Bijna goddelijk

18 januari 2011

Je zou zeggen: er is twaalf uur per dag kindertelevisie, hoeveel werk kun je nog hebben? Maar je staat er versteld van. Ik bedoel: dat moet gevoerd en gelaafd en als je niet wilt dat de buren gaan praten, moet er zo nu en dan ook een broek in de was. Ach, en dan is er nog thuisonderwijs.

Terwijl ik hier nog even verder ga, voor jullie alvast een beeldschoon lekkermakertje: een trailer van de nieuwe achtdelige BBC-serie Human Planet, die binnenkort uitgezonden gaat worden. We zullen er in Nederland waarschijnlijk wel even op moeten wachten, maar het voorstukje is al sensationeel mooi. Dit is het soort televisie waar ik wel helemaal in zou willen kruipen.

Ik kan je er geen bioscoopdoek bij geven, maar als je hier klikt, krijg je de trailer schermvullend te zien.

Spionnenboek

16 december 2010

Julian Assange zit nog in London, maar ik zet zijn werk ondergronds voort. Mijn eigen Wikileaks, zomaar voor u te grabbel: The World Factbook van de Amerikaanse geheime dienst. Ik heb zo mijn mensen om de boel draaiende te houden, buitengewoon betrouwbaar en consciëntieus (ik heb het Nationaal Dictee gisteren gemist, maar wil even laten zien dat ik heel goed kan spellen. Ik schat, zo voor de vuist weg, dat ik maximaal acht fouten gemaakt zou hebben).

Maar serieus: als je actuele informatie over een land wilt hebben (dat laat nogal eens te wensen over op internet) dan is dit een erg handige site. Een week na de installatie van ons nieuwe kabinet was The World Factbook al aangepast.

Rechtsboven kun je via Select a Country or Location met het rolmenuutje een van de 267 wereldentiteiten selecteren. Ik was dit nog niet eerder zo uitgebreid, overzichtelijk en actueel tegengekomen, vandaar: The World Factbook.

De lijst regeringslijst op de site is ook actueel en compleet; van alle landen de regeringsleiders én ministers met volledige naam. Staat hier.

Landen van de wereld

13 december 2010

Eigenlijk is topografie bij uitstek iets wat je leert door het toe te passen. Lezenderwijs, terwijl je op VOC-schepen naar Kaapstad, Réunion en Java reist, of met Jan Terlouw mee naar Pjotr in Rusland. En levenderwijs, tijdens autoritten met de kaart op schoot of als je naar het journaal kijkt.

Maar er zijn nog meer prettige manieren om het op te pikken. Sinds een week zijn we in het bezit van Landen van de wereld, in een blikken doos van mooiespellenfabrikant HABA. Toen de familie Bolleboos met haar vijf schatjes weer eens op bezoek was, brachten ze het mee om te proberen. Ik was niet meteen overtuigd, want het Jumbospel Tien voor topo hebben we na drie halfbakken pogingen heel ver achterin de spellenkast gezet wegens intense saaiheid. Maar deze bleek een instant-hit.

Zo groot was het succes, dat het op 5 december ook voor ons in de zak zat. En sindsdien wordt het dagelijks gespeeld. Vrijwillig.

De tijdspanne is prima: maximaal een kwartiertje, zodat je er gul nog eens een extra potje tegenaan kunt gooien. Zelf ben ik ondanks twaalf jaar aardrijkskundeonderwijs geen kei in topografie. Dat maakt me een bijna volwaardige tegenstander, wat de speelvreugde verhoogt (‘Mám, denk even na… Dat zijn de Filipijnen!’). 

Ik weet niet hoe lang het duurt voordat we alle landen, hoofdsteden en vlaggen uit ons hoofd kennen, maar ik denk dat het spel tegen die tijd zijn nut wel bewezen heeft.

Handig

  • Toporopa, een van de beste toposites die ik ken. Simpel, doeltreffend, overzichtelijk. Met extraatjes als monarchieën, veldslagen en het altijd lastige verschil tussen eurolanden en EU-landen die géén euro hanteren.
  • Topomania, voor alle overige landen en werelddelen, omdat Toporopa alleen Europa betreft. Fijn dat je het ook kunt gebruiken om te oefenen, niet alleen om te toetsen. Gemaakt door een handige vader.
  • Fairtoys, de winkel waar ik Landen van de wereld gekocht heb. Een aanrader: gratis verzending vanaf 30 euro en uitstekende service.
  • Als je liever ook topo uit een boekje leert, dan vind ik de topotrainers van Kinheim erg goed. Simpel, doeltreffend en nog een soort van leuk vanwege het nakijkvel met kleurtjes. Bij Kinheim hoef je niet per vijf stuks te bestellen, zoals veel onvriendelijke uitgevers eisen, maar kun je een pakket samenstellen van tien werkboekjes naar keuze. Een andere uitgever die thuisonderwijzers ter wille is door boekjes per stuk te verkopen is Bekius Schoolmaterialen, waarover ik hier al eerder schreef.

Een kleine wereld

27 juni 2010

Eigenlijk is er maar één lid van ons gezin echt geïnteresseerd in het WK. De rest blijft op de hoogte van het nationale doelsaldo door afwisselend een koor van tetterende vuvuzela’s of een beteuterd ‘Oeoeh…’ dat vanaf de straat door de open ramen naar binnen waait.

Maar, zoals dat gaat, we praten elkaar aan tafel bij over onze bezigheden. En dan blijkt een wereldkampioenschap aanleiding voor allerlei andere onderwerpen. Hoeveel landen zijn er eigenlijk? Waarom spreken ze Portugees in Brazilië?

De uitdossingen zijn werkelijk adembenemend. Ik denk dat professor Herman Pleij wel een mooie theorie heeft over voetbalfolklore als vervanging voor het traditionele carnaval.

En dan dacht je dat het alleen de Ollanders waren. Maar neen, er zijn ook Engelse ridders vertegenwoordigd.

Moet je natuurlijk wel winnen.

De hele fotoreportage over verklede voetbalfans, inclusief Australische kangoeroes en Argentijnse zebra’s staat op de site van het Handelsblatt.

Maar het meest fascinerende van het WK vind ik de deelname van Noord-Korea. Philip en Jet konden niet geloven er mensen zijn die normaal gesproken hun land niet uit mogen. Dat het Noord-Koreaanse elftal bij uitzondering wel naar Zuid-Afrika mocht vertrekken, maar dat er dus geen fans bij zijn, want mensen die het land uit mogen, willen vaak niet meer terug. Dat Noord-Korea daarom Chinese supporters heeft ingehuurd om vanaf de tribune te juichen, zodat het nog wat lijkt.

We hadden het over het dilemma van mensen die overwegen te vluchten uit zo’n land. Dan ga je zelf waarschijnlijk een vrije toekomst tegemoet, maar de rest van je familie en vrienden zie je niet meer. ‘Dus het is net zoiets als vroeger in Oost-Duitsland?’, zei Jet. Zoiets, ja.

De BBC zond drie weken geleden een zeldzame en intrigerende documentaire uit over Noord-Korea. Dat land met een besloten netwerk, zodat er geen sprake is van een wereldwijd web en je niet per ongeluk op andere ideeën kunt stuiten. Dat land met studenten die nog nooit van Nelson Mandela gehoord hebben en als enige wereldleiders Stalin en Mao bewonderen.

Een land waar als een van de weinige in de wereld thuisonderwijs niet is toegestaan, want de regering houdt graag het monopolie op het overbrengen van ideeën. Toevallig weer een parallel met Duitsland; dat is namelijk het andere land waar thuisonderwijs geen optie is. In Duitsland is het vooral een overblijfsel uit de Tweede Wereldoorlog: de angst dat een dergelijke massaovertuiging weer gebeurt is zo groot, dat de overheid de denkbeelden van het volk onder controle wil houden. Maar angst is een slechte raadgever.

De BBC-journaliste mocht rondkijken in een ‘doodgewoon’ huis in een ‘doodgewoon’ dorp, zo benadrukte de overheidsbeamte die haar overal begeleidde. Het doodgewone gezin stond toevallig net op het punt aan een rijkgedekte tafel te schuiven; knap werk in een land dat afhankelijk is van voedselhulp omdat anders veertig procent van de bevolking van de honger sterft. Volgens de overheidsfunctionaris was er van voedselhulp overigens geen sprake: Noord-Korea is uit-ste-kend in staat om zichzelf te redden. Of, zoals de journaliste aan het eind van deze reportage zegt: ‘Het meest verbazingwekkende is dat Noord-Korea gelooft, dat wij geloven dat wat zij ons laten zien, de waarheid is.’

Het tweede deel van de reportage gaat over mensen die het land ontvlucht zijn. Journaliste Sue Lloyd-Roberts sprak met gevluchte Noord-Koreanen die in Zuid-Korea les krijgen in ‘leven in de 21e eeuw’. De migranten geven commentaar op de documentaire over Noord-Korea en vertellen over het gemis van hun achtergebleven familieleden. Beide reportages duren ongeveer een kwartier en zijn ontzettend de moeite waard.

Meer achtergrondinformatie op de site van BBC Newsnight.

 

Drie mooie boeken over de wereld buiten je tuinhekje. Een oude, een jongere en een net-uitgekomene, op volgorde van leeftijd.

Uit de oude, maar mooie doos: Peter Menzel, Material World, A Global Family Portret, 1994.

Menzel is ook de maker van Hungry Planet, What the World Eats, met weekmenu’s uit verre en dichtbije landen. De tafels van de wereld, foto’s waarop je maar blijft kijken (hier had ik al een link naar het TIME foto-essay gezet).

In Material World staan net zulke fascinerende foto’s, maar in plaats van eten, portretteert Menzel hier de bezittingen van de wereld. Grote foto’s en een haast steriele opsomming van de bezittingen per gezin: 1 schommelstoel, 2 driewielers, 4 kookpannen. Bijna iedereen heeft een televisie.

Dan ziet het vermogen van een familie uit Koeweit er zo uit:

en het boeltje van een familie uit Mongolië zo:

Het tweede boek is van vorig jaar: Help, mijn iglo smelt! Vier verhalen van kinderen uit verre landen, van Nathalie Righton en Ton Koene.

Een prachtige uitgave waarin het dagelijks leven van vier kinderen uitgebreid wordt beschreven. De opzet is te laten zien wat klimaatverandering aan het andere eind van de wereld voor gevolgen heeft. Maar eigenlijk speelt dat in de verhalen een vrij kleine rol.

Het is vooral een mooi boek, dat de kinderen zelf aan het woord laat. Over hun dagbesteding, hun lievelingseten, hun familie. Fantastische foto’s en boeiende verhalen die veel gespreksstof opleveren. Jet was verbaasd over het contrast tussen het meisje in Ethiopië, dat geen stukje bloot been mag laten zien voordat ze gaat trouwen, en de jongen in de jungle van Brazilië, die in het gunstigste geval met een lendendoekje op de foto staat.

Zelf vond ik het verhaal van de eskimo’s indrukwekkend. Ik had nog een idyllische voorstelling van de Noordpool. Oud en jong, schouder-aan-schouder op visjacht, verhalen vertellen in handgebouwde iglo’s. Maar eigenlijk heeft de ‘welvaart’ er binnen twee generaties niets dan coca cola en ellende gebracht. Heel schrijnend.

We willen het liefst van plaats ruilen met Toei, het jongetje uit Tuvalu. Hij woont alleen met elf volwassenen en negen kinderen op een eiland in de Stille Zuidzee.

Bolderburen in het paradijs, Philip droomde er helemaal bij weg. Het leek hem fantastisch, de hele dag snorkelen, spelen op het strand, varen in je boot met meezwemmende dolfijnen. En als je dorst krijgt, klim je in een kokospalm voor een nootje, want stromend zoet water is er niet. Die giftige pijlstaartrog nemen we wel voor lief. In Nederland kun je ook onder een auto komen.

Op de website van de fotograaf van het boek, Ton Koene, kun je hier foto’s uit het boek bekijken.

Tot slot een piepjonkie: Hoeveel papier gaat er in een boom? En andere vragen van kinderen over duurzaamheid. Door Bas van Lier, weer zo’n fijnerd die mooie informatieve boeken schrijft.

Ik ben eigenlijk meer van de verhalen, maar voor Bas van Lier maken we een uitzondering. Zijn non-fictie is goed en duidelijk en spreekt aan. Hij maakte al Het zeeboek en Het natuurboek voor kinderen, en zo’n zelfde vragenboekje als hierboven over Europa. In Hoeveel papier geeft hij heldere antwoorden op ingewikkelde vragen over het milieu. Een aanwinst voor het (thuis)onderwijs. 

De verrassingsmap

14 april 2010

We hebben een noviteitje in ons thuisonderwijs. Eigenlijk is het helemaal niet nieuw, want het wordt al jaren gebruikt in diverse vormen van onderwijs, maar ik hoorde er vorige maand voor het eerst over van collega’s G en T.

In thuisonderwijskringen heten ze workboxes, maar wij noemen ze verrassingsmappen. Het idee is simpel: ieder kind krijgt een aantal mappen per dag en in iedere map zit een opdracht. Bij drie mappen heeft een kind dus drie opdrachten per dag. Eigenlijk is het gewoon een tastbare manier om de dag in te delen.

Het oorspronkelijke idee – de workbox- gaat uit van doorzichtige laatjes, met als argument dat kinderen het prettig vinden om te zien wat hun boven het hoofd hangt. Wij gebruiken echter óndoorzichtige mappen, omdat dat spannender en leuker is.

Het idee is dus simpel, maar de uitwerking kan bijzonder zijn. Je kunt de mappen natuurlijk alleen vullen met reken- en taalboeken, maar dan is de jeu er snel af. Ik vind het een sport om ‘moetjes’ af te wisselen met iets aardigs. En dan kan er van alles in zitten. Een gewoon werkboek en de opdracht ‘Maak blz. 24’ of een springtouw, een stopwatch en een briefje ‘Ga zes minuten touwtjespringen’.

Zo vond Jet het lastig om haar adres te onthouden. Daarom deed ik in een van haar mappen de hiërogliefenstempelset en de opdracht: ‘Stempel je naam en adres’. Ik had er ook een blanco envelop in kunnen doen met als opdracht: ‘Schrijf en adresseer een briefje aan jezelf.’

Nog een voorbeeld. Philip heeft een paar maanden geleden origami ontdekt, en ik maakte een Japanse mappencollectie. Hieronder ideeën voor de invulling. 

Map 1
Twee boeken met een verhaal over Japan. In dit geval Arend van Dams ‘De Liefde komt aan in Japan’ uit Lang geleden… en ‘De berg Fuji, de dichter en de kunstenaar’ uit: In een land hier ver vandaan…

Map 2
Een origamiboek, een stapeltje vouwpapier en de opdracht: ‘Maak twee nieuwe ontwerpen’.

Map 3
Een atlasje en de opdracht om Japan op te zoeken op de wereldkaart, plus een aantal demografische feiten (inwonersaantal, munteenheid). Eventueel een kaartje van Azië om te kleuren.

Map 4
Een link naar de foto’s van Peter Menzel, online te bekijken, om te zien wat een Japans gezin zoal eet. Of het boek zelf: Hungry Planet, What the World Eats.

Map 5
Opdracht: ‘Schrijf een haiku’. Eventueel: ‘Vertel me even wanneer je bij deze map bent, dan leg ik je uit wat een haiku is en lezen we er samen een paar.’

Map 6
Een taalcursus Japans uit de bibliotheek (vaak gratis te leen) of een online demo om een indruk van de taal te krijgen. Of een proefles per mail van LOI.

Map 7
Een boek met Japanse kunstreproducties. Of alleen de afbeelding van een schilderij (ansichtkaart, verwijzing naar internetpagina, printje), bijvoorbeeld De grote golf van Kanagawa van Katsushika Hokusai. Gewoon om naar te kijken. Of eventueel met achtergrondinformatie.

En dan nu de praktische kant.

Hoeveel tijd ben je kwijt aan de voorbereiding?
Je kunt het zo dol maken als je wilt, maar het kost ongeveer een halfuur om de mappen ’s avonds te vullen.

Wat voor mappen kun je gebruiken?
Ervaren collega’s G en T raden tijdschriftcassettes of elastiekmappen aan. Wij gebruiken mappen van -daar is ie weer- Action. Die zijn lekker dik, zodat er ook een boek of knutselding in past. Kosten: 0,69 oiro per stuk.

Heb je meer suggesties voor de inhoud?

  • Schrijf een kaartje voor oma (vriend/zieke kennis).
  • Een spelletje (Mastermind, Halli Galli) om samen te doen of solitair (Rush Hour). Eventueel met briefje: ‘Kom mij halen voor een spelletje’. Of: ‘Wacht tot je broer bij zijn vierde map is en vraag of hij meedoet’. En bij broer een soortgelijk briefje in zijn vierde map.
  • Samen een cake bakken.
  • Een luisterboek.
  • Drie aardappels en verf: aardappelstempels maken.
  • Een honderdveld met de opdracht: ‘Kleur alle vakjes van de tafel van 9 in je lievelingskleur’ of een van de andere honderdveldideeën
  • Een prenten- of voorleesboek.
  • Een paprika en de opdracht: ‘Snij open, pulk er vijf pitjes uit en plant ze.’
  • Onmisbare trivialiteiten als: ‘Eet een fruitje en geef iedereen in huis een kus’ of: ‘Neem even pauze en pak een biscuitje’.
  • Vijf (of tien) briefjes met woorden die op het juiste voorwerp in huis geplakt moeten worden. Afhankelijk van het leesniveau: bed, kast, pianokruk, venster, bureaustoel. En oudere kinderen: briefjes in een andere taal (Frans, Engels, Duits).
  • Een zelfgemaakte woordzoeker of kruiswoordraadsel.
  • Nieuwe glitterlijm en een stapel papier.
  • Een proefje van proefjes.nl of een snoepexperiment.
  • Een plattegrond van je huis (samen tekenen of voorgetekend) met een X waar je iets verstopt hebt. Of een van de andere ideeën voor spelend rekenen uit deze post of uit deze.
  • Een fototoestel en de opdracht: ‘Maak vijf (of tien) foto’s van je favoriete plek in huis/liefste speelgoed/mooiste kleuren die je ziet’.

Gastspreker: de schrijfster

28 februari 2010

Met zevenendertig boeken, nominaties en loftuitingen schiep zij in zeven jaar voorwaar een oevre dat je doet duizelen. Tel maar na op haar site. Ik was waarschijnlijk de enige in Nederland die een jaar geleden nog niet van haar gehoord had, maar nadat ik haar werk van alle kanten kreeg aangeraden, hebben we dat snel goedgemaakt.

Na een flink aantal fantastische tropenjaren komt ze over een paar maanden weer op Nederlandse klei wonen. Haar bijdrage hier is echter nog met het oranje brommertje van de postbode in Jakarta, via een feestelijk versierde olifant en een westlandse postduif  bij mij terechtgekomen.

Dames en heren, mag ik een warm applaus voor:

Corien Oranje

———————

Ketika air naik

Twee jaar geleden stapte ik de grootste uitgeverij van Indonesië binnen. Kranten, tijdschriften, kinderboeken, schoolmateriaal, romans, thrillers, Harry Potter, Tonke Dragt – je kunt het zo gek niet bedenken, of het komt bij Gramedia vandaan.

Ik had een boek bij me waarvan ik vond dat ze het best konden uitgeven: De dag van de golven. Het boek speelt in Aceh, en gaat over een moslimmeisje dat de tsunami meemaakt. Een meisje dat ik in Aceh had ontmoet. Een Indonesische vriendin had drie hoofdstukken voor me vertaald.

Ik had me goed voorbereid, maar toen ik bovenin het moderne Gramediagebouw tegenover twee jonge, hippe jeugdredacteuren zat, voelde ik mezelf wegschrompelen. Ik struikelde over mijn Indonesisch, en ik maakte niet echt de flitsende indruk die ik had willen maken. Toen de hoofdredacteur mij haar naamkaartje gaf, had ik geen naamkaartje terug. Ik moest mijn naam en mijn emailadres op een oranje post-it note schrijven. Ik had het verknald.

Een paar maanden later kreeg ik een telefoontje van mijn Nederlandse uitgever. ‘Ze gaan het uitgeven!’ Wow! Niet te geloven! Dat heet ‘internationaal doorbreken’ toch?

Het duurde lang, maar begin 2009 kwam Ketika air naik eindelijk uit. Ik was blij. Misschien wel het meest omdat kinderen in Aceh nu hun eigen verhaal kunnen lezen. In hun eigen taal.

Ik was iets minder enthousiast toen het boek eenmaal klaar was. Het was gedrukt op goedkoop papier en had het meest onaantrekkelijke omslag dat je je kunt voorstellen. Terwijl ze gratis het omslag van mijn Nederlandse uitgever hadden mogen gebruiken. ‘Het komt doordat dat meisje te bruin is,’ legde een Indonesische journaliste mij uit. ‘Wij Indonesiërs houden meer van witte gezichten.’