Bètabronnen

18 september 2010


Naar aanleiding van ons bezoek aan de Newtontentoonstelling in Museum Boerhaave nog wat boeken en sites die we gebruiken voor de exacte vakken.

Zoals ik wel vaker verteld heb, maken we relatief weinig gebruik van echte schoolboeken. Niet omdat ik a priori iets tegen schoolboeken heb, maar omdat ze over het algemeen gemaakt zijn om leerstof in een beperkte tijd tot een toets of examen over te brengen. Dat is logisch voor een schoolboek, maar als het mogelijk is om met een geestdriftiger soort boeken dezelfde boodschap over te brengen, geschreven door mensen die met bevlogenheid hun enthousiasme voor een onderwerp willen overbrengen, dan maak ik daar liever gebruik van.

De enige schoolmethode die we gebruiken op het gebied van natuurwetenschappen, heet Topklassers.

Hier staat meer informatie over deze reeks, maar ik heb nu nog twee pagina’s van het natuurkundedeel gescand. Om het auteursrecht niet al te erg te schenden, heb ik geen volledige les gekopieerd, maar twee halve lessen. Zo krijg je toch een idee van het boek en de werkwijze. Hier staat les 2 en hier les 3 van Topklassers, Wetenschap deel 3: Natuurkunde.

Ook hebben we het stripboek gelezen dat gemaakt is naar aanleiding van NewtonMania: Newton in Nederland. Ik had het eerst Philip in handen geduwd, maar toen ik het later zelf inbladerde, kon ik me voorstellen dat het niet direct klikte. De tekeningen zijn aansprekend en het verhaal op zich is duidelijk, maar de tekst is voor mijn kinderen gewoon nog te ingewikkeld, met verwijzingen naar Spinoza en de politieke situatie in de 17e eeuw. Daarom heb ik het voorgelezen.

De strip gaat over Willem Jacob ’s Gravesande, de man die Newtons werk vertaalde en zijn wetten populariseerde in Nederland. Onze audiotour in het Boerhaavemuseum ging juist over het slingertoestel van ’s Gravesande, waarmee hij studenten de wetten van Newton demonstreerde, dat was een leukigheidje. Dit zijn de eerste twee pagina’s van het boek, zodat je een indruk kunt krijgen van de tekst.

Het voorlezen werkte goed, want zo kon ik uitleggen waarom sommige grapjes erin zaten en de kinderen verwijzen naar dingen die ze al wel weten over de Gouden Eeuw. Daarmee was het zelfs voor Jet goed te begrijpen en konden ze erg lachen om de slapstick in de tekeningen.

Ach en dan deze, die is gaaf! De junior bètacanon: vijf cd’s vol kindercolleges. Een mastodontje van uitgeverij Luisterwijs, waar je nog veel meer van dit soort cd’s kunt vinden.

Alle onderwerpen in de cd-box worden als nieuwsitems aangekondigd door razende reporter Frank Groothof – al een plezier op zich. Na de inleiding volgt het hoorcollege, variërend van Pavlovreacties, algoritmen, het cijfer 0 tot de ziekte beriberi, 350 minuten lang. Fantastisch. Dit is een stukje over de Hollandse waterwerken.

Hier ook een recensie uit het Reformatorisch Dagblad, met rechtsboven nog een luisterfragment van 7 minuten.

Verder heeft Philip een aantal filmpjes van Eureka! bekeken. De tekenfilmserie werd in de jaren tachtig uitgezonden in Canada, maar ik vind hem nog steeds geweldig. Op een simpele manier wordt een aantal natuurwetten uitgelegd. Het is in het Engels, maar als je de termen vertaalt (inertia is traagheid, mass is massa enzovoorts), dan is de rest van het filmpje niet zo ingewikkeld.

Hier staat deel twee van Eureka! Vanaf daar kun je rechts in de kantlijn alle episodes aanklikken.

In de bibliotheek vond ik de prachtige dvd Dat willen wij ook, ooit uitgezonden door VPRO’s Noorderlicht. Acht filmpjes van een kwartier die ieder een natuurwonder laten zien waar wij mensen van proberen te leren. De sterke draad van een spin die we willen namaken, het ongeorganiseerde functioneren van mieren in een mierenhoop, dat door robots geïmiteerd zou kunnen worden, zodat gevaarlijke klussen voortaan niet meer door mensen gedaan hoeven worden.

Ik weet niet of de dvd nog te koop is, maar je kunt het ook bekijken op youtube (hier) of bij uitzending gemist van Noorderlicht: hier.

Ten slotte nog goed nieuws voor de groteren onder ons. In NRC stond van de week dat steeds meer universiteiten gratis lesmateriaal online zetten. In andere landen is het aanbod al enorm, maar Nederland begint ook te komen. Dit zijn de gratis colleges van de Open Universiteit, hier staan lessen van de TU Delft voor kinderen in het voortgezet onderwijs en hier staat OpenCourseWare, dat is het volwassenenaanbod van de TU Delft. De structuur van de Delftse website is soms niet helemaal duidelijk, maar als je blijft doorklikken, vooral links in de kantlijn, kom je vanzelf op videocolleges en lesmateriaal in pdf-formaat.

Lekker luisteren

25 juli 2010

Om jullie te verlossen uit de ondraaglijke leegheid van de vakantiedagen en voor collega Josh, die voorlopig aangewezen is op luisteren in plaats van lezen, hieronder een rijtje links naar gratis luisterboeken, hoorspelen en verhalende podcasts.

Ik beperk me tot gratis, Nederlandstalig en downloadbaar; voornamelijk voor volwassenen, maar er zitten ook wat kinderdingen bij.

  • Radioboeken, verhalen van 25 à 30 minuten, speciaal gemaakt voor de radio, door (bekende) Nederlandse en Vlaamse schrijvers: Enquist, Thomèse, Bernlef, Van Dis, Hemmerechts en vele anderen. Ook een piepklein hoekje kinderverhalen van onder anderen Joke van Leeuwen en Floortje Zwigtman.
  • Hoorspelen verzameld door Jaap van Lelieveld. Ont-zet-tend veel. Klik vooral even door, want er staan sprookjes van Oscar Wilde, het onvolprezen Oinkbeest (bent u al lid van zijn Facebookpagina?), de poep- en kaksprookjes van Reve, Griekse mythologie, Dickens, T.S. Eliot, Agatha Christie en veel, veel meer.
  • Zes Kronkels van Carmiggelt.
  • Audiotours van het Rijksmuseum. Voor in het museum of thuis met Jansons dikke History of Art op schoot.
  • LibriVox, vrijwilligers hebben boeken ingesproken waar geen auteursrecht meer op rust: Louisa May Alcott, Jules Verne, C.J. Kieviets Fulco de minstreel en Dik Trom, Potgieters Jan, Jannetje en hun jongste kind Jan Salie. Dat werk.
  • Books Should Be Free, nogal een snerttitel (is er ook een zustersite met Food Should Be Free of Housing Should Be Free?), wel overzichtelijk. Veel overlap met LibriVox.
  • Heer Ollie B. Bommel en Tom Poes (volume laag, er begint direct een ensemble koperblazers als je op de site arriveert). Hier de rechtstreekse link naar downloadversies van alle afleveringen.
  • De downloadbijbel. Van Genesis 1:1 door Koningin Beatrix tot Openbaringen 22:21 door Sijbolt Noorda, voorzitter VSNU. Want het geloof is uit het gehoor.
  • Alle afleveringen van Citroentje met suiker, voor wie Frits Lambrechts de laatste tijd wat te weinig gehoord heeft.
  • Boekhandel Luisterrijk heeft hier een sectie gratis hoorcolleges van onder anderen Maarten van Rossem en Herman Philipse.

Een aanwijzing voor wie niet eerder mp3’s gedownload heeft: ga op het bestand staan, klik met je rechtermuisknop en kies voor ‘Doel opslaan als…’ of ‘Save target as…’.

Heb je meer goeie tips?

Via Wie, wat & contact bovenaan de pagina kun je me mailen. Dan zet ik ze bij het lijstje, met bronvermelding uiteraard – ere wie ere toekomt. Het gaat dus om Nederlandstalig, gratis en je moet ze kunnen downloaden. Engelstalig, betaald, via stream of uit de bibliotheek is ook mooi, maar dat wordt voor deze post te onoverzichtelijk.

Schoolboeken

16 december 2009

De laatste weken wat weinig tijd genomen voor virtuele zaken, maar de echte dingen zijn gewoon doorgegaan. De kerstboom staat, er zijn al drie lichtingen kransjes doorheen, de thuisonderwijsuurtjes aan tafel en al het leven daarbuiten is bestendig voortgezet. En we hebben weer gelezen.

Mijn eerste tip bestaat eigenlijk meteen uit vier tips, namelijk de Mees Keesreeks van Mirjam Oldenhave. ‘Schoolleven’ is een genre dat ik zelf nooit pak, omdat het de kinderen niet aanspreekt. Het valt een beetje buiten hun referentiekader. Ze kennen natuurlijk wel meesters en juffen, ze hébben ook meesters, juffen en klasgenoten, maar dat is op hun verenigingen, in de kerk en bij excursies – de schoolcontext is hun uiteraard vreemd. Die kennen ze alleen van horen zeggen, van vriendjes en de keren dat zij iemand van school ophaalden.

De enige uitzondering was De kleine Nicolaas. Totdat uit bonafide bron de boeken van Mees Kees werden aangeraden. We begonnen met het eerste deel: Een pittig klasje en dat was zo’n daverend succes dat we successievelijk de rest van de serie hebben uitgelezen: Op de kast, De rekenrap en Op kamp. De titels zijn wat mij betreft het enige minpuntje van de boeken. Niet alles hoeft een parel van originaliteit te zijn natuurlijk, maar ze doen de boeken niet zoveel recht en soms lijken ze met een natte vinger te zijn ontstaan.

De verhalen moeten het vooral hebben van hun humor, maar zijn bij tijd en wijle ook aangrijpend. Dit dankzij de ik-persoon, een jongetje uit groep 5 dat Tobias heet. Tobias heeft nooit brood mee en ontbijt ook niet, want zijn moeder ligt altijd in bed. Dat is best logisch vindt Tobias, want a) kinderen krijgen is zwaar en zijn moeder is daar nooit helemaal van bekomen, en b) toen Tobias twee jaar was is zijn vader overleden en dat gaat je ook niet in de kouwe kleren zitten. Deze informatie wordt nooit breed uitgemeten, maar steekt af en toe de kop op -tijdens schoolreisjes en ouderavonden, waar Tobias’ moeder nooit aanwezig is- en maakt dat de boeken wat mij betreft uitsteken boven andere populaire verhalen in dit genre. Het is een zekere tederheid die ook doorwerkt in de andere personages van het boek, de klasgenoten van Tobias. Allemaal hebben ze hun eigenaardigheden, maar die worden zonder meer geaccepteerd en ingezet tot heil van de rest van de groep.

Verder zijn de boeken vooral heel grappig. Het is goed geschreven, origineel en leest als een trein. Jet bleef er af en toe bijna in, zo hard moest ze lachen. Naast de hits van K3 heeft ze nu ook het luisterboek van de eerste Mees Kees op haar mp3-speler – het mooiste cadeau dat ze van Sinterklaas kreeg.

De tweede tip kwam van vriendin V. die het boek mee had in ons vakantiehuisje. Slaapkamernachtdieren van Loes Riphagen is een encyclopedie in prentboekenformaat.

Alle wezens die zich ’s nachts in je slaapkamer ophouden, hebben een lemma gekregen. Eindelijk worden de mysteries verklaard die je altijd al bezighielden. Want waardoor komt de natte plek op je kussen als je ’s ochtends wakker wordt? 

Dat komt door het Ertussendoortje, internationaal bekend als de Prothesedentarius silentiosus.  (Je kunt op de foto’s klikken voor een vergroting.)

Het gorgelende geluid dat je weleens in de wasbak hoort, is een menigte Mikmaks. De vrouwtjes welteverstaan, die ’s avonds in colonne de afvoerbuis verlaten om de hort op te gaan, terwijl de mannetjes bij de kinderen blijven.

De Teddipupa calidia is een van Philips favorieten. Hij kijkt een beetje droevig, is zo hard als hout, maar doet verder niets.

En dan zijn er nog de Ammehoelaatjes. Zij maken ’s nachts een nestje in mensenhaar ‘omdat dat zo’n fijne, zachte, warme plek is’. Dat is de reden waarom je ’s morgens knopen in je haar hebt.

Bij ons in huis vermoeden we dat Cato het zachtste en warmste haar heeft.


De derde en laatste tip is weer in de categorie schoolleven, maar dan wel een bijzondere school met een bijzondere meester die een aanzienlijk stuk ouder is dan Mees Kees. Het is de meester waar ik zelf mee opgegroeid ben: Meester Pompelmoes van Hans Andreus.

Ik zag een paar jaar geleden dat er een bewerking is uitgegeven van een aantal verhalen, maar die vond ik geen succes. Ik kon er de vinger niet goed op leggen, maar nu ik weer een originele Pompelmoes in de kast heb staan, geloof ik dat ik het weet. Eigenlijk is Meester Pompelmoes – de meester die een beetje kan toveren- een tamelijk onuitstaanbare ijdeltuit. Dat onuitstaanbare vergeef je hem door de taal die Andreus hem heeft meegegeven. Daar hoef je helemaal niets aan te veranderen en zo gedateerd is het niet.

Hier kun je een hele Meester Pompelmoes online lezen, maar eigenlijk moet er natuurlijk gewoon een mooie verzamelbundel komen.

Zingen bij de schoen

Terwijl we het sintmaartensnoep nog zaten op te boeren, kwam Sinterklaas alweer aan in de haven van Schiedam. Het was als vanouds kantje boord, met opstekende stormen en verloren gegane pakjes, maar dankzij duizenden zingende kinderen kwam alles toch nog goed.

Het allergrappigste sinterklaasstukje ooit werd geschreven door David Sedaris, een Amerikaanse schrijver en columnist. Hij beschrijft zijn kennismaking met de Nederlandse cultuur aan de hand van het sinterklaasfeest: ‘Six to Eight Black Men’. Hier leest hij het zelf voor (hier kun je de tekst meelezen).

En laat je nou niet afschrikken door de taal, Sedaris is echt virtuoos. Als je het liever audiovisueel hebt, dan kun je ook het filmpje hieronder nemen. Dat is dezelfde opname, opgeluisterd met een collage van plaatjes bij de tekst.

Omdat YouTube maar een beperkte videolengte toestaat, is de opname in drieën geknipt. Deel twee staat hier en deel drie hier.

Tijdmachine

20 mei 2009

Zoiets leuks gedaan gisteren! We hebben een tijdreis gemaakt. Het begon zo. We hadden een luisterboek over de Beemster in huis gehaald.

De Beemster, hoor ik je denken, enig. Altijd al een luisterboek over willen horen.

Nee, ik ook niet. Maar de Beemster staat in de canon van de Nederlandse geschiedenis en bij nader inzien begrijp ik ook waarom. Het is namelijk hét voorbeeld van het Nederlandse pionierswerk om van water land te maken. Het is meer dan een sleetse verwijzing naar die Nederlanders en hun eeuwige strijd tegen het water. Het hoort bij ons.

We hadden dus het luisterboek dat ik toevallig in de bibliotheek was tegengekomen: Jan Janse Weltevree, geschreven door Peter Smit *). Wat een juweeltje, zeg. Een mooi boek over een onderwerp waar nauwelijks kinderboeken over bestaan, dat moet je koesteren. Op een paar anachronismen na (er wordt gemeten in centimeters, die had je in 1609 nog niet, maar het is wel handig voor het begrip) is het een geloofwaardig verhaal over de conflicten tussen mensen die vóór het droogmalen van het Beemstermeer waren (onder meer boeren) en degenen die er tegen waren (binnenvissers). Smit heeft van hoofdpersoon Jan Janse Weltevree een vreselijk leuk jongetje gemaakt; een elfjarige held met een aandoenlijke fantasie waarin hij zich te pas en te onpas kan verliezen.

Hier een stukje luisterboek (3 min). Ter inleiding: het verhaal is net begonnen, Jan heeft zojuist te horen gekregen dat hij bij zijn oom Jacob als visser mag komen werken. Hij is opgetogen en komt tijdens dit fragment terecht bij Jan Adriaenszoon Leeghwater, de timmerman die later een grote rol zal spelen bij het droogmaken van de Beemster en andere waters.

Goed, we zaten middenin het verhaal en de gesprekken aan tafel gingen steeds vaker over Nederland en het water. ‘Wat bedoelen ze eigenlijk met “Nederland ligt onder de zee”?’, vroeg Jet, ‘Dat kan toch niet?’ En omdat een beeld meer zegt dan tien onbeholpen tekeningen van je moeder, besloten we de Beemster aan te doen.

Laten ze daar nou juist nog een prachtige uitvinding gedaan hebben. Een tijdmachine!

Dankzij een telefoon met gps krijg je een persoonlijke gids die je rondleidt door het Land van Leeghwater. Met mooie verhalen brengt hij je terug in de Gouden Eeuw.

Eerst liepen we door De Rijp, het dorp van Jan Janse uit het boek. Met de pratende tijdmachine wandelden we door de 17e-eeuwse straatjes en stonden we op een  steiger boven het water, net als toen De Rijp nog een eiland was. En we tuurden richting de Beemster.

Uitkijken naar het vroegere Beemstermeer

We luisterden hoe de brand in een hennepmolen het halve dorp in de as legde. En over de straat waar in januari 1654 brandende plukken hennep als fakkels rondvlogen en de huizen in vuur en vlam zetten, huppelde nu een 21ste-eeuws meisje met haar ouders, broer en zusje.

Huppelend over de Tuingracht

De korte wandeling eindigde bij het standbeeld van Jan Jansz. Weltevree en vandaar stapten we in de auto. Onze teletijdmachine loodste ons langs de wegen en over het dijkje: ‘Links zie je het oude land, oneffen zoals het altijd geweest is. Rechts zie je het nieuwe land, waarin alles door de mens bedacht is: iedere weg, iedere sloot, iedere boom.’

Bij het ontwerp van het landschap is rekening gehouden met het principe van de Gulden Snede – de verdeling van lijnen die de perfecte schoonheid, de optimale streling van het oog totstandbrengt. In de Gouden Eeuw waren ze dol op die goddelijke verhouding.

Gulden snede in de Beemster

Dat ziet er vanuit de lucht dan zo uit.

Tijdens de reis werden we langs plaatsen geleid waar een verhaal aan vastzat. Zo kwamen we bij een van de elf overgebleven molens die de Schermerpolder drooghielden. Daar zijn we even naar binnengegaan om te zien hoe dat nou werkte.

Molen met Hollands luchtje

In deze museummolen kun je goed zien hoe het droogmalen precies ging, want dankzij glazen ruiten kijk je door de muur en de vloer onder de molen. Dan zie je de vijzel aan het werk, een soort schroef die het water omhoog draait.

Kijken naar het water onder de molen

Bij het zien van het allerknuste woonkamertje dat je je kunt voorstellen, wilden we allemaal op slag in een molen wonen. Ruimtegebrek was geen bezwaar. De kinderen zagen zich al liggen in de stapelbedstee, terwijl John en ik in dezelfde (enige) kamer zaten te ganzenborden.

Stapelbed oude stijl

Helaas hield onze tijdmachine er na de molen mee op. De gps deed het nog wel, maar het luisterverhaal zweeg in alle talen. Beemster stolpboerderij ‘De Eenhoorn’ is dus aan onze neus voorbijgegaan, evenals het borstbeeld van Leeghwater zelf. Het schijnt nauwelijks voor te komen, dus laat je niet weerhouden; wij gaan de laatste helft van de reis ook zeker nog een keer beluisteren.

Op deze pagina vind je alle praktische informatie over de tijdmachine.

En als je helemaal los wilt gaan, kun je ook dit schooltv-programma nog bekijken: ‘Onder de zeespiegel’ (ca. 15 min). Deze aflevering laat mooi zien hoe de droogmakerijen ontstonden en wat er zou gebeuren als de duinen en dijken er niet zouden zijn. Het is een uitzending van Rondje Nederland, een serie over het Nederlandse landschap die we vorig jaar gevolgd hebben.

——————————-


*) Het boek is inmiddels herdrukt onder een andere titel: De strijd om de Beemster. Het luisterboek werd ingesproken door Vincent Wibier (waarom horen we daar niet veel meer verhalen van?) en is helaas, helaas niet meer verkrijgbaar op cd. Je kunt het bij een aantal winkels wel als mp3-bestand downloaden. Uiteraard ook te leen bij de bibliotheek.

**) Meer links over de Nederlandse waterwerken staan in de post over onze waterworkshop bij de stormvloedkering in Hoek van Holland.

Terug

Tasten naar Nijntje

15 december 2007

Philip en Jet kenden het brailleschrift vooral uit de dierentuin. Daar staat naast de reguliere informatiebordjes ook een aantal bordjes met een vertaling in braille. Ze vonden het fascinerend, vooral het bordje bij de kangoeroes, want daar staat ook bronzen kangoeroe naast om te aan te raken; een blinde kan immers de dieren aan de andere kant van het hek niet zien.

Het leverde meestal mooie gesprekken op, veel empathie, de kinderen probeerden zich in te leven in de wereld van iemand die niet kan zien. Ze oncijferden een paar letters van het brailleschrift en stonden er even bij stil dat het niet altijd vanzelfsprekend is dat je zomaar kunt rennen, horen of zien.

Nijntje insideEn nu is er een mooi boek uit van Nijntje dat daar ook rekening mee houdt. De wereld van Nijntje is een groot kartonnen boek, dat je kunt lezen en bevoelen.De wereld van Nijntje De tekst staat zowel in drukletters als in braille en de tekeningen kun je betasten. De contouren zijn verhoogd, waardoor je Nijntje kunt aanraken, en er zijn bijzondere materialen gebruikt, zodat je kunt voelen dat een ijsje plakkerig is en dat Betje Big een muts breit van zachte schapenwol. Voorin staat het braillealfabet (‘Nijntje kan al lezen’); Philip en Jet overhoren elkaar nu woordjes in braille. Bovendien zit er een cd bij met verhaaltjes. Tot Jettes grote vreugde staat op de cd ook het dansliedje dat veel op haar balletles gedraaid werd: ‘Twee pasjes naar voren, en één pasje terug…’ – er is al menige zwier door de huiskamer gedaan.

Het toeval wilde dat ik een paar weken geleden in de bibliotheek een hoorspel tegenkwam over het leven van Louis Braille. Het is uit 1952 en stond op de uitstallingstafel om weer eens opgemerkt te worden. ‘Hee’, zei Jet toen de eerste zinnen van het verhaal door de autoboxen klonken, ‘die meneer heeft dezelfde naam als de bordjes in de dierentuin!’

Hier een stukje uit Lezende vingers van het moment waarop Louis Braille de grote lijnen van het blindenschrift bedenkt, na een gesprek met zijn muzieklerares:

Hoorspel

30 november 2007

Philip was de laatste dagen in de ban van het hoorspel. Niet zomaar een hoorspel, maar een hoorspel van meer dan twaalf uur uit de jaren vijftig: Sprong in het heelal, het Marsmysterie. Twintig radiouitzendingen met jarenvijftigstemmen op tien cd’s.

We hebben altijd veel naar audioboeken geluisterd, thuis en onderweg. Via de voorgelezen Jip en Janneke, sprookjes en klassiekers als Peter en de wolf en Piccolo en Saxo, Bert en Ernie en de opera’s van Frank Groothof zijn we nu dus aangekomen bij het heurspel, zoals coryfeeën het in de jaren vijftig plachten uit te spreken.

Sprong in het heelalIk zag de doos met cd’s liggen bij de bibliotheek en besloot de gok te wagen. Ik had niet verwacht dat het zo zou aanslaan, maar Philip was er direct door gegrepen. Hij kroop bijna in de boxen van spanning en concentratie, leverde commentaar (‘Hee! Dat had ik niet verwacht…’) en onderbrak het verhaal slechts af en toe voor een plas, een verplicht rekenlesje of het verzamelen van wat legoblokjes of karton, schaar en plakband om geïnspireerd te kunnen bouwen tijdens het luisteren. Hij wilde maandag wel graag mee naar het zwembad (dat op maandagmiddag uitgestorven en dus een privébad is), maar zodra we thuiskwamen, zette hij de cd weer aan.

Sprong in het heelal is gebaseerd op de Britse radioserie Journey into space en was een ongekend succes in zijn tijd, zowel in Groot Brittanië als in Nederland. Dit deel, Het Marsmysterie, werd in Nederland uitgezonden in 1956, maar speelt zich af in het verre 1972.

In het verhaal ondernemen astronauten een expeditie naar Mars vanaf de maan (omdat de zwaartekracht daar minder krachtig is dan op aarde en er dus minder brandstof nodig zou zijn), om te onderzoeken of daar leven is. Nodeloos te zeggen dat er heel wat avonturen en spanning aan te pas komen – twaalf uur maak je niet zomaar vol. Persoonlijk haakte ik na een kwartiertje af, maar voor Philip deed het jarenvijftigtempo niets af aan de meeslependheid: hij durfde bijna niet naar bed na de onheilspellende gebeurtenissen en de ijzingwekkende muziek. Hij ging wel slapen, maar halverwege de avond zagen we ineens een slaperige krullenbos boven een blauwgeruite pyjama over de gang schuifelen: ‘Ik kom er zomaar even uit, hoor. Niet omdat ik bang ben of zo.’

Als teaser een stukje van de eerste cd, halverwege de eerste aflevering: ‘De expeditie naar Mars’ .

Op de pagina van Geronimohoorspelen staat meer over Sprong in het heelal en vele andere hoorspelen. Het project Librivox is ook iets om in de gaten te houden: boeken, vrij van auteursrechten, voorgelezen door vrijwilligers. Hier staan alle Nederlandstalige luisterboeken, maar je kunt er ook boeken downloaden in het Duits, Engels, Fins, Frans, Spaans, Braziliaans en Tsjechisch.

Verder nog twee links die uit het woud der hoorspelpagina’s wat mij betreft het allermeest de moeite waard zijn:

  • de verzameling van Jaap van Lelieveld 
  • de hoorspelen van Heer Bommel die door de NPS online gezet zijn. Via het witte mannetje rechtsboven kun je ze allemaal downloaden. Geluid uitzetten voordat je op de link klikt, want als je op de website binnenkomt, begint er direct een partij koperblazers te toeteren.