Het huis van Tamara

6 februari 2012

Het huis van een prima ballerina
van Pascale Debert

Toen ik deze in de boekwinkel zag, zat er cellofaan omheen. Ik had er nog niet eerder over gehoord, nergens een recensie gezien en ik kon het niet inkijken, maar toch kocht ik het. Alleen op basis van titel, uiterlijke verschijning en uit nieuwsgierigheid. Met twee balletpakjes in huis (één roze, één zwart) en een boektitel als deze kon het haast niet missen natuurlijk, Het huis van een prima ballerina.

Bij thuiskomst begreep ik waarom ik er geen recensies over had gelezen: het is nauwelijks een boek te noemen. Maar het is mooi.


Linksboven: de verpakking, rechtsboven en -midden: de kartonnen meubeltjes, linksmidden: het dagboekje, onder: het uitvouwhuis in vol ornaat

De doos bevat drie onderdelen: een uitvouwhuis, een stapeltje kartonnen meubels en een dagboekje.

Het boekje heeft niet veel om het lijf, twaalf pagina’s in krulletters, maar het idee spreekt tot de verbeelding. Het gefingeerde dagboek van Tamara Karsavina, beroemde Russische ballerina uit het begin van de vorige eeuw, waarin zij schrijft over haar verblijf in Parijs in 1911. Als aardigheidje zijn er ‘aanwijzingen en souvenirs’ in het boekje achtergelaten die je kunt opzoeken in het huis. Leuk als sfeerbeeld, maar de echte charme zit hem (naast de prachtige voornaam van de maakster uiteraard) in de vormgeving.

Het is vooral een beeldschoon speelhuis.

Fantastische kleuren, dik karton, gemakkelijk in te vouwen en open te plooien, zoals de Vlaamse uitgever zegt. Je kunt er een gesloten huis met vier kamers van maken of de binnenmuren naar buiten klappen, met gedetailleerde versieringen en stevige deurtjes en ramen die op elkaar aansluiten en toegang geven tot andere kamers.

De huisraad is iets minder duurzaam, maar even mooi en met net zulk oog voor detail. Jurken in de kledingkast, een trompe-l’oeil tijdschrift op het tafeltje.

Er zitten geen ballerina’s of andere speelpopjes bij, maar een beetje kind weet daar wel raad mee.

En het dagboekje mag dan nep zijn, Tamara Karsavina heeft echt bestaan. Als je haar invult op de tijdlijn, dan zie je dat ze in dezelfde tijd leefde als Pablo Picasso. En als je haar naam invult bij youtube, kun je haar zelfs zien dansen. Alsof je een vlieg op de muur bent van die balletzaal in 1920.

Het huis van een prima ballerina van Pascale Debert, isbn 9789020999464.

Juf Jet

3 februari 2012

Ze wilde al zo lang een bijbaantje. Niet voor geld, maar voor het nut. Na ons debacle in de vrijwilligerssector had ik mijn idealen wat bijgesteld, maar Jet niet. Het is het handvest van het kind-zijn: je stelt je idealen niet bij, je bestendigt ze. 

Telkens als we langs het bejaardenhuis wandelden, vroeg Jet: ‘Wanneer mogen we hier weer eens werken?’ Dan antwoordde ik dat dat er voorlopig niet inzat, want organisaties maken de dingen soms lastiger dan ze zijn. Bovendien, zei ik, doen we op onze manier ook een soort vrijwilligerswerk. We zijn ruim bedeeld met oudere buren en helpen waar nodig. We rijden hen naar het ziekenhuis voor controles, maken eten als ze dat zelf even niet kunnen, doen een boodschap als ze slecht ter been zijn of de straten te glad. Met die kleine dingen kun je ook een hulp zijn. Het hoeft niet per se officieel. 

Daar was Jet het niet mee eens. Hoe officiëler en georganiseerder, hoe beter. En Jet zou Jet niet zijn als ze geen oplossing kon verzinnen. ‘Ik kan op de balletschool gaan werken, als hulpjuf.’ Ze besloot het erop te wagen.

Haar juf was niet meteen enthousiast. Ze zou erover nadenken. Iedere week kwam Jet thuis en zei: ‘De juf heeft nog niks gezegd, zal ik het nog eens vragen?’ Dat kon best, vond ik, zolang ze nog geen definitief nee had gehoord, kon Jet het proberen. Na drie weken kwam ze dansend uit de zaal: ‘Het mag! Vanaf volgende week mag ik meehelpen bij de groep van Cato.’

Juf heeft geen spijt gekregen. Jet is ervoor geboren, zegt ze. Dat vond ik ook al, maar ik heb niet zo’n kennersblik. Ik vind dat Jet voor bijna alles geboren is en statistisch gesproken is dat natuurlijk vrij onwaarschijnlijk. Nu zegt de juf het. En toen ik haar vroeg of ze wat foto’s in de les wilde maken, vond ze dat geen probleem. Dan kon ik zelf zien hoe Jet het doet.

Dat ze een groepje kan begeleiden.

Dat ze dingen goed kan voordoen. Dansjes.

En posities.

En als kleine ballerina’s het dan nog moeilijk vinden, helpt Jet ze met de juiste houding.

Ze moet alleen nog leren om consequent te zijn, zei de juf. Soms is ze wat te toegeeflijk naar de kleuters toe. Daar kan ik me iets bij voorstellen. Ik moet zelf ook leren om consequent te zijn.   

Maar over het algemeen is de juf erg tevreden. Zo tevreden, dat Jet met Kerstmis een cadeaubon kreeg van haar favoriete balletwinkel. ‘Dat doe ik voor al mijn juffen.’

Ze heeft er meteen een nieuw balletpakje van gekocht. Zwart. Want tot tien jaar moet je een roze pakje, maar daarna mag je zwart. En Jet wordt over een paar maanden al tien. Ze heeft er zwarte beenwarmers bij en een zwart fluwelen vestje. Dat kon niet allemaal van die ene cadeaubon, maar dat kreeg ze van mij. Ook al had ik vantevoren gezegd dat we niks extra’s zouden kopen. Ik moet nog een beetje leren om consequent te zijn.

Vorige maand vroeg juf of Jet nog meer lessen wilde helpen; ze doet het zo goed. Of het van mij mocht? Ik vond het prima. De maatschappij heeft behoefte aan vrijwilligers. En zoals iedereen weet is er een schrijnend tekort aan balletjuffen.

Dus nu helpt Jet twee lessen per week bij de kleuters. In maart komt er waarschijnlijk nog een les bij, dan doet ze drie uur per week vrijwilligerswerk. Heel officieel en in georganiseerd verband. Het stoerste vind Jet dat ze die extra lessen alléén naar de balletschool gaat. Normaal liepen wij altijd mee, omdat Cato dan ook les heeft. Maar nu loopt Jet de 1,1 kilometer in haar eentje. Met in haar rugzak een zwart balletpakje, zwarte beenwarmers, een zwart fluwelen vestje en een pakje drinken.   

Daar gaat ze. En zoveel schoonheid heb ik nooit gezien.

Alors on danse

27 maart 2011

Zie je Jet? Zij is het meisje in het rode rokje onder de cirkel, de vijfde van links. Bloednerveus was ze. Het was haar eerste optreden in een echt theater. Niet een achterafzaaltje, maar zo’n enorm theater met een eigen parkeergarage, een artiestenfoyer en duizenden lichtjes in het zaalplafond.

Er waren 1450 mensen die een kaartje hadden gekocht om Jet te zien. Okee, ze zagen ook nog een paar andere kinderen. Maar vooral Jet. Dat kan niet anders. Die rode tutu en die mooie blauwe oogschaduw zag je achterin de zaal, man.

Geoefend dat ze hadden! Zowat een jaar, en de laatste weken een paar keer extra. Ik mocht niks zien natuurlijk, dat werd bewaard voor de Grote Dag. Ik werd geacht haar af te leveren op obscure locaties en in groezelige kleedkamers te wachten tot de repetities voorbij waren. Dan stond Jet te smoezen met haar dansgenoten, ging de kleedkamerdeur op een kiertje en piepten ze naar binnen en naar buiten.

Toen was het zover. Naast Jet deed Cato ook mee. Twee maanden na haar entree in de balletschool is het talent niet onopgemerkt gebleven. Dat was te verwachten natuurlijk. Je kunt geen 1450 mensen naar het theater laten komen en ze Cato onthouden.

Het thema van de voorstelling was ‘Snoep’. Jet was een Bonbon en Cato een Oud-Hollands Peertje. Bij de Oud-Hollandse Peertjes hadden ze nog wat hulp nodig tijdens de show. Of er moeders waren die de kleuters in roze jurkjes wilden hijsen, balletknotten wilden draaien en entertainment in de kleedkamer wilden verzorgen, totdat hun optreden begon. Zo bevond ik me plotseling in het zenuwcentrum van de showbizz.

Met zeventien Oud-Hollandse Peertjes die anderhalf uur wachten wel erg lang vonden duren.

Toen iedereen drie keer geplast had en alle haren opnieuw geknot waren omdat die er tijdens het rondstuiteren in de kleedkamer weer in slierten bijhingen, werd omgeroepen dat de Peertjes achter podium klaar moesten staan.

Daar gingen ze.

Voor de meesten was het een verrassing dat ze op een verlicht podium met een zaal vol mensen terechtkwamen. Ondanks alle voorbereidingen en de vreemde omgeving was het veel kinderen ontgaan dat dit een heel Gewichtige Gebeurtenis was. ‘Wanneer begint de les nou?’, vroeg een donkerharig Peertje telkens. ‘Doe maar gewoon wat de juffen doen’, zei ik. Dat deden ze subliem.

Cato was buitengewoon content over haar optreden. Vooral toen ze daarna een zuurstok kreeg als erkentelijkheid voor bewezen diensten.

Jet had wat bevestiging nodig. Dat had deels te maken met de zenuwen, deels met Jettes eigen idee van professionaliteit en bescheidenheid. ‘Vond je het echt goed? Maar die ene dans met mijn arm ging helemaal mis!’ Nadat we allemaal, inclusief oma’s en vriend D. hadden gezegd dat het fantástisch ging, was Jet gerustgesteld. Daarna aten we pizza, om te vieren dat we twee diva’s in ons midden hadden.

Prima ballerina

1 maart 2011

Het zat eraan te komen natuurlijk. Zoveel gebundelde gratie kun je niet ongestraft voor jezelf houden. Dat moet gekanaliseerd worden. Cato zit op ballet.

Dankzij haar zus bezit ze een keur aan tutu’s, pakjes en schoentjes in alle balletkleuren: poederroze, zuurstokroze, bleekroze. Vanzelfsprekend wordt de garderobe ten volle benut, want je zit niet alleen voor jezelf op ballet. Zo’n juf moet ook wat te kijken hebben.

Ik heb nog niet gezien hoe ze het ervan afbrengt, want het is maar drie keer per jaar kijkles. Tot die tijd ben ik aangewezen op Cato’s persoonlijke verslaggeving: ‘Het was heel leuk en op het laatst kregen we een snoepje.’

Naar eigen zeggen is ze de beste van de klas. Dat verbaast me niets; de natuurlijk souplesse, élégance en techniek – alles is er natuurlijk al. Veel zal juf haar niet kunnen bijbrengen. Het is meer een kwestie van finetunen.

Af en toe krijg ik iets meer informatie over wat ze gedaan heeft. Ineens herinnert ze zich cruciale elementen: ‘Weet je, de juf had vorige keer geen roze mallot aan, maar een zwarte. We deden een arawesk. En ook positie één en positie twee.’ Ik kreeg een kleine demonstratie voordat de les begon.

Soms leert ze iets waarvan ze zichtbaar onder de indruk is. ‘De juf zei dat ze maar drie keer zou waarschuwen,’ vertrouwde ze me laatst toe. ‘O’, zei ik, ‘was dat tegen jou?’ Ze schudde opgelucht haar hoofd: nee, gelukkig niet. Er waren twee meisjes die telkens gingen rennen als er gehuppeld moest worden. Zoiets zou Cato nooit doen. ‘Wat zou er na die waarschuwingen gebeuren?’, vroeg ik. ‘Dan moesten ze in de hoek staan’, vertelde ze. Ze knikte er peinzend bij. Gelukkig was het zover niet gekomen, maar de ernst van de situatie was wel duidelijk.

Ze vindt het heerlijk. Ik breng haar stralend weg en haal haar stralend weer op. Als we aan komen fietsen zwaait ze lachend naar haar balletklasgenootjes. Ze telt de dagen af tot ze weer mag. Ik zou willen dat het iedere week kijkles was.

Kijkles

15 juni 2010

 

Boek op schoot

10 februari 2010

De afgelopen weken zijn de kinderen bezig geweest met een zogeheten lapbook. Al jaren een hit onder Amerikaanse thuisonderwijzers, maar voor ons de eerste keer.

Een lapbook is een soort werkstuk, een opgeleukt essay. De term is ontleend aan het formaat: het flapjesboek heeft de grootte van een A4’tje en past zo’n beetje op een kinderschoot; lap is de Engelse vertaling van ‘schoot’.

Het sprak me nooit aan. Veel gedoe voor weinig opbrengst, leek me. Ik dacht dat het alleen leuk zou zijn voor heel jonge kinderen en ouders die van knutselen houden. Maar toen zag Jet het werkstuk van deze thuisonderwijzers en toen wilde ze ook.

Ze borrelde meteen van ideeën. Dit moest erin en dat. Stickers, plaatjes, tekeningen en verhalen. Eigenlijk stof voor vier lepboeken, als ze er zo bij nadacht. We begonnen met een, over klassiek ballet.

Mijn voorwaarde was dat ze het merendeel zelf deed. Ik vind het helemaal niet erg om me in te leven in de interesses van mijn kinderen, maar het moest niet mijn boek worden. Zo stond het een poos geleden al in het FD: ‘koester de creativiteit van je kind, neem hem niet over’. Vrij vertaald.

En eerlijk is eerlijk, het was een groot succes. Ik heb mijn mening herzien: het is geen bezigheidstherapie, maar een mooi, interdisciplinair project, met dingen die ik belangrijk vind ik het onderwijs. Schrijven, lezen, nadenken, veel onderzoek doen, keuzes maken. Dan maakt het eigenlijk niet uit welk onderwerp je neemt; als je het van alle kanten belicht, doe je veel waardevolle vaardigheden op.

Jettes vriendin werd aangestoken door het enthousiasme. Zij gaat wel naar school, maar heeft hier een lapbook gemaakt als voorbereiding op haar spreekbeurt. Philip maakte er ook een, die zullen we later openbaar maken. Maar nu het boek van Jet.

Je kunt een kartonnen dossiermap nemen (te koop bij kantoorboekhandel), A4’tjes van knutselkarton aan elkaar plakken of één groot stuk gekleurd karton vouwen.

Als je de voorkant openklapt, zie je dit:

En als je de middelste flap omhoogklapt, krijg je dit:

En dan zijn er dus allemaal flapjes en luikjes en envelopjes die de informatie verstoppen. Linksonder een boekje met de balletposities. Linksboven een luikje met dvd-suggesties, rechtsboven een uitvouwblad met boekentips.

Onder de rechterflap met de bloemetjes een stukje over Tsjaikovski:

Een huisgemaakt puzzeltje van een ballerina (kleurplaat op kartonpapier, voor het stevige):

De beroemdste balletverhalen bewaard in een envelopje:

En achter de luiken van het blauwe huisje een getypt opstel.Voor het huisje heeft Jet de vorm shutterfold gebruikt, waarvan hier een pdfje staat. Hier vind je nog veel meer vormen voor luikjes, mini-boekjes en envelopjes.

Jet is er ont-zet-tend trots op. Ze heeft alles zelf bedacht, is er dagenlang mee bezig geweest (‘Ik ga weer even leppen’) en ik heb alleen hand- en spandiensten verricht. Het volgende project staat op stapel. Als het af is, bent u de eerste die het hoort.

Net woorden

28 december 2009

Tussen alle kerstige dingen door zijn Jet en ik naar het ballet geweest. Het was een afspraak die al maanden stond, een dingetje tussen Jet en mij. 

Jet had zich grondig voorbereid met haar dansboek , de muziek van Tsjaikovski en het balletverhaal, dat net een beetje anders is dan het traditionele sprookje. We hadden ook de gebaren uit ons hoofd geleerd. Bij een ballet wordt niet gesproken: de muziek vertelt het verhaal samen met de dans. Maar daarnaast is er nog een ‘ballettaal’, de mime die de dansers gebruiken om te vertellen dat iemand slaapt, verdrietig is of sterft. Als je die eenmaal weet, kun je het verhaal nog beter volgen.

De kaarten had ik in augustus gereserveerd, toen ik nog niet kon weten dat we over besneeuwde straten in onze mooiste kleren naar het theater zouden lopen. De entourage kon niet beter.

We gingen al vroeg, want ik had Jet opgegeven voor een ‘doe meeles’ die voorafging aan de balletuitvoering. In een aparte studio van het danstheater kregen de kinderen les van een balletjuf op muziek van De Schone Slaapster. Jet wist vantevoren niet waar ze meer naar uitzag, de balletvoorstelling of de les. Het bleek allebei even prachtig.

Ze oefenden passen uit het ballet. Eerst alleen, daarna samen met een partner. Ze mochten mini-uitvoerinkjes houden voor elkaar en voor de ouders langs de kant.

Omdat ik weet hoe blij u wordt van mijn filmkunsten, hier nog een puik stukje camerawerk. De muziek neuriet u er zelf bij.

En vooruit, nog eentje de andere kant op.

Toen begon de voorstelling. Die was precies zoals we gehoopt hadden: geen moderne vertolking, maar hardcore klassiek. Met suikerspinjurken, spitzen, strasstiara’s,  heren in uiterst nauwsluitende maillots, hoeden met struisveren en tutu’s van honderd meter tule.  Het decor was pastel met glitter, sprookjeskastelen, dromerige bergen en bootjes die op een rails over het podium getrokken werden.

Het duurde drie uur (met twee pauzes), maar Jet heeft iedere seconde ademloos in zich opgenomen. ‘Wat mooi’, fluisterde ze, ‘Het zijn net woorden.’  Terwijl we naar buiten liepen, terug in de sneeuw en de stadslichtjes, leek het net of de sprookjeswereld nog even aanhield.