• Helma van Lierop-Debrauwer, Piet Mooren en Harry Bekkering(red.), Dat moet je gelezen hebben, literaire en educatieve canonvorming in de (jeugd)literatuur. Symposiumbundel in het kader ‘preken voor eigen parochie’. Altijd fijn als kleine slijpsteen.
  • Carl Friedman, Dostojevski’s paraplu. Zomaar gepakt omdat het uitgestald lag bij de bibliotheek, bundel verzamelde columns uit Trouw . Had eerder alleen Twee koffers vol van haar gelezen en wist niet dat ze voor Trouw schreef. Titel en flaptekst zijn misleidend, want zo’n bonte verzameling bijzondere en verschillende onderwerpen is het niet – het is vooral veel Tweede Wereldoorlog. Maar dat is niet erg, want Friedman schrijft mooi en prettig en er zaten minstens vier columns bij die ik me zal blijven heugen.
  • Marina Lewycka, A Short History of Tractors in Ukrainian. Op aanraden van V. die er met haar Slavische achtergrond zo hard om moest lachen. Ook zonder Slavische achtergrond moet je er hard om lachen. En een beetje huilen. Prachtig boek.
  • Hans den Hartog Jager, Dit is Nederland in tachtig meesterwerken. Van dit soort boeken word ik vreselijk gelukkig. Tachtig schilderijen, veelal bekend, met een verhaal erbij. Een verhaal dat vertelt waaróm dit nou een typisch Nederlands schilderij is, of wat er zo bijzonder aan is – hier, kijk, kijk maar eens in dat hoekje, naast die vaas. Zo’n boek. Met een kopje thee erbij. En een plak ontbijtkoek, want dat is heel Nederlands. Geen formaat om in bed te lezen.
  • P. F. Thomése, Greatest hits. Deze lees ik terwijl ik Cato naar bed breng. Ik blijf altijd bij haar tot ze slaapt, dat vind ik voor een klein kind de fijnste manier om de nacht te beginnen (ik herinner me nog hoe heerlijk ik het vond, de spaarzame keren dat het mij als kind overkwam). Die leestijd leent zich bij mij niet voor zware kost, het moet een weglezer zijn die prettig in de hand ligt. Deze Thomése is er zo een. Heel grappig bovendien, wat dan weer niet zo handig is bij het naar bed brengen, want als ik hardop moet lachen, wordt Cato wakker.
  • Ruth Beechick, You Can Teach Your Child Successfully, Grades 4-8. Ik had dit boek al, maar was nooit verder gekomen dan een vluchtig doorbladeren. Wat een gemiste kans, zeg! Het staat bommetje vol fantastische, bruikbare tips en wijsheden. Wat mij betreft is dit de bijna-perfecte hedendaagse uitwerking van de Charlotte Masonmethode. Bijna-perfect, omdat er weinig aandacht is voor kunst, natuur en geschiedenis. Maar wel prachtige, ‘levende’ ideeën voor andere vakken.Dankzij een gesprek met een collega-thuisonderwijzer heb ik dit boek weer uit de kast gepakt en volgt het me door het hele huis. Ik neem het mee in mijn tas om in verloren uurtjes te kunnen lezen en ideeën op te doen. Dankjewel G., het is mijn nieuwe favoriete thuisonderwijsboek. (Zie: top 3 van thuisonderwijsboeken.)
  • David Sedaris, Dress Your Family in Corduroy and Denim en When You Are Engulfed in Flames. Voorgelezen door Sedaris zelf op de mp3-speler. Nadat ik zijn meesterlijke ‘Six to Eight Black Men’ gehoord had (zie en luister hier), wilde ik meer van hem horen. Deze twee luisterboeken zijn ook geweldig. Op When You Are Engulfed moet je vooral de verhalen ‘What I Learned’, ‘In the Waiting Room’ en ‘Smoking’  beluisteren.
  • Suzanna Jansen, Het pauperparadijs, een familiegeschiedenis. Mooiste boek wat ik het afgelopen jaar las. Het is al van een paar jaar geleden, zat in mijn hoofd om te lezen, maar was wat naar beneden gezakt. En toen liep ik er van de week tegenaan. Ik kan geen betere manier bedenken om de kerstvakantie door te brengen. Het is herkenbaar omdat mijn eigen familie uit de delen van Amsterdam komt die een deel van het boekdecor vormen. Geen herkenning over het Drentse gedeelte, maar dat had zomaar anders kunnen zijn. Op de website van Suzanna Jansen kun je recensies en een stukje uit het boek lezen.
  • Joost Zwagerman (samenst.), De Nederlandse en Vlaamse literatuur vanaf 1880 in 250 verhalen. Nog steeds niet allemaal gelezen. Omdat ik de verhalen er willekeurig uitpluk, weet ik ook niet meer welke ik al gehad heb, maar dat geeft niet. Ik maak er kennis met auteurs waar ik nog nooit iets van gelezen had, maar die ik na hun korte verhaal beter wil leren kennen -zoals Frans Pointl- en ik ontmoet oude bekenden waar ik al een poos niets meer van had gelezen -zoals Louis Couperus en Marcellus Emants. Sommige verhalen kan ik telkens herlezen, iets wat ik normaal gesproken nooit doe. Het is een fijn boek.

Pagina's: 1 2 3 4 5 6 7 8 9

%d bloggers liken dit: