Uitweiden

9 maart 2009

Een van de leukste dingen van thuisonderwijs vind ik het uitweiden. Dat je met een onderwerp bezig bent en vanzelf in het volgende rolt. Je legt verbanden die je eerder niet opgevallen waren, gaat op onderzoek uit en komt telkens op nieuwe dingen die met het voorgaande te maken hebben. Soms zijn die verbanden logisch, zoals het duikvoorbeeld waarover ik eerder geschreven heb: via een interesse voor de duiksport zoek je oceanen op, het leven in de zee, leer je over koraal, krijg je milieueducatie.

Soms zijn de verbanden minder vanzelfsprekend. Zo heeft het rekenboek van de kinderen meer dan eens uitgenodigd tot zo’n uitweiding. Ik schreef al eerder over de wiskundetaart die Philip maakte naar aanleiding van een som in zijn rekenboek. En nu vond ik een stukje dagboek van precies een jaar geleden dat goed weergeeft hoe we soms van het ene onderwerp in het andere terechtkomen.

Philip was aan het rekenen en ik zat bij hem aan tafel. In het wiskundeboek stond naast de som een plaatje van een chanoekia, zo’n kandelaar die tijdens het joodse chanoekafeest gebrand wordt. De wiskundemethode die we gebruiken komt uit Singapore en heeft, heel politiek correct, de chanoekia naast de kerstster afgebeeld, harmonieus geflankeerd door wat kinderen met een bindi, zo’n hindoeïstische stip op het voorhoofd. Voor elk wat wils. Tijdens de som raakten we aan de praat over verschillen in geloof. Philip herkende de kandelaar en vroeg wat er met Chanoeka precies gevierd wordt.

Susan Marcus, Ga zijn poorten binnenWe pakten er een boek bij met uitleg over joodse feesten en gebruiken, Ga zijn poorten binnen van Susan Marcus – een mooi boek overigens. Nadat we de uitleg over het feest hadden opgezocht, bladerden we verder. We kwamen langs zegeningen en gebeden die bij allerlei gelegenheden worden uitgesproken. Naast de Hebreeuwse tekst stond onder iedere zegen de fonetische spelling. Philip vroeg me of ik een aantal zegeningen wilde voorlezen. En nog eens. En nog eens en nog eens, want hij vond de klank van de woorden zo mooi (Jet kreeg er na zes keer een beetje een sik van).

Vervolgens wilde Philip een stukje Hebreeuwse tekst ontcijferen. Ik heb ooit twee jaar Theologie gestudeerd, dus er staan wat verjaarde taalboeken in de kast. We pakten de studieboeken en Philip spelde hardop het alefbet, het Hebreeuwse alfabet. Hij vertaalde woordjes uit mijn oude werkboeken en reciteerde vervolgens opnieuw de Hebreeuwse heilwensen.

We twijfelden of we latkes zouden bakken, de aardappelpannenkoekjes die bij Chanoeka gegeten worden, maar besloten dat tot een volgende keer te bewaren. Philip maakte zijn sommen af en ging spelen met Jet.

Zo grazen we vaker om onze taal- en rekenlesjes heen. Thuisonderwijs is geen rooster dat we op schooltijden afwerken, het vindt de hele dag door plaats. Het is de kunst, het genoegen, om erin mee te gaan. Natuurlijk gebeurt het niet iedere dag dat een reeks vermenigvuldigingen uitloopt op een gesprek over cultuurgeschiedenis, maar ik geniet er ontzettend van als het wel zo verloopt. Het is een groot voorrecht dat we de tijd kunnen nemen om die dingen te laten gebeuren.

Mocht je geen Hebreeuws woordenboek paraat hebben, dan kun je onderstaande links gebruiken voor een sfeerbeeld. Ik heb de site verder niet onderzocht, maar het was de beste die ik kon vinden wat betreft uitspraak en vertaling.

Hier de chanoekazegeningen die wij bekeken hebben. Halverwege de pagina zie je naast de Hebreeuwse tekst een luidsprekertje waarop je kunt klikken. Zo hoor je de juiste uitspraak (met een pietsie Amerikaans accent)  en kun je meelezen met de fonetische en vertaalde tekst eronder – van rechts naar links.

En hier staan alle zegeningen op een rij; de dagelijkse, die voor sjabbat, de joodse feestdagen en andere speciale gelegenheden, bijvoorbeeld bij ziekte of (is dat niet mooi) bij het zien van de regenboog.

Beluister in ieder geval deze even. Het is de zegen die ik jullie allemaal toewens.

Symbolen

3 november 2008

Rembrandt, Jozef legt de dromen van de bakker en de schenker uit, ca. 1650 -1652

Ik heb altijd veel bewondering voor juffen. Mensen die niet rechtstreeks durven zeggen dat zij thuisonderwijs belachelijk vinden, zeggen soms: ‘Ik zou het niet kunnen, mijn eigen kinderen lesgeven’. Buiten dat zij vaak een verkeerde voorstelling van onze dag hebben, namelijk dat we van half negen tot drie rond de tafel zitten terwijl ik leerstof bij de kinderen naar binnen lepel, waarbij ze op gezette tijden gelucht worden, vergeten mensen ook dat je je eigen kinderen heel goed kent.

Als je weet dat je kind zichzelf de tafel van 9 heeft geleerd, dan hoef je hem niet nog eens vier bladzijden uit een werkboek te geven. Ik heb geen citotoets nodig om te weten wat mijn kind kan; dat zie ik dagelijks. Net zoals ik geen toets nodig heb om te controleren of Cato wel kan lopen. Soms weten kinderen meer dan je dacht, omdat ze dat ergens opgepikt hebben, maar ook daar kom je als ouders vanzelf achter, want je voert veel gesprekken met je kinderen.

Als juf is dat anders. Menselijkerwijs kún je van dertig kinderen hun voortgang niet weten, zeker niet als je ook veel tijd moet steken in bijzaken als orde houden (op de Pabo wordt veel aandacht besteed aan zogeheten klassenmanagement) en weinig tijd met kinderen individueel kunt doorbrengen. Je moet voor ieder kind in de gaten houden op welk niveau het ongeveer zit, zodat je je aanbod daarop kunt aanpassen. Daarom vind ik juffen zo knap.

Wanneer ik een zondagsschoollesje voorbereid, vind ik het nog weleens lastig om rekening te houden met de verschillende niveaus. Je wilt iets substantieels bieden dat interessant is voor iedereen tussen de vier en twaalf jaar, waar ook nog een tastbaar werkje uit voortkomt zonder dat je hoeft terug te vallen op een (gaap) kleurplaat. Dat is soms best een klus.

De laatste keer ‘deden’ we Jozef, en wel de schenker en de bakker. Dat is een verhaal met een duidelijke symboliek, daarom leek het me mooi om het die zondag wat meer over symbolen te hebben. De kerk staat er immers vol mee. En je hebt er ook nog iets aan als je later schilderijen gaat bekijken.

We bedachten samen welke symbolen de kinderen kennen uit verhalen en beelden, de dingen die terugkomen van de gebrandschilderde ramen tot aan de kerkboeken. Een kaars of duif staat symbool voor de Heilige Geest, druiven verwijzen naar het bloed van Christus, een Franse lelie naar de drie-eenheid.

Bij wijze van knutsel had ik kleurplaten uitgeprint die de kinderen met raamstickerverf konden overtrekken: kleurplaat in een insteekmapje, inkleuren met de speciale verf, een dag laten drogen en je hebt een afneembare raamsticker. Ik heb onder meer gebruikgemaakt van deze site met christelijke symboliek, maar internet staat natuurlijk tjokvol kleurplaten.

Hieronder een labarum, de eerste twee letters van Christus in het Grieks (Chi: χ en Rho: ρ)

labarum

 en natuurlijk een ichtusje.

ichtusraamsticker

Philip en Jet hadden de smaak te pakken en hebben de hele verdere week verwoed raamstickers voortgebracht (met dit spul, voor € 1,89 te koop bij Action).

Nadat de zondagsschoolplaten op waren, greep Jet verder op de profanere Smurfen, zodat er op ons raam nu náást een verzameling religieuze symboliek ook een gezellige blauwe vriend naar binnen kijkt. Als je in een creatieve stroom zit, moet je over dat soort marginale grenzen heenkijken.

Mazzel & broche

18 oktober 2008

Hebreeuws leesplankje

We moesten naar de tandarts. Die zit niet in onze eigen woonplaats, omdat het de tandarts uit mijn studententijd is, waar ik wegens verregaande tevredenheid aan ben blijven hangen. En omdat we tijdens de halfjaarlijkse controle dan toch in de stad zijn, maken we er meteen een dagje van. Soms gaan we naar het Rijks of Van Gogh, soms naar Artis of het Tropenmuseum, en nu gingen we naar het Joods Historisch Museum.

De kinderen waren er niet eerder geweest en ik ook al jaren niet. Het nieuwe kindergedeelte, het JHM Kindermuseum, ziet er prachtig uit. Zo mooi verzorgd en zo duidelijk, warm aanbevolen. Je komt er binnen bij de familie Hollander, een joods gezin dat sjabbat viert en koosjer kookt. Hun huis bestaat uit verschillende kamers waar verleden, heden en tradities van het joodse volk worden uitgelegd. Max de matze, een ongezuurd broodje met een broek aan, leidt je rond.

Philip en Jet hebben een vrij grondige kennis van het Oude Testament en dat maakt dit soort uitstapjes altijd wel aantrekkelijk: het is gewoon leuk om dingen tegen te komen die je herkent. En nieuwe informatie kun je meteen een beetje plaatsen.

In de woonkamer maakten we kennis met de gezinsleden Hollander, in de studeerkamer werd wat uitgelegd over Hebreeuwse les en er was ook een stukje klaagmuur dat vertelde over de geschiedenis van de joden in Amsterdam. In de keuken maakten we een challetje, een gevlochten sjabbatsbroodje. De organisatie is fantastisch; er is de hele dag een mevrouw aanwezig die uitleg geeft, broodjes bakt en het werkblad schoonmaakt voor de volgende bezoekers. Het deeg staat klaar. Het enige wat je hoeft te doen is vlechten, water kwasten, maanzaadjes strooien

Maanzaadjes strooien

en een koosjerstempel op het ouwelzegel zetten.

Koosjerzegel

Na tien minuten konden we smullen.

Challe eten

In alle kamers worden filmpjes vertoond met bijzonderheden over geloof en tradities; in de keuken ging het vanzelfsprekend over de verschillen tussen koosjer en treife (niet-koosjer) eten. Philip en Jet kennen een paar van de reinheidswetten; ze weten dat alleen dieren die herkauwen én gespleten hoeven hebben, koosjer zijn. Dus is een paard volgens de regels van het Oude Testament onrein omdat het geen gespleten hoeven heeft, en een varken omdat het -ondanks de juiste hoeven- niet herkauwt. Maar er was natuurlijk heel veel wat we niet wisten: Philip kwam vol verbazing vertellen dat rode smarties ook niet koosjer zijn, omdat de rode kleurstof gemaakt is van luizen; alle andere smarties mogen wel. 

In de muziekkamer zweepte Frank Groothof de bezoekers op om mee te spelen op trommel en ramshoorn,

Op de sjofar

mee te ratelen als de naam Haman werd uitgesproken, zoals op het Poerimfeest (naar aanleiding van het boek Ester) en zachtjes mee te spelen op de lier om mooie muziek te maken. Als je niet beter wist, zou je zeggen dat David hier aan het componeren is.

Met de lier

We brachten uiteraard ook een bezoek aan het museumcafé, want we hadden allemaal lekkere trek en ik wilde niet vertrekken zonder de smaak van een gemberbolus geproefd te hebben. Na het aangenaam verpozen wipten we nog even de Grote Synagoge binnen, die inmiddels als museum is ingericht en grenst aan het museumcafé. Ik gaf Philip en Jet de camera mee en vroeg hen om foto’s maken van de voorwerpen die zij het mooist vonden in de synagoge. Ze moesten ook zien uit te vinden wat het precies voor voorwerp was – dat kon je opzoeken op kaarten in bakken langs de wanden. 

Philip koos voor deze prachtige chanoekia (kandelaar), omdat hij zo mooi glom.

Bankchanoekia

En dit was Jettes keuze. Een torarol, omdat hij zo imponerend was en mooi op ooghoogte lag.

Torarol

En zilveren wijnbekers; net als de chanoekia vanwege de schittering. 

Zilveren bekers

Volgens Jet was dit de een-na-fijnste dag van haar leven. De fijnste was uiteraard toen ze haar eerste paardrijles kreeg. Maar deze was ook erg fijn. Want, zei ze, ze had ’s morgens haar allereerste fluorbehandeling en sealing gekregen (veel groter kun je niet worden, tandartstechnisch), én het was zo heerlijk in het museum, én ze ging voor het eerst van haar leven met de metro én ze mocht straks ook nog naar zwemles. ‘Jet’, zei ik, ‘je kan soms zomaar mazzel hebben.’ Daar moest ze vreselijk om lachen.

Ark

29 oktober 2007

De eenhoorn uit de Physiologus

In waarschijnlijk de tweede eeuw na Christus werd een prachtig boekje geschreven: de Physiologus. Het is een verzameling weetjes over allerlei dieren; bekende soorten als de egel en de vos, maar ook fabeldieren als de phoenix en de centauren. Deze dierenverhalen bevatten natuurwetenschappelijke ‘feiten’ die al door Aristoteles werden doorgegeven, waarbij aan de biologische kenmerken van de dieren ook een symbolische eigenschap werd toegekend.

Pelikaan in raam van de St. Martin's Church in BramptonNeem de pelikaan.
‘De Fysioloog zegt over de pelikaan, dat zij zeer veel van haar jongen houdt. Want wanneer zij kuikens heeft en zij zijn een beetje gegroeid, dan pikken ze de ouders in het gezicht. De ouders slaan de jongen dan en doden hen. Maar later hebben hun ouders medelijden en ze treuren drie dagen over de kinderen, die ze gedood hebben. Dan, op de derde dag, pikt hun moeder haar zijden open en haar bloed, dat op de dode lichamen van de kuikens druppelt, wekt hen op.’ *)  Voilà, de christelijke symboliek is evident. In de beeldende kunst staat de  pelikaan immers ook voor het beeld van Christus’ offerdood.

De Physiologus ontketende een ware rage in de Middeleeuwen. Er ontstond een nieuw letterkundig genre: het bestiarium, een verzameling dierenverhalen **), ‘ook bijzonder nuttig voor het onderwijs’.

Tonke Dragt & Annemarie van Haeringen (ill.), Wat niemand weetDaar moest ik aan denken toen we het prentenboekje lazen dat dit jaar bij de Kinderboekenweek is uitgegeven.

Wat niemand weet, gemaakt door grootheden Tonke Dragt en Annemarie van Haeringen, is een mooie variatie op het Noachverhaal. Philip en Jet vonden het leuk om alle verschillen met het echte verhaal uit Genesis aan te wijzen. Ze moesten vooral lachen om de twee onwillige pandaberen die nors van hun bamboe opkijken en door Noachs zonen naar binnen geduwd moeten worden (in Genesis komen de dieren uit zichzelf).

Hoofddier van het boekje is de eenhoorn, die niet meegaat in de ark. En wat is al sinds de Physiologus in kunst en literatuur het symbool van Christus? De eenhoorn. Is dat nou niet leuk?

De eenhoorn in het prentenboek zwemt met de ark mee (ik zeg: Ichtus) en verandert later in een narwal: een soort omgekeerde evolutie. Bovendien, in de Middeleeuwen en vroege Renaissance werden aangespoelde narwaltanden aangezien voor hoorns van de eenhoorn. Op de laatste bladzijde van Wat niemand weet wordt gefilosofeerd of de narwal ooit weer aan land zal komen om landeenhoorn te worden. Je kan er zomaar een eschatologische verwijzing in zien.

Of Tonke Dragt het allemaal zo bedoeld heeft weet ik niet, maar wij hebben in ieder geval een enige middag gehad. En we hebben er meteen een bezoekje aan de nagebouwde ark van Noach aan vastgeplakt. ’t Is niet zo duidelijk, maar die twee hoofdjes rechts van de eland zijn echt van Philip en Jet.

Op de ark

————————-

*) F. Ledegang, Christelijke symboliek van dieren, planten en stenen. De Physiologus. , Kampen, 1994, blz. 38.

**) Hier nog een mooi stuk over de bever uit de Middelnederlandse encyclopedie Der naturen bloeme van onze eigen Jacob van Maerlant. Maerlant baseerde zijn informatie ook op bestiaria, hoewel bij hem de nadruk op ‘wetenschappelijk’ vlak ligt, en niet op het moralistische van het bestiarium. Het boekje is in modern Nederlands uitgegeven in de Griffioenreeks onder de titel Het boek der natuur (red. Peter Burger en Frits van Oostrom), maar staat ook in zijn geheel hier op internet. Lees vooral het gedeelte over de ‘Wonderbaarlijke volkeren’  (blz. 12) in het hoofdstuk over de mens. Voor meer achtergrondinformatie staat hier een korte inleiding op Maerlants bloeme en wetenschap in de dertiende eeuw.

Terug naar boven

Mauritshuis

13 september 2007

Na het ontbijt wilde Jet (5) graag ergens naar toe. Het liefst naar het Rijksmuseum, omdat ze de audiotour van Sesamstraat zo leuk vond, en het picknicken in de museumtuin. Het staat aanstellerig als de kinderen het leuk vinden om naar schilderijenmusea te gaan, maar eigenlijk is het heel simpel om de jeu erin te houden. Gewoon veel gaan, niet te veel verwachten en zorgen dat het gezellig is.

Ik heb de kinderen van kleins af aan meegenomen naar Rijks en Van Gogh en ze hebben het altijd geweldig gevonden. Ik vertel vantevoren wat we gaan bekijken en laat een aantal schilderijen op plaatjes zien, zodat ze later in het museum dingen herkennen – dat verhoogt het enthousiasme. We beginnen met succesnummers als De nachtwacht en De aardappeleters of andere schilderijen waar iets moois over te vertellen is. En we nemen een kinderaudiotour (ik ook), want die zijn vreselijk leuk en duren vaak net lang genoeg. Het heeft ook iets saamhorigs om na het aftellen tegelijk op het startknopje te drukken en te weten dat je allemaal hetzelfde hoort op je koptelefoontje.

In plaats van het Rijksmuseum stelde ik voor om vandaag naar het Mauritshuis te gaan. Jet was er direct voor in, Philip (8) moest met tien paarden van de bank getrokken worden (‘Kunnen we niet gewoon een ommetje maken?’), maar kreeg al wat meer zin toen ik instemde met zijn idee om onderweg te ‘spelen’. Ja, dat klinkt merkwaardig, maar ik krijg bij de kinderen veel gedaan door gewoon mee te spelen met het spel dat zij verzinnen en mijn boodschap te verpakken in de rol die ik toebedeeld krijg. Bij een museum als Naturalis doe ik de stemmen van de opgezette dieren en op weg naar de supermarkt praat ik als Winnie de Poeh. Philip was vandaag afwisselend een Stormtrooper en Boba Fett (hij van Star Wars) en ik werd aangesproken als Prinses Leia, Paulus de boskabouter of Oehoeboeroe. Jet was een paard.

In de tram had ik (helendal nogal wel zo tamelijk) de catalogus van het Mauritshuis laten zien, waarbij ik vooral mikte op Het meisje met de parel van Vermeer en De stier van Paulus Potter. De route door zo’n stad is natuurlijk al gezellig, er is van alles te zien en een wandeling over het Binnenhof geeft een hoop stof tot conversatie. Zo legde de Stormtrooper aan Prinses Leia uit wat een regering nou precies is en zagen we werkmannen bezig om de steentjes goed te leggen voor Prinsjesdag.

Het Mauritshuis was weer fantastisch. De kinderaudiotour was jammer genoeg buiten werking, omdat de zalen werden ingericht voor een nieuwe tentoonstelling, maar de volwassenentour bleek ook prima voor kinderen. Omdat Philip en Jet de verhalen kennen uit de Griekse mythologie en Bijbel, spreken veel van de 16e- en 17e-eeuwse schilderijen tot de verbeelding. Het meisje met de parel en De stier van Potter vonden ze wel aardig, maar voor de spreekwoordenschilderijen van Jan Steen bleven ze lang staan. En deze vonden ze het allermooist.

