Dan volgt nu een allegaartje aan links die ik al een poos had staan, maar waar telkens geen stukje bij opsproot. De titel dekt de lading niet helemaal, want het gaat ook over thuisonderwijsmethodes en kinderboeken, maar anders werd de kop te lang.

Eerst de kleintjes. Thuisonderwijs is natuurlijk bij uitstek geschikt om alle leden van het gezin mee te laten doen, maar er blijven altijd momenten waarop het handig is als je peuter even zelf rond kan scharrelen. Dat je ‘T KoFSCHiP aan de oudere kinderen kunt uitleggen zonder dat er twaalf keer een boekje in je handen geduwd wordt door de kleinste hummel, bijvoorbeeld. Voor die momenten is er inspiratie op de volgende sites.

Montessori Home-School, Practical Life. Huis-tuin-en-keukentips voor kleine handjes. Soms heel origineel, soms heel voordehandliggend: gedroogde bonen scheppen met een soeplepel (of juist met een theelepeltje).

Voorwerpen verplaatsen met eetstokjes, wasknijpers op een bakje knijpen of spelen met kleine hangsloten.

Nou ja, je moet zelf maar even kijken. Montessori Home-School dus.

Een andere site met bezigheden voor peuters die graag willen meedoen – en welke peuter wil dat niet – is Paula’s Preschool Activities. Door het ontbreken van foto’s ziet het er minder overzichtelijk uit dan die montessorisite, maar er staan wel veel tips op.

Vooral het onderdeel Dolly’s Ziploc Bag Activities vond ik verrassend bruikbaar. Niet zo zeer om de activiteiten zelf, maar vooral om het feit dát je ritszakjes kunt gebruiken. Buitengewoon handig als meeneemportie voor speeldiertjes, houten kralen, viltstiften, noem maar op.

Wie ze niet kent: het zijn plastic zakjes die je met een soort rits kunt openen en sluiten. Verkrijgbaar bij Albert Heijn (afdeling diepvrieszakjes) en Action. De laatste is een stuk goedkoper, maar heeft alleen druk-en-sluitzakjes, niet met een echt ritsje. Dat ritsje is voor twee- of driejarige vingertjes juist wel heel praktisch.

Als je toch bezig bent, lees dan meteen het stukje ‘What should a 4 yo know?’. Voor het perspectief.

Vriendin M. heeft op haar site ook aandacht gewijd aan de wee ones: Ik krijg thuisonderwijs – jonge kinderen.

De volgende link is voor iedereen die met een buitenlandse lesmethode wil gaan werken. Op Homeschoolreviews kun je recensies lezen per vak en methode. Handig voor als je twijfelt tussen Singapore Math, Saxon Math en Math-U-See. Even kijken op de wiskundepagina en je ziet meteen de positieve en negatieve de ervaringen van andere thuisonderwijzers.

Ten slotte nog een paar boekenlinks.

Om te beginnen een van mijn favoriete sites voor Engelstalige kinderboeken: Lovereading4kids. Extra fijn van deze site is dat je, na registratie, van veel boeken een groot aantal voorbeeldpagina’s kunt downloaden. Vaak meer dan je bij Amazon kunt inzien. Dat is ook handig bij nieuwe boeken die nog vertaald worden in het Nederlands, kun je vast zien wat er gaat komen. En voor sommige boeken maakt de taal niet uit, zie het mooie woordloze prentenboek Welcome To The Zoo.

Verder hebben ze originele lijstjes met klassiekers en Bookshelf Essentials. Daar kun je er nooit genoeg van hebben.

Ik sluit af met een Nederlandse tip. De mooie kinderboekensite Kjoek heeft een nieuwe pagina: Stoere Prentenboeken. Samengesteld door kinderboekenschrijver Tjibbe Veldkamp, die in zijn artikel ‘Noise for boys’ klaagt over de overdaad aan zoete prentenboeken. Hij wil een lans breken voor het stoere prentenboek met actie, humor en avontuur, waar volgens hem vooral jongens behoefte aan hebben.

Het is nog maar een kort lijstje, dus het wordt vast nog uitgebreid, maar ik vond het nu al de moeite waard om door te geven. Wat mij betreft mogen Veldkamps eigen boeken De coole cowboy, Tim op de tegels en Hotze de botskabouter trouwens ook niet ontbreken.

Het artikel ‘Noise for boys’ is hier te downloaden als pdf.

Bibi Dumon Tak, Soldaat WojtekSoms is het moeilijk om goede boeken te vinden bij bepaalde onderwerpen. Geschiedenis en aardrijkskunde zijn geen enkel probleem – om alle moois op dat gebied uit te lezen heb je drie levens nodig.

We zijn nu bijvoorbeeld bezig in Soldaat Wojtek van Bibi Dumon Tak, een waargebeurd geschiedenisverhaal uit de Tweede Wereldoorlog. En we moeten telkens even stoppen om tegen elkaar te zeggen hoe leuk het is.

Zó wil ik eigenlijk ook graag dat de kinderen biologie leren, natuurkunde of wiskunde.*) Op dat gebied is de literatuur toch wat dunner gezaaid. Maar ze is er wel.

Dietrich Grönemeyer schreef De kleine dokter. Daarin wordt de twaalfjarige Nanolino door een bijzondere machine verkleind en maakt hij een reis door het menselijk lichaam.

Dietrich Grönemeyer, De kleine dokter

Hij leert over anatomie, organen en ziekten, medische technologie en ook over natuurlijke geneeswijzen. Dat laatste is niet altijd in mijn straatje (acupunctuur en ayurveda), maar alle alternatieven worden aangevoerd door de grootmoeder van Nanolino, zodat duidelijk is wat traditioneel en door de wetenschap aanvaard is.

In de ijver om compleet te zijn, is het boek soms wel ingewikkeld, bij vlagen zelfs onbegrijpelijk – bij het voorlezen ben ik dan ook vrij makkelijk in het schrappen van passages. Maar genoeg gespreksstof, mooie illustraties en microscopische afbeeldingen van organen en weefsel. Bij de internetboekwinkel kun je hier een paar bladzijden van De kleine dokter lezen.

Naast de menselijke biologie is er natuurlijk ook veel over dieren te leren uit kinderboeken. Ik heb al eerder verwezen naar Midas Dekkers, bovenmeester van de biologieschool, maar ook Ruik eens wat ik zeg van (daar is ie weer) Jan Paul Schutten is een geweldig voorbeeld van hoe je van alles over planten en dieren te weten kunt komen zonder schoolboek.**)

En soms krijg je zomaar tips aangereikt van inspirerende mensen. Aan de hand van het boek Science Through Children’s Literature heeft thuisonderwijscollega H. een paar geweldige Nederlandse varianten gemaakt. Met de prentenboeken De spin die het te druk had en Een zaadje in de wind (beide van Eric Carle), doet zij mooie suggesties voor diverse bèta- en gammavakgebieden.

Phileas en Passepartout

Zelfs wiskunde kan met literatuur. Op mijn boekenlijstje staat hier al een aantal boeken, maar uitgeverij Kluwer heeft met de serie Bolleboos zoiets geweldigs gemaakt. Wiskunde en Jules Verne. Phileas Fogg die zijn reis om de wereld in tachtig dagen maakt, en jij kunt uitrekenen hoe hij moet reizen, waar het mis kan gaan, hoe vaak hij de zon ziet opgaan. Het is een heuse lesmethode (en dus peperduur), maar wel eentje waarvan er meer gemaakt mogen worden.

Voor kinderen vanaf een jaar of elf die al een stevig wiskundefundamentje hebben: De reis om de wereld in 80 dagen. Hier en hier kun je het boek inzien – het lijkt twee keer dezelfde verwijzing, maar je kunt op beide links verschillende pagina’s bekijken.

Ten slotte kreeg ik van thuisonderwijscollega V. een mooie rekenles aan de hand van Gullivers reizen. Helemaal gratis en hier te downloaden, gemaakt door een bevlogen leraar. Voor de wiskundereis met Phileas Fogg is beduidend meer rekenondergrond en -inzicht nodig, en deze Gulliver is leuk voor jongere kinderen, vanaf een jaar of acht.

Voor meer wiskundeinspiratie kun je klikken op de categorie ‘wiskunde’ (in de wolk aan de rechterkant zie je alle categorieën staan).

Jonathan Swift, Gullivers reizen, bew. van Martin Jenkins, ill. Chris Riddell

———————-

*) In dit stukje heb ik iets gezegd over mijn keus voor het gebruik van kinderboeken in plaats van schoolmethodes. In het intro ‘Thuisonderwijs, zo zijn onze manieren’ staat daar nog meer over.

Terug

**) Zie boekenlijst onder ‘Biologie’ voor meer suggesties. Via de blogcategorie ‘biologie’ kun je alle stukjes zien die over biologie gaan.

Terug

www.khanacademy.orgEen verbazingwekkend uitgebreid archief met allerhande wiskundefilmpjes. Van algebra tot rekenkunde, van meetkunde tot goniometrie, van natuurkundige onderwerpen tot aan de kredietcrisis.

Het is een bewonderenswaardig initiatief van Sal Khan die op dit moment al meer dan 800 filmpjes op YouTube heeft gezet. Hij heeft zelfs een deelvideotheekje gewijd aan Singapore Math, de boeken waarmee Philip en Jet leren rekenen (hier een eerder stukje over deze exotische methode, hier een extra motivatie voor mijn keuze).

Engelstalig, maar zeer de moeite waard: Khan Academy.

Wonderkind

15 april 2009

Halverwege Philips rekensommen mengde Cato zich in het geheel door hier en daar wat cijfers te roepen. Het leek Philip een mooi moment om de officiële scholing aan te vangen.

‘Cato, hoeveel is 1+1?’
‘Twee’, antwoordde ze beslist.

Hij stond perplex. Zo veel knaps in zijn eigen zusje. Maar om onderpresteren te voorkomen moet je een genie blijven uitdagen.

‘En Cato, hoeveel is 2+2?’
‘Veertien.’

Overtuigd van de briljante geest die hij voor zich had, probeerde Philip het op een andere manier.

‘Hoeveel is 7+7?’
‘Veertien.’

De meester was tevreden. Nog eentje om het af te ronden.

‘En Cato, hoeveel is 7+8?’
‘O, zes,’ zei ze nonchalant.

Ik kan het niet genoeg benadrukken: thuisonderwijs gaat vanzelf.

Uitweiden

9 maart 2009

Een van de leukste dingen van thuisonderwijs vind ik het uitweiden. Dat je met een onderwerp bezig bent en vanzelf in het volgende rolt. Je legt verbanden die je eerder niet opgevallen waren, gaat op onderzoek uit en komt telkens op nieuwe dingen die met het voorgaande te maken hebben. Soms zijn die verbanden logisch, zoals het duikvoorbeeld waarover ik eerder geschreven heb: via een interesse voor de duiksport zoek je oceanen op, het leven in de zee, leer je over koraal, krijg je milieueducatie.

Soms zijn de verbanden minder vanzelfsprekend. Zo heeft het rekenboek van de kinderen meer dan eens uitgenodigd tot zo’n uitweiding. Ik schreef al eerder over de wiskundetaart die Philip maakte naar aanleiding van een som in zijn rekenboek. En nu vond ik een stukje dagboek van precies een jaar geleden dat goed weergeeft hoe we soms van het ene onderwerp in het andere terechtkomen.

Philip was aan het rekenen en ik zat bij hem aan tafel. In het wiskundeboek stond naast de som een plaatje van een chanoekia, zo’n kandelaar die tijdens het joodse chanoekafeest gebrand wordt. De wiskundemethode die we gebruiken komt uit Singapore en heeft, heel politiek correct, de chanoekia naast de kerstster afgebeeld, harmonieus geflankeerd door wat kinderen met een bindi, zo’n hindoeïstische stip op het voorhoofd. Voor elk wat wils. Tijdens de som raakten we aan de praat over verschillen in geloof. Philip herkende de kandelaar en vroeg wat er met Chanoeka precies gevierd wordt.

Susan Marcus, Ga zijn poorten binnenWe pakten er een boek bij met uitleg over joodse feesten en gebruiken, Ga zijn poorten binnen van Susan Marcus – een mooi boek overigens. Nadat we de uitleg over het feest hadden opgezocht, bladerden we verder. We kwamen langs zegeningen en gebeden die bij allerlei gelegenheden worden uitgesproken. Naast de Hebreeuwse tekst stond onder iedere zegen de fonetische spelling. Philip vroeg me of ik een aantal zegeningen wilde voorlezen. En nog eens. En nog eens en nog eens, want hij vond de klank van de woorden zo mooi (Jet kreeg er na zes keer een beetje een sik van).

Vervolgens wilde Philip een stukje Hebreeuwse tekst ontcijferen. Ik heb ooit twee jaar Theologie gestudeerd, dus er staan wat verjaarde taalboeken in de kast. We pakten de studieboeken en Philip spelde hardop het alefbet, het Hebreeuwse alfabet. Hij vertaalde woordjes uit mijn oude werkboeken en reciteerde vervolgens opnieuw de Hebreeuwse heilwensen.

We twijfelden of we latkes zouden bakken, de aardappelpannenkoekjes die bij Chanoeka gegeten worden, maar besloten dat tot een volgende keer te bewaren. Philip maakte zijn sommen af en ging spelen met Jet.

Zo grazen we vaker om onze taal- en rekenlesjes heen. Thuisonderwijs is geen rooster dat we op schooltijden afwerken, het vindt de hele dag door plaats. Het is de kunst, het genoegen, om erin mee te gaan. Natuurlijk gebeurt het niet iedere dag dat een reeks vermenigvuldigingen uitloopt op een gesprek over cultuurgeschiedenis, maar ik geniet er ontzettend van als het wel zo verloopt. Het is een groot voorrecht dat we de tijd kunnen nemen om die dingen te laten gebeuren.

Mocht je geen Hebreeuws woordenboek paraat hebben, dan kun je onderstaande links gebruiken voor een sfeerbeeld. Ik heb de site verder niet onderzocht, maar het was de beste die ik kon vinden wat betreft uitspraak en vertaling.

Hier de chanoekazegeningen die wij bekeken hebben. Halverwege de pagina zie je naast de Hebreeuwse tekst een luidsprekertje waarop je kunt klikken. Zo hoor je de juiste uitspraak (met een pietsie Amerikaans accent)  en kun je meelezen met de fonetische en vertaalde tekst eronder – van rechts naar links.

En hier staan alle zegeningen op een rij; de dagelijkse, die voor sjabbat, de joodse feestdagen en andere speciale gelegenheden, bijvoorbeeld bij ziekte of (is dat niet mooi) bij het zien van de regenboog.

Beluister in ieder geval deze even. Het is de zegen die ik jullie allemaal toewens.

Beursgang

30 januari 2009

Terwijl John met de kinderen op bezoek was bij de ijsberen, liep ik rond op de Nationale Onderwijstentoonstelling in Utrecht. Met z’n zessen waren we. Juf tussen de juffen, want we passen ons makkelijk aan.

Reeds op Hoog Catharijne hadden we de eerste gratis tas te pakken, het begin van een fleurig bacchanaal van graaien naar pennen, folders, meer tassen met educatieve prints, posters en pepermuntjes. Een van de moeders had er een echte neus voor, zij leidde ons regelrecht naar de chocoladefontein van een standhouder die het thema ‘Cacao’ voor scholen had ontwikkeld. Juist een concept dat van ons onderwijsgevenden een buitengewoon grondige voorbereiding vergt.

Vijf beurshallen met educatieve stalletjes, van excursies tot techniekmateriaal, van knutselmateriaal tot rekenboeken. Het is wonder boven wonder gelukt om de gang door het kinderboekenstraatje zonder kleerscheuren af te leggen, maar de aldaar uitgespaarde kosten werden ruimschoots gecompenseerd door een mooie ontdekking bij een ander beurskraampje. Het waren de Topklassers.

De serie Topklassers van uitgeverij Bekadidact is een indrukwekkende reeks werkboeken die vier onderwerpen omvat: geschiedenis en cultuur, natuurwetenschappen, wiskunde en vreemde talen. Normaal gesproken alleen te koop per vijf stuks, maar nu, mevrouwtje, een speciale beursaanbieding die ons aan de rand van een faillissement brengt.

Dus stommelde ik om vier uur de trein in met vijf bontgekleurde tassen, vier rolletjes pepermunt, twee pennen, zes buideltjes tuinzaad, drie zakjes speelmais, twee posters én een voordeeltje van elf boeken die ik niet kon laten liggen.

Op de site van de uitgever staat dat de reeks bedoeld is voor ‘de betere leerlingen van de bovenbouw van het basisonderwijs’, maar die omschrijving zegt meer over het huidige aanbod van het onderwijs dan over het niveau van de leerlingen: ieder kind verdient zulke boeken.

Op deze pagina staat een uitgebreidere beschrijving van de reeks en hieronder alvast drie voorbeeldpagina’s, even klikken voor een vergroting.

Topklassers, voorbeeldpagina uit Cultuur 1    Topklassers, voorbeeldpagina uit Wiskunde 1   Topklassers, voorbeeldpagina uit Wetenschap 2

Voor iedereen die het beurskoopje gemist heeft, in de internetwinkel van Bekius Schoolmaterialen kun je de boeken ook per stuk bestellen.

Op niveau

23 december 2008

‘Hoe weet je of je kind op niveau zit?’

Het is meestal niet de eerste vraag die gesteld wordt (die gaat doorgaans namelijk over ‘het sociale’, waarvoor ik ter geruststelling ook onze pagina met uitjes bijhoud), maar hij staat wel in de top drie: ‘Hoe houd je bij of er geen hiaten ontstaan?’

Als je thuisonderwijs geeft, zijn er geweldig veel bronnen waaruit je kunt putten. Omdat ik merk dat het ontwikkelingsniveau van thuisonderwijskinderen vergeleken met dat van schoolkinderen nogal leeft, zal ik een paar van die bronnen prijsgeven. Omwille van de leesbaarheid beperk ik me tot het basisonderwijs en een klein aantal links.

Het basisschoolboek

Zo is daar het Basisschoolboek, een naslagwerk met de actuele leerstof die kinderen aan het eind van de basisschool idealiter gehad zouden moeten hebben. Gerangschikt per vak beslaat het alle kerndoelen van het primair onderwijs – van taal en rekenen tot aardrijkskunde en verkeer. Hier kun je voorbeeldpagina’s inzien.

Dan zijn er natuurlijk de kerndoelen zelf, de onderwijsdoelen waarnaar basisscholen moeten streven. Omdat deze vrij abstract en globaal zijn, bestaan er ook zogenaamde tussendoelen, concreet uitgewerkte suggesties voor het onderwijs.

Die tussendoelen staan hier. Onder het kopje ‘leerlijnen’ kun je de vakken Nederlands tot en met bewegingsonderwijs aanklikken, en per vak doorklikken naar ‘leerlijn’. Laat je vooral niet ontmoedigen door het massieve schema. Het zijn letterlijk streefdoelen; ik schreef al eerder dat wereldoriëntatie niet meetelt voor de citotoets. Bovendien lijken de doelen vaak ingewikkelder dan ze zijn. Soms zijn ze zo voordehandliggend, dat je er zelf niet opgekomen was er een kerndoel van te maken: een kind van zes jaar (eind groep 2) dient bijvoorbeeld te weten dat je een boek van voor naar achter leest, een bladzijde van boven naar beneden en dat er verschillende soorten boeken bestaan  (leerlijn 4). Ik wil maar zeggen: de angst voor hiaten hoeft niet te overheersen.

In sommige gevallen is het trouwens ook heel simpel om te zien waar je kind mee bezig is. Wanneer je bij het thuisonderwijs werkboeken gebruikt, voor rekenen bijvoorbeeld, dan staat het niveau gewoon op de omslag: boekje 2A, 2B enzovoorts. Weet je dus in welk leerjaar je kind bezig is.

Als je ervan houdt, kun je op deze site citotoetsen per vak vinden – linkerkolom bovenaan. Op dit gedeelte van de site staan nog veel meer oefentoetsen.

Voor een overzichtelijke opsomming per jaargroep en onderwerp kun je ook op deze site kijken. Je klikt op de groep waarin je kind zou zitten, vervolgens op het schoolvak en je ziet precies welke stof er in dat jaar op school aangeboden wordt. Vol oefeningen en niveautesten.

Speciaal voor het vak rekenen is er ook een site met de ondertitel ‘Wat je kind moet weten’. Deze staat hier en biedt, naast een overzicht per leerjaar, in de rechterkolom rekenmateriaal aan. Daar kun je bijvoorbeeld zien dat het rekenen in groep 3 beperkt blijft tot plus- en minsommen tot 10.mijn-kind-groep-4

De boekenreeks Mijn kind in groep… van ThiemeMeulenhoff geeft een globaal jaarbeeld van het hele schoolaanbod. Per groep (alleen voor de groepen 1, 2, 3, 4 en 8) is er een boek waarin wordt uitgelegd wat een kind op school zoal aangeboden krijgt.

De vraag is natuurlijk: hoe belangrijk is het dat je kind precies hetzelfde jaarschema aanhoudt als zijn schoolgaande leeftijdsgenoten? Is het nodig om je dochter in week 12 het woord neus te leren omdat haar vriendinnetje in groep 3 dat ook op dat moment leert? Of om de verkeersborden pas op haar negende uit te leggen, omdat dat volgens het schoolrooster zo past? Ook als ze er op haar vijfde al naar vraagt,  terwijl ze bij je achterop de fiets zit?

Al die ontwikkelingsoverzichten kunnen van pas komen, maar het mooie van thuisonderwijs is dat je zo flexibel kunt zijn, dat je dochter na neus meteen verder kan lezen als zij daar aan toe is. Op haar derde. Of op haar achtste. Maar niet per se in week 12 van groep 3. Wanneer je de achtergrondkennis zo kunt toepassen dat je kind floreert, denk ik dat niemand zich zorgen hoeft te maken over het niveau.