Hollen

27 oktober 2009

Het valt eigenlijk buiten mijn blogkader, maar met een beetje goede wil kun je wel een thuisonderwijslink leggen: het goede voorbeeld geven, mens sana in corpore sano, noem maar wat.

Het zit zo: ik loop hard. Niet van nature, maar als liefhebberij. Bijna anderhalf jaar geleden werd ik door vriendin M. met zachte dwang naar een hardloopgroepje gestuurd. Vriendin M. rende al jaren en vond het heerlijk. Ik rende al jaren niet meer en vond er geen zak aan. Maar ik had vage herinneringen aan het prettige gevoel dat je na het sporten hebt, een prozacje en oxazepammetje ineen, dus ik ging.

Het hardloopgroepje was geen succes. De eerste paar lessen is het fijn dat je niet de enige bent die hijgend als een molenpeerd de drie minuten volmaakt, maar eigenlijk ren ik liever in klein gezelschap. Dat wil zeggen: alleen. Of hooguit met z’n tweeën. Ik houd van de flexibiliteit, van mijn schoenen aantrekken wanneer ik dat wil, een ruiterpaadje nemen als ik daar zin in heb en het meditatieve van alleen hollen. Maar die meditatieve staat bereik ik pas als het rennen een beetje soepel gaat. Als je niet na vijf minuten vlekken begint te zien. Omdat ik dat stadium nog niet bereikt had, bleef het bij een halfslachtige poging.

Het laatste zetje kwam van dit blog, van een rennende moeder met vijf kinderen. Daar zag ik deze.

Sinds een halfjaar ren ik drie keer per week. Voor de goede orde: ik ben geen ranke gestalte met gazellebenen. Herinnert u zich Cato in een balletpakje? Dat ben ik. Meer koddig dan rank. Maar het fijne van hardlopen is, dat iedereen het kan. En hardlopers zijn leuke mensen, ze groeten altijd. De pezige oude man met de door zon en wind getaande huid, de hazewindrenner die je met zijn zevenmijlstred passeert, de andere koddige hardloopsters met rood hoofd en een paardenstaart op half zeven. Ik houd van dat decorum. Al dender je als een zwanger nijlpaard over de brug, als je je hand opsteekt naar een mederenner, ben je precies dát: een mederenner.

Er gaat niets boven buiten rennen. Ik heb het in de sportschool altijd raar gevonden dat ik op een loopband naar buiten keek naar waar ik had kúnnen lopen. In de herfstgeuren en -kleuren, in de zomerlucht en zelfs in de miezer en wind. Of in de winter, als de kou in je benen prikt. Als je terugkomt is je hoofd schoon.

Vaak ren ik zonder muziek, maar ik heb ook een persoonlijke trainer. Die heb ik aan het hardloopgroepje overgehouden. Het is een Vlaamse mevrouw die je op je mp3-speler kunt meenemen. Zij stippelt een programma uit, te beginnen bij het absolute nulpunt, en dan praat ze je in negen weken naar vijf kilometer. En in nog eens tien weken naar de tien. Ze zegt wanneer je mag wandelen, wanneer je een intervaltraining gaat doen of dat je nog twee minuten moet volhouden. Ondertussen draait ze muziek en roept: ‘Ik ben echt fier op je!’ en: ‘Je loopt al een pak harder dan vijf weken geleden!’

Het hele programmabestand is te groot om hier neer te zetten, maar ik heb alvast drie lessen van beide schema’s online gezet. Als je meer wilt, mail me dan, dan geef ik je rest van de cursus. De lessen hieronder beluister je door erop te klikken. Je kunt ze opslaan en op je iPod zetten door er met je rechter muisknop op te klikken en te kiezen voor ‘Doel opslaan als…’ (Save target as…). 

Van 0 tot 5 km – les 1
Van 0 tot 5 km – les 2
Van 0 tot 5 km – les 3

Van 5 tot 10 km – les 1
Van 5 tot 10 km – les 2
Van 5 tot 10 km – les 3

Ook handig:

  • De schema’s op MyAsics.nl. Geweldige site, wat je doel ook is. Een paar kilometer rennen zonder buiten adem te raken, 10 kilometer halen binnen 35 minuten of trainen voor een marathon, je vult een lijstje in met wat personalia en binnen een paar minuten rolt er een uiterst praktisch en haalbaar schema uit.
  • Op afstandmeten.nl kun je ook zonder satellietgestuurde polsband zien hoe ver je gelopen hebt.
  • Mijn beste aankoop waren, naast goede schoenen, de compressiekousen van Herzog. Ze zijn duur, maar het helpt fantastisch tegen shin splints (pijn in je schenen). Je moet ze even laten aanmeten bij een hardloopzaak.