Jan Brueghel de Oude met Peter Paul Rubens - Het aardse paradijs met de zondeval van Adam en Eva

Vooral omdat er zoveel dieren op stonden en het zo ‘echt’ geschilderd was. Het stuk is door Brueghel en Rubens samen gemaakt: Rubens schilderde Adam en Eva, de boom en het paard, en Brueghel schilderde de rest. Op de site van het Mauritshuis kun je het nog een beetje beter bekijken.

Elia

20 juni 2007

We zijn al een poosje bezig met Elia, en natuurlijk kwam ook zijn adembenemende hemelvaart aan bod. Ik vind het belangrijk om intertekstualiteit (in de ruimste opvatting) al vroeg te intoduceren en de bijbel biedt daar vanzelfsprekend uitgelezen mogelijkheden voor. Vaak zijn er andere, profane boeken waarnaar je kunt verwijzen, er zijn natuurlijk massa’s kunstwerken die je erbij kunt halen, en sóms is er ook muziek bij een bepaald thema. Bij Elia heb ik dat helemaal: als we het verhaal van de hemelvaart lezen, loop ik de hele dag Chi Coltrane te neuriën. En daar is natuurlijk maar één remedie voor: cd opzetten en heel hard meezingen. ‘I want to rise right up into the sky, and ride white horses with fiery eyes’. Toe maar even, luidsprekers aan en volume hoog:

En omdat Elia door de eeuwen heen een dankbaar onderwerp voor kunstenaars geweest is, zijn er veel schilderijen die we erbij kunnen bekijken. En daar valt veel over te vertellen. De Elia van Doré *)

Elia's hemelvaart door Doré

en die van Dalì

Behold a fiery chariot door Dalì, uit de Biblia Sacra

verschillen bijvoorbeeld aanzienlijk. Ik pak er vaak een aantal boeken bij, zodat je kunt zien dat Rubens beïnvloed was door de klassieken toen hij Elia in de woestijn schilderde, en dat hetzelfde onderwerp door de middeleeuwse Dirk Bouts er heel anders uitziet (hier is het hele drieluik zoals dat in de Sint-Pieterskerk in Leuven te zien is). Voor kinderen zijn middeleeuwse werken ook erg leuk, omdat er vaak verschillende delen van een verhaal in één werk gevat zijn. Bij de Elia van Dirk Bouts bijvoorbeeld, zie je op de voorgrond Elia nog in de woestijn liggen, terwijl hij rechts achter al de berg Horeb beklimt (voor wie het wil nalezen, staat het hier, in 1 Koningen 19; de hemelvaart van Elia kun je lezen in 2 Koningen 2).  

Heel uitgebreid en hoogdravend is het nu natuurlijk nog niet. Het gaat mij er vooral om dat de kinderen door goed te kijken de kunst leren waarderen, zich een eigen mening en smaak gaan vormen en dat ze zich bewust worden van de veranderingen in de loop van de tijd.

———————-

*) Hier zie je hem wat groter: klik

Terug

Boudewijn

12 juni 2007

Vanmiddag aten we groentesoep. We hadden gedekt met de placemats die mijn moeder had meegenomen uit Verenigde Staten, Philip had degene met Amerikaanse presidenten en Jet die met de vlaggen van de wereld. Onder het eten bestudeerde Philip zijn placemat. Opeens zei hij: ‘Raad eens welk liedje dit is’, en hij begon ‘Welterusten, mijnheer de president’ te neuriën. ‘Daar moest ik ineens aan denken’, zei hij toen ik het goed geraden had.

Hij zette de cd van Boudewijn de Groot op en vroeg hoe het ook alweer zat met de oorlog in dat liedje. Ik vertelde dat het een protestlied was geweest in de jaren ’60, tegen de oorlog in Vietnam. Hij keek nog eens naar zijn placemat en vroeg over welke president het lied ging. Ik zei dat ik dacht dat het Nixon was, maar dat ik het niet zeker wist en dat we het konden opzoeken op zijn placemat als we wisten in welk jaar het liedje geschreven was. Philip zocht in het cd-boekje op uit welk jaar ‘Welterusten’ was: 1966. Op de placemat stond dat Nixon van 1969 tot 1974 president was, die kon het dus niet zijn. Vervolgens keek hij naar de president daarvoor: Lyndon B. Johnson, en jawel, die zetelde van 1963 tot 1969. 

presidentenplacemat

Dit is zoals thuisonderwijs meestal gaat. Mensen vragen vaak welke schooluren we aanhouden, maar naast het uurtje echt schoolse vakken zoals schrijven of wiskunde gebeurt er zoveel dat je het nooit zou kunnen inroosteren. Iedere ouder weet dat kinderen nieuwsgierig zijn. Ze stellen de hele dag door vragen en het enige wat je hoeft te doen is de tijd nemen om die te beantwoorden of om samen op zoek te gaan.

Om een idee te geven, als ik deze dag in schoolse vakken zou moeten omschrijven, zou het ongeveer dit worden:

Nederlands
– poëzie: Boudewijn de Groot, ‘Verdronken vlinder’ (‘Zo te sterven op het water met je vleugels van papier’); ‘Als de rook om je hoofd is verdwenen’
– literatuur: Jean Dulieu, Paulus en de eikelmannetjes; Annie M.G. Schmidt, Jip en Janneke
– bladzijde geschreven in werkboekje schrijfmethode Schrift van Thieme-Meulenhoff (Philip)
– woorden geschreven met magneetletters (Jet): roos, ik, Jet, zon, een, oom, moe

Geschiedenis
– aantal Amerikaanse presidenten doorgenomen: George Washington, Lyndon B. Johnson, Bill Clinton, George Bush jr. en sr.
– gepraat over Vietnamoorlog: waarom, wie deden eraan mee, hoe geëindigd
– gesproken over de tijdgeest van de jaren ’60
– basilosaurusje gespeeld met tijdperkadequate kenmerken

Aardrijkskunde
– Vietnam opgezocht
– landsvlaggen bekeken (Jet vond die van Andorra het mooist)
– gesproken over evolutietheorie en creatie

Natuuronderwijs
– het anatomische model (Hema) uit elkaar gehaald en ingewanden weer teruggezet
– gelezen in Kate Petty en Jennie Maizels’ Knappe koppen, eenvoudige natuur- en scheikunde (of zoek op isbn 9789052472690)
– opgezocht welk prehistorisch dier waarschijnlijk longen én kieuwen had (ambulocetus) en welk dier dat nu nog heeft (longvis), zodat het zowel onder water als boven water kan ademhalen

Wiskunde
– uitgerekend hoeveel jaar geleden Johnson president van Amerika was (Philip)
– de tafel van 4 opgezegd
– geteld van nul naar honderd; teruggeteld van twintig naar nul (Jet)
– uitgerekend hoeveel pakken huismerkspeculaas je kunt kopen voor één pak ‘Smiley uitdeelzakjes speculaas’ tijdens het boodschappen doen

Engels
– prentenboek voorgelezen: Renee Graef, My favorite things (‘Raindrops on roses and whiskers on kittens’)
– samen gekeken naar televisieprogramma Balamory op BBC2, onduidelijkheden vertaald
– ‘The tower of Babel’ (Genesis 11) gelezen uit Engelse kinderbijbel (initiatief Philip)

Bewegingsonderwijs
– gedanst en luchtgitaar gespeeld op o.m. ‘Strand’ en ‘Het Land van Maas en Waal’ (Boudewijn de Groot)
– naar gymles geweest (P&J); ‘gymmie’ verdiend met flikflak (Philip)

Sociaal-emotionele ontwikkeling
– baby-zusje getroost en aan het lachen gemaakt
– ruzie opgelost met zus (en voor Jet: met broer)
– gespeeld bij vriendje D. thuis

Op deze manier ziet het er best volledig uit. En toch hebben we alles bij elkaar misschien een uurtje aan tafel gezeten, is het initiatief voor vrijwel alle onderwerpen van de kinderen gekomen en was er nog genoeg tijd om Donald Ducks te lezen, te tekenen en te spelen met verkleedkleren en skippypaard. Daarom is het dus zo moeilijk om het thuisonderwijs binnen schooluren te plaatsen.