Wij hebben er een baby bij gekregen, zij twee. Twee tentoonstellingen die we nog niet hadden gezien: Thé Tjong-Khing en Kikker. 

Meester Khing alleen al bleek het bezoek meer dan waard. Mooie vormgeving, afwisselend, veel herkenbaars en tamelijk wat nieuws. Een verkleedkast, een hoekje Khing-door-de-jaren-heen, voorleesboeken en kijkkastjes waar je zelf het perspectief moest afstellen.

Er was ook een raadjeplaatjemuur. In de boeken van Vos en Haas hadden we gezien dat Thé Tjong-Khing soms bekende schilderijen in een tekenening verstopt. Op de kunstmuur kon je de meesterwerken van Khing vergelijken met die van een Manet, een Gericault, een Vermeer.

Er was een mooie afdeling Vossen en Hazen. Met woordenboekenwand, waar je de betekenis van een woord bij een plaatje kon zoeken. Wat hoort er bij ‘rakelings’? En bij het woord ‘hol’? Het huis van Vos en Haas? Een ruimte die hol klinkt? Een lepel die naast een bolle ook een holle kant heeft?  

We waren met thuisonderwijsvriendjes, voor extra gezelligheid. En extra inspiratie, want deze vriendjes zijn erg creatief. Een van hen maakt bijvoorbeeld dit soort dingen:

Hij is tien! (Op zijn eigen websitehoekje kun je zien wat hij nog meer gemaakt heeft. Zijn werk hangt zelfs in een echt museum: Villa Zebra in Rotterdam. Daar heeft hij met een paar andere kinderen een tekencursus voor jong talent gewonnen. Tot en met 22 april is de expositie te bezoeken.)

Toen er op de tentoonstelling over Thé Tjong Khing schilderezels stonden, werden die ook gebruikt. Om Vos en Haas zelf te tekenen.

Met een sjabloon. Dat wel.

Je moet ergens beginnen.

Het ontstak een vuurtje om thuis ook met sjablonen aan het werk te gaan. Je kunt er mooie stripverhalen mee maken. Het lastige van stripverhalen is namelijk dat je steeds hetzelfde figuur moet tekenen, maar met een sjabloon is dat een stuk gemakkelijker.

De Kikkertentoonstelling voor kleintjes was ook leuk. Cato had het erg naar haar zin: een brief posten voor eend in de brievenbus, het donkere paadje bewandelen uit Kikker is bang, proviand verschepen naar vrienden in nood, net als in Kikker is een held.

Met Papiria ben ik nog steeds niet helemaal in het reine gekomen. Ik blijf het nogal overdadig vinden (opdrachten vervullen, profielen aanmaken én onderhouden, en op het eind nog een verhaal schrijven) met weinig ruimte voor vrij struinen. De ‘interactieve belevenis’ is nog altijd storingsgevoelig: twee van de twaalf spellen werkten niet en het pasjesapparaat vrat de slurper op zonder pasje uit te geven.

Toch is het een museum dat we nog weleens zullen bezoeken. Weinig musea hebben een fijne La Place als museumrestaurant (weekendbezoekers opgelet: La Place is alleen open van dinsdag tot en met vrijdag). En Kikker en Khing maken veel goed.

Nee, de baby is er nog niet. En zolang de baby er niet is, gaat het dagelijkse ritme gewoon door. De kinderen lopen als Oempa-Loempa’s in een chocoladefabriek achter me aan om te helpen waar nodig. Vaatwasser uitruimen, was wegleggen, boodschapje doen, groente schoonmaken, koken, veters strikken (die van mij en van Cato) – tijd genoeg om te praten, te vragen, te lachen en te filosoferen. De clubjes en sporten kabbelen voort, Sint-Maarten kwam en ging, vriendjes scharrelen hier en daar, er wordt buiten gespeeld en gelogeerd, Sinterklaas kwam (heel vroeg) en bleef.

Zo nu en dan rollen de Oempa-Loempa’s me als een Violet Beauderest naar tafel of bureau zodat ik kan helpen met hun werk, want ook dat gaat gewoon door. De uitjes staan momenteel op een laag pitje, maar wat we niet in het echt kunnen zien, halen we ergens anders vandaan. En omdat u anders ook maar duimen zit te draaien tot mijn bevalling, deel ik mijn bronnen gul en graag. Geen kefir, geschiedenis of knutselen ditmaal, maar kunst.

Zo is daar vers uitgekomen: Nacht in het poppenhuis van Anna Woltz en Thé Tjong Khing.

Gemaakt ter gelegenheid van ‘XXSmall’ in het Haags Gemeentemuseum, de nieuwe tentoonstelling vol miniatuurhuizen: van 17e-eeuwse chic via een Gerrit Rietveldhuis tot Victor & Rolf- en ADO-poppenkamers.

In Nacht in het poppenhuis gaat Willemina logeren bij haar tante Sara. Tante heeft een poppenhuis dat alleen bekeken mag worden, niet aangeraakt. Als Willemina even alleen in de kamer is, kan ze zich niet beheersen en breekt per ongeluk een figuurtje van het poppenhuis. ’s Nachts sluipt ze uit bed om haar fout te herstellen en het beeldje te lijmen. Maar dan komen de bewoners van het huis tot leven. En ze zijn not amused met wat Willemina heeft gedaan.

Een van de pronkstukken van de tentoonstelling in het Gemeentemuseum is geleend uit het Haags Historisch Museum, waar we al vaker naar de poppenhuiskamer gingen kijken. Voor de illustraties in Nacht in het poppenhuis heeft Tjong-Khing duidelijk gebruikgemaakt van het mooie oude pand aan de Korte Vijverberg:

Op bol.com kun je acht voorbeeldpagina’s van Nacht in het poppenhuis inzien.

En als je nou niet hoogzwanger bent en gewoon naar Den Haag gaat om de tentoonstelling te bezoeken, dan loop je natuurlijk meteen even binnen bij het Mauritshuis. Het Gemeentemuseum zit weliswaar aan de andere kant van de stad (mooi te combineren met Museon en Omniversum), maar het Haags Historisch ligt op drie Oempa-Loempa’s verwijderd van het Binnenhof en het Mauritshuis.

Ik schreef hier over de audiotour, maar het Mauritshuis heeft ook een heel verdienstelijke kindergids. Zonder een bezoek aan het museum is hij al de moeite waard, en als je langsgaat, is het helemaal leuk om alvast wat schilderijen in het boek te bekijken of na afloop nog eens na te gaan wat je echt gezien hebt. Het is te koop in de museumwinkel, maar met isbn 9789081472319 kun je vast ook wel bij je plaatselijke boekhandel terecht en bovendien hebben veel bibliotheken het in collectie. Op de site van het Mauritshuis kun je het boek hier doorbladeren. Omdat de tekst daar moeilijk leesbaar is, heb ik zelf nog een piepkleine selectie ingescand – als je op het plaatje klikt, opent het in pdf.

Klik op het boek voor een voorbeeldpdf

Nog een mooie kindergids is die van het Rijksmuseum: Ik zie, ik zie wat Rembrandt ziet. Anders dan die van het Mauritshuis bevat deze gids minder informatie en meer mogelijkheden tot zelluf-doen: stickers, voelplaatjes, tekeningen. Je kunt hem meenemen in het museum, dan leidt hij je rond langs topstukken als het poppenhuis van Petronella Oortman, Het melkmeisje van Vermeer en Winterlandschap met ijsvermaak van Avercamp. Je kunt de gids ook bestellen in de museumwebwinkel en hem gebruiken als snuffel- en stickerboek. Als je op het plaatje hieronder klikt, opent er weer een pdfje met voorbeeldpagina’s.

Klik op het boek voor een voorbeeldpdf

En als je met stalpoten thuiskomt van het rondlopen door al die prachtige musea, dan zet je de kinderen achter een toepasselijk dvd’tje. Bijvoorbeeld uit de box Kunst voor kinderen. Acht luchtige tekenfilms van een halfuur over Leonardo da Vinci, Rembrandt van Rijn, Edgar Degas, Claude Monet, Michelangelo Buonarroti, Vincent van Gogh, Mary Cassatt en Andy Warhol. Zo kom je de winter wel door.

—-

Handig:

Kunst met kinderen

27 oktober 2011

Jet was uitgenodigd door haar vriendin. Of ze mee wilde naar De Porceleyne Fles in Delft voor een rondleiding en een workshop. ‘Ja’  was zacht uitgedrukt: Jet telde de dagen af. Ze had een kek jurkje uitgezocht dat al een week klaarlag en op de dag zelf had ze een lunchpakket, fototoestel en een doosje snoepjes in haar tas gedaan om te kunnen uitdelen.

De workshop zou bestaan uit het schilderen van een Delfts blauw tegeltje of huisje uit Het straatje van Vermeer (als je op het schilderij klikt, lees je meer over Het straatje). Jet kende Vermeer wel een beetje, maar het is altijd fijn om bezig te zijn met iets waar je zo naar uitkijkt. Dus we keken Girl with a Pearl Earring om in de stemming te komen. De entourage in de film is erg mooi. Vermeerse kleuren, het oude Delft, prachtig licht en -laten we die niet vergeten- Colin Firth, maar het verhaal is flinterdun. Of in Jettes woorden: saai.

Dus gingen we ook naar het museum, want dat is niet saai. Van het echte Meisje met de parel krijg je namelijk nooit genoeg. We gingen langs in het Mauritshuis om te zien hoe mooi ze ook alweer is. En als je er toch bent, kun je het beste meteen de audiotour doen, dan hoor je ook wat er nou zo speciaal is aan Het puttertje van Carel Fabritius en Meisje bij een kinderstoel van Govert Flinck. De tour is wel een beetje spannend, de schilderijen komen erin tot leven.

Het is handig om aan de balie te vragen hoe je het kastje kunt omschakelen tussen de grotemensen- en kindertour. Zo kun je ook de uitleg beluisteren bij schilderijen die niet opgenomen zijn in de kindertour. Als je vierjarige dan na anderhalf uur zegt: ‘Dat was leuk, zullen we hem nog een keer doen?’ of drie keer hetzelfde schilderijverhaal wil horen, kun jij nog eens een nieuw schilderijnummer intoetsen. 

En toen ging Jet eindelijk naar De Porceleyne Fles met M. en haar zusjes. Eerst keken ze rond in de fabriek. Bij de ovens waar het kale aardewerk afgebakken werd.

Ze hoorden hoe het eerste porselein door de VOC meegenomen werd uit China. Toen iedereen dat wilde hebben, zijn ze dat mooie aardewerk ook in Nederland gaan maken. De Delftse keramiekschilders werden er wereldberoemd mee. Jet vond het prachtig, ze maakte wel zestig foto’s. In de tentoonstellingszalen zagen ze oude bekenden.

Een Straatje van Vermeer.   

Een Meisje met een parel.

Oude vorstinnen.

En nog oudere vorsten.

Levensgrote replica’s.

Toen begon de workshop.

Ze oefenden eerst op een klein stukje tegel, want schilderen met Delfts blauw is toch anders dan met plakkaatverf. Het ziet er ook niet meteen blauw uit als je het erop smeert. Eerst is het grijs. Pas nadat het nog een keer in de oven gebakken is, krijgt het die mooie kobaltblauwe kleur.  

Schilderen is een secuur werkje. Jet deed ontzettend haar best.

Het luistert namelijk nogal nauw. Je kunt de verf er niet meer afwrijven als hij er eenmaal opzit. En overal waar je een beetje dikker gesmeerd hebt, wordt de kleur uiteindelijk donkerder. Maar dat kun je nog niet zien terwijl je bezig bent, pas na het drogen en bakken weet je wat het eindresultaat is. 

Na een week mochten de huisjes en tegeltjes opgehaald worden. We hebben niet veel pronkstukken in huis, maar deze heeft een ereplaats gekregen.

—-

Letters zetten

11 juni 2011

Zoals ik al zei, van het een komt vaak het ander. Je begint met het scheuren van een oude krant, vervolgens neemt iemand je mee naar een papiermolen en nodigt een ander je uit voor het Museum van het Boek. Voor je het weet ben je present bij een drukkerijworkshop in Meermanno Westreenianum.

Eerst spelen met letters in de tuin,

daarna spelen met letters in de museumdrukkerij.

Het is leuk om te zien hoe drukletters op papier gezet werden – zonder de computer en printer die je thuis hebt. We kregen uitleg over de loden letters, en in plaats van zelf te gaan drukken, mochten de kinderen karakters op een andere manier gebruiken. Ze maakten geen woorden van alle cijfers en letters, maar schilderijtjes. 

Want met een S kun je de slurf van een olifant maken als je hem een beetje kantelt. Een 7 kun je gebruiken als neus, een C in spiegelbeeld doet dienst als linkeroor en een liggende 8 wordt al snel een brilletje – of in Philips geval een bos krullen: een heleboel kleine 8’tjes naast en over elkaar gestempeld. 

Zoveel te kiezen. Letters en cijfers in alle vormen en formaten.

En er werd ongegeneerd gesmeerd. Heerlijk. Vooral als het plaatsvindt in andere huizen, aan andere tafels en boven andere vloeren dan de mijne.

Als je nog nooit in Museum Meermanno geweest bent, moet je voor de lol eens gaan. Het is niet het eerste museum waar je aan denkt met kinderen, maar man, met je museumjaarkaart loop je zo even binnen in dat schitterende pand.

Baron van Westreenen heeft in zijn jaren van alles verzameld, van Griekse vazen tot dierenmummies. Maar vooral boeken natuurlijk. In 1797, hij was toen veertien jaar, schreef de jonge baron al aan zijn achterneef (in het Frans natuurlijk, de taal van deftige mensen):

‘Ce sera pour moi toute une fortune que de devenir boek-wurm’ (‘Ik zou zielsgraag een boek-wurm willen worden’). 

Als je door de beeldschone zalen schrijdt, zie je dat het hem gelukt is. Er zijn mensen die hun geld slechter besteed hebben, zal ik maar zeggen.

Voor onze schatjes volgde er nog een speurtocht door de mahoniehouten museumvertrekken en een opdracht in de tuin.

Taken die buitengewoon serieus werden opgevolgd.

Ik heb ze niet in het Frans horen overleggen, maar grote kans dat er tussen die Vlaamse en Hollandse thuisonderwijskinderen een klein boekenwurmpje aan het groeien was.   

Papier scheppen

8 juni 2011

De meeste projecten ontvouwen zich vanzelf bij de kinderen. Zoals dat koken en bakken van de laatste tijd, of een geschiedenisperiode die opeens in trek is (Romeinen, Renaissance, negentiende eeuw, Tweede Wereldoorlog; in willekeurige volgorde), vlinders en kikkers die komen en gaan, een boek dat wekenlang de gemoederen bezighoudt of een baby die zich aandient. Soms is het een beetje minder, maar met drie kinderen is er altijd wel eentje door iets gegrepen, waardoor de rest van de familie vanzelf meeleert.

Papier maken was zo’n project. Ik had het zelf niet bedacht, we hadden het jaren geleden eens gedaan (maar dat was Jet al vergeten) en de aanleiding was niet volgens een gangbaar curriculum: Philip was boos op Jet om iets marginaals, er lag een krant binnen handbereik en in plaats van zijn boosheid met een semi-automatische Smith & Wesson te bekoelen, besloot Philip het krantje te verscheuren. Waarmee anger management direct afgevinkt kan worden van het lijstje sociaal-emotionele kerndoelen.

‘Ik ga nog meer snippers maken’, zei Philip opgevrolijkt, ‘dan kan ik er zelf papier van scheppen.’ Hij snorde een oud schooltv-filmpje (hier) op, weekte de krantenstukjes en mixte alles tot pulp. Toen had hij een schepraam nodig.

Een schepraam. Doorgaans geen attribuut wat je in huis hebt als een project de kop opsteekt. Dus moest er een schepraam gemaakt worden. Gelukkig stond hier een handleiding en hadden we het materiaal in huis: een pakje hordoek (voor vakantiehuisjesramen) en roerhoutjes, beide van alleswinkel Action of Xenos.

Als je eerst met de spijkerkop een paar tikjes op het hout geeft en pas daarna de spijker in het voorgetimmerde stukje slaat, splijt het latje minder snel.

En omdat roerlatjes van waaibomenhout zijn, kun je het hordoek met gewone nietjes vastmaken – je drukt ze er zo in.

Het resultaat mocht er wezen. Het was niet helemaal het flinterdunne velletje waar Philip op had gehoopt, maar het was onmiskenbaar papier.

Onverwacht kwam van het een het ander. We gingen op bezoek bij bevriende thuisonderwijzers, die voorstelden om de oude papiermolen te bezoeken op een steenworp afstand van hun huis.

Zo’n prachtige oude windmolen uit 1692, waar al die eeuwen lang papier gemaakt is. Met een voltijdse molenaar en kleine raampjes waar sfeervol zonlicht doorheen valt.

Met bergen lompen, oud zeildoek en scheepstouw dat aan repen gesneden moet worden.

Zo’n molen met ambachtelijke woorden waar de huidige tijdgeest aan voorbij is gegaan. Woorden als verzijgkast en stamperton.

En zo’n stamperton heeft natuurlijk lak aan nieuwerwetse flauwekul als een arbowet met z’n maximaal aantal decibellen. Die buldert gewoon op volle sterkte door, net als in 1692.

In de scherpkamer worden de maalplaten nog met moker en beitel geslepen.

En bij de schepkuip werkt de molenaar met ellenbogenstoom

wanneer hij een vel papier uit de kuip schept.

Hij liet zien hoe klanten hun eigen watermerk in het papier kunnen bestellen. Het gewenste logo of wapen wordt in het gaas van het schepraam genaaid, zodat het papier op die plaats wat dunner wordt. Dat kun je zelf natuurlijk ook doen in je hordoek.

Ten slotte kwamen we erachter waarom Philips vel papier zoveel dikker was dan dat van de molenaar. Waar wij thuis een dikke pap van krantensnippers hadden gemaakt, moet de pulp eigenlijk bestaan uit 99 procent water en 1 procent pulp. Dan krijg je een prachtig dun vel.

We gaan het vast nog een keer proberen. Als Cato allang vergeten is dat we ooit papier gemaakt hebben. Als Philip een boze bui afreageert op een krantje. Als Jet een vel briefpapier wil maken met haar eigen watermerk. Als het volgende project zich aandient.

Papiermolen ‘De Schoolmeester’ heeft geen eigen website, maar deze drie geven samen genoeg informatie voor een bezichtiging of nader onderzoek: