Arend doet het weer

30 april 2013

Mijn 85-jarige buurman kwam graag op de koffie. Of hij wipte aan rond etenstijd, riep omstandig dat hij zéker niet zou mee-eten (hij had niet eens honger), liet ons vijf keer aandringen, vroeg wat we dan precies aten, nou vooruit, een klein bordje dan, en bunkerde vervolgens een hele maaltijd weg plus twee toetjes.

We waren dol op hem en hij op ons. Hij hield monologen over zijn leven als scheepskok en de oorlogsdagen in Putten en gaf uitgebreide ooggetuigenverslagen van documentaires die hij op National Geographic gezien had. Hij onderwees graag. Dan is een thuisonderwijsgezin op loopafstand een goudmijn. Daar kun je alles aan kwijt. Scheepsknopen, het enige juiste recept voor biscuitdeeg, citaten uit Mijnheer Prikkebeen, de geur van Indonesië, politiek in het algemeen en geschiedenis in het bijzonder. Als bewijs van een deugdelijke lagereschooltijd dreunde hij deze vaak op:

Dikkie Dikkie Arnout,
Dikkie Dikkie Flo,
Dikkie Flo,
Dikkie Flo,
Dikkie Ada Wimpie Flo,
Wimpie Flo, Jan.

U had ze al herkend, de graven van Holland op chronologische volgorde – van Dirk I in 896 via alle Willems en Florissen tot Jan I in 1299. Nu de buurman sinds een halfjaar vertroeteld wordt in het verzorgingshuis, is er een gat gevallen in onze geschiedenislessen – helemaal met de nakende troonswisseling. En wie kan dat gat opvullen, denkt u? Precies. Arend van Dam.

Hij was al leraar aardrijkskunde en (kunst)geschiedenis van de huidige generatie opgroeiende kinderen, nu is hij ook meester in de Oranjedynastie. In tien verhalen vertelt Van Dam over de prinsen, prinsessen, koninginnen en de twee koningen van het Huis Van Oranje.

Net als Van Dams vorige boeken heeft Leve de koning! herkenbare perspectieven. Je kunt je verplaatsen in de vorstenkinderen, hun nukken en speelsheid en de balans tussen gewoon zijn en het comfortabele, bevoorrechte paleisleven.

  

Ik vind het lastig om een leeftijdsindicatie te geven. Stilistisch is het voor jongere kinderen -Van Dam schrijft geen belletrie- maar het onderwerp zal vooral vanaf een jaar of negen aanspreken. Bovendien gaat het diep genoeg om ook volwassenen te boeien. Troonswisselingen, anekdotes van historische waarde en niet te vergeten de handige stamboom, het zijn dingen die ik op school niet geleerd heb. Ik ga me nog beraden op een toepasselijke ezelsbrug voor mijn kinderen, maar zelf ben ik alvast erg blij met mijn eigen ‘Dikkie, Dikkie, Arnout’ in kinderboekenformaat.

  • Leve de koning! van Arend van Dam en Georgien Overwater, isbn 9789000313884.
  • Twee recensies over andere boeken van Arend van Dam staan hier en hier.

Veenhuizen

20 april 2013

Als je de eerste hausse voor het nieuwe Rijks wilt afwachten, kun je net zo goed even een ander museum aandoen. Het Gevangenismuseum bijvoorbeeld! Het is niet helemaal in de buurt van de hoofdstad, maar wat is twee uur reistijd op een mensenleven?

Ik vond het al indrukwekkend om door de poort te lopen van het Tweede Gesticht, waar zo veel sloebers voor mij doorheen waren gelopen, een nieuw leven tegemoet.

Ik moet erbij zeggen: we hadden ons al een poosje ingelezen. Dat kan ik iedereen aanraden. Als gevangenis is het geen overweldigende plek; iedereen die een Louis Therouxtje of Discovery-uitzending gezien heeft over de Ergste Gevangenissen Ter Wereld wordt niet omvergeblazen door Veenhuizen. Maar als historische plek is het heel bijzonder.

Voor wie nog niet ingelezen is: in 1818 was er een barmhartige generaal, Johannes van den Bosch, die begaan was met het lot van de armen. De Franse overheersing had het laatste zetje gegeven tot een grote hoeveelheid armoe en ellende en Van den Bosch wilde de vele sloebers een nieuwe kans geven. Hij richtte de Maatschappij van Weldadigheid op en nodigde armlastige gezinnen uit om naar Drenthe te komen. Daar stond een kolonistenwoning voor hen klaar, kregen ze een koe en een stukje land om het Drentse veen te ontginnen.Men mocht er opnieuw beginnen. Naast de losse kolonistenhuisjes werden er grote gestichten gebouwd waar zo’n 1200 mensen onderdak konden vinden.

Johannes van den Bosch had een goed hart. Het experiment was bedoeld om mensen ‘uit de diepte hunner ellende op te heffen’ en op te voeden tot zelfstandigheid, maar algauw bleek dat het niet helemaal uit de verf kwam. Veel stadse paupers hadden nog nooit een koe gezien, laat staan dat het boeren hen van nature goed afging. Bovendien wilden de meeste mensen helemaal niet naar Drenthe, dat algemeen beschouwd werd als het Siberië van de Nederlanden. Maar bedelaars bleven een probleem, dus besloot de Maatschappij van Weldadigheid dat als men niet uit vrije wil naar het veen afreisde, er onder dwang geholpen diende te worden. Zo werden veel schlemielen en landlopers naar Veenhuizen getransporteerd, waar zij op last van de overheid ‘verpleegd’ werden tot een zelfstandig bestaan. Van een lankmoedig initiatief werd het van lieverlee een rijksinrichting.

Het is allemaal te lezen in Het pauperparadijs, een familiegeschiedenis van Suzanna Jansen, een prachtig boek waar je vast al van gehoord hebt. Jansen vertelt op een ontroerende manier de geschiedenis van een deel van haar familie en tegelijkertijd van negentiende- en twintigste-eeuws Nederland.

Voor kinderen is Ver van huis van Martine Letterie een aanrader. Ook hier kwam de inspiratie uit de voorouders van de schrijfster (veel Nederlanders zijn nazaten van Veenhuizense verpleegden), maar anders dan Het pauperparadijs is Ver van huis een fictieve roman over twee meisjes die vanuit negentiende-eeuws Den Haag uit vrije wil naar de veenkoloniën vertrekken.

Het fascinerende aan Veenhuizen vind ik dat het allemaal niet zo lang geleden is. Tot in de jaren tachtig van de vorige eeuw, mijn jaren tachtig, was het hele dorp Veenhuizen nog afgesneden van de rest van Nederland. Als je van de snelweg kwam, mocht je het dorp gewoon niet in, tenzij je de dienstdoende bromsnor kon vertellen wat je kwam doen en specifieke vragen kon beantwoorden, zoals wat de gezinssamenstelling was van de mensen die je ging bezoeken.

Dertig jaar later rijden we er zomaar met een bus doorheen. Een boevenbus, gerestaureerd en gereden door vrijwilligers van het Gevangenismuseum. Ooit de bus waarmee echte boeven en boefjes naar de gestichten vervoerd werden.

Het is een vreemde gewaarwording. Aan de ene kant de folklore van een authentieke bus met tralieramem en een reisleidster die links en rechts wijzend anekdotes door de microfoon vertelt. Aan de andere kant bestaat het dorp echt. Het is geen filmdecor, geen openluchtmuseum. Het is een tijdsbeeld.

Je kunt je voorstellen dat je vanuit de Jordaan hier naartoe gebracht wordt. Zomaar, omdat het leven niet meezit, omdat je de eindjes aan elkaar moet knopen en er telkens een korter stukje overblijft, totdat er niks meer te knopen valt. En dan kom je hier, langs die eindeloze Drentse wegen, dat kaarsrecht uitgegraven kanaal, terwijl je ooms, tantes en buren, de mensen met wie je je altijd gebroederlijk door de pech heengeslagen had, nog in de Derde Leliedwarsstraat wonen.

De directeursvrouw van de Maatschappij van Weldadigheid had geprobeerd wat allure aan het dorp te geven. Zij verzon de namen op de huizen van de ambtsdragers in Veenhuizen, tot verheffing van het volk.

Niet dat je daar wat aan had, als analfabeet uit de Derde Leliedwarsstraat. Maar de bedoeling was goed.

Het Gevangenismuseum is gevestigd in het voormalige Tweede Gesticht te Veenhuizen. Ik verwachtte niet veel van het museum zelf, want ik vond het al bijzonder genoeg om op de plek te zijn waar we over gelezen hadden en dat zo’n onderdeel is van de Nederlandse geschiedenis.

Maar ook de collectie is een reis waard. Op chronologische volgorde loop je door de misdaad- en strafgeschiedenis van 1600 tot nu, van radbraakkruis en pijnbank tot de huidige cellen van bolletjesslikkers.

Er was een kindertour en Philip, Jet en Cato zijn inmiddels experts op dat gebied. Uit de frequentie waarmee speurtochtboekjes in mijn handen gedrukt worden, kan ik afleiden hoe interessant ze het vinden. Als ik degene ben die met drie boekjes en potloden door het museum wandelt, is het meestal geen indrukwekkende queeste. ‘De vloek van Veenhuizen’ bleek een hit.

Het handelt om Gaius, een jongeman uit ‘een ver verleden’ die niet meer bij zijn geliefde Marieke mag zijn.

De vader van Marieke heeft Gaius laten opsluiten in een verborgen cel en alleen een echte speurneus kan de twee geliefden weer bij elkaar brengen.

Laat ik nou een speurneus bij me hebben.

Die hoef je geen knollen voor citroenen te verkopen. Cato zou het ook heel goed gedaan hebben in het Korps Gestichtwacht.

Terwijl Philip, John en ik rondkeken en onze dribbelende peuter bezighielden en voortlokten met een boterhammetje pesto, volgden Jet en Cato alle aanwijzingen die de vloek van Veenhuizen konden opheffen. Ze communiceerden via verwarmingsbuizen en verzamelden geheime codewoorden die hen steeds dichter bij de verborgen gevangeniscel brachten.

Al speurend maakten ze een tijdreis door vier eeuwen strafgeschiedenis en kwamen voorwerpen tegen die Jet al kende uit Ver van huis. Cato moet nog ingelezen worden, maar die heeft op deze manier wat praktijkervaring opgedaan. Ik denk dat ze de slaapkooi niet zal vergeten; zo brachten ze dus echt hun nachten door – uw en mijn voorouders.

Het ziet er vreselijk uit, een kooi die ’s avonds op slot gaat, maar uit de verhalen in Het pauperparadijs blijkt dat veel bewoners de slaapkooi eigenlijk wel prettig vonden. Het was de enige plek waar ze even alleen waren. En het was allicht beter dan de slaapkist die voor epileptici en geesteszieken gebruikt werd.

Ik zal de spanning niet verder opbouwen: ze hebben de vloek opgeheven, hoor. Gaius werd uit zijn geheime cel bevrijd en leeft voor altijd gelukkig met zijn Marieke.

Victoria vond het allemaal prima. Zolang ze haar boterham met pesto maar kreeg.

Dit is Philip. Philip is dertien jaar. Als hij op school had gezeten, zat hij in de tweede klas van het atheneum. Maar Philip zit niet op school. En aangezien er maar 328 kinderen in Nederland thuisonderwijs krijgen, en slechts een klein percentage daarvan de middelbare school doet, zijn veel mensen benieuwd naar hoe-zo’n-dag-nou-gaat.

In sommige dingen is Philip erg goed, onthouden bijvoorbeeld. Vrijwel alle verhalen die hij op zijn vierde gehoord heeft, kan hij nu nog in detail navertellen. Als hij iets één keer gelezen heeft, staat het in zijn geheugen gebeiteld. Hij is kampioen plannen maken en creatieve oplossingen verzinnen. Zonder moeite herkent hij de drumpartij in een willekeurig nummer en hij heeft een rechtvaardigheidsgevoel waar Kofi Annan een puntje aan kan zuigen.

Concentratie is daarentegen niet een van Philips sterke kanten. Hij is nogal gauw afgeleid. De intentie is er wel, maar ja, dan zit je daar met je schrift aan tafel. En dan bedenk je hoe ridicuul het is om te beginnen zónder dat je potlood geslepen is. Of je oog valt op een reclameblaadje dat toevallig ook op tafel ligt – en ineens weet je dat het onmogelijk is om aan je werk te beginnen voordat je al je spaargeld geteld hebt. Of je krijgt plotseling enorme dorst (ook al heb je net ontbeten). Niemand kan van een mens verwachten dat hij uitgedroogd aan zijn werk begint.

Kortom, het duurt even voordat Philip op stoom is. Maar als hij eenmaal bezig is, kan hij er volledig in opgaan. Soms verrast hij zichzelf gewoon. ‘Mam’, zei hij laatst, ‘ik had het nooit gedacht, maar wiskunde kan echt verslavend zijn.’ Ik ga het op een tegeltje schilderen voordat hij het vergeten is.

Philip doet vijf vakken per dag. Iedere dag wiskunde en Nederlands en daarnaast drie variabelen. Verder leest hij dagelijks minimaal een halfuur (maar meestal langer) een (literaire) roman of ander proza. Voor alle kinderen geldt: televisie, iPad en computers gaan pas na 17.00 uur aan ter vermaak. Ter lering mag alles natuurlijk altijd aan.

Hoewel deze dingen redelijk vaststaan, maken we graag en uitbundig gebruik van de flexibliteit van thuisonderwijs. Eén-op-één leer je efficiënt, dus er kunnen veel zijpaadjes ingeslagen worden. Als er een onverwacht uitje is of iedereen enorme zin heeft in taart en we een ochtend willen bakken, dan passen we ons makkelijk aan. Niet té makkelijk, want Philip floreert op een beetje routine. Het heeft even geduurd voordat ik dat begreep en door zijn gefladder heen aan een ritme bleef vasthouden, maar op die manier is hij het gelukkigst en ervaart hij aan het eind van de dag de meeste voldoening.

Meestal besteedt Philip zo’n drie uur per dag aan boekenwerk. Omdat de kinderen zelf bepalen wanneer ze hun werk doen, zolang het maar voor het avondeten klaar is, lopen Philip en Jet niet helemaal synchroon in hun werktijden. Waar Jet voor het ontbijt liefst al een paar opdrachten afgerond heeft, begint Philip zijn dag graag zo.

Wat mij betreft een geneugte van thuisonderwijs – je eigen tempo kunnen volgen. Jet brengt haar middagen graag dansend door, terwijl Philip liever met vrienden afspreekt; zo hebben ze ieder hun eigen redenen om op tijd klaar te zijn.

Dit is wat Philip in een week gedaan heeft.

  • Wiskunde (dagelijks). Singapore Math is het fundament; daarnaast variëren we voor de jeu en de suppletie. We gebruikten onder meer Wisschriften van Vierkant voor Wiskunde, meetkunde met Van Basis tot Limiet (Belgische methode die geleverd wordt met het wiskundespel MonkeyLabs) en Your Business Math, waarbij Philip en Jet op papier een boekwinkeltje exploiteerden. Op dit moment werkt Philip weer met Singapore Math.
  • Syntaxis (2x deze week): woordsoorten, woordgroepen en zinnen ontleden.
  • Frans (3x deze week) met het Rosetta Stoneabonnement dat ik noemde in Jettes week.
  • Gelezen in Niemand houdt mij tegen van Evert Hartman (dagelijks).
  • Drummen (4x). Deze week geen les, wel gewoon gestudeerd. Met zijn leraar werkt hij met Real Time Drums van Arjen Oosterhout, daarnaast kiest Philip telkens een nummer waarvan hij de drumpartij wil instuderen (veel Coldplay, maar ook andere).
  • Het convectie-experiment van André Kuipers (1x). Had ik ooit aangevraagd via ESA en was blijven liggen.

  • Voor geschiedenis/aardrijkskunde/maatschappijleer koos Philip de Vietnamoorlog (2x aan gewerkt deze week). Drijfveer: er wordt in films vaak aan gerefereerd (‘I served in Nam, man’) en Philip wilde weten waar het nou eigenlijk over ging. We gebruiken bladen van Scribe als mal: History Scholar en Geo Scribe. Deze opdracht bestond uit drie delen:
  1. Basisinformatie over Vietnam verzamelen (hoofdstad, grootte, bevolking, landschap etc.).
  2. Informatie opzoeken over de oorlog (aanleiding, verloop, einde) en samenvatten.
  3. Een kort essay aan de hand van een vraag of stelling die door History Scholar geponeerd wordt. Deze keer de vraag: ‘Some men refused to go to Vietnam to fight, because they felt the war was wrong. Is it ever right to refuse your country’s call to fight in a war?’

Naast internetbronnen als wikipedia en het CIA Factbook bekeek Philip de aflevering van Michael Palins Full Circle in VietnamGood Morning Vietnam en Born on the 4th of July liggen klaar.


Ik ben nog altijd geïnspireerd door de onderwijsmethode van Charlotte Mason. Een van haar stokpaardjes is narration, het navertellen van literatuur die je gelezen hebt. Dat kan op verschillende manieren: mondeling, je vertelling opnemen op camera of mp3, schriftelijk, maar bijvoorbeeld ook door een tekening te maken van wat je gelezen hebt (voor jonge of tekengrage kinderen). Er zijn mensen die een jampot vol vertelmethodes gemaakt hebben (een narration jar). De uitvoering maakt niet uit – het idee is dat je dingen in je hoofd ordent en beter onthoudt als je het aan een ander kunt navertellen, of dat nou aan tafel is of in een schriftelijk verslag.

Mijn manier is simpel: ik vraag de kinderen me te vertellen wat ze gelezen hebben. Cato tekent nog weleens, maar Philip en Jet doen het voornamelijk mondeling en deels schriftelijk. De schriftelijke navertellingen gebruiken we meteen als ‘les Nederlands’, dan kijken we spelling en grammatica na. Zo’n Vietnamverslag is ook niet veel anders dan navertellen en ordenen.

Verder deze week à la Charlotte Mason:

  • Een hoofdstuk uit Mathematicians Are People, Too: Stories from the Lives of Great Mathematicians van Luetta en Wilbert Reimer (1x). Ik las voor, Philip en Jet vertelden na. Als ik ooit nog eens tijd over heb, dan is dit het eerste boek dat ik ga vertalen voor de Nederlandse markt. Zo gaaf. Ook het tweede deel.
  • Shakespeare (2x). Uit Shakespeares Vertellingen van Charles en Mary Lamb las Philip las ‘De koopman van Venetië’ en ‘Het temmen van de feeks’ en vertelde deze aan mij na.
  • Ik heb voorgelezen uit De wind in de wilgen van Kenneth Grahame (1x deze week).
  • Interpunctie (1x). Doen we zo: ik neem een stukje tekst met verschillende vormen van interpunctie, bijvoorbeeld een citaat binnen een dialoog. We bekijken samen alles wat lastig zou kunnen zijn in de tekst. De kinderen bestuderen het nog even goed en daarna krijgen ze dezelfde tekst, maar dan een versie waaruit ik alle hoofdletters en interpunctie verwijderd heb. Vervolgens verbeteren ze het en vergelijken hun versie met het origineel. Ik vind het handig om tekst te gebruiken waarvan ik zeker weet dat de interpunctie perfect is en die makkelijk van internet te plukken is, zodat ik niet hoef over te tikken. Deze week hebben we dit stukje gebruikt.
  • Kunst en filosofie (1x): De school van Athene van Rafaël bekeken in het boek Meesterwerken. Gepraat. Uit Oogetuigen van de wereldgeschiedenis het verslag gelezen van Socrates’ laatste uren, als hij de gifbeker drinkt.

Er was één uithuizige dag deze week: museum Naturalis samen met twee andere gezinnen. De zintuigententoonstelling hadden we nog niet gezien en leverde unieke beelden op. U ziet hier een bijtje op zoek naar nectar.

Philips vaste activiteiten zijn breakdance en drummen. Verder doet hij eens per week een maatschappelijke stage bij Cato’s woensdagmiddagclub. De club duurt drie uur en wordt bezocht door kinderen tussen de vier en tien jaar. Ze doen spelletjes, knutselen en sporten onder begeleiding van twee volwassenen – en Philip. Dat hij een activiteit van Cato gekozen heeft om te helpen, is niet toevallig. Ten eerste ging hij zelf graag naar de woensdagmiddagclub toen hij jonger was, en ten tweede hebben Philip en Cato een bijzondere band. Ze zijn samen als Chinees vuurwerk: licht ontvlambaar, veel kabaal, maar stralend en prachtig om te zien.

Cato baadt dan ook in weelde: zowel een zus die haar in een tutu hijst en door de kamer danst als een broer die haar met pijltjespistolen door het huis jaagt (waar zij altijd voor in is) en schier onuitputtelijk voorleesgeduld heeft.

Van het einde van de week kan ik helaas geen ooggetuigenverslag geven, want toen was Philip niet thuis. Op vrijdag logeerde hij bij zijn beste vriend en op zaterdag had hij een verjaardag van een andere vriend. Ik heb het dus uit de tweede hand. Maar toen hij zaterdagavond om elf uur thuiskwam, was hij moe, enthousiast en voldaan. Er zijn slechtere manieren om je week af te sluiten.

Elk een eigen hamer

29 november 2012

U beseft het niet, maar het had een haartje gescheeld of er was helemaal geen gesteggel geweest over die zorgpremie. Geen Griekse toestanden, geen kiezersbedrog. Philip en Jet hadden namelijk bijna de boel overgenomen. Ze zaten al op het Binnenhof – zo dicht waren ze bij de macht.

De hele Tegenpartij was samengesteld. Henkie de Knip van reisburo Tornado op Buitenlandse Zaken, Henk Lannée van Lannée Ciné en Video op OCW.

Ze deden alsof ze geïnteresseerd waren in een rondleiding, maar dat was deel van het masterplan. Terwijl de jongens van WODAN het Binnenhof schoonveegden, luisterden Philip en Jet zogenaamd aandachtig naar een verhaal over de parlementaire democratie.

Het idee zat ingenieus in elkaar. Vanaf 9.30 uur werden de vip-kaarten om hun hals gehangen en zouden zij achtereenvolgens een film kijken, quizvragen beantwoorden, een fotospeurtocht wandelen en de Tweede Kamer bezoeken. Het programma duurde drie uur; tijd genoeg voor een staatsgreep.

Na de plichtplegingen zouden zij de populaire partijpotpourri aanheffen en in polonaise rond de Hofvijver trekken, om vervolgens in één streep door te stoten naar het Binnenhof. Daar zouden ze plaatsnemen op het pluche en er altijd blijven zitten.

Toen sloeg het noodlot toe. Jet kreeg wroeging. Moesten ze het wel doen? Waren die 80 zetels niet te hoog ingezet? De miljoenen van de pensioenen waren al verdampt. En dat ene punt uit het partijprogramma: ‘Weg met de intellectuelen’, dat in de hitte van de partijvergadering door de vrije jongens was aangevoerd, dat schuurde toch een beetje. Zeker nu Jet drie kaartjes had verdiend met haar goede antwoorden tijdens de quiz.

Philip probeerde de boel nog te redden. Linksachter ziet u hem via zijn oortje de jongens van WODAN in bedwang houden. Die waren al op weg naar het bordes om het Wilhelmus te toeteren in hun Amerikaanse wagens.

Het mocht niet baten. De hele coup is een stille dood gestorven. Ik had er al half en half op gerekend dat dit mijn nieuwe uitzicht zou worden.

Koot & Bie – De nagelaten tapes van Jacobse en van Es

Hoe Jacobse en Van Es overleggen over de formatie, de ministersposten van de Tegenpartij verdelen en zichzelf al zien staan op het bordes.

Handige links

  • Als voorbereiding op de rondleiding keken Philip en Jet iedere dag het laatste achtuurjournaal op nos.nl. Ook maakten ze het blokboek Staatsinrichting van uitgeverij Kinheim en praatten we veel over de verkiezingen.
  • Hier zijn alle rondleidingen op en om het Binnenhof te boeken. Iedere zondag is er een kinderrondleiding met bezoek aan de Ridderzaal.
  • Voor jongere kinderen is het luisterboek Fred krijgt een lintje van Joris Lutz de moeite waard.
  • Boek om te vermijden: Verstand van Nederland, leesboek van Zeger van Mersbergen. Dat in de titel de aanwijzing ‘leesboek’ staat, had natuurlijk een alarmbel moeten laten afgaan – een echt boek heeft geen leeshint nodig. Maar omdat er zo weinig over staatsinrichting te vinden is, had ik het boek toch gehaald. De tweede alarmbel, een zuchtende Philip die alles aangreep om het niet te hoeven lezen, pikte ik wel op. Het is een vreselijk verhaal, waarbij geprobeerd is zoveel mogelijk informatie in een slechte tekst te proppen.

Schoenmaatjes

14 november 2012

U doet toch ook weer mee?

Ja, ik weet het, goede doelen genoeg.
Ja, begin nou eerst maar eens op je eigen vierkante meter.
Ja, het is hier ook crisis.

Laten we wel wezen, in Moldavië is zo’n crisis toch weer anders. Als ik deze moeder zie, denk ik: daar had ik ook kunnen staan met Victoriaatje.

Eigenlijk is die schoenendozenactie gewoon een zelfzuchtig goed doel natuurlijk. Wat is er nou leuker dan een verrassingspakket voor iemand samenstellen? Het zegt mijn kinderen meer dan wanneer ze hun spaargeld met een muisklik overmaken in het luchtledige. Mij ook.

En het is zó simpel.

Stap 1: je haalt een doos bij een schoenenwinkel.

Stap 2: je kind versiert hem met pakpapier, stickers, origami, borduurwerk, handgeschept papier, glas-in-lood. Al naar gelang de creatieve inborst.

Stap 3: je koopt wat basisdingen. Een tandenborstel, een tube tandpasta, een stuk zeep (doe je langer mee dan met een fles doucheschuim), een schrift, een pen. Of je doet eens gek en je neemt twee pennen.

Stap 4 – facultatief: je haalt wat meer leuke dingen. Er zijn winkels (we hebben een A, we hebben een C, we hebben een T… Action!) waar dat weinig kost. Voor 89 cent een wereldbol met puntenslijper. Voor 60 cent een stel gummetjes in de vorm van een dobbelsteen. Voor 69 cent een schaartje. Voor 40 cent een glimmende beker. Dat werk.

Stap 5: je zoekt mooie dingen in je eigen huis. Het pakje vouwblaadjes dat nooit opengemaakt is, een van die zeven toilettassen, een tennisbal.

En dan mag je zoiets leuks doen! Die prachtige doos tot de nok toe vullen.

Terwijl je door je huis gaat, kom je vast nog veel meer tegen. Een vel stickers, een ongebruikt kleurboek. Je mest de speelgoedbak uit en doet de helft van de kraaltjes in een zipper zakje. Er kunnen best twaalf goede kleurpotloden gemist worden.

Je hebt een paar slechte nachten achter je kiezen en vindt vier kinderen toch eigenlijk tegenvallen.

Nee hoor, grapje. Ze wilde zelf.

Vervolgens lever je hem in. Met de gedownloade streepjescode wordt de doos gescand en krijg je bericht wanneer jouw doos in welk land is uitgedeeld. En dan denk je het gezicht van Irina erbij.

Hallo wereld!

6 oktober 2012

Met zo’n thema van de kinderboekenweek is dit het uitgelezen moment om een nieuwe pagina te publiceren.

Om u te dienen: een lijstje aardrijkskundeboeken. Aardrijkskunde in de breedste zin van het woord, dus ook landschap, cultuur en samenleving. Het is nooit compleet natuurlijk, maar het is een beginnetje; mooie jeugdboeken per land gerangschikt.

Nederland, o Nederland

4 oktober 2012

Als je maar één excuus nodig hebt om deze week een kinderboekenwinkel binnen te lopen, laat het dan dit boek zijn. Pagina na pagina versierd met strooigoed van molens, water, geschiedenis, kunst, kinderliedjes en zwarte pietjes.

Ik noem een Afsluitdijk.
Wie pruttelen daar linksonder in hun groen-rode bootje?
Wie willen rechtsboven te kaap’ren varen?
Wie zit daar op de vangrail?
En nog eentje: wie rennen er rechts door de berm?
(Als je het echt niet weet, kijk dan in het taartenboek van Thé Tjong-Khing.)

Of de verkeerschaos bij Schiphol. Een vrachtwagen met pindakaas, sleurhutten, een oliebol op een aanhangwagentje. Met het Cruquiusgemaal in het midden en de Max Havelaarkoffie linksonder heb je zomaar twee canonvensters te pakken; terwijl je met de groten praat over Saïdjah en Adinda, zoeken de kleintjes verder naar het gele ballonnetje dat ergens op de plaat moet zijn.

De stroopwafelkruimels rollen ervanaf, de garnalenschilletjes zitten nog tussen de band. En als je goed snuffelt, ruik je een brak IJsselmeerluchtje. Zo Hollands is Nederland. En daar hadden we een Française voor nodig. Zoals Charlotte Dematons zelf zei in Het Parool: ‘Elke keer heb ik gedacht: is dit iets wat in mijn oorspronkelijke land ook normaal is? Nee? Hopla, dan gaat het erin.’

Hopla, naar de winkel dus. Ter ere van de kinderboekenweek. Of alvast voor 5 december. Vanwege de tekstloze platen is het trouwens ook een prachtig cadeau voor overzeese vrienden of je Spaanse schoonfamilie.

Charlotte Dematons, Nederland
Isbn: 9789047704980
Hier de website van het boek.