Cato en Freek

6 september 2013

Varaan. Door Cato, 6 jaar.

Na het avondeten, tijdens het afruimen, stond Cato hard met een tafelmes tegen de tweezitsbank te slaan. Ik ben gewend aan jachtpartijen door het huis, pijltjesgeweren die plotseling om een hoek van de deur steken en gebakkelei na het eten, maar dit was nieuw. Ik vroeg wat ze aan het doen was. ‘Met een kapmes moet je altijd schuin en ván je af slaan’, zei ze. ‘De meeste gewonden in de jungle vallen door lompheid met dit ding.’

Ach, natuurlijk. Freek. Cato heeft sinds enige tijd een nieuwe liefde. Met Stoere Bink is het allemaal wat bekoeld, want Cato bezoekt de laatste tijd veel minder gala’s en haar baljurk heeft ze verruild voor comfortabele kleding. Zo gaat ze op safari, of op avontuur in het oerwoud. Met Freek.

Freek is Stoere Bink in het kwadraat. Hij durft dingen waarvan zelfs Cato soms haar handen voor haar gezicht moet houden en hij weet verschrikkelijk veel. Ik noem maar wat, hij weet gewoon dat de varaan een hard rugpantser heeft, maar een zachte buik die hij te allen tijde wil beschermen. En dat de Surinaamse zwerfspin vet gevaarlijk is, maar tóch gaat Freek op een meter afstand op zijn buik liggen om de spin aan Cato te laten zien. Van die dingen.

Cato zit aan de buis gekluisterd en brengt ons op gezette tijden op de hoogte van de ins en outs van het dierenrijk. ‘Zal ik wat vertellen over de witte haai?’, vroeg ze van achterop de fiets terwijl we naar het strand reden. ‘Graag’, zei ik. ‘De witte haai heet zo’, ging ze verder. ‘omdat hij een witte buik heeft. En hij maakt een belangrijk stofje aan, squalamine, waar we medicijnen van kunnen maken.’

Philip en Jet krijgen er op even gezette tijden een punthoofd van. ‘Mam’, zei Philip, ‘weet je wat Cato zei toen ik haar iets wilde uitleggen over de lama? Ik vertelde dat een lama soms spuugt, en toen zei ze: “Ja, hij brengt zijn maaginhoud naar boven.” Dat is toch niet normaal?’

Boze tongen beweren dat Freek in zee is gegaan met iemand met een laag decolleté en een veel te goed kapsel, maar Cato weet beter. Het is een kwestie van tijd, dan gaan ze samen de hort op. Onbekende verten ontdekken. Ze bereidt zich al goed voor, want Cato speelt regelmatig Freekje door het hele huis. In alle kamers zet ze knuffeldieren neer die op een of andere wijze door Freek bezocht zijn en in haar meest camouflagekleurige outfit loopt ze rond om het publiek te onderwijzen. Toen ik twee plastic girafjes aan haar gaf en zei dat die misschien als moeder en kind konden dienen, wees ze me erop dat deze specifieke figuren nooit bij elkaar konden horen. ‘Kijk maar naar dat vlekkenpatroon.’

Vorige week waren we in de dierentuin, Jet, Cato, Victoria en ik. We stonden lang bij de giraffen te kijken, die telkens hun kop omhoog staken tot vlak voor ons gezicht. Naast me stond een jongetje van een jaar of zes, met een bril en een pleister op zijn oog. Hij tikte me op mijn schouder. ‘Kijk’, zei hij, ‘dat is een mannetjesgiraf. Dat kun je zien, want hij heeft geen pluimpjes op zijn kop. Die zijn afgesleten omdat hij met andere mannetjes om een vrouwtje heeft gevochten.’ Cato boog langs me heen en keek het jongetje aan. ‘Dat heb je van Freek’, zei ze.

  • Freek heeft twee dvd’s: Freek op safari en Freek in het wild. Hij wordt ook nog steeds uitgezonden op Zapp, op werkdagen rond 17.00 uur.

Kinderboekenweek 2012

3 oktober 2012

Het is weer kinderboekenweek!

En dus is er weer een Gouden Griffel uitgereikt: aan Winterdieren van Bibi Dumon Tak en Martijn van der Linden.

Ik ben het niet zo vaak eens met de griffeljury – eens in de vijf à tien jaar misschien, maar dit is een van die keren. We hadden hem vorig jaar al en hij is erg mooi. Net als Bibi’s bijzondere beestenboek, maar nu alleen over dieren die aan een van de polen leven.

Drieëntwintig dieren die op zichzelf al bijzonder zijn, maar door de verhalen nog een beetje bijzonderder worden. Eigenlijk heeft elk pooldier zijn eigen biografietje gekregen. Met een portret dat je de adem beneemt.

Hier, zo wil je als walrus toch best de eeuwigheid ingaan?

Ik wil een plompe lori

14 december 2010

En nu iets heel anders. Dit dotje, om je een zachte dinsdag te bezorgen. Als iemand hem een weekje te leen heeft, graag. Langer is niet goed, denk ik, dan zou de boel in het honderd lopen omdat ik hele dagen zit te kriebelen. Kijk even naar die ogen op 41 seconden. Dan durf je toch niet meer te stoppen?

Tam maken

25 juli 2009

Jet liep er al een paar dagen mee rond. ‘Mam, ik heb het. Ik hoef alleen mijn waterschoenen te pakken, oud brood, plastic handschoenen en een net. Meer heb ik niet nodig.’ Een beetje moeder weet dat ze dit soort mededelingen buitengewoon serieus moet benaderen; er is een wereld van reflectie aan vooraf gegaan en lollige opmerkingen worden niet op prijs gesteld. Aperte afwijzing werkt averechts.

‘Wat ga je doen?’, vroeg ik. ‘Een meerkoet vangen’, zei ze, ‘om tam te maken.’ ‘Maar we hebben toch al een cavia? Een meerkoet lijkt me niet zo handig als huisdier.’ ‘O, maar het wordt ook geen huisdier’, stelde Jet me gerust, ‘ik ga ermee jagen.’ Ik knikte begripvol, want ik ben een moeder die dit soort dingen serieus benadert. Bovendien heb ik een oudere zoon die de fase van Grootse Plannen ook gehad heeft. Het hoverboard, dat al in een vergevorderd stadium was, zoals dat van Michael J. Fox in Back to the Future (een plan dat andere jongetjes overigens wel hebben uitgevoerd). Of het jetpack en lichtzwaard uit Star Wars, waarvoor we door de paden van de Gamma doolden, op zoek naar essentiële onderdelen. Jet zelf had ook al eerder dergelijke Plannen gehad; de vervaardiging van een manshoge robot bijvoorbeeld. Toen wist ik ternauwernood te voorkomen dat er een partij staal aangeschaft werd. ‘Waar hebben we het over?’, dacht ik. ”t Is deze keer maar een meerkoet.’ 

‘Kijk,’ zei Jet, ‘ik vang hem hier achter in de sloot. Dan laat ik allemaal vuurwerk afgaan en schiet pijlen op hem af en ik schreeuw heel hard naast zijn oor. Zo raakt hij gewend aan harde knallen.’ Het idee had ze opgedaan bij een filmpje over politiepaarden. Bij gebrek aan een politiepaard besloot ze dezelfde techniek toe te passen op dieren die wat meer voorhanden waren. Het hoefde trouwens niet per se een meerkoet te zijn, een eend kon ook. 

‘Zou dat handig zijn voor een meerkoet, als hij niet meer meer schrikt van harde knallen?’ vroeg ik. Daarvan was ze overtuigd, anders kon hij niet samen met haar jagen. Hij zou haar ook beschermen, want daar staan meerkoeten om bekend, dat zij hun dierbaren fel verdedigen.

Toen we die dag bij de grote bibliotheek waren, besloot Jet het koetje bij de horens te vatten. Ze stapte naar de informatiebalie en zei: ‘Ik zoek een boek over het tam maken van dieren. Het mogen alle dieren zijn: meerkoeten, eenden, leeuwen.’ Een boek over dierengedrag kwam het meest in de buurt, dacht de mevrouw. Jet kwam stralend uit het pad vandaan, met drie boeken, waarvan er eentje nog echt de moeite waard bleek ook. Niet vanwege de instructies tot dressuur, maar omdat het zo’n heerlijk kijkboek was.

Richard Unglik, Het grote avontuur van de dieren

Het grote avontuur van de dieren van Richard Unglik *).

Met oceaandieren, woestijndieren, dieren uit de amazone en van de savanne. Dieren uit de geschiedenis en uit de literatuur.

Richard Unglik, 'Moby Dick', uit: Het grote avontuur van de dieren. Richard Unglik, 'Vissers op de noordelijke ijszee' uit: Het grote avontuur van de dieren Richard Unglik, 'De ark van Noach', uit: Het grote avontuur van de dieren.

Het boek  is grondig bestudeerd en gelezen, maar het project Tam Maken is een stille dood gestorven. Jet heeft besloten geen meerkoet af te richten voor de jacht, maar te gaan sparen voor een paard.

———————–

*)  Richard Unglik, Het grote avontuur van de geschiedenis Richard Unglik kenden we al van Het grote avontuur van de geschiedenis, het Playmobilboek dat we een paar jaar geleden maandenlang in huis hebben gehad. De daadwerkelijke geschiedbeschrijving is allesbehalve grondig, maar de platen zijn zo mooi. Van de grotschilderingen van Lascaux via Freud tot aan de val van de Muur, de wereldgeschiedenis in vogelvlucht op Playmobilformaat. Hier kun je voorbeeldpagina’s uit het boek bekijken.

Terug

I.M.

19 oktober 2007

Wie anders dan hij kon een egeltje vergelijken met Persephone, omdat egeltjes een winterslaap houden, net zooals de Griekse godin door de god Hades wordt meegenomen om in de winterse duisternis van de onderwereld de lente af te wachten?

Wie anders dan hij had zoveel bijbelkennis dat je er je hoed voor afnam?

Wie anders sprak met zoveel liefde over de Liefde, dat je zeker wist dat er niets belangrijker is?

Wie anders kon kunst, natuur en mooie verhalen zo verbinden, dat Charlotte Mason hem ogenblikkelijk in haar canon op zou nemen?

Ik moest gisteren nog aan hem denken, toen we in het heempark waren, op zoek naar paddenstoelen, en de kinderen naast eekhoorntjesbrood, inktzwammen en zwavelkopjes een libel ontdekten, die rustig bleef zitten terwijl zij er op hun buiken naar lagen te kijken.

Toen hij tweeënhalf jaar geleden kwam signeren, hebben we anderhalf uur in de rij gestaan. Philip (6) had zijn eigen exemplaar van De achtertuin meegenomen en ging telkens alvast even bij de signeertafel kijken tot we aan de beurt waren.

Philip en Wolkers

Jet (bijna 3) wilde vooral vertellen dat ze zo graag naar de filmpjes van de achtertuin keek. Mijnheer Wolkers vroeg haar welke ze de mooiste vond en zij antwoordde: ‘Die van het egeltje’.

Nadat alle boeken gesigneerd waren, trok Jet me aan mijn mouw, omdat ze mijnheer Wolkers nog iets wilde zeggen. ‘Ik vind u zo lief’, zei ze. ‘En ik vind jou ook lief’, zei hij. Toen mocht ze bij hem op schoot.

Jet en Wolkers