Rien ne va plus

17 april 2011

Philip had van zijn zakgeld een roulettespel gekocht. Met draaischijfje, speelveld en fiches, allemaal echt. Nadat het spel een paar keer gespeeld was en alle bezoekers aan een gokje onderworpen waren geweest, besloot Jet dat het tijd was voor het echte werk. Er moest een casino komen.

Ze had haar vader uitvoerig geconsulteerd: wat doet men zoal in een casino, hoe ziet het eruit? De kamer werd dienovereenkomstig ingericht. Stoelen rond de speeltafel, wasmand omgekeerd als dranktafeltje en een wijnfles gevuld met diksap. Want er moest gedronken worden.

John had verteld dat casino’s graag willen dat hun gasten flink drinken. Dan wordt je namelijk wat overmoediger, zet je nèt iets meer geld in dan verstandig is. Zo zijn er ook speciale avonden waarop dames gratis mogen drinken. Als het gratis is, drink je nog een beetje meer.

Je verzint het niet, maar toevallig was het vandaag juist ladies’ night! Hadden Jet en Cato even geluk.

Ze hadden zich erop gekleed. Het zilveren paillettenjurkje dat we laatst voor Jet in een hindoestaanse winkel hadden gekocht kwam uitstekend van pas. Met een jasje voor het nette.

Cato ging in assepoesjurk. Met -verrassend- ook een jasje.

Er werd al meteen duchtig in het glaasje gekeken. Het viel ook niet mee om de juiste keus te maken. Zet je in op vier vakjes, zodat je misschien wel negen keer uitbetaald krijgt? Of toch op een oneven nummer, waardoor je meer kans hebt, maar slechts een uitbetaling van 1:2 kunt krijgen?

John zou John niet zijn als hij er niet een kleine introductie tot de kansberekening aan vastknoopte. Hij had verteld dat je bij roulette op lange termijn altijd geld verliest. Dat komt omdat de uitbetaling niet overeenkomt met de kans. De uitbetaling is namelijk gebaseerd op 36 getallen, terwijl er 37 zijn (de nul telt ook mee).

Dus heb je soms mazzel.

En soms vette pech. Dan valt het niet mee om al je fiches weggeharkt te zien worden. Rien ne va plus, het geld is niet meer van u!

De croupier had voor de gelegenheid zijn five o’clock shadow laten staan. Hij schonk de glazen nog maar eens vol.

De roulettetafel werd vervangen door het edele blackjack-spel. Ook bij blackjack is het casino in het voordeel: bij gelijke stand wint de bank namelijk. Dus als je allebei achttien punten hebt, krijgt de bank de poet.

Dat weerhield de dames er niet van om toch te spelen. ‘Wacht maar’, zei Jet, ‘hiermee krijg ik mijn geld wel terug!’

Ze deed erg haar best.

Aan haar concentratie lag het niet.

Toch had ze aan het eind haar inzet niet terug. En Cato ook niet.

Maar ze hadden wel een leuke middag gehad. We besloten dat je best lol kunt hebben in een casino, maar dat je ervan moet uitgaan dat je er alleen geld naartoe brengt. Net als wanneer je een café zou bezoeken of een bioscoop. Als je het zo bekijkt, is er niks op tegen om in je paillettenjurk naar een ladies’ night te gaan.

Landen van de wereld

13 december 2010

Eigenlijk is topografie bij uitstek iets wat je leert door het toe te passen. Lezenderwijs, terwijl je op VOC-schepen naar Kaapstad, Réunion en Java reist, of met Jan Terlouw mee naar Pjotr in Rusland. En levenderwijs, tijdens autoritten met de kaart op schoot of als je naar het journaal kijkt.

Maar er zijn nog meer prettige manieren om het op te pikken. Sinds een week zijn we in het bezit van Landen van de wereld, in een blikken doos van mooiespellenfabrikant HABA. Toen de familie Bolleboos met haar vijf schatjes weer eens op bezoek was, brachten ze het mee om te proberen. Ik was niet meteen overtuigd, want het Jumbospel Tien voor topo hebben we na drie halfbakken pogingen heel ver achterin de spellenkast gezet wegens intense saaiheid. Maar deze bleek een instant-hit.

Zo groot was het succes, dat het op 5 december ook voor ons in de zak zat. En sindsdien wordt het dagelijks gespeeld. Vrijwillig.

De tijdspanne is prima: maximaal een kwartiertje, zodat je er gul nog eens een extra potje tegenaan kunt gooien. Zelf ben ik ondanks twaalf jaar aardrijkskundeonderwijs geen kei in topografie. Dat maakt me een bijna volwaardige tegenstander, wat de speelvreugde verhoogt (‘Mám, denk even na… Dat zijn de Filipijnen!’). 

Ik weet niet hoe lang het duurt voordat we alle landen, hoofdsteden en vlaggen uit ons hoofd kennen, maar ik denk dat het spel tegen die tijd zijn nut wel bewezen heeft.

Handig

  • Toporopa, een van de beste toposites die ik ken. Simpel, doeltreffend, overzichtelijk. Met extraatjes als monarchieën, veldslagen en het altijd lastige verschil tussen eurolanden en EU-landen die géén euro hanteren.
  • Topomania, voor alle overige landen en werelddelen, omdat Toporopa alleen Europa betreft. Fijn dat je het ook kunt gebruiken om te oefenen, niet alleen om te toetsen. Gemaakt door een handige vader.
  • Fairtoys, de winkel waar ik Landen van de wereld gekocht heb. Een aanrader: gratis verzending vanaf 30 euro en uitstekende service.
  • Als je liever ook topo uit een boekje leert, dan vind ik de topotrainers van Kinheim erg goed. Simpel, doeltreffend en nog een soort van leuk vanwege het nakijkvel met kleurtjes. Bij Kinheim hoef je niet per vijf stuks te bestellen, zoals veel onvriendelijke uitgevers eisen, maar kun je een pakket samenstellen van tien werkboekjes naar keuze. Een andere uitgever die thuisonderwijzers ter wille is door boekjes per stuk te verkopen is Bekius Schoolmaterialen, waarover ik hier al eerder schreef.

Cadeautips

28 november 2010

Er zijn momenten dat je er trots op bent Europeaan te zijn. Ik bedoel: de Russen waren het eerst in de ruimte, de Afrikanen hebben de snelste marathonlopers en Amerika is Amerika.

Maar kijk even waar wij mee kunnen pronken.

En dan denk je: ja, ja, die geluidjes zijn er alleen voor de reclame ingemonteerd. Niks daarvan!

Gelukkig is er ook een voor de Nederlandse markt. En dat niet alleen, er zijn zelfs uitbreidingsmogelijkheden. Want waarom zou je alleen met dierlijke uitwerpselen dobbelen als er zoveel meer mogelijkheden zijn?

Je vraagt je af, kan het nog beter, kan het nog verfijnder? Een schijtende teckel, een hoofd met snotdraden, is er een bolleboos in de spellenbranche die dit kan evenaren?

Nou en of. Ik weet niet hoe ze het doen, maar het talentenklasje van fabrikant Goliath heeft alwéér zo’n prachtig product op de markt gebracht. Educatief en actueel, want de roep om voedingsonderwijs wordt allengs luider. En Goliath heeft hem gehoord.

Vanaf nu zullen alle kindertjes weten wat er gebeurt als je te veel hamburgers eet.

Mocht Sint nog een gaatje over hebben in de zak, doe er dan je voordeel mee. Philip en Jet zouden waarschijnlijk vooral Takkie Kakkie erg kunnen waarderen, als ze in zo’n bui zijn.

Met dank aan AdFreak.

Uit de kast

3 augustus 2009

 

Vroeger of later

Opnieuw ontdekt in de spellenkast: Vroeger of later.

Ik schreef al eerder dat we vaak spelletjes spelen waar we en passant ook nog wat vaardigheden mee opdoen: rekenen  met ouderwetse succesnummers, strategisch inzicht met schaken, logisch nadenken met 20 Questions

Vroeger of later is een spel waarmee je je kennis van de Nederlandse geschiedenis kunt opvijzelen (of etaleren).  Het bestaat uit kaartjes met historische gebeurtenissen die je op chronologische volgorde, in een soort tijdlijn, moet neerleggen. Je kunt bluffen of gokken, of gewoon je geheugen aanboren. 

Twee jaar geleden was het spel nog net even te moeilijk voor Philip, maar de historische verhalen en museumbezoekjes hebben hun vruchten afgeworpen, want eergisteren speelde hij John en mij er allebei uit.

Op de site van Vroeger of later kun je zelf een kaartje leggen. Omdat je de onlineversie alléén speelt, heeft bluffen hier geen zin, maar je kunt wel zien wat het spel inhoudt. Hier of hier staan nog twee recensies van doorgewinterde spelletjesspelers.

Zondagmiddag

4 december 2008

Een huiselijk tafereel afgelopen weekend. Elk van de kinderen was vervuld van iets nieuws.

Cato had de treinbaan ontdekt

en Philip en Jet het schaakbord.

Dankzij een tip van vriendin M. had ik de cd-rom Schaak? Mat! uit de bibliotheek geleend. Jet was de eerste die helemaal in het spel bleek te zitten en haar enthousiasme sloeg over op Philip. Na een uur beeldschermschaken wilden ze het met een echt bord proberen. Dat is sindsdien niet meer van tafel gekomen. In verschillende formaties wordt er geschaakt, soms vijf, zes potjes achter elkaar.

Hoewel ik voor mijn goede fatsoen af en toe een partijtje meedoe, deel ik hun enthousiasme voor het spel niet echt. Ik kan me wel indenken dat het puzzelelement van schaken aantrekt, maar ik heb er zelf zo weinig mee. Ik heb altijd het idee dat ik iets mis, bij schaken. Dat ik iets cruciaals over het hoofd zie. En dat is ook meestal zo. Gelukkig zijn er meer mensen in huis.

Ik kan nog niet inschatten hoe lang de geestdrift zal duren, maar vooralsnog zijn we vier dagen verder en zit het vuur er nog in. Zowel bij Philip en Jet als bij Cato. En treinbanen bouwen vind ik weer wel leuk.

hink-stap-sprong

Anatomische les

8 juni 2008

De vijf zintuigen

Jet was een beetje verkouden. ‘Als ik slik, voel ik het in mijn oor’, zei ze. ‘Hoe kan dat?’ Ik vertelde over het buisje dat je keel met je oor verbindt en het leek me een mooi moment om The Body Book* weer eens tevoorschijn te halen.

We hebben het al jaren in huis en ik ben er iedere keer weer blij mee. Philip plakt de huidWat mij betreft is het de perfecte aanvulling op alle flapjes- en fotoboeken over het menselijk lichaam. Het bevat simpele, maar mooie en duidelijke bouwplaten: over de vijfzintuigen, hoe je oog er vanbinnen uit ziet of je hart, waar de smaken op je tong zitten.

En nu wilde Jet dus weten hoe haar oor in elkaar zit. Philip opteerde voor ‘de hand’, maar omdat daar geen aparte bouwplaat van bestond, nam hij genoegen met de huid.

De huid

Wat zo prettig is aan de platen uit het Body Book, is dat ze niet al te veel tijd in beslag nemen. We zijn ook ooit eens begonnen aan een levensgroot skelet uit een ander knutselboek, maar toen we de zevende rib van de vierentwintig aan het uitknippen waren, zaten we elkaar allemaal zuchtend aan te kijken. De voltooiing is er niet meer van gekomen. Het project hangt nu als schedel-met-ruggengraat aan een punaise op de speelgoedkast en je kunt aan het knipwerk duidelijk zien waar de vlijt begon af te nemen.

Maar Jettes oor was na twintig minuten af. En je hoeft haar niets meer te vertellen over hamer, aambeeld, stijgbeugel en trommelvlies.

Jet demonstreert het oor

Dat dit biologie heet, maakt Philip en Jet niet uit, ze wilden gewoon, net als alle kinderen, altijd al weten hoe ze in elkaar zaten. Of zoals Philip (toen 4) eens vroeg terwijl we aan tafel zaten: ‘Wat zit er eigenlijk in buiken?’ (Dat was nadat hij met een blik op zijn karbonaadje had gevraagd: ‘Eten we nu een hondje?’)

Jet (4 jaar) en de vijf zintuigenHet fijne van thuisonderwijs is dat je niet hoeft te wachten tot -ik noem maar wat- groep 6 voordat je de vijf zintuigen kunt uitpluizen, maar dat je er gewoon mee aan de slag kunt als het onderwerp zich aandient.

Daarom lazen we boeken over spijsvertering en witte bloedlichaampjes. En daarom kregen ze van oma een plastic anatomisch model (Hema)** dat ze telkens in- en uit elkaar haalden, zodat ze precies wisten waar je nieren zitten (en dat ze verbonden zijn met je blaas).

Sinds een paar maanden hebben we nog iets leuks in huis:

Somebody, the human anatomy game

Somebody, the Human Anatomy Game. Een bordspel dat je op meerdere niveaus kunt spelen en in vijf verschillende varianten, van memory tot Muscles & Bones, over spieren, botjes en organen, waar ze zitten en wat ze doen.

Samen Somebody

Tot slot nog een mooie link naar een online boek met vragen (‘Ik ben een spier. Ik heb een ritme, net als muziek. Wat ben ik?’) en antwoorden (‘Ik ben het hart’). Voorgelezen door schoolkindertjes uit Vermont en het staat hier.

*) Je kunt The Body Book hier online inkijken (het kan een minuutje duren voordat het geladen is).
**) Hier kun je het model van het menselijk lichaam kopen in Hema’s internetwinkel.

Spelend leren rekenen

28 maart 2008

Potje stratego

Hoewel we voor Philip (en Jet af en toe ook) rekenboeken gebruiken om sommetjes te maken, hebben ze het grootste gedeelte van hun inzicht opgedaan in ons alledaagse leven. Alle ouders leren hun peuters tellen, doen spelletjes en vertellen de kleuren en vormen als ze met de blokkenstoof spelen, en thuisonderwijsouders gaan daar gewoon mee door als hun kinderen ouder worden.

De cijfers leerden Philip en Jet door om zich heen te kijken, thuis, op straat en in winkels. Optellen, vermenigvuldigen en delen gaan automatisch bij het verdelen van snoepjes, tafeldekken of het uitrekenen hoeveel zakgeld je nog nodig hebt om dat ene object van begeerte te kopen (en hoeveel werkjes je nog kunt doen om een beetje extra te verdienen).

Een indruk van het huis-tuin-en-keukengebruik van wiskunde in door ons beproefde activiteiten:

  • Meehelpen met koken en bakken. Als het recept voor limoentaart 580 ml slagroom en 397 gram gecondenseerde melk aangeeft, maar je wilt een kwart meer maken omdat je springvorm wat groter is, hoeveel slagroom en blikjesmelk heb je dan nodig?
  • Boodschappen doen. En winkeltje spelen met echt geld.
  • Schatzoeken in huis. We tekenden een plattegrond van ons huis met de meest markante huisraad : bank, bureau, boekenkast, piano, bad, bed, fornuis, speelgoedkist enzovoorts. Een van de kinderen verstopte dan een ‘gouden’ ketting ergens in huis en kruiste het aan op de kaart. De andere familieleden gingen met de kaart in de hand op queeste.
  • Torentjes bouwen van munten. Een dubbeltje is net zoveel als een torentje van 5 twee-centstukken of 10 centen; een euro is net zoveel als een torentje van 10 dubbeltjes, 20 stuivers of 5 twintig-centstukken.
  • Spelen met de weegschaal. We hebben ooit geïnvesteerd in een mooie balansweegschaal waarmee ook vloeistoffen gewogen kunnen worden, maar een keukenweegschaal voldoet natuurlijk prima.

Appels met kiwi’s vergelijken

Verder doen we veel spelletjes. Dat is een geweldige manier om onderdelen van het rekenen te automatiseren, maar voorwaarde is wel dat iedereen die eraan meedoet het spel leuk vindt. Dat klinkt als een open deur, maar als ik de rekenspellen zie die de onderwijsuitgeverijen ontwikkelen, dan ligt het educatieve er zo dik bovenop dat ieder plezier je vergaat. Terwijl er toch zo veel oude vertrouwde (en ook nieuwe) spelletjes zijn die wèl leuk zijn en ook nog eens efficiënt leren rekenen.

Een aantal van onze succesnummers:

  • Sjoelen
  • Monopoly
  • Eurotrip 
  • Halli galli
  • Stratego
  • Mastermind
  • Bingo. Een molentje met balletjes van een paar euro en (eventueel zelfgemaakte – met minder nummers) bingokaarten. Handig voor kleuters om de tweecijferige getallen te leren herkennen – gaat bij bingo meestal tot 75. Voor onze kinderen was het showelement ook een van de bekoringen: geestdriftig aan het rad draaien en met gedragen stem de getallen declameren.
  • Domino of variant Matador, waarbij je niet gelijke helften tegen elkaar moet leggen, maar de stippen samen 7 moeten vormen.
  • Yahtzee. Geen dure doos van de spellenfabrikant, maar 5 dobbelstenen en een scoreblokje van een euro uit de speelgoedwinkel.
  • Rush Hour (ook wel Traffic Jam). Je kunt het als bordspel kopen, maar ook online spelen of hier op papier als downloaden en hier de puzzelopdrachten die erbij horen.
  • Zeeslag. Gewoon op ruitjespapier, leuk tijdens lange autoritten. Hier korte Nederlandse spelregels, hier langere in het Engels.
  • Alle bordspellen met twee dobbelstenen. Moet je eens kijken hoe snel optellen tot 10 (of 12) gaat na een paar potjes Ganzenbord.
  • Rummikub
  • Kaartspelletjes: jokeren (= Rummikub met kaarten), pesten, eenentwintigen (of Black Jack)


Voor sommige grote mensen zijn spelletjes overigens nog knap lastig, waarvan hieronder akte. Het is een filmpje uit de paternale erfenis van Philip, Jet en Cato en bevat een aantal gevleugelde uitspraken uit ons familiejargon (‘Het is geen rajen! Het is nadenken, het is psychologie, het is uitpiekeren!’).

Ten slotte uit het oerwoud aan websites drie mooie links:

Dr Mike’s Math Games for Kids – met veel spelletjes waar je alleen maar pen en papier voor nodig hebt.

Mathematical Fiction – helemaal Charlotte Mason: bijna duizend boeken (fictie, stripboeken), toneelstukken, films en andere media die verband houden met wiskunde.

Let’s Play Math – een fantastisch weblog van een thuisonderwijsmoeder die originele, uitvoerbare en leuke ideeën heeft om met wiskunde bezig te zijn.