Voorland

16 april 2010

Voordat ik Philip kreeg, vond ik het lastig me in te leven in jongetjesdingen. Die fascinatie voor graafmachines, tractors, stoomwalsen. Maar je groeit erin mee. Op een gegeven moment wordt het geen veinzen meer, maar deel je het enthousiasme werkelijk, omdat je met verwondering door zijn ogen kunt kijken.

Ook als ik alleen in de auto zat, betrapte ik mezelf erop dat ik even inhield als we voorbij een bouwput reden. Of tegen een leeg autostoeltje riep dat er op links een brandweerauto voorbijkwam.

Verlegen jongetjes die eindeloos bij stratenmakers en vuilnismannen willen kijken, boren onvermoede capaciteiten bij je aan. Je leert een nieuwe taal te spreken – die van rioolbuizen en mokerslagen op stoeptegels. Je leert op tijd gedag te zeggen, voordat de conversatie opdroogt en de mannen je uit ongemakkelijkheid maar een kop koffie aanbieden.

Je zou zeggen dat deze wetenschap geruststellend is voor de toekomst. Voor als de tijd aanbreekt van puberzonen met zweetsokken die landerig op de bank naar hun iPhone staren. Die op brommers zonder uitlaat door de straat rijden. Nou heb ik geen doorsnee jongetje (wie wel?), maar ik blijf het ingewikkeld vinden te bedenken wat er in zo’n hoofd omgaat.

Daarom vind ik de foto hierboven zo fascinerend. Hoe langer ik ernaar kijk, hoe meer ik zie. De plannen die eraan voorafgingen. Hebben ze in het Guinness Book of Records gekeken? Waren ze eerst van plan het wereldrecord eieren overgooien te verbreken? En toen dat na drie dozijn struif niet haalbaar bleek, kwam een van jongens toen met dit idee?

En dan die gasten zelf. De meest rechtse ligt er ontspannen bij. Allicht. En waarom zit nou juist hij op die fiets?

Het is een advertentie van een verzekeringsmaatschappij die alleen vrouwen verzekert (klik op de foto voor een grotere versie). Hier en hier staan nog twee reclamefilmpjes.

Ik zal er wel in meegroeien.

Melancholie

7 augustus 2009

Als je beste vriend op vakantie is gegaan terwijl je net een wekenlange speelfrenzy achter de rug hebt, als je een-na-beste vriend niet thuis is en je beseft dat al het leven op aarde vergankelijk is, dan kan de mistroostigheid toeslaan.

Philip, die net de uitslag in zijn elleboogholtes heeft ingesmeerd:  ‘Ik moet eraan denken dat ik alweer zeven jaar eczeem heb.’ Hij zucht. ‘En Cato kan al “scrambled eggs” zeggen.’ Soms begrijpt een mens niet waar de tijd is gebleven. (Cato op de achtergrond: ‘Strembeld ets!’ )

Als rond het middaguur dan de telefoon gaat en een ander vriendje belt om te vragen of je zin hebt in een watergevecht, dan ga je toch maar. Ondanks alles.

En dan kom je aan het einde van de dag weer stralend thuis. 

Eersteling

9 mei 2008

mijn zoon, 9 jaar

Hij was degene die mijn wereld op zijn kop zette, negen jaar geleden.

Negen jaar geleden.

Hij werd geboren na een bevalling die ik nooit meer over wilde doen – wat gelukkig ook niet hoefde. Ik hield hem in mijn armen en liet hem niet meer los. En hij mij niet.

Ik wilde het zó graag goed doen. Alles. Maar dat ging vaak niet. Nog steeds vind ik het moeilijk om te berusten in de onvermijdelijke gebreken, te aanvaarden dat ik niet alles in de hand heb.

Mijn eerstgeborene. Ik ken niemand die gevoeliger is. Als baby werd hij verdrietig van muziekdoosjes. Hij huilde dikke tranen mee als ik boos was op zijn zusje. Nog altijd is hij tot in zijn ziel geraakt door onrecht, uit compassie of als we hem weer eens verkeerd begrijpen. Een kwetsbaarheid waar ik veel te vaak met bruuske stappen overheen dender. Telkens neem ik me voor er rekening mee te houden, maar al te vaak word ik misleid door zijn opmerkelijke woordenschat en bevattingsvermogen, waardoor ik hem groter inschat dan hij is.

Vaak zie ik hem nog zo voor me.

2,5 jaar

Zoals hij was toen hij twee was. Een beetje bedremmeld, bang om alleen gelaten te worden. Toen dacht ik dat dat nooit over zou gaan. Nu weet ik wel beter.

Als hij zich lekker voelde, of juist helemaal niet op zijn gemak was, kon hij heel druk zijn. Zo druk dat sommige mensen vroegen of hij misschien een gedragsstoornis had. Mensen zeggen maar wat.

Wij zagen hem vaak zo: beschouwend, zich verwonderend over alles wat zich om hem heen afspeelt.

3,5 jaar

Eigenlijk is hij niets veranderd, natuurlijk. Een vriendin van me -ze had vijf kinderen- zei eens dat zij aan haar baby’s kon zien wat voor volwassenen het zouden worden. Dat begreep ik niet. Hoe kun je nou aan zo’n klein kind zien wat voor mens erin zit? Toch is het waar. We zijn pas halverwege zijn kinderjaren, maar hij is nog steeds het jongetje dat ik negen jaar geleden in mijn armen hield. Nog even teer en verbaasd, soms nog even rusteloos en onstuimig.

Gefeliciteerd, binkie. Dat je mag worden wie je bent.

9 jaar