• A.S. Byatt, Possession. Toen ik op eenderde was, schreef ik: ‘Het is geen gemakkelijk Engels, maar het verhaal is mooi – zeker als je van bibliotheken, Victoriaanse poëzie en manuscripten houdt’, maar daar wil ik iets aan toevoegen. Ook als je niet van bibliotheken en manuscripten houdt, is het een prachtig verhaal. Hoewel je bij Victoriaanse poëzie niet onmiddellijk aan spanning en sensatie denkt, is het echt een heerlijke ontknoping. Helemaal terecht winnaar van de Booker Prize 1990.
  • Alan Thomas en Harriet Pattison, How children learn at home. Kersvers boek van Alan Thomas, ontwikkelingspsycholoog en Britse pleitbezorger van thuisonderwijs, en Harriet Pattison, onderzoeksassistente aan het Londonse Institute of Education. Een weergave van recente onderzoeksresultaten met uitgebreide bibliografie. Niet uitgelezen. Misschien was het niet het juiste moment, omdat ik meer zin had in fictie, misschien ligt het boek me minder dan ik aanvankelijk dacht. Ik zal het later nog eens proberen.
  • F.M. Dostojevski, De broers Karamazov. Jawel hoor, hij is uit. En het is zonder twijfel het allermooiste boek dat ik ooit gelezen heb. Wat een boek, zeg, je kunt er uit blijven citeren. Het is spannend, huiveringwekkend en ontroerend, met meesterlijke dialogen tussen atheïsme en christendom. Onvoorstelbaar dat het bijna 130 jaar geleden geschreven is. Adembenemend.
  • Mirjam Pool, Alle dagen schuld. Ik zapte langs een interview met de schrijfster in het tv-programma Boeken en werd nieuwsgierig.  Het boek is een verzameling praktijkverhalen over het leven van de armste Nederlanders, veelal mensen die van generatie op generatie aan de Sociale Dienst gekluisterd zijn. Over boodschappenpakketten, afdankertjes en de ultieme droom van een breedbeeldtelevisie nadat de schuldsanering uitgezeten is. Een Holland Doc in boekformaat.
  • Henri Nouwen, Kun je de beker drinken?  Even tussendoor terwijl ik nog bezig ben in Karamazov  (blz. 313 – ’t is erg mooi). Nouwen leest lekker weg en spreekt natuurlijk ware woorden, maar op de een of andere manier treft hij me minder dan C.S. Lewis. De voorbeelden uit zijn dagelijks leven in Daybreak (leefgemeenschap voor lichamelijk en verstandelijk gehandicapten) zijn wel aansprekend.
  • Cees van der Kooij, Verhalen over vroeger, historische jeugdliteratuur als hulpmiddel voor het geschiedenis-onderwijs in de basisschool. Dit juweel kwam ik al schuierend tegen in de sectie vakliteratuur van de bibliotheek. Een hartverwarmend pleidooi voor mooie verhalen in het geschiedenisonderwijs, met een hoop suggesties. Veel literaire klassiekers, ook minder bekende, gesorteerd op thema.
  • Dimitri Verhulst, Mevrouw Verona daalt de heuvel af. Met klem aangeraden door mijn broer. We delen niet altijd dezelfde literatuurkeuze, maar hierover was hij erg enthousiast, dus ik sloeg het met frisse moed open. En het was erg mooi! Aanvankelijk kreeg ik een beetje jeuk van de overvloed van ongebruikelijke metaforen, maar toen ik me eraan overgaf – het verhaal was mooi genoeg – kon ik de schoonheid van de Vlaamse stijl wel waarderen.
  • Andrew A. Campbell, The Latin-centered curriculum. Pleidooi voor het klassieke onderwijs in de meest letterlijke zin. LCC is een van de grotere stromingen binnen het thuisonderwijs, waarbij de nadruk ligt op Latijn en een beperkt aantal leergebieden onder het motto ‘multum non multa’ (veel, niet velerlei). Hoewel er op de theorie wel iets af te dingen valt, is het boek zeker de moeite waard. Waardevolle ideeën en bezielde argumentatie.
  • Irvin D. Yalom, De Schopenhauer-kuur. Geleend van mijn schoonzus, op haar aanraden. Fascinerende combinatie van biografie en aantrekkelijke beschrijving van groepstherapie. Grappig, roerend en interessant.
  • Joost Zwagerman (samenst.), De Nederlandse en Vlaamse literatuur vanaf 1880 in 250 verhalen. Verhaaltje voor het slapengaan. Ligt er eigenlijk wel altijd. Vooral ‘Ouderlingenbezoek’ van Maarten ’t Hart vind ik meesterlijk. Maar een oude Emants of een mooie Wolkers is natuurlijk ook altijd prachtig.
  • John Holt en Patrick Farenga, Teach your own. Vakliteratuur herlezen. Soms heb ik er een beetje spijt van dat ik alle literatuur over thuisonderwijs in zo’n pril stadium gelezen heb – toen Philip drie, vier jaar was. Aan de ene kant heeft het me gemotiveerd en geholpen een mening en een goed beeld te vormen, maar aan de andere kant waren veel onderwerpen en vragen die de boeken behandelen toen nog niet aan de orde. Dus herlees ik zo nu en dan de pareltjes van mijn plank met (thuis)onderwijsliteratuur.

Pagina's: 1 2 3 4 5 6 7 8 9

%d bloggers liken dit: