• Maarten ’t Hart, De groene overmacht, tuinieren op zware zeeklei. Zo moeten alle Zomergasten zijn: avonden vol verhalen van mensen die kunnen vertellen. Iemand die je naar dingen laat kijken die je zelf nooit zou uitzitten. En na zo’n avond wil je meer, en pak je dus weer wat boeken van de man. Dit is een verzameling columns, voornamelijk uit NRC. Ik tuinier dan wel niet op zware zeeklei, maar de verhalen zijn om te smullen. Want ik weet nu ook hoe lastig het is om een biologische bloemkool op te kweken. En ik heb ook al eens een vogeltje in mijn net gehad. Dat schept een band.
  • Maarten ’t Hart, Het dovemansorendieet. Ooit een klok over horen luiden, maar nooit naar de klepel gezocht. Tot Zomergasten een paar weken geleden. En verdulleme als het niet waar is, zijn ideeën over eten snijden vaak echt hout. Het blijft natuurlijk wel een beetje een zonderling, die ‘T Hart. En echt gezellig doorzakken is er niet bij, met zijn vaste bedtijd van 21.00 uur en zijn twee glaasjes wijn au maximum. Maar het boek leest heerlijk.
  • Rik Kuiper en Tonie Mudde, Maak nooit je bed op, 115 nieuwe wetenschappelijke tips voor het dagelijks leven. Verzameling trivialiteiten die ik bij de bibliotheek zag staan. De titel spreekt natuurlijk op het gemoed, op dat van mij wel in ieder geval. Het is vooral een gezellige bron om uit te voor te dragen: ‘Wist je dat je tandenborstel na twee weken ongeveer net zoveel bacterieën bevat als een wc-borstel?’ (vrij uit het hoofd geciteerd).
  • Gerbrand Bakker, Boven is het stil. Nooit eerder van hem gehoord. Ik heb het boek alleen gepakt omdat het die IMPAC-prijs had gekregen – waar ik overigens ook nog nooit van had gehoord. Ik ben zwaar onder de indruk, wat een gaaf boek zeg. Bakker schrijft op een manier die ik heerlijk vindt, zijn dialogen zijn weergaloos en de sfeer is frêle en broeierig. Ik lees het dadelijk in een ruk uit.
  • Diverse auteurs, Titaantjes waren we, schrijvers schrijven zichzelf. Die originele uitgave bij de laatste Boekenweek, waarin 75 schrijvers een brief schrijven aan hun jongere zelf. Lekker bedboek, een paar brieven voor het slapen gaan. Niet allemaal even sterk natuurlijk, maar sommige echt bijzonder of ontroerend. Die van Edward van de Vendel en Remco Campert schieten me als eerste te binnen. Die vond ik extra mooi.
  • Leslie T. Chang, Fabrieksmeisjes. Gekregen van die lieve Mirjam omdat ik geen leesinspiratie had. Het is een dwarsligger, een heel boek in miniformaat. Ik had er nog nooit van gehoord, maar het leest handig in bed (nee, ik heb nog geen kindle) en hij neemt makkelijk mee.Het duurde even voordat ik erin zat, om de haverklap nieuwe Chinese namen die me in verwarring brachten, maar na de eerste vijftig bladzijden vond ik het fascinerend. Zowel over het leven van de meisjes die onze hardloopschoenen maken als de decennia- of misschien wel eeuwenlange migrantencultuur in China in het algemeen. Je mag hem van me lenen, Mir.
  • Laura Ingalls Wilder, alle overige boeken van Het kleine huis. Ik liep telkens een deel achter bij Jet, maar heb ze nu alle veertien uit – inclusief de delen van Roger MacBride (de achterkleinzoon van La Ingalls) – exclusief het Kookboek, dat ik nergens meer tweedehands kan vinden. Ik heb nog nooit een aflevering van de tv-serie gezien, maar de boeken vond ik erg de moeite waard. Met uitzondering van het eerste (en misschien een stukje van het tweede) deel zijn ze nergens langdradig en geven ze een verrassend realistisch beeld van het Amerika van de negentiende eeuw – of tenminste zoals ik het me voorstel. Niet voor niets klassiek, dunkt me.
  • Marina Lewycka, We Are All Made Of Glue. Dit is haar laatste boek, dan heb ik ze alledrie gelezen. Jammer dat ze geen oevreomvang à la Vestdijk heeft, want ik kan iedere week wel een Lewycka lezen. Ze is een meester in karakterbeschrijving en haar Oost-Europese accenten klinken dagelijks na in mijn oren.En ze is zo vreselijk grappig. Ik ben bang dat ik de indruk wek alleen maar schaterend achter mijn pockets te zitten, maar de laatste tijd is het nu eenmaal zo gelopen: van het ene leuke (sorry) boek kwam het andere.Na deze zit ik een beetje op dood spoor, geen idee wat ik nu zal gaan lezen. Heeft iemand nog goede tips? Niet al te diep (Karamazov was prachtig, mooier heb ik niet gelezen, maar nu even niet) en met één hand vast te houden, want ik lees in bed. Verder heb ik geen eisen. Behalve dan dat je het echt een aanrader vindt.
  • Laura Ingalls Wilder, De grote hoeve. Omdat John alle boeken van Het kleine huis op de prairie aan Jet voorleest terwijl ik voor de vierhonderdste keer opgescheept zit met een kleine mol die wil weten wie er op zijn kop gepoept heeft (plokkeplok, vijftien kandijkleurige klontjes), mis ik alle zwijmelverhalen. Daarom lees ik achteraf de delen die John en Jet uit hebben – nu dus deel vier van de serie. Och, wat is het er weer heerlijk: meters sneeuw in de winter, korengoud in de zomer, toestanden om het maïs te redden, zelfgeweven stoffen, kruidige appeltaarten en honderd mud aardappelen. Eerlijk gezegd vind ik dit tot nu toe het leukste deel, maar dat komt ook omdat ik in de andere delen zo’n hekel heb aan Ma Ingalls. Inmiddels loop ik aardig op schema, deel acht zit erop. Het zijn knusse boeken, hoor.
  • Marina Lewycka, Two Caravans. Na Ukrainian Tractors wilde ik ook haar andere boeken lezen. Deze is heel anders, minder grappig, maar spannender; minder hilarisch, meer bewogen. Over buitenlandse seizoensarbeiders in Groot Brittanië, met grote thema’s als dierenwelzijn en vrouwenhandel. Weer erg mooi.

Pagina's: 1 2 3 4 5 6 7 8 9

%d bloggers liken dit